donderdag 1 januari 2015

De route naar KL

De route gaat van Bangkok naar Kuala Lumpur, dat had ik al eerder geschreven. En ik heb vooraf met behulp van de open streets maps en een routeplanner de volledig route uitgetekend. De eerste 800 km heb ik me hier ook netjes aan gehouden maar daarna ben ik wat af gaan wijken. Waarom? Ach, het kwam handiger uit met slaapplaatsen, regen en andere onvoorziene omstandigheden. Met dat laatste bedoel ik gewoon dat ik toch altijd doe waar ik ter plekke zelf zin in heb. Een ander plan dat niet in de oorspronkelijk route zat, was omrijden over twee bergketens heen om wat meer van binnenland van Maleisië te zien. Daar moest wel wat extra tijd voor zijn maar ik heb flink wat kilometers per dag kunnen maken in Thailand. Mijn geplande route gaat voornamelijk via de westkust. En de alarmerende berichten over wateroverlast, overstromingen en duizenden evacuees komen allemaal uit het oosten van Maleisië. De provincie Kelantan maakt deel uit van mijn omfiets route over de bergen en deze provincie is dus de laatste paar dagen veelvuldig in het nieuws omtrent de hevige wateroverlast. Dat was een van de redenen om naar Langkawi te gaan. Beter weer, een tropisch, idyllisch eiland en een mooie plek om oudjaar te vieren. 

Dat deden ze gisterenavond op het strand met lampionnen en een knallende vuurwerk show.  De lampionnen kon je kopen voor een paar ringit. Het is een soort mini heteluchtballon. Er worden teksten op de lampion geschreven en vervolgens is het een kunst om de fakkel onder aan de lampion aan te steken zonder dat het fragiele stof van de lampion in de hens gaat. Als de fakkel eenmaal brandt en de lampion op wil gaan stijgen worden er eerst tientallen foto's gemaakt. De hele familie of vriendenkring wil samen met de lampion op de foto en pas daarna wordt deze losgelaten. Een zachte landwind zorgt ervoor dat de lampionnen langzaam naar zee toe drijven en steeds hoger en hoger komen. De licht was vol met kleine rode fakkels.

En vandaag zou ik de boot pakken naar Penang. Een tocht van 100 km over zee waardoor ik ook een stukje route inkort. Ik weet niet zeker of dat echt nodig is om Kuala Lumpur op tijd te halen maar het komt wel handig uit. Alleen vanmiddag bleek dat de boot naar Penang geen ruimte bood om mijn fiets mee te nemen. Ik kon wel naar Kuala Kedah, een stuk noordelijker van Penang. OK, dan maar een ticket voor Kuala Kedah, aub. Ik ga vanavond wel eens uitzoeken hoeveel kilometer het vanuit daar naar KL is. Hopelijk past het allemaal nog.

woensdag 31 december 2014

Gunung Raya

Gunung Raya is de hoogste berg van het eiland Langkawi en telt 881 meter. Boven op de top staat een uitzichttoren waar het hele eiland kan worden overzien. En er loopt een verharde weg naar de top toe. Het is vandaag oudjaar en ik vertrek morgen pas weer naar het vaste land van Maleisië. Het eiland is niet groot en de weg van mijn hotel tot aan de top van de berg is slechts 28 km. Een beetje lezer van mijn blog raadt het al. Er zit voor vandaag echt maar één ding op. Ik moet die berg op, anders hadden ze die weg daar niet moet neerleggen. 

Op weg naar de voet van de berg valt me direct weer het verschil met fietsen in Thailand op. Daar hebben de meeste wegen een soort halve vluchtstrook waar brommertjes rijden en soms wat auto's parkeren. Hier ontbreekt die strook en dus fiets ik uiterst links aan de kant van de weg waar het asfalt vaak wat hobbelig is. Auto's en vrachtwagen halen me ruim in als op de andere rijstrook geen verkeer zit. En als daar wel verkeer zit dan halen ze me ook in. In Thailand voelde ik me veiliger op de weg. De weg naar de top lijkt dan weer in alles op wat ik van klimmen in Thailand gewend ben. De klim heeft een gemiddelde van 5,7 procent over 13 km en toch is het mini verzetje nodig omdat klimmen in deze regio doorgaans heel onregelmatig zijn. Stukken van 3 procent worden makkelijk afgewisseld met stukken van 10 procent. In de klim zit ook nog een afdaling van ruim een kilometer en de laatste paar 100 meter naar de top toe zijn goed voor 15 procent. 

Daarboven staat een luxe resort waar ze geen gasten lijken te hebben maar er staan wel twee Bently's op de oprit. Ik koop een kaartje voor de uitzichttoren waar nog een paar andere toeristen rondlopen maar verder was het erg rustig tijdens de klim. Deze berg is geen toeristische attractie op het eiland. Ik ben onderweg een paar brommertjes, vijf kalveren, 2 koeien en vijf apen (mezelf niet meegerekend) tegengekomen. Voor het uitzicht op de top gelden zo'n beetje de standaard clichés. Het is er heel mooi en het is een beetje heiig dus goede foto's kan ik er niet nemen. Daarnaast blijkt dat na een foto poging of 20 dat ook de accu van het ding op is. Een soort stille hint van, laat maar en ga gewoon even genieten van dit moment. 

Ssssssssssttttt,........ Het is hier mooi







De afdaling was trouwens goed hobbelig en de eikel die onderaan de afdaling een killer van een drempel aan heeft gelegd zou ik graag een proces aandoen. Ik zag dat stomme rotding nog net op tijd en kon er met een gelukje overheen springen. 

dinsdag 30 december 2014

Boot naar Langkawi

18 ringit voor een kaartje en 15 ringit om mijn fiets als bagage mee te nemen. Op de boot is er geen wandel ruimte. We zitten als haringen in een ton zoals we ook in vliegtuigen zitten. Dezelfde soort stoeltjes maar dan zonder gordel. Ik zie overal zwemvesten opgeslagen maar een veiligheidsinstructie is er niet geweest. Ook niet in een voor mij onbekende taal. De boot zit vol met hoofddoeken en mannen met snorren. En veel hysterisch schreeuwende kinderen. Ze huilen, krijsen en schreeuwen van plezier. Ik ga straks de Lonely Planet nog even bestuderen. Ik meen gelezen te hebben dat gezinnen met kinderen voorkeur hebben voor bepaalde stranden. Daar moet ik dan dus niet zijn. Op de televisies wordt een soap uitgezonden die alles heeft van wat een soap een soap maakt. Extreem over-geacteerd, te felle overhemden en dassen. Vrouwen in jurken die alle kleuren van de regenboog hebben. Maar dan zo extreem fel van kleur dat het pijn aan je ogen doet. De make-up is wellicht nog een graadje erger. Het zijn de meeste fluorescerende kleuren denkbaar die op ogen, wangen en mond zijn geschilderd. 

Tijdens dit boot triple ontdek ik een nieuwe ontwikkeling in de selfies. Selfies maakte ik al voordat het woord uitgevonden was. Mijn eerste selfie dateert inmiddels al van 17 jaar terug. Vroeger vroeg je gewoon of iemand even een foto wilde nemen maar dat lijkt tegenwoordig niet meer te kunnen. Durven we onze telefoons niet uit handen te geven terwijl er daar vroeger geen moeite mee hadden toen we nog camera's hadden? In ieder geval is de selfie tegenwoordig hip. Een foto van jezelf plus een eventuele vriend of vriendin, op armlengte genomen met een poging om de achtergrond in beeld te laten komen, om te bewijzen voor het nageslacht dat je ergens was. Het is een wat rottige manier om een foto goed te nemen maar de hilariteit van het moment lijkt belangrijker dan een fatsoenlijk kiekje. Maar wat nu als je met het gehele gezin een selfie wil nemen? Een soort gezinfie, of onszie. Dan bestaat daarvoor nu een uitschuifbare stok waar je je telefoon op kan klemmen. Ik zie ze hier voor het eerst.

Als ik van de boot stap, staat mijn fiets al te wachten. Die is door de bemanning van het achterdek gehaald en tegen de reling gezet. Ik loop het ferry gebouw uit en stap op. Ik zit op de fiets op Langkawi. Een idyllisch tropisch eilandje in de Andaman zee. Was ik gisteren wat mopperig omdat de pinautomaten dienst weigerden. Nu fiets ik met een hele grote grijs op mijn gezicht op weg naar het strand. De zon schijnt, het eiland is mooi en ik zit op mijn fiets. Morgen is het oudjaar, dan zit ik hier nog. Daarna ga ik pas verder. Vorig jaar kwam ik op oudjaarsdag thuis na een lange vlucht en werd ik wakker van het vuurwerk 's nachts. Het jaar daarvoor zat ik in Bangkok. Nu oudjaar op Langkawi. Ik kan me ergere dingen voorstellen.

maandag 29 december 2014

Maleisië

Toen ik vorig jaar Laos in fietste, had ik al heel snel geen hoge pet op van het land. Het was er koud, het regende en de wegen waren knudde. Verder viel me de kwaliteit van de hotels ook nogal tegen. Vandaag was mijn eerste kennismaking met Maleisië en die is tot nog toe niet super positief. OK, de wegen zijn een stuk beter en ik zit vandaag in een goed hotel waar helaas het WiFi niet goed wil werken. En ze hebben er ook geen bier, nog een minpuntje veroorzaakt door de moslim cultuur. Het probleem van vandaag was geld. Van die briefjes en muntjes waarmee je kan betalen. Bij de douane zag ik zo snel niets maar ik heb ook niet goed gekeken. Ik zou vandaag naar Kangar fietsen wat een redelijk grote stad is en daar zou ik wel pinnen, een hotel zoeken en wat gaan eten. Dat liep echter allemaal anders.

Ik zit nu 11 km verderop in Kuala Perlis dit verhaal te schijven en de ober heeft net een gekoelde druiven smoothie gebracht. Ja, ze hebben hier geen bier en dat had ik nu best lekker gevonden. Ik heb in Kangar bij drie banken proberen te pinnen en in totaal 10 pinautomaten uitgeprobeerd. Maar niet eentje wilde uitkeren en dat terwijl er gewoon een Maestro logo opstond. Of de pas werd al bij het begin geweigerd of op het einde werd de transactie gecanceld, zonder verdere uitleg waarom. Bij de derde bank begint mijn geduld op te raken. Officieel is het bank gedeelte al gesloten maar er zitten nog klanten binnen. Ik klop netjes aan en even later komt de baas en zijn knechtje naar buiten. Helpen kunnen ze me niet maar ik krijg wel een scala van mogelijke oorzaken en halve oplossingen. De connectie naar mijn eigen bank toe zou niet werken want het zijn toch allemaal maar computers en machines en zo. Ik zou naar een grotere bank toe moeten maar die zit in Alor Star, zo'n 50 km verderop. Of ik zou geld kunnen wisselen in Kuala Perlis dat vijf kilometer verderop ligt. Zelf wil hij geen geld meer wisselen, zijn kantoor is dicht. Vijf kilometer blijken er in de praktijk 11 te zijn en in Kuala Perlis zijn alle geldwisselkantoren gesloten. Barst! Misschien wordt het langzaamaan wat duidelijker wat mijn beeld van Maleisië wat minder positief maakt. Geen geld is geen avondeten, is geen hotel. 

Na wat zoeken en vragen ben ik inmiddels bij het grootste en waarschijnlijk ook duurste hotel van het dorp uitgekomen. Hier kan ik avondeten krijgen, een ontbijt en een overnachting en dat allemaal op mijn credit card. Hehe, eindelijk. Ik check in en neem een douche, een kopje thee drinken en even wandelen. Tijdens de wandeling besluit ik toch om nog een pin poging te doen. Bank vier, pinautomaat nummer 11. Deze weigert ook dienst met een gecancelde transactie maar nu wel met een reden. Mijn chip zou niet goed kunnen worden gelezen. OK, daar kan ik misschien iets mee. Er blijkt een stukje rubber van mijn portemonnaie op de chip te zitten wat ik wegpoets. Nog een keer dan. Bijna, deze keer. Het apparaat gaat ratelen op het einde maar vind dat het te veel briefjes tegelijk moet uitspugen en hij kapt weer de transactie af. OK, dan minder pinnen want ik ben nu zo dichtbij. 1500 bleek teveel, 1000 ook, 800 ook maar bij 500 ringit is het prijs. Ik heb GELD!!!! YES!! Na een tweede pin actie heb ik 1000 ringit, zo'n 250 euro. Even later geef ik wat van het geld uit in een supermarktje en wat blijkt. Ze hebben briefjes van één ringit, dat is 25 eurocent. Mijn portemonnaie barst nu uit zijn voegen.


Ingenieur Gemen

Zo mag ik mezelf noemen. Ik ben afgestudeerd aan de TU Eindhoven als chemisch proces engineer en ik mag de titel ir voeren. Ik gebruik die titel alleen zelden, voornamelijk omdat ik niet in de chemie als ingenieur werkzaam ben en ook omdat ik niet zo van pronken met titels houd. Maar ik voel me toch wel een beetje ingenieur, of op zijn minst een techneut. Volgens mijn huidige functie bij Equens ben ik zelfs software engineer. Ik vind dat zelf een beetje een poeha kreet maar toch wel aardig. 40 jaar geleden bestond mijn werk ook al en destijds waren er ook functie titels. Ik zou destijds gewoon programmeur hebben geheten. Een term die je tegenwoordig niet meer moet bezigen als je solliciteert en een baan wil krijgen. Het woord programmeur is niet hip meer, het straalt ook geen kennis, kunde en vakmanschap meer uit. Het is een kreet uit een grijs verleden toen computers nog grote lompe machines waren die uren konden stampen om een databestand te verwerken wat door de huidige processoren binnen een fractie van een seconde gedaan wordt. 

Ondanks dat computers in de loop der jaren aanzienlijk veel sneller zijn geworden, is het vak van programmeren nooit uitgestorven. Het zijn nog steeds mensen die software schrijven. Een computer kan nu allerlei code voor je generen, de logica zal je toch echter nog steeds zelf moeten schrijven. En met zoveel dingen blijkt dat ook hier dat oude namen snel veranderen omdat ze worden geassocieerd met oude grijs verleden. Zo ben ik application progammer, application developer, analist-programmeur geweest en nu ben ik dus software engineer. Voor mijn gevoel ben ik echter nog steeds gewoon programmeur, alhoewel ik op sollicitatie wellicht iets anders verkondig. Misschien ben ik nog meer een techneut of stiekum toch een ingenieur. 

En wat vernuftigheid of ingenieursvaardigheden blijken tijdens een fietsreis dwars door Thailand en Maleisië wel handig. Het geval deze keer is niet een fiets die kapot is maar een van mijn sandalen is stuk. De zool zit aan de voorkant los en bungelt nu als een onhandig stuk rubber onder mijn voet. Dat loopt niet handig en ik moet dit repareren. Maar hoe? De lokale hakkenbar heb ik hier nog niet ontdekt. En als ik hem zou ontdekken dan moet die sandaal worden gelijmd en dat moet een tijd drogen en dan zit ik dus zonder sandalen en op mijn wielrenschoenen is lopen nogal onhandig. Nieuwe kopen dan? Dat vind ik een beetje zonde en ik ben een Hollandse zuinige krent. En waar ga ik maatje 44 vinden in paradijselijk Thailand waar ik elke dag over alles iedereen uit kijk. Zelf repareren dus. Ik heb helaas geen schoenlijm meegenomen. Ik reis licht bepakt en schoenlijm heb ik al heel snel weggestreept op de paklijst. Maar ik ben ingenieur en dus ben ik vindingrijk. Solutie! Haha. Als ik er banden mee kan plakken dan moet zo'n rubberen zool ook wel kunnen. Solutie op de binnenkant van de zool aanbrengen en vervolgens met de sjorband waarmee ik mijn bagage op de fiets bind, de zool goed vastklemmen op de bagage. Na een dagje fietsen zit de zool al redelijk vast. Vanavond nog een stukje solutie opofferen en het sandaal onder de poot van een kast zetten en dan is dit kunstje ook weer geflikt.

zaterdag 27 december 2014

Restaurant met open keuken

Een restaurant met een open keuken zodat je kan zien waar en hoe je warme hap bereid wordt. In Nederland heet zoiets modern te zijn of misschien inmiddels ook al niet meer. Ik hou de laatste trends in het restaurant wezen niet zo bij. Hier is het meer een standaard. Een duidelijk scheiding tussen bediening, koks, restaurant, kassa en zitplaatsen is er niet zo. Trouwens, de gemiddeld keuken ziet er zodanig uit dat het in Nederland eerder klanten zou afschrikken dan aantrekken. Alle ingrediënten staan bij een temperatuur van een graad of 30+ mis-en-place klaar maar er staat niets gekoeld. Ook het vlees niet. Tenminste niet als het al gebakken of gekookt is. Rauw vlees ligt wel in de koeling. Op de betonnen vloer staat een in elkaar geknutselde constructie van ijzeren buizen en plaatwerk. Met een gasfles worden de drie grote pitten van gas voorzien. Boven de drie pitten hangt een krachtige afzuiging die voor de nodige herrie zorgt. De schakelaars voor de afzuiging zien er vies uit; de bedrading ook. De gekookte rijst zit in een mega pan waar je een half weeshuis uit kan voeden. De pollepel waarmee ze er in roeren heeft meer weg van een roeispaan. De drie tafeltjes waar alles op staat uitgestald is afgedekt met een plastic zeil met een jaren 60 motief. De ijzeren tafeltjes zelf lijken op zijn minst 20 jaar oud en gaan als die tijd al gebukt onder de warme zon, de klamme lucht en voedselgeuren. Ook de plastic tafels en stoeltjes hebben hun beste tijd gehad maar ik vermoed dat ze nog gemakkelijk 10 jaar meegaan. 

Maak ik me dan niet druk om de hygiene? Geen moment. Alle borden en bestek worden netjes afgewassen en je krijgt nooit een vieze lepel. Zoiets zie ik eerder in een lukrake bedrijfskantine in Nederland. Daarnaast zit het hier vol met lokale schooljeugd die elkaar de nieuwste snufjes op hun telefoons tonen. Als het echt allemaal zo onhygiënisch zou zijn dan werden die ook allemaal spontaan ziek en gaan ze daarna ergens anders eten. 

Zo, nu nog even 1 euro afrekenen voor een bord rijst. Als die opsmuk in een gemiddelde Nederlands restaurant in de vorm van echte borden en echt bestek, modern interieur en netjes geklede bediening hebben ook zo hun invloed op het prijsniveau. 

Airco vlucht

Het is hier warm, verzengend warm, niet in de zon kunnen staan warm. Ik doe een dagje rust in Trang, wederom zo'n plaats die voor toeristen een tussenstop plaats is voor een van de eilanden of een ander strand. Het is er verder lekker rustig. Het Thaise leventje van alledag vind hier plaats. Het centrum is een rommelig allegaartje van winkeltjes. Alles zit door elkaar heen. Mini supermarktjes, kapperssalons, brommer winkels, restaurants en juweliers. Op de markt is het druk; veel van de producten die hier worden verkocht herken ik niet. Ik vraag me af wat er 's avonds op mijn bord ligt. Het zal toch echt wel hier vandaan komen. En als iets geen winkel of eetgelegenheid is dan is het een rommelig 'woonhuis' waarin nog wel wat verhandeld wordt maar daar krijg ik geen vat op als ik voorbij slenter. Harder lopen dan slenteren zit er ook niet in vandaag. Ik zweet nu al in mijn iets te warme t-shirt en luchtige korte broek. De meeste Thai lopen overigens vaak met een lange broek en sommigen dragen ook nog een trui ook. Nadat ik twee uur in de schaduw in het park een boek hebben zitten lezen, ben ik toch maar een lokaal café ingevlucht om airco te voelen. Samen met een bosbessen smoothie.

Naast ze zit een Thaise moeder met haar kind. Haar telefoon heeft momenteel haar aandacht terwijl het jochie met zijn eten speelt. Ze heeft een half verorberde kop noedelsoep voor haar neus staan die ze bij de buren heeft laten halen. Nog niet eens zo'n slechte gedachte, ik heb ook wel honger.