zondag 5 april 2026

Midden Vietnam

Als je het als toerist goed wil doen, dan moet je vooral niet teveel mijn blog lezen. Ik ben een slechte toerist, ik kan het gewoon niet. Ik heb wel de Lonely Planet van Vietnam aangeschaft en ik ben in Hue, Da Nang en Hoi An geweest, precies zoals de voorschriften het dicteren in de boekjes. Ik heb zelfs de Hai Van pas gedaan, blijkbaar was die bekend vanuit Top Gear. Op de fiets uiteraard. Maar een tien met een griffel zal ik wel niet krijgen voor mijn uitmuntende toeristen gedrag. Ik heb Hue, Da Nang en Hoi An afgeraffeld. In Hue en Da Nang geslapen en in Hoi An geluncht. Het uitgaansgebied van Da Nang gezien, het strand niet. En ik heb geen gids geboekt met een hopeloos Engels accent over de geschiedenis van Hoi An. Aan Hue heb niet eens meer een actieve herinnering. 

In de drie genoemde steden ben ik van de duizenden toeristen die zich met de Grab app van Banh Mi broodjes tent naar een koffiezaak laten vervoeren. Het is geen straf en de Vietnam egg coffee is super lekker. In wielertenu ben ik een bezienswaardigheid en buiten het toeristengebied ben ik altijd een bezienswaardigheid. Veel Vietnamezen lachen me toe en zeggen Hello. Ze zouden ook dolgraag een praatje met me maken, maar ze zijn de Engelse taal machteloos. Ik gedij gewoon slecht in een oud stadscentrum waarin elk huis een souvenir winkel, café, kledingwinkel, restaurant of massage zaak is geworden, bevolkt door karrenvrachten aan massa toerisme. Ik voel me gewoon meer in mijn element op een fiets op een berg met mooi landschap en de constante zorg genoeg te drinken en te eten. Plus op mijn eigen energie voorraad letten. Dat velen dat zwoegen op een fiets in de brandende zon met 37 graden maar als een stompzinnige vermoeiende bezigheid bestempelen, die conclusie snap ik. Maar waarom zie ik nul toeristen op de Trung Son Dong? Nul! Dat is een prachtige nieuw aangelegde weg door de bergen met schitterende vergezichten. En je kunt overal brommers huren. Staan dit soort dingen niet in de boekjes of zo? 

dinsdag 31 maart 2026

Noord vs Zuid

Laat ik eens een 'gedegen' vergelijking doen tussen Noord en Zuid Vietnam. Om voor eens en voor altijd duidelijkheid te verschaffen over de verschillen in mentaliteit tussen deze twee werelden te duiden. Ahum.

Noord en Zuid Vietnam, dat is altijd zo'n dingetje geweest. Ooit waren het echt twee landen met een heuse grensovergang. Dat begon in 1954 na de akkoorden van Genève, maar in 1955 brak de Vietnam oorlog al uit. 20 jaar later, miljoenen doden verder, een volledig verwoest land en daarna was er een Vietnam. Ik ga geen blog schrijven over de oorlog. Ik probeer verschillen te zien tussen Noord en Zuid. En dat doe ik nu op basis van een tweetal observaties die beiden gekleurd zijn en ook totaal verschillend.

Mijn observatie van het Zuiden stamt uit 2015 en is dus 11 jaar oud en leunt op mijn geheugen. Dat is natuurlijk allemaal niet echt betrouwbaar, maar toch is er een groot verschil tussen de reis van 11 jaar geleden en nu. Is Vietnam veranderd? Klopt mijn geheugen niet? Of is Noord echt anders dan Zuid? Mijn redenen om na 2015 niet meer naar Vietnam was best een lange lijst. Eigenlijk was er maar een goede reden om terug te gaan en dat was de keuken. De rest was redelijk waardeloos. Vooral de ongelofelijk lompe mentaliteit van de bevolking stoorde me. Ze reden met hun brommertje achteruit tegen mensen aan op het trottoir om ze vervolgens vuil aan te kijken waarom ze niet aan de kant gingen. Dat soort werk. Overal werden wissel truckendozen uitgehaald tussen US dollars en Dongs en elke keer probeerden ze me een poot uit te draaien. Ik werd elke dag minimaal een keer een vrouw aangesmeerd. Alsof ik een loslopende portemonnee met was met seks op mijn voorhoofd getatoeëerd.

De ervaringen deze reis die nu zo'n beetje van Noord naar het midden van Vietnam is verstreken, is totaal anders. Het verkeer is veel minder verschrikkelijk dan elf jaar geleden. Ja, ze toeteren veel en er lijkt een soort toetoettaal te bestaan, maar ik voel me wel veilig in het verkeer. En iedereen is super vriendelijk. Opvallend. Ze smeren me hier geen vrouwen aan, maar er komt een motorrijder naast me rijden die me en gekoeld flesje water aanrijkt. Da's toch duidelijk andere kost. Nagenoeg elke scholier roept heel enthousiast hello. Als ze een vraag stellen is het natuurlijk altijd, where are you from. Ik weiger om Holland te zeggen, dus ik zeg altijd braaf, the Netherlands. Niemand snapt dat. Echt niemand. Buitenlanders, zijnde niet-Vietnamezen zag ik alleen in Hanoi en op de Ho Chi Minh route zag ik westerlingen in oude Amerikaanse jeeps rondrijden. Verder niks. Dit lijkt een typisch geval van de negenennegentig regel. 99% van de toeristen gaan naar 1% van het land. Ze klonteren samen op de Lonely Planet hotspots.

Over weekje kom ik zuidelijker en ik ben benieuwd hoe de wereld er daar nu uitziet. 

zondag 29 maart 2026

Malheur aan de remmen plus een zichzelf benoemde 'handige' Harrie

Een laconieke pompbediende die zich op tien meter van het volgende tafereel bevindt, zal zich gedurende het uur dat ik aan mijn fiets staat te prutsen geheel afzijdig houden. Geen boe of bah komt eruit, zijn telefoon blijkt honderd keer interessanter dan een wereldfietser met malheur aan de achterrem. En mijn vermoeden is dat hij enige technische kennis en hopelijk ook beter gereedschap heeft, maar hij doet nul moeite om daar blijk van te geven. Ik krijg wel hulp van een passant die ik halverwege zijn ijverig gekluns de huid moet volschelden, voordat hij er met zijn ijverige totaal onkundig tengels er nog een grotere puinhoop van maakt.

Wat was er vandaag gaande?

De achterrem knarste en bleef continue maar knarsen. Na elke remactie was er geknars wat langzaam weg ebte, maar nooit helemaal verdween. De achterrem zat ook onder de opgedroogde modder van de viezige bergwegen. Tijd om eens de boel grondig schoon te maken en ik stop bij een benzinestation. Daar heb ik schaduw, ruimte, een toilet om mijn handen te wassen en wellicht nog wat hulp. Tijdens het demonteren van de remblokjes bleek er meer aan de hand te zijn. Een blokje had nog een halve millimeter koolstof, de ander niks meer. Dat was remmen met ijzer op ijzer. Volledig naar de vergallemiezen en dus tijd voor nieuwe, die ik gelukkig ook meegenomen heb. Lang leve goede paklijsten. Er was echter een probleem. Ik kreeg met geen mogelijkheid de nieuwe blokjes in de remklauw. De zuigers van de rem waren te ver naar binnen gedrukt en ik kreeg die onmogelijk terug. Het gereedschap dat ik hier voor nodig heb, ligt bij mij in de schuur en nu moet ik het doen met een Zwitsers zakmes. En daar krijg ik niks mee voor elkaar. Behalve frustratie opbouwen.

Dit is het punt waar 'handige' Harrie om de hoek komt kijken. Zo'n iemand die altijd graag wil helpen. Ook als hij toevallig een kaakchirurg aan het werk ziet, even kijken of hij nog was kan doen. Enige vorm van zelf reflectie of zelfkennis of hulp wel soelaas biedt, ontbreekt. Eerst krijg ik vragen in het Vietnamees, ik geef netjes antwoord in het Nederlands. Daarna gaat hij foto's maken en zijn telefoon bevragen. Na wijzen van mijn kant en gebarentaal valt het kwartje. Die zuigers moet terug worden gedrukt en hij biedt een schroevendraaier aan als wrikmiddel. Dat helpt helaas niks. Dan pakt hij mijn multitool en begint ongevraagd de gehele remklauw te demonteren. Dat is het moment waarop ik bijna ontplof.

NO DON'T DO THAT,  YOU ARE ONLY MAKING THINGS WORSE!! Ik ruk mijn multitool uit zijn handen en gebiedt hem te wieberen. Wat een halve gare, ongevraagd aan andermans fiets zomaar wat lukraak demonteren. Ik pak mijn telefoon en ga eens googelen hoe dit op te lossen. En waarempel, ik krijg goede tips. Met de oude blokjes krijg ik de zuigers wat terug geduwd en ik draai bij de remgreep de remvloeistof inbus was los om wat remvloeistof te lozen. Uiteindelijk lukt het om de nieuwe blokjes te monteren. Nog een klein beetje een aanlopende rem, maar dat laat ik even zitten. Ik sta al een uur te prutsen en ik was vanochtend niet vroeg weg. Nog een uurtje fietsen voor ik bij mijn volgende hotel ben.

woensdag 25 maart 2026

Overal Vietnamese vlaggetjes

 Minimaal duizend en een Vietnamese vlaggen heb ik al gezien. En die duizend en een gebruik ik alleen omdat makkelijk schrijft. Het werkelijke aantal is een veelvoud daarvan. Maar acht duizend en acht bekt niet zo lekker. In elk dorp, elk gehucht, elk ook maar enigszins bebouwd gebied is vol gehangen met vlaggen. Elke lantaarnpaal een vlag, veel huizen hebben nog extra vlaggen en winkelstraten zijn overdekt met linten met mini vlaggetjes. Die omgekeerde Nederlandse vlaggen van boze BBB boeren is een lachertje vergeleken met de hoeveelheid hier. En hier hangen ze goed, het is ook onmogelijk deze vlag verkeerdom te hangen.


Wat ik met afvroeg, is wat hier nu de gedachte achter is. Dit is niet iets Vietnamees, ook Thailand hangt vol met vlaggen, hun eigen vlag uiteraard. Cambodja hangt helemaal vol met vlaggen over Siem Raep, dat overwoekerde tempel complex. Wat is dit voor soort nationaal gevoel dat moet worden uitgedrukt? Zo van, wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! En dat om de twintig meter. Zou dat een idee zijn van de lokale bevolking? Mocht dat zo zijn, dan zit het diep verankerd in de volksaard van Vietnam, want geen dorp is onversierd. Of zou het van hogerhand opgelegd zijn? Het zou me niks verbazen in een communistisch land.

Een ander opvallend ding is, dat er geen 7/11 winkeltjes zijn. Ook de andere ketens ontbreken. Ik moet beter mijn best doen om winkeltjes te spotten om frisdrank en koekjes te vinden. Vaak is het een soort van schuur aan huis waar wat winkelvoorraad staat uitgestald. Een grote kastenwand met gekoelde drankjes ontbreekt. Vaak is er maar een koelkast met de lokale verzameling zoete drankjes, water en bier. Ook eten onderweg is complexer dan in Thailand. Hier stop ik ergens bij iets wat op een eetgelegenheid lijkt, ik wijs lukraak een gerecht op de kaart aan en wacht af wat ik krijg. Vooralsnog stelt de keuken me niet teleur.

En het verkeer valt mee. Mijn laatste ervaring was Java en Bali. Goede raad, ga daar nooit fietsen, echt nooit. Van alle wezens op aarde, zij het automobilisten, vrachtwagen chauffeurs, wandelaars, brommer rijders, kleine kinderen, kippen en bacteriën. Compleet onderaan de lijst van levende wezens staan wielrenners. Ze reden me nog liever om ver dan uit te wijken of te remmen. Niet dat Vietnam nu hele hoge ogen scoort wat betreft fiets veiligheid of verkeersveiligheid in het algemeen. Ik ben niet bang om hier ongelukken te krijgen. 



maandag 23 maart 2026

Hanoi

 

De zon piept even tussen de wolken door in Hanoi. Dat betekent twee dingen, een dat Vietnam wat meer glans krijgt, en twee dat ik de reis als oorlogstoerist heb overleefd.


Dubai airport is groot, echt super groot. Drie terminal, 6 pieren die eindeloos lijken door te lopen. Van gate C50 naar F17 ben je een half uur onderweg en onderweg kun je Schotse whisky, Zwitserse uurwerken, heel veel koffie en taartjes en drie Louis Vitton tassen kopen. Bij drie verschillende locaties dus. Koop je liever parfum, sierraden of een nieuwe Mercedes? Kan ook. En personeel is er in overvloed. Of ik kan beter zeggen, reizigers zijn er maar mondjesmaat. Vliegen via het Midden-Oosten blijkt vooralsnog eng en de tickets voor mijn vluchten waren pas een paar geleden beschikbaar. Emirates kondigde pas recent een nieuw beperkt vluchtschema aan, en op animo kon het niet rekenen.

Mijn beide vluchten zitten allesbehalve vol. Zo'n 20% vulling. Nogal onzinnig om daarvoor een Airbus A380, het grootste pssagierstoetsel ter wereld, in te zetten. Mijn reis levert dus veel beenruimte op plus een surrealistische gevoel op Dubai airport. Zelden in zo'n kolossaal gebouw zo weinig mensen zien lopen. Inchecken ging super vlotjes. Alleen bij de vlucht naar Hanoi stonden we nog heel lang bij de pier stil voordat de kist ging taxi-en. Dat was het enige moment dat ik me afvroeg of het luchtruim toch plots dicht was gegaan. Daarna volgde ook nog een taxi rit van een half uur voordat de startbaan was gevonden. En daarna dus gewoon met 400 duizend kilogram de lucht in, op weg naar Vietnam.

Op de luchthaven van Hanoi trekt mijn grote fietsdoos de aandacht van menig taxi chauffeur. Oh,.... bicycle, I have big taxi, follow me. Ik zet echter mijn negeer gezicht op en ga koffie drinken, eten plus een nieuwe sim kaart kopen. Om daarna met de Grab app een taxi te boeken die normale prijzen hanteert. Hotel, inchecken, kamer, bed, slapen. Mijn jetlag was moe.

De foto is van de volgende dag. Een beetje door Hanoi fietsen. 

zaterdag 21 maart 2026

Vliegen naar Hanoi

 Twee weken geleden werden reparatieringsvluchten uitgevoerd om gestrande reizigers uit het Midden-Oosten naar Nederland te krijgen. Wie vloog er nog? En wanneer precies? En hoe kom je op zo'n vlucht? Wie te contacteren? De luchtvaartmaatschappij of ministerie van buitenlandse zaken? Paniek al om, overal onduidelijkheid. Israël en de VS maakten er weer eens een puinzooi van in de wereld. Echt duizend maal dank aan alle Amerikanen en Joden die op de eikels Trump en Netanyahu hebben gestemd. Geef aggressieve malloten de macht en chaos in de wereld is gegarandeerd.


En zo rap als er paniek, niet veel later wordt alles weer 'normaal'. Ik zit nu in een kist die me van Schiphol naar Dubai zal brengen om daarna verder te vliegen naar Hanoi. En mijn fiets gaat mee. Ik heb drie dagen geleden bij Qatar Airways mijn ticket geannuleerd en direct daarna bij Emirates geboekt. Tegen een niet eens super onredelijk tarief. Doha zit nog steeds dicht, maar via Dubai vliegt weer redelijk veel. De kist zit overigens nauwelijks vol, maar iedereen ziet er typisch toeristen economy class uit. Hoodies, gymschoenen en nekkussentjes. Wondere wereld.

Ik ga vliegen naar Vietnam via het Midden-Oosten, alsof er niks aan de hand is. Fingers crossed, maar ik zie eigenlijk nu aan niks dat ook maar enigszins verontrustend is. Over 24 uur meer nieuws vanuit Hanoi

zondag 8 maart 2026

vietnam

Ik ben er klaar voor, nu de rest van de wereld nog. Zelfs mijn pols is er klaar voor die zit al meer dan een half jaar in de lappenmand. Vorig jaar was geen topjaar qua valpartijen en fysiek malheur. Mijn auto tegen de vangrail gereden, met de fiets in een greppel beland en een suffe verkeersboete. Dat was de oogst van drie weken Catalonië. En daarna moest de echte malheur nog beginnen.

Begin Augustus was de eerste valpartij met langdurige gevolgen. Gevalletje eigen schuld, dikke pols. Ik fietste naar het station en ik had zeeën van tijd, maar ik kan niet langzaam fietsen. Eerst over Daphne heen, dan de brug afdalen en een S-bocht op snelheid nemen. Nergens goed voor, nergens voor nodig en dan pas laat een fietser van rechts ontdekken die aan het spookrijden was. Ik had wellicht ook wat langzamer kunnen remmen, maar ik remde veels te bruusk. Het voorwiel blokkeerde, ik werd over mijn fiets heen gekatapulteerd en ik ving me met mijn polsen op. AU! Zadel kapot, de linker helft zat een centimeter lager, laptop met een grote deuk, mijn ego ingedeukt en een hele pijnlijke pols. Normale mensen doen dan slim en gaan weer terug naar huis en dan naar een dokter, ik fietste gewoon verder om mijn trein te halen. Pas op mijn werk en een bezoekje aan EHBO-er van dienst, plus een stel bezorgde collega’s toch maar besloten naar huis te gaan en het rustig aan te doen. Zou die pols gebroken zijn geweest? Dat blijft een vraag, ik heb geen foto’s laten maken. Te eigenwijs, het deed niet pijn genoeg om een breuk te veronderstellen. Dat was ook de gedachte van de dienstdoende EHBO-er. Het zal wel genezen, dacht ik.


Maar ik kon er dus echt niks mee. Tanden poetsen met rechts? Onmogelijk. Haren wassen met rechts? Niet aan beginnen, veels te pijnlijk. Eten moest met links, ik kon de lepel met mijn pols niet gedraaid krijgen zodat die in mijn mond verdween. Muizen met links, typen met links, alles moest plots met links. En 4 weken daarna zou ik al naar Indonesië gaan. Klote-timing. Maar een vakantie uitstellen, of niet fietsen op een vakantie is een no-go. Dus 4 weken super rustig aangedaan en daarna fietsen op Java en Bali, wat achteraf gezien een stom fietsland is. Het verkeer is er kannonen druk en je staat als fietser helemaal onderaan de rangladder van belangrijkheid. Ze rijden je nog liever om ver dan voor je te remmen. Plus een verstuikte pols, waar ik nog steeds niet goed op kon steunen en ook mijn elleboog kon ik niet helemaal strekken. Ook dit had een dreun gekregen. Na Indonesië volgde een jetlag, weekje Devox, verkoudheidje en zo sukkelde ik verder. Maar eindelijk eind November leek er licht aan het einde van de tunnel. Even op het einde van het jaar nog wat aangekocht verlof wegwerken met 2 weken Valencia. De pols deed niet zo heel moeilijk meer, de conditie begon weer een beetje te komen en de zon scheen in Spanje. What can possibly go wrong?


Nou,…..het ging dus weer mis. En nu echt. Na ruim een week fietsen, ga ik onderuit op een rotonde. OK, ik fietste niet langzaam. Zo’n 40 kmh over een mooie brede rotonde met wind mee en een lichtjes bergaf lopende weg. Ik was al 3 rotondes over gesjeest en bij de vierde lag ik plots het asfalt. Midden op de rotonde schuift de fiets onder me vandaan en dat aan 40 per uur. Da’s best een klap en ook een rare klap. Want hoe ben ik eigenlijk gevallen? Midden op de rotonde, dus ik hang naar links in de bocht en ik heb ook een schaafwond op mijn linkerheup. Ook het stuurlint links is compleet weg geschaafd. Maar ook mijn mouwstuk rechts is kapot, de rechterzak van koerstrui is gescheurd en mijn rechterpols is heel pijnlijk. En wat doe je dan als normaal mens na zo’n crash? Wellicht kun je dat beter een normale mensen vragen. Niet aan een wielerjunkee zonder pijngrens met een sloot adrenaline in zijn lijf. Ik ben gewoon 30 km terug gefietst naar mijn gehuurde apartement. Daarna kwam de pijn pas goed binnen en mijn bijna genezen pols was weer terug naar af. Ik sukkelde al ruim 3 maanden en ik was er bijna. Denk hier nu een aantal scheldwoorden bij. Noodgedwongen heb ik 2 dagen de toerist in Valencia gespeeld om dan toch weer op de fiets te kruipen. En dan ook weer de 100 km aantikken. Kon wel, dacht ik.


Na een vliegreis naar mét zware fietsdoos, een weekje werken, plus woon-werk verkeer op de fiets en een Snieklaas tochtje met veel pijn, toch maar eens naar de huisarts gegaan. Het was natuurlijk niet gebroken, maar wat dan wel. Goed, foto’s laten maken en het bleek dat ik niet een maar twee breuken in mijn pols had zitten. Hoe dan? Bij een van de de middenhandsbeentjes was een puntje bot afgebrokkeld en die zweefde er nu als non-union naast. Plus een scheur in het spaak been van vijf centimeter! Hoe kan ik zoiets niet voelen? Wat is dat voor theorie die iedereen bezigt dat gebroken botten zoveel pijn doen, dat alleen als iemand er naar kijkt, je de tranen in de ogen springen? Die verstuikte pols in Augustus was veel pijnlijker. Dit is inmiddels gebroken bot twee die ik pas laat ontdek. Ook mijn gebroken jukbeen werd pas 2 maanden nadien geconstateerd en ik heb nu de neiging om mijn hele lichaam eens door een scanner heen te trekken om te bezien wat er in het verleden nog meer gebroken is geweest.


En de remedie voor dit alles was,…… Ga maar lekker weer naar huis. Geen operatie, dan moesten ze namelijk eerst het bot weer breken, geen gips, gewoon een tijd niks doen. Ik heb niks gedaan, echt niks. Alles wat pijn deed uit de weg gedaan en dat 7 weken lang. En heeft dat iets geholpen? Nee, niet echt, het bleef pijn doen. Steunen op de pols was nog steeds heel lastig. Weer naar de huisarts, weer foto’s maken, weer nieuws. Het handwortelbeentje blijkt scaphoïd te heten en het afgebrokkelde puntje was weer begonnen met vastgroeien. Het spaakbeen was weer geheeld. En hoe nu verder vraag ik aan de huisarts? Ja,….er is geen remedie. Behalve geduld. En extra uitleg van de orthopeed, daar mag ik een afspraak voor maken. Ik krijg een doorverwijzing. Maar aan ziekenhuizen heb je niet zoveel. De eerste beste mogelijk afspraak die ik kon maken was over 5 weken. Gevalletje laat maar. Tegen de tijd dat ik met een orthopeed kan praten en uitleg kan krijgen, ben ik 5 weken verder. Oh nee acht, want ik ben ga ook nog vakantie naar Vietnam. Daarna kan ik uitleg krijgen over een Röntgen foto van 2 maanden geleden. Ze zoeken het maar uit. De pijn wordt trouwens ook minder en ik heb veel gefietst de afgelopen tijd om weer conditie te kweken.


Ik ga naar Vietnam. Tenminste dat hoop ik. Varkenskop Trump gooit roet in het eten. Je weet wel die man die een staatsgreep heeft pogen te plegen, en zijn mede-plegers amnestie heeft verleend, de man die zijn eigen bondgenoten dreigt met oorlogstaal, de man die het economische inzicht heeft van een kleuter van drie, plus het geo-politiek inzicht van een varken. Oh nee,….dat vind ik een belediging voor de varkens. Die eikel dus, heeft er voor gezorgd dat het luchtruim in het Midden-Oosten dicht zit. En laat ik nu net een ticket met Qatar airways hebben gekocht. Ik haat Trump. Corona gooide roet in het eten toen ik april 2020 naar Hanoi wilde vliegen. Dat feest ging niet door. En nu niet weer hé?


Vietnam. Ik ben er klaar voor. Pols redelijk genezen, conditie weer op peil. Nu moet de rest van de wereld nog een beetje meewerken.