De zon piept even tussen de wolken door in Hanoi. Dat betekent twee dingen, een dat Vietnam wat meer glans krijgt, en twee dat ik de reis als oorlogstoerist heb overleefd.
Dubai airport is groot, echt super groot. Drie terminal, 6 pieren die eindeloos lijken door te lopen. Van gate C50 naar F17 ben je een half uur onderweg en onderweg kun je Schotse whisky, Zwitserse uurwerken, heel veel koffie en taartjes en drie Louis Vitton tassen kopen. Bij drie verschillende locaties dus. Koop je liever parfum, sierraden of een nieuwe Mercedes? Kan ook. En personeel is er in overvloed. Of ik kan beter zeggen, reizigers zijn er maar mondjesmaat. Vliegen via het Midden-Oosten blijkt vooralsnog eng en de tickets voor mijn vluchten waren pas een paar geleden beschikbaar. Emirates kondigde pas recent een nieuw beperkt vluchtschema aan, en op animo kon het niet rekenen.
Mijn beide vluchten zitten allesbehalve vol. Zo'n 20% vulling. Nogal onzinnig om daarvoor een Airbus A380, het grootste pssagierstoetsel ter wereld, in te zetten. Mijn reis levert dus veel beenruimte op plus een surrealistische gevoel op Dubai airport. Zelden in zo'n kolossaal gebouw zo weinig mensen zien lopen. Inchecken ging super vlotjes. Alleen bij de vlucht naar Hanoi stonden we nog heel lang bij de pier stil voordat de kist ging taxi-en. Dat was het enige moment dat ik me afvroeg of het luchtruim toch plots dicht was gegaan. Daarna volgde ook nog een taxi rit van een half uur voordat de startbaan was gevonden. En daarna dus gewoon met 400 duizend kilogram de lucht in, op weg naar Vietnam.
Op de luchthaven van Hanoi trekt mijn grote fietsdoos de aandacht van menig taxi chauffeur. Oh,.... bicycle, I have big taxi, follow me. Ik zet echter mijn negeer gezicht op en ga koffie drinken, eten plus een nieuwe sim kaart kopen. Om daarna met de Grab app een taxi te boeken die normale prijzen hanteert. Hotel, inchecken, kamer, bed, slapen. Mijn jetlag was moe.
De foto is van de volgende dag. Een beetje door Hanoi fietsen.

