Als ik eten wil bestellen, gebeuren er doorgaans twee dingen. Ze blijven naast me staan en kijken hoe ik chocola probeer te maken van de menukaart. Dat kost heel veel tijd, ten eerste omdat er heel veel gerechten op staan, en ten tweede omdat ik dat allemaal moet vertalen met een app die ook nadenk tijd nodig heeft plus een telefoon die ook zijn eigen behoeftes heeft. Ga nou niet uit domme telefoon, je ziet toch dat ik bezig ben. Als de obers, of soms verzameling obers, zich er niet passief mee bemoeien, is er ook nog een actieve variant. Dan trekken ze de menukaart uit mijn handen en gaan ze in het Vietnamees aanwijzingen geven. Zich totaal niet bewust van hun eigen lompigheid, of het besef van de nutteloosheid om in hun eigen taal tegen een westerling te praten. Dit is doorgaans het punt waarop ik me begin te ergeren. Ik wilde graag eten bestellen, geen gevecht wie de menukaart mag vasthouden.
Het tweede opvallende zijn kerken en hangmatten. Niet in de kerk uiteraard. Maar zodra kerken tempels verdringen als gebedshuizen, dan verschijnen ook de koffie tenten waar meer hangmatten hangen dan dat er stoelen staan. Er is een duidelijke correlatie, het oorzakelijk verband ontgaat me. Mocht het bestaan.


