zondag 8 maart 2026

vietnam

Ik ben er klaar voor, nu de rest van de wereld nog. Zelfs mijn pols is er klaar voor die zit al meer dan een half jaar in de lappenmand. Vorig jaar was geen topjaar qua valpartijen en fysiek malheur. Mijn auto tegen de vangrail gereden, met de fiets in een greppel beland en een suffe verkeersboete. Dat was de oogst van drie weken Catalonië. En daarna moest de echte malheur nog beginnen.

Begin Augustus was de eerste valpartij met langdurige gevolgen. Gevalletje eigen schuld, dikke pols. Ik fietste naar het station en ik had zeeën van tijd, maar ik kan niet langzaam fietsen. Eerst over Daphne heen, dan de brug afdalen en een S-bocht op snelheid nemen. Nergens goed voor, nergens voor nodig en dan pas laat een fietser van rechts ontdekken die aan het spookrijden was. Ik had wellicht ook wat langzamer kunnen remmen, maar ik remde veels te bruusk. Het voorwiel blokkeerde, ik werd over mijn fiets heen gekatapulteerd en ik ving me met mijn polsen op. AU! Zadel kapot, de linker helft zat een centimeter lager, laptop met een grote deuk, mijn ego ingedeukt en een hele pijnlijke pols. Normale mensen doen dan slim en gaan weer terug naar huis en dan naar een dokter, ik fietste gewoon verder om mijn trein te halen. Pas op mijn werk en een bezoekje aan EHBO-er van dienst, plus een stel bezorgde collega’s toch maar besloten naar huis te gaan en het rustig aan te doen. Zou die pols gebroken zijn geweest? Dat blijft een vraag, ik heb geen foto’s laten maken. Te eigenwijs, het deed niet pijn genoeg om een breuk te veronderstellen. Dat was ook de gedachte van de dienstdoende EHBO-er. Het zal wel genezen, dacht ik.


Maar ik kon er dus echt niks mee. Tanden poetsen met rechts? Onmogelijk. Haren wassen met rechts? Niet aan beginnen, veels te pijnlijk. Eten moest met links, ik kon de lepel met mijn pols niet gedraaid krijgen zodat die in mijn mond verdween. Muizen met links, typen met links, alles moest plots met links. En 4 weken daarna zou ik al naar Indonesië gaan. Klote-timing. Maar een vakantie uitstellen, of niet fietsen op een vakantie is een no-go. Dus 4 weken super rustig aangedaan en daarna fietsen op Java en Bali, wat achteraf gezien een stom fietsland is. Het verkeer is er kannonen druk en je staat als fietser helemaal onderaan de rangladder van belangrijkheid. Ze rijden je nog liever om ver dan voor je te remmen. Plus een verstuikte pols, waar ik nog steeds niet goed op kon steunen en ook mijn elleboog kon ik niet helemaal strekken. Ook dit had een dreun gekregen. Na Indonesië volgde een jetlag, weekje Devox, verkoudheidje en zo sukkelde ik verder. Maar eindelijk eind November leek er licht aan het einde van de tunnel. Even op het einde van het jaar nog wat aangekocht verlof wegwerken met 2 weken Valencia. De pols deed niet zo heel moeilijk meer, de conditie begon weer een beetje te komen en de zon scheen in Spanje. What can possibly go wrong?


Nou,…..het ging dus weer mis. En nu echt. Na ruim een week fietsen, ga ik onderuit op een rotonde. OK, ik fietste niet langzaam. Zo’n 40 kmh over een mooie brede rotonde met wind mee en een lichtjes bergaf lopende weg. Ik was al 3 rotondes over gesjeest en bij de vierde lag ik plots het asfalt. Midden op de rotonde schuift de fiets onder me vandaan en dat aan 40 per uur. Da’s best een klap en ook een rare klap. Want hoe ben ik eigenlijk gevallen? Midden op de rotonde, dus ik hang naar links in de bocht en ik heb ook een schaafwond op mijn linkerheup. Ook het stuurlint links is compleet weg geschaafd. Maar ook mijn mouwstuk rechts is kapot, de rechterzak van koerstrui is gescheurd en mijn rechterpols is heel pijnlijk. En wat doe je dan als normaal mens na zo’n crash? Wellicht kun je dat beter een normale mensen vragen. Niet aan een wielerjunkee zonder pijngrens met een sloot adrenaline in zijn lijf. Ik ben gewoon 30 km terug gefietst naar mijn gehuurde apartement. Daarna kwam de pijn pas goed binnen en mijn bijna genezen pols was weer terug naar af. Ik sukkelde al ruim 3 maanden en ik was er bijna. Denk hier nu een aantal scheldwoorden bij. Noodgedwongen heb ik 2 dagen de toerist in Valencia gespeeld om dan toch weer op de fiets te kruipen. En dan ook weer de 100 km aantikken. Kon wel, dacht ik.


Na een vliegreis naar mét zware fietsdoos, een weekje werken, plus woon-werk verkeer op de fiets en een Snieklaas tochtje met veel pijn, toch maar eens naar de huisarts gegaan. Het was natuurlijk niet gebroken, maar wat dan wel. Goed, foto’s laten maken en het bleek dat ik niet een maar twee breuken in mijn pols had zitten. Hoe dan? Bij een van de de middenhandsbeentjes was een puntje bot afgebrokkeld en die zweefde er nu als non-union naast. Plus een scheur in het spaak been van vijf centimeter! Hoe kan ik zoiets niet voelen? Wat is dat voor theorie die iedereen bezigt dat gebroken botten zoveel pijn doen, dat alleen als iemand er naar kijkt, je de tranen in de ogen springen? Die verstuikte pols in Augustus was veel pijnlijker. Dit is inmiddels gebroken bot twee die ik pas laat ontdek. Ook mijn gebroken jukbeen werd pas 2 maanden nadien geconstateerd en ik heb nu de neiging om mijn hele lichaam eens door een scanner heen te trekken om te bezien wat er in het verleden nog meer gebroken is geweest.


En de remedie voor dit alles was,…… Ga maar lekker weer naar huis. Geen operatie, dan moesten ze namelijk eerst het bot weer breken, geen gips, gewoon een tijd niks doen. Ik heb niks gedaan, echt niks. Alles wat pijn deed uit de weg gedaan en dat 7 weken lang. En heeft dat iets geholpen? Nee, niet echt, het bleef pijn doen. Steunen op de pols was nog steeds heel lastig. Weer naar de huisarts, weer foto’s maken, weer nieuws. Het handwortelbeentje blijkt scaphoïd te heten en het afgebrokkelde puntje was weer begonnen met vastgroeien. Het spaakbeen was weer geheeld. En hoe nu verder vraag ik aan de huisarts? Ja,….er is geen remedie. Behalve geduld. En extra uitleg van de orthopeed, daar mag ik een afspraak voor maken. Ik krijg een doorverwijzing. Maar aan ziekenhuizen heb je niet zoveel. De eerste beste mogelijk afspraak die ik kon maken was over 5 weken. Gevalletje laat maar. Tegen de tijd dat ik met een orthopeed kan praten en uitleg kan krijgen, ben ik 5 weken verder. Oh nee acht, want ik ben ga ook nog vakantie naar Vietnam. Daarna kan ik uitleg krijgen over een Röntgen foto van 2 maanden geleden. Ze zoeken het maar uit. De pijn wordt trouwens ook minder en ik heb veel gefietst de afgelopen tijd om weer conditie te kweken.


Ik ga naar Vietnam. Tenminste dat hoop ik. Varkenskop Trump gooit roet in het eten. Je weet wel die man die een staatsgreep heeft pogen te plegen, en zijn mede-plegers amnestie heeft verleend, de man die zijn eigen bondgenoten dreigt met oorlogstaal, de man die het economische inzicht heeft van een kleuter van drie, plus het geo-politiek inzicht van een varken. Oh nee,….dat vind ik een belediging voor de varkens. Die eikel dus, heeft er voor gezorgd dat het luchtruim in het Midden-Oosten dicht zit. En laat ik nu net een ticket met Qatar airways hebben gekocht. Ik haat Trump. Corona gooide roet in het eten toen ik april 2020 naar Hanoi wilde vliegen. Dat feest ging niet door. En nu niet weer hé?


Vietnam. Ik ben er klaar voor. Pols redelijk genezen, conditie weer op peil. Nu moet de rest van de wereld nog een beetje meewerken.













zaterdag 22 november 2025

Valencia stept

Valencia stept. Dat zal vast niet de slogan zijn die het stadsbestuur de wereld in willen slingeren om de stad van de sinasappels te willen promoten. En toch stept Valencia, ze lopen nog veel meer, de bus rijdt en autos staan in de file.

Spanje is traditiegetrouw een land van bussen, voetgangers en autos. Spanjaarden lopen naar hun werk, of ze pakken het openbaar vervoer. Tenzij ze van ver buiten de stad komen, dan pakken ze de auto. Want waar in de stad op elke straathoek een bushalte is, waar elke vijf minuten een bus stopt, naar elke andere willekeurige straathoek, ben je in de omliggende dorpen al blij dat er een keer per dag ergens een bus vertrekt. De auto is dan de enige overblijvende optie. Dat beeld van dertig jaar geleden heeft in de afgelopen drie decennia redelijk stand gehouden, maar er is toch wel degelijk iets veranderd.

Er zijn tegenwoordig fietspaden in de steden en nog best veel ook. Die omslag is er niet zomaar van gisteren op vandaag. Vanuit een planologisch technocratische blik is de fiets een ideaal transportmiddel in een stad. Maar daarvoor moeten er twee zaken wijzigen. Er dient een mentaliteitsverandering gerealiseerd te worden van fietsen als sportieve hobby op zondagochtend naar fietsen als vervoermiddel. En er moet ruimte worden gemaakt voor een fietspaden netwerk in een bestaande stad. Dus trottoirs versmallen en rijbanen inpikken van autos die toch al in de file stonden. Daar is duidelijk wat tijd voor nodig.

Nu zijn ze in Valencia aardig op weg om de stad fietsvriendelijk te maken. Het is nog geen Utrecht, maar het is een oneerlijk om mijn stad, een wereldwijd walhalla voor wielrijders, als vergelijkingsmateriaal te gebruiken. Valencia telt nu heel veel fietspaden, daar is echt een fors deel van de openbare ruimte voor opgeofferd. Met een gangetje van 15-20 kmh is het prettig fietsen. Harder en het wordt snel onoverzichtelijk. Te veel signalen zoals stoplichten en verkeerstekens ontgaan je dan, en de paden zijn voor die snelheid ook te hobbelig. Het is nog geen Utrecht.

Maar fietst Valencia nu ook? Ja. Maar vooral, ja maar. En ook best wel een nee. Zijn er e-bikes? Nee, nauwelijks. Zijn er fatbikes? Nee, er zijn geen te kleine goedkope China brol fietsen met dikke banden waar twee veertien jarige pubers, als sardientjes in blik, tegen elkaar aan gedrukt, met 30+ op rondrijden zonder de pedalen te geselen. Schoolgaande jeugd op klassieke Nederlandse stadsfietsen? Nee, de jeugd fietst niet. Het is volwassenheidsdingetje. Alleen toeristen in het stadscentrum zie je op Nederlandse stadsfietsen. Wielrenners? Nee, die vind je alleen buiten de stad. Moeders met bakfietsen waar 2 kinderen, een hond en een volle boodschappentas in zit? Nee, ook geen bakfietsen.

Wie fietst er dan wel en waar op? Minimaal ouder dan twintig en jonger dan zestig, werkvolk dus. En ze fietsen doorgaans op een oude sportieve fiets. Het lijken de mensen te zijn die voorheen ook al op zondagochtend er op uit trokken voor een sportief rondje en die nu hun oude barrel inzetten voor stadsritten. Er is ook de Valenciabisi, een soort publieke fiets, waar je een app voor nodig hebt, om die uit en in de rekken te krijgen die overal in de stad staan. Zo'n typische moderne one-size-fits-nobody fiets met verschrikkelijke banden en een hopeloos zadel. Ook daarvan zie je er een paar rijden. Maar meer dan de helft van de berijders op de rode fietspaden zijn steps. Elektronische steps wel te verstaan. Klein, compact, rechtopstaand, vaak behelmd, en redelijk rap zoeven ze door de stad.

Dus het is niet Valencia fietst, maar Valencia stept. En het is eigenlijk helemaal geen steppen. Ze staan stil op een plank en ze houden de hoge stok met het stuurtje vast. Het zijn meer luie voetgangers die het lopen zijn verleerd en met 20-25 km door de stad heen zoeven. Valencia stept zal dus hoogst waarschijnlijk nooit een slogan worden 

woensdag 17 september 2025

Toerist in Ubud

Ubud is verzameling kleine straatjes, gerangschikt als een schaakbord met een schier oneindig aantal mini winkeltjes. Teak houten bordjes met I love Bali, koelkast magneten, love Bali slippers en T-shirts met surfing in Bali is the ultimate experience. Ubud ligt niet aan zee. Dat is dertig kilometer verderop. En dat is slechts een kleine mini mini opsomming van alle prullaria die hier te koop is. Koffie, pollepels, waaiers, batik hemden, sarongs, Budha beeldjes, Hindoe beeldjes, wierrook, kunst, armbandjes, paraplus, schaaltjes, onderzetters, mokken, jurken, en en en en nog veel meer. Het houdt niet op met I love Bali souvenirs. En als je geen souvenirs wilt kopen, dan kun je een tattoo laten zetten, of naar de kapper, of naar de masseur, of een smoothie drinken, of koffie, of thee, of bier, of Indonesisch eten, of Chinees, of Indiaas, of Italiaans, of Koreaans, of croissants. Het kan echt allemaal.

Wat echter totaal onmogelijk is, of op zijn minst erg lastig, is voortbewegen. Het hele stratenplan is een groot mega verkeersinfarct. Autos sukkelen meter voor meter voorwaarts, tenminste áls ze rijden. Ze staan vaker stil. Brommers proberen er tussen te laveren, maar dat gaat ook super langzaam. Voetgangers hebben iets meer bewegingsvrijheid. Alleen is er nauwelijks een trottoir. Ten eerste is die smal, vaak in gebruik genomen door winkeltjes, en de stoeprand is minimaal drie decimeter hoog. Veel voetgangers lopen tergend traag achter hun voorligger aan. Ze kunnen niet rapper en de meesten willen ook niet harder omdat elk stalletje aandacht trekt en het blijft ook nog eens tropisch warm. Toch zijn ze nog altijd sneller van A naar B dan de autos. Haast bestaat niet en spoed is overleden.

Waarom is het hier zo druk? Verwacht van mij geen uitgebreide historie van internationaal toerisme op Bali van de afgelopen drie decennia. Wat ik weet, komt ook uit de boekjes. Iets met kunst, een relaxte sfeer die backpackers aantrekt, en het wemelt van de oude tempels. Plus rijstvelden in de weide omtrek. Wat er daarna gebeurt, is een zichzelf versterkend effect. Aandacht trekt aandacht. Ubud groeit omdat Ubud groeit. Iedereen wil naar Ubud omdat iedereen naar Ubud wil. Ubud is overigens geen op sex belust Sodom en Gomera, daarvoor moet je aan de kust zijn. Het trekt brave toeristen. Heel heel veel brave toeristen. Zelfs ik ben er. En ik doe een beetje de toeristen onzin dingen mee. Tempeltje, bekijken, masseur, taartje eten en de was laten doen. Ik heb eigenlijk ook min of meer fietsen in Indonesië opgegeven. Fietsen is hier domweg niet leuk. Te druk, te gevaarlijk, te slechte wegen, veelal idoot steile klimmen. Ik ga vanavond zelfs naar een Balinese dansvoorstelling. Het moet niet gekker worden. 

zondag 14 september 2025

Observaties op Java en Bali

1 Audi
1 Volvo
2 Mercedesen
1 MG
De Volvo en de Mercedes waren oudjes, de andere twee niet. Verder zie ik alleen maar Aziatische autos, Toyota Daihatsu, Honda zijn dominant. Maar waar laten die vier Europese autos hun onderhoud doen?

Je hotel pasje om je hotel deur mee open te krijgen is ook nodig in de lift. En waag het niet om het pasje te gebruiken om naar de zesde te gaan als je kamer op de vijfde ligt. Dat mag dus niet. Met de trap gaan, mag ook niet.

Het verkeer is oerstom. Ze kunnen niet rijden, ze zien geen gevaar, het is kanonnen druk. Inhalen over een doorgetrokken streep met naderende tegenliggers is hier geen uitzondering. Ik heb een stuk getreind om het verkeer te ontlopen. Ik ga nooit meer fietsen op Java, ook niet in Taiwan. De twee meest verkeersonvriendelijke landen waar ik ooit heb gefietst. Het is gevaarlijk, hier lang fietsen gaat geheid een ongeluk opleveren. En het erge is dat ze zelf niet inzien dat hun gedrag gevaarlijk is. Ik ben zelf ook niet de meest voorzichtig ingestelde. Er zit in mij altijd nog een klein jochie dat nergens gevaar ziet, maar ouderdom heeft me geleerd het kleine jochie te negeren. Zo doe ik soms toch iets verstandigs. Het lijkt wel of elke Indonesische chauffeur een infantiele kleuter in zich herbergt die het begrip gevaar niet eens kent en er ook nog naar luistert.

De keuken lijkt in niets op wat wij kennen van Indonesische restaurants in Nederland. Babi Pangang heb ik nog nergens gezien. Babi is varken en het is een moslim land. Dus,.....

Ze doen ook aan boeven belasting. Dat zijn entree kosten die een veelvoud zijn van wat een Indonesiër betaalt. Denk aan een factor tien. De meeste dingen zijn echter spotgoedkoop. Het is in velen opzichten ook een arm land. Ik bedoel, ik heb ook mensen kleding in de rivier zien wassen.

Het merendeel van wat ik op Google maps zie, blijkt in de praktijk anders. Wegen die super rustig lijken, kunnen net zo goed super druk uitpakken. Openingstijden zijn een indicatie. Restaurants bestaan niet meer. En tempels verdwijnen zomaar.

De meeste hotels zijn super goedkoop. Omgerekend voor zo'n 30 euro slaap je een luxe 4 sterren hotel. Uiteten in een lokaal restaurant met plastic stoelen en wc-papier als servet, kost nog geen 5 euro. En dan krijg je twee hoofdgerechten en een drankje. In een luxe restaurant aan zee, en verse vis, betaal je het dubbele.

Er wordt veel gerookt en weinig bier gedronken. Het goedkoopste pakje sigaretten kost iets meer dan een euro. Of dat voor lokale begrippen nu echt duur is of niet, weet ik niet. Ik ken het modale inkomen niet, en AI helpt me hier ook niet verder, maar het is vergelijkbaar met een lokale maaltijd, of een retourtje Bali Java met de boot. Een grote fles Bintang (620 ml), het lokale biermerk, kost in een restaurant 5 euro. In de supermarkt is geen bier te koop. Moslims hé, maar het is er dus wel. Dat varken is nog veel moeilijker te krijgen.

Het eeste opvallende verschil tussen Bali en Java is dat er op Bali landschap te zien is. Bijna heel Java is zo super bebouwd dat je altijd wel tegen een gebouw aankijkt. Bali is rustiger en daar zie je wat vaker zee of bergen. Vooralsnog een verademing. Het verkeer is even knudde als op Java. Dat helaas ook.

Bali kent een andere tijdzone dan Java, UTC+7 en UTC+8. Mijn telefoon was op Java al op Bali tijd gesprongen. Lekker verwarrend allemaal. Geo lokatie had er even geen zin in. 

donderdag 11 september 2025

Trein op Java, en hopelijk ook nog een fiets

De volgende keer dat ik een treinkaartje koop in Indonesië, dan neem ik expliciet mijn fiets mee, gewoon om te laten zien dat mijn fiets een fiets is, en niet een of ander fantasie ding dat in de hoofden van de kaartverkopers bestaat.

Wat nu weer? Twee dagen geleden ging ik naar het trein station om een treinkaartje te kopen. Ik kocht een treinkaartje. Naar Ketapang, zo'n 600 km verder naar het oosten. Ik heb twee keer uitdrukkelijk gevraagd dat ik een fiets wilde meenemen. Bicycle. Bicycle. Ik sprak langzaam en duidelijk Engels en ik kreeg netjes antwoord. Yes, that's possible. Ze bedoelde daarmee eigenlijk, Nee meneer dat is totaal onmogelijk en overmorgen zul je de consequenties maar aanvaarden.

Ik was vandaag ruim op tijd op het station, bijna een uur van tevoren, en maar goed ook, want die tijd bleek hard nodig. Mijn verschijning, man met fiets, trok direct de aandacht van het personeel. Wat ik met die fiets van plan was? Meenemen op de trein, dat kon toch volgens jullie kaartverkopende fantasie dame. Nee dus. Ik weet dat een nee vaak nog wel kan worden omgedraaid naar een ja, op voorwaarde dat je maar beleefd en vriendelijk blijft. Maar nu had ik daar een beetje een hard hoofd in. Het eerste wat ze me aanboden was om mijn ticket te annuleren. Ze verontschuldigde zich voor het misverstand en hoopte dat daarmee de kous af was. Toen sloeg bij mij langzaam de paniek toe. Nee, niet nog een keer 600 km fietsen op Java. Ik heb er geen tijd voor, ik mis mijn vlucht naar huis en ik wou dit avontuur graag overleven. Als ik over staat wandel, dan wandel ik steevast aan de rechterkant. Ze rijden hier links en dan zie ik mijn moordenaars tenminste op me af komen. In de meeste andere landen gebruik ik het woord tegenligger, maar potentiële moordenaars is hier beter op zijn plaats. Die panische blik, plus het feit dat dit gesprek net naast het kantoortje plaatsvindt, waar ik twee dagen eerder een kaartje kocht, en dus kon het verhaal daar geverifieerd worden, zorgde toch voor een soort hap snap oplossing.

En die oplossing heet expeditie. Of ik mee wilde lopen, tegen meerkosten, kon het alsnog geregeld worden. Fiets mee achter een mannetje aanlopen. Langs alle winkeltjes, voorbij de sporen, het station uit, de straat oversteken. Waar gaan we naar toe dan? Naar een magazijn wat vol staat met in karton verpakte brommers, dozen, bouwmateriaal en een paar witte busjes. En veel mensen die overal omheen zwerven. Goed, kantoortje in en mijn mannetje geeft uitleg aan de dame achter de balie. Paspoort laten zien, al eerder gekocht treinkaartje tonen. Proberen vriendelijk te blijven lachen, maar echt happy ben ik niet. Ik begin nu ook wel te beseffen dat mijn fiets niet op dezelfde trein meegaat als ik. Nog een 294.000 roepie betalen en terug naar het station. En wanneer komt mijn fiets dan aan? Mijn mannetje zegt de volgende dag. Hoe laat? In the morning. Nine o'clock, ten o'clock, eleven o'clock? Next train is het antwoord. Het weet het zelf waarschijnlijk ook niet. GVD. Straks gaat dat nog dagen duren ook, voordat die fiets ergens opduikt. Ik baal nu als een stekker en hoop nu maar dat het goed komt. Ik kan er nu ook niks meer aan veranderen, terwijl ik in trein zit en de rijstvelden langzaam aan me voorbij trekken. Zucht.

dinsdag 9 september 2025

Java cycling dag 1-8

Kanonnen drukke wegen en super hectisch verkeer vormden de eerste paar dagen van mijn fiets vakantie op Java. Wat doe ik hier in godsnaam? Plus een rechterarm die nog niet helemaal genezen is en wat fietsen ook wat pijnlijk maakt. Ik dacht al vrij snel, ik pak een trein, of een bus, ze zoeken het maar uit hier met dat oerstomme verkeer en drukkte. Ik ben zelfs een keer bijna omver gereden door een ambulance. Hoeveel gekker wil je het krijgen? Dat dacht ik meestal 's middags na een drukke dag en een pijnlijke pols. De volgende ochtend was ik weer uitgeslapen, de pols niet meer pijnlijk en had ik weer motivatie om door te gaan. En ik kwam ook af en toe op mooie wegen, waar het wel mooi fietsen was en langzaam maar zeker geneest de pols ook. En dat ondanks het feit dat die tijdens het fietsen aardig op zijn flikker krijgt. Ik kwam zelfs andere fietsers tegen, en ik heb nu een nieuwe Javaanse Strava volgster erbij.

Na 8 dagen fietsen ben ik nu ik Yogjakarta, kortweg door iedereen Yogja genoemd. Het staat zelfs op de putdeksels hier, nee da's geen grap. Het is ook de stad die wereldwijd bekend is vanwege twee grote oude tempel complexen, Borobudur en Prambanan. Ik ga proberen mijn cultuur barbarisme even van me af te schudden en de toerist uit te gaan hangen. En daarna pak ik alsnog een trein die me naar het oosten van Java brengt. Al fietsende ga ik het beoogde plan niet halen. Ik ga te langzaam, teveel tegenwind, 20 procent klimmen, een half functionerende rechterarm en wellicht ook een te ambitieuze planning, zorgen voor een change of plans. En zodoende heb ik de kans om wat langer op Bali te verblijven. Dat staat veel meer bekend als een toeristen trekpleister dan Java en wellicht ook wel met een reden.


IDR 2 EUR

100 Indonesische roepie is de kleinste eenheid aan muntjes die ik tot nog toe heb gezien, maar meestal doen ze geen moeite om die terug te geven. 71.800 roepie wordt doorgaans afgerond tot 72.000. En gelijk hebben ze. 100 roepie staat gelijk aan een halve euro cent. De muntjes van 500 roepie gooi ik vaak ook weg, of ik laat ze achter voor het kamermeisje. Maar dan alleen als ik nog wat meer klein spul heb wat ik erbij kan leggen. Voor een paar euro cent aan fooi achterlaten is ook wat denigrerend. Duizend roepie bestaat in de verschijningsvorm van munt en briefgeld. Een briefje van DUIZEND!! Ja,... zo'n 5 cent dus. Overige briefjes gaan in 2, 5, 10, 20, 50 en 100 duizend. De pinautomaat levert alleen briefgeld van 50 en 100 duizend roepie. De officiële koers is ongeveer 19.000 roepie voor een euro. Je bent hier nogal snel miljonair. Miljardair is ook niet zo moeilijk, ruim 50 duizend euro en je bent er al. Ik deel voor het gemak alles door 20.000. Het grootste briefje uit de pinautomaat is dus slechts 5 euro. En meer dan 3 miljoen roepie tegelijkertijd pinnen, is me nog niet gelukt. 30 briefjes is sowieso al een pak geld om in mijn portemonnee te proppen.

Maar je kan vaak ook gewoon pinnen. Niet overal en het is maar de vraag of je pinpas werkt. Het Visa logo op mijn ASN pas doet het vaak beter dan het Maestro logo op mijn ING pas. Vandaag deden ze het allebei niet op het trein station. Maar mijn ING creditcard deed het dan weer wel. Wel een beetje genant om drie verschillende passen te proberen. Pinnen blijkt in de praktijk ook goedkoper dan geld uit de pinautomaat trekken. Betere koers en minder transactie kosten. Maar dat laatste is meer uit interesse van mijn vorige werkgever geboren, om te letten op transactie kosten en wisselkoersen. Zo heel duur is het leven in Indonesië niet. Ik slaap doorgaans in vrij luxe hotels, waar je in Nederland rap 180 euro voor betaalt, maar hier is het vaak maar rond de 30 euro. Uiteten 's avonds kost vaak niet meer dan 5 euro.