zaterdag 21 april 2012

Trainen in de regen

Het is 8 graden, het regent en het waait. Ik zou willen zeggen dat het stormt maar dat is niet waar. Maar zoveel scheelt het ook niet. Ik fiets buiten in een troosteloze polder. Wat doe ik hier? Simpel antwoord natuurlijk. Trainen, wat anders. Over 5 weken sta ik aan de start van de Gran Fondo Marcialonga in de Italiaanse Dolomieten en dan wil ik in vorm zijn. Maar die regen van vandaag had van mij echt gehoeven. Ik hou niet van regen. Tsjaa,... wie wel zou je zeggen.

Michael Rasmussen hield van regen. Zoveel zelfs dat het hem noodlottig werd. Hij won bijna de tour van 2007 maar werd met het geel om de schouders door zijn werkgever Rabobank op staande voet ontslagen. Rabo knikkerde de Deen uit de ploeg uit lijfsbehoud. Rasmussen had zitten sjoemelen met de dopingregels en Rabo moest iets doen om zijn hachje en een tour deelname voor 2008 te redden. Rasmussen was woest en is dat jaren gebleven. De grootste fout die de Deen maakte was dat hij teveel van regen hield. Op mooie dagen traint iedere renner was zijn gedachtegang. Maar als het strontweer is, dan zitten mijn concurrenten thuis op de bank. Rasmussen genoot van een regen training. Hij trainde wel en de rest niet. Hij werd beter en de rest niet. Op mooie dagen trainde iedereen, dan pak je geen voorsprong.

In de aanloop van de tour van 2007 besloot Rasmussen bewust te liegen en fingeerde een trainingsstage in Mexico. In werkelijkheid zat hij in de Dolomieten. Hij wilde even geen doping autoriteien om zich heen hebben en had geen zin in een onverwachte out-of-competition controle. Verdachter dan dit kan gewoon niet. Deze leugen kwam uit tijdens de tour en dat kostte hem de kop. Op een dag met enorm strontweer zag Davide Cassani Rasmussen trainen in de Dolomieten en maakte even een praatje. Cassani verkende een etappe die hij voor de RAI moest verslaan. Het gesprek was kort ban duur maar Cassani herinnerde het zich wel tijdens de tour. Het Mexico verhaal viel hiermee door de mand en dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Rasmussen mocht naar huis. Rabo had genoeg van zijn geklooi met de regels.

En waarom reed ik vandaag in de regen? Omdat mijn concurrentie dan niet traint? Nee, gewoon omdat de weervoorspelling er faliekant naast zat. Die brede opklaringen waar weeronline over schreef, bleken een grove leugen.

zaterdag 14 april 2012

In het zog van de wereldkampioen

Na de straffe training tijdens de Paasdagen (609 km in 5 dagen) is het vandaag wel weer tijd voor een leuke klim toertocht. Vanuit Bennekom organiseert de stichting C.B.F.B. de Tour de Haute Veluwe. Geen idee waarom ze deze naam gekozen hebben. Ik vind het nogal kolderiek klinken. De route is echter zeer mooi. Vaak goede wegen door de bossen met een paar mooie beklimmingen over de heuvelrug. Niet de pietepeuterige rot weggetjes maar juist de lange klimmen over goed lopend asfalt. Ik kies bewust voor deze tocht en sta niet aan de start van de toer versie van de Amstel Gold Race die vandaag wordt verreden. Er is een wereld van verschil tussen deze twee tochten. De twee grootste verschillen zijn de prijs en de sfeer. De AGR is 8 keer zo duur (echt waar!) en de sfeer is opgefokt en commercieel. Nee, dan liever een kleinschalige tocht.

Als ik me in sta te schrijven zie ik dat Marianne Vos naast me staat. Negenvoudig wereldkampioene op de weg, veld en baan. Nooit geweten dat zij interesse zou hebben om een toertocht te fietsen waar doorgaans louter goedbedoelde wielertoeristen aan deelnemen. Ik start net iets eerder dan haar en 5 km later wordt ik ingehaald door Vos, nog een Rabo renster en 4 man die er om een of andere reden ook bij horen. Toch maar even aansluiten, denk ik.

Op dat idee komen meer mensen en ik vrees dat we dadelijk met 50 man in het zog van een vrouw gaan rijden. Dat lijkt me best gênant. Als dat gaat gebeuren dan haak ik af. Maar dat gebeurt niet. Veel groter dan een man of 15 wordt de groep niet. Het merendeel dat we inhalen kan of wil niet volgen. Op de Berg en Dalse weg wordt na 60 km gas gegeven. Voorheen reden we nog met 35 kmh op het vlakke. Nu klimmen we met 35 kmh. Ik hang als enige nog aan het groepje en later sluit nog een renner aan. De rest is eraf gereden. Na 85 kmh rijdt de wereldkampioene rechtdoor waar het parkoers rechtsaf gaat.

Ik ga voor het parkoers en laat de groep verder voor wat het is. Wel jammer. Nu komen de beklimming van de Posbank en de Zijpenberg er aan. Al het voorafgaande werk was buiten blad werk. Deze twee klimmen zijn het serieuzere werk. Ik had nu wel eens willen zien hoe lang ik had kunnen volgen. Na 4 uur en 42 minuten sta ik weer in Bennekom. Dat is een gemiddelde van 32,1 kmh op een parkoers van 151 km met zo'n 800 tot 1000 hoogtemeters. Dat is lang niet slecht. Met dank aan een wereldkampioene.

zondag 1 april 2012

De ronde van Vlaanderen

Vandaag is Vlaanderens volkfeest. De ronde van Vlaanderen. Dit is een slotstuk van koersen op Vlaamsche bodem. De driedaagse van de Panne, Gent Wevelgem en de E3 prijs hebben wel al gehad. En volgens mij vergeet ik er dan nog een paar. Sporza zendt bijna de gehele dag beelden uit. De kranten staan al dagenlang vol. Er zijn al meer woorden over de Ronde geschreven dan dat de Ronde aan meters telt.

Om half tien opent Sporza al de uitzending met de start van de koers vanuit het centrum van Brugge. De renners zetten hun handtekening op het grote bord op het podium. Daar achter staat een verslaggever van Sporza om renners te interviewen. Dit is eigenlijk het leukste van de hele koers. Als je alleen tijd hebt om even te kijken, pak dan alleen dit stukje mee. Björn Leukemans krijgt 3 standaard vragen. Hoe voel je je? Wat kun je vandaag en wie zijn de favorieten. Er komt alleen maar dom geklets uit zijn mond. Heerlijk, dit is geen licht. Stein de Volder blinkt uit in eueueuhhh zeggen. Op elke vraag 13 keer euh zeggen en dan nog niets. Ook Boonen komt aan het woord. De top favoriet voor de Belgen. Tom staat te glunderen gelijk een klein kind. Hij heeft er zin in. Boonen heeft een stijve. Chavanel spreekt Frans. Geen idee wat hij te melden had. Cancelara, de tweede grote top favoriet houdt een filosofische verhaal. Hij geeft aan vertouwen te hebben in zichzelf, zijn ploeg en de ploegleiding. Bah, ik houd niet van gezwets om een sponsor te plezieren. De start is om 10 uur in Brugge maar dat is een show start. Er wordt in een rustig tempo door de straten gereden achter de wedstrijd auto. Buiten Brugge valt de officiële start op de ring ergens ter hoogte van de Citroën garage. Dat klinkt wat minder glorierijk.


De eerste aanvaller is een Duitser. Hij krijgt 10 meter en wordt na 300 meter weer gegrepen. De volgende vluchter is een Rus. Vladimir Isaichev pakt 50 meter, daarachter een groep van 15 renners en dan het peloton. Volgende aanval. Hovelink in een lelijk groen tenue. Groen is geen kleur voor wielrenners. Ook dit is geen succes. Wie nu? de Ronde telt pas 6 officiële kilometers. Een Spaanse renner van Euskatel rijdt weg in Zerkegem. Hovelink zit weer mee. Nu dan toch? Nee, peloton op een lang lint. De uitzending stopt nu. Tijd om een zelf even een rondje te gaan rijden. Om half een ben ik weer thuis en de koers wordt weer live uitgezonden. Het is nog 149 km. De heren coureurs hebben een dikke 90 km gedaan in 2 uur tijd.

De koers gaat verder met de gebruikelijke beelden. Brede doorgaande wegen worden afgewisseld met smalle binnendoor weggetjes. Af en toe rijdt er een renner lek. Links boven in beeld staat hoe ver het nog is en wat de achterstand van peloton is. G1 122km P. 4:17 Bij tijd en wijle een valpartij. Plus een heleboel buts wegen. Kassei hellingen, kassei stroken en ander mislukt asfalt. Welkom in Vlaanderen. In tegenstelling tot de ronde van Frankrijk, komen hier nooit pittoreske plaatjes in beeld. De commercie heeft dus nog wat te leren van de Fransozen. Elke kasteel dat in la grand boucle in beeld komt, heeft daarvoor betaald. Een minuut helikopter beeld betekent gewoon dat er geld is gedokt. In Vlaanderen is er alleen maar koers in beeld. Koers, koers en nog een koers. Er zijn alleen maar renners te zien. Niet een keer wordt uit gezoomd om een of ander gebouw deftig in beeld te brengen. Zo hoort het ook. Ondanks dat dit een volksfeest is waar honderdduizenden mensen op af komen, is er tijdens de uitzending geen seconde aandacht voor de randverschijnselen van de koers.
Na 77 km beginnen de renners aan de eerste beklimming van de oude Kwaremont. Dit is het begin van de finale; de rest was slechts voorspel. Eenmaal in mijn leven heb ik de Kwaremont gereden en dat was wel genoeg. De helling stelt weinig voor; geen steile stroken en niet echt lang. Als dit een asfalt weg zou zijn, dan was het niet meer dan een lang stuk lichtjes klimmen. Maar het venijn zit in de kasseien. Kasseien komen er in soorten en maten en er zijn al boeken over volgeschreven. De kasseien op de Kwaremont liggen ronduit slecht. En dat bedoel ik ook echt slecht. Er zijn 2 snelheden die prettig zijn op kasseien. Twaalf en zesendertig kilometer per uur. Alles daar tussen voelt als een castratie. En de Kwaremont is niet echt steil. Dus de snelheid zit in de pijnzone. De Paterberg die rap na de Kwaremont volgt, is makkelijker. Dat is een steil bult van 360 meter lang waar je 47 meter stijgt. De kasseien liggen ook iets netter. Hier is het een een kwestie van even flink rammen en dat ben je boven. Na de Pater is de kopgroep nog 15 man groot en het peloton telt nog zo'n 80 man. De Ronde begon vanmorgen in Brugge met een deelnemersveld van 200 man. Er zijn dus al meer dan 100 renners naar huis gereden. Bij elke bult dunt het peloton uit. En na elke bult groeit het peloton ook weer aan. De Kwaremont en de Paterberg zorgt voor een schifting. Na een beklimming liggen er 30 man af. Twintig daarvan weten in de tussenliggende stukken weer aansluiting te vinden. Na 255 km en 16 bulten is het peloton doorgaans uitgedund tot een mannetje of 20. Dat is de kracht van deze koers. Steile korte hellingen en butswegen.

Op kilometer 195 en nog 60 te gaan, wordt de koers onthoofd. DE topfavoriet Fabian Cancelara komt ten val en kan niet verder. Hij blijft liggen en het ziet er slecht uit. Dit is geen val van snel opstaan en direct doorgaan. Dit is een val in de categorie einde koers en wellicht ook in de categorie einde voorjaar. Zelfs de Belgische commentator vloekt hardop in de uitzending. Maar ik vraag me af of dit nu echt erg is. De eerste geruchten duiden op een gebroken sleutelbeen. Dat is natuurlijk erg en is duidelijk de categorie einde voorjaar. Maar wat zouden anderen renners nu denken. Jammer, maar wel meer kansen voor mij dus. Sport is sport en geen liefdadigheid. Sport gaat over winnen. Niet over mooi koersen of sociaal verantwoord gedrag. Wat doe je als je tegenstander half kreupel op de grond ligt? Juist! Je geeft hem een trap na, pakt zijn eten af en gaat er vandoor.

Op km 42 voor het eind zien we Langeveld heel hard onderuit gaan. De manier waarop hij naar zijn schouder grijpt zegt mij genoeg. Dat is het tweede gebroken sleutelbeen van vandaag. Op een brede baan wordt door een peloton van 80 man vaart gemaakt. Met meer dan 70 kmh knalt het over de langzaam dalende weg. Iedereen wil vooraan rijden want straks volgt de tweede beklimming van de Kwaremont. Dit is een gegarandeerd recept voor valpartijen. Langeveld duikt rechts het fietspad om naar voren te rijden. Een paar toeschouwers schrikken van zijn actie en willen terug rennen naar het trottoir. Langeveld rijdt er vol op en zijn fiets verliest in deze knal een voorwiel en landt 20 meter verderop.

Op de tweede beklimming van de Kwaremont is het eindelijk oorlog. Eindelijk na meer dan 4 uur koers wordt er serieus aangevallen. Even daarna is er op Pater een valpartij en het halve peloton staat stil. Dit doet me denken aan een spotje van de Nederlandse overheid. In het spotje wordt uitgelegd dat het beter is om bij kleine ongelukje niet op de snelweg te blijven maar een parkeer plaats op te zoeken. Dit wordt geïllustreerd door 2 veldrijders die een kleine aanrijding hebben gehad en midden op het parkoers gaan staan bakkeleien over de schuldvraag. Niemand kan er langs. Deze val op Paterberg lijkt er sprekend op. Alleen stappen in dit geval de renners gewoon over het ongeluk heen.


Op de derde beklimming vind de beslissende aanval plaats. Ballan rijdt weg op de Kwaremont. Dit is een echt Flandrien actie. Gewoon harder gaan rijden op strontwegen en kijken wie kan volgen. Ballan is mijn held. Daar komt zelden tot nooit een inteligent woord uit. Hij kan knoerdhard fietsen en wil altijd kopwerk doen. Heerlijk! Zonder dit soort renners zou de koers geen koers zijn. Ballan krijgt Pozzato en Boonen mee. Deze drie heren gaan beslissen wie de ronde wint. Boonen heeft de sterkste sprint en dus de beste papieren. Ballan snapt nog net dat hij beter nog een keer kan demareren. Pozzato hoopt gewoon op de sprint. Ballan demareert in totaal 3 keer. De laatste keer zelfs van kop af. Prachtig, onhandiger kan gewoon niet. Ballan trekt ook nog de sprint aan voor Boonen en Pozzato. Die man verdient een standbeeld. Boonen wint met gemak de sprint. Hij wint zijn derde Ronde. Boonen blij. Vlaanderen blij. En laat het bier nu maar komen.

zaterdag 31 maart 2012

Koersdag 5


Het waait vandaag. De lente is weer even zijn schuilhok in gedoken en het weer is weer even normaal. Dat abnormale lenteweer zo vroeg in maart beviel mij overigens beter. Er staat een forse noordwesten wind te blazen en dat is doorgaans niet mijn vriend. Het brengt koude oceaanlucht en buien. Daarnaast is noordwest ook gewoon onhandig. Ik probeer mijn rondjes zo te plannen dat ik op de terugweg wind mee heb. Als ik eerst 7 km in noordwestelijke richting rij, sta ik bij het Markermeer en daarna is het plons. Maar ik rij geen lange ronde vandaag; het is weer tijd voor koers op Sloten. En ook daar waait het ook hard; zo'n 36 kmh. Wind en koers is een combinatie die mij bijzonder slecht af gaat. En om een of anderen duistere reden rij ik nog slechter bij noordwesten wind. Windkracht 5 en zuidenwind verteer ik beter dan windkracht 5 het het noordwesten. Geen idee waarom. Er zit geen logica in en toch is het zo.

De koers  begint tam met 2 langzame rondjes en ik vraag me af waarom eigenlijk. 36 kmh en een compact peloton. Daarna is het raak en blijft het raak. Het wordt oorlog in peloton die zijn weerga niet kent. Na 5 km slaat de vlam in de pan en ontaardt de koers in een heuse waaierkoers. Er staat bijna overal harde wind van opzij en er worden alleen maar waaiers gemaakt. Waaiers smelten niet samen. Waaiers waaieren verder uit. En het gaat hard. Echt heel erg hard. De koers lijkt niet op de koersen van afgelopen weken. Toen was het makkelijk volgen in de buik van het peloton. Nu heeft iedereen het moeilijk. Na 10 km rijden er 15 man weg en het peloton laat even begaan en gaat daarna pas jagen. In de jacht blijft er nagenoeg niets van het peloton over. Het waaiert alleen maar uit elkaar en het is mij nu al duidelijk. Dit gaat vandaag niet meer goed komen. 15 man weg en een peloton dat geen vuist kan maken. Het is überhaupt een wonder dat ik nog tijd heb om hierover na te denken. Mijn pols staat in het rood en ik moet vechten om het wiel voor me te houden.

Ik kan dit niet, ik heb dit nooit gekund en ik vraag me af of het ooit ga kunnen. Tegen de wind in rijden. Na 20 km is mijn motivatie tot op het nulpunt gedaald. Ik rij nu in een waaier achter het peloton aan en mijn waaier is weer aan het op snipperen. Waarom zou ik nog door koersen?  In een poging ergens op P47 te finishen en daarvoor nog een uur in het rood te moeten rijden. Na 25 km koers geef ik het op. Ik rij een rondje uit en lever mijn rugnummer in. En dat is voor het eerste dat ik deze koers vroegtijdig verlaat. Hier baal ik van. Dit is me nog nooit eerder gebeurd. En al zou het wel ooit eerder gebeurd zijn dan heb ik het verdrongen. Hier ben ik niet trots op.

Als ik omgekleed ben, kijk ik nog even wie er nog in koers zijn. Een kopgroep van 10 man en een 'peloton' van 20 man. De rest is inmiddels ook afgestapt.

woensdag 28 maart 2012

Fietsen is niet altijd leuk

Ellendig rondje Markermeer. Fietsen hoort leuk te zijn. Het is tenslotte mijn hobby. De bedoeling is dat je daar een beetje van geniet. Vandaag lukt dat voor geen meter. Ik erger me voornamelijk aan drie dingen. Een is de wind, twee is een teller die continue stoort en dan is er ook nog een verzameling buts wegen.

Het rondje Markermeer is 150 km lang. De lengte wordt doorgaans iets langer omdat het leuker is om over de dijken te rijden dan over de fietspaden langs de kaarsrechte provinciale wegen. Het rondje kent ook een 'point of no return'. Als ik bij Hoorn zit, dan heb ik 75 km gedaan. Terugrijden is dan even ver als het rondje afmaken. Tot aan Hoorn heb ik wind tegen. En ik hou al niet zo van wind. Maar als het goed is moet vanaf Hoorn alles wind mee worden. Tot aan Enkhuizen klopt dit ook maar op de Enkhuizerdijk staat de wind welliswaar mee maar ik merk er niet zoveel van omdat het fietspad net aan de verkeerde kant van de dijk ligt. Vanaf Lelystad is alles weer wind tegen. Honderd kilometer wind tegen, 20 km wind mee en 30 km geen wind. Vanaf de Enkhuizerdijk trap ik vierkant op mijn fiets. De teller stoort voor de zoveelste keer vandaag. Ik rij geen 1,8 kmh. Nog zoiets waar ik me aan kan ergeren. Apparaten die niet of half werken. Ik geef er eens een tik tegen. Kijken of dat helpt. Niet dus. Ik tik iets te hard en een of ander stukje plastic breekt af. Nu is het kreng helemaal waardeloos geworden. Ik ruk het hele apparaat los en prop alles in mijn achterzak die ik bij de eerste de beste prullenbak leeg. Zo, dat is een ergernis minder.

En waarom leggen we niet gewoon overal asfalt aan? Klinkerwegen met een superstijf wielren frame en banden met 8 bar is echt geen pretje. Naarmate ik vermoeider raak, ga ik het steeds irritanter vinden. Mijn rug doet al pijn na 5 uur in het zadel. Een verzameling klinkers die lukraak op het wegdek zijn gemikt, kunnen me even gestolen worden.

Als ik thuis kom val ik plat op bed en blijf een half uur liggen. Dit was geen leuk rondje.

dinsdag 27 maart 2012

Presenteren is ook een kunst

Ik zit in de kantine en met mij nog 600 man. Dadelijk gaat de Board of directors een presentatie houden over de status van de bezuinigingsrondes. Eigenlijk mag ik het geen kantine noemen. Het heet officieel bedrijfsrestaurant. Dat is een dure naam om de prijzen op te drijven. Sinds we een nieuwe cateraar hebben, neem ik tegenwoordig mijn eigen bammetjes mee. Geen zin om daar het drievoudige voor te willen betalen als ik diezelfde boterhammen in het bedrijfsrestaurant zou kopen. En het is een kantine. Zolang je ergens een boterham met hagelslag kan kopen, dan verdient het de naam restaurant niet. Ooit gepoogd om bij een echt restaurant een boterham met jam te bestellen?
Nee, dat dacht ik al.

Mark Staalman zal dadelijk het woord gaan voeren. Dat is de CEO van deze toko. Ik verheug me er nu al op. Ik zit naast een collega alvast het komende praatje te analyseren. Straks krijgen we een boeiende speech, begin ik. Zo'n presentatie waarbij je vanaf de eerste tot de laatste minuut geboeid zit te luisteren. Ongeacht of we nu slecht of goed nieuws te horen krijgen. Dit wordt weer een feestje. Onze baas kan echt boeiend vertellen. Hij is een geboren betoger die een publiek voor zich kan winnen door een helder verhaal te vertellen. Precies met de goede intonatie, af en toe een halve grap en toch steeds serieus. Als dit bedrijf ooit ten gronde gaat aan wanbeleid of aan een tegenzittende markt, dan kan onze grote baas zo aan de slag in de politiek. Hij is een geboren redenaar.

NIET DUS!!! Na anderhalve minuut zijn mijn gedachten weggedwaald. Ik moet nog een mailtje beantwoorden, besef ik en ik zit te bedenken hoe ik de java release netjes in Netbeans krijg. Barst,.... toch afgeleid. En ik had me nog zo voorgenomen om mijn aandacht erbij te houden. Ik doe nog een poging om het verhaal op te pikken. Mark vertelt dat hij graag wil dat we na de presentatie 4 headlines hebben onthouden. Na het noemen van de vierde, ben ik de eerste al weer kwijt en nu ik dit blog schrijf, ben ik ze alle vier al vergeten. Wat ben ik ook toch een warhoofd. Vier simpele feitjes onthouden en dat mislukt al.

Het volgende lid van de BOD komt aan het boord. Onze Duitse vriend Gerard Mayer blijkt perfect Nederlands te zijn gaan spreken en hij weet een aardig verhaal te houden over de jaarcijfers van 2011. Een gave op zich. Vervolgens komt Jan Bloemendaal aan het woord. Het derde lid van de BOD. Ook zijn verhaal is boeiend om te volgen. Waarom houden die twee niet de hele presentatie?

Als je ergens niet goed in bent, besteed het dan uit. Ik doe ook geen onderhoud aan mijn auto. Dat laat ik aan Volkswagen over. Ik werk ook niet als tolk. Dat is niet handig met een stotter. Mischien moet Mark eens ten rade gaan bij zichzelf of het heel misschien toch niet beter zou zijn om anderen wat meer aan het woord te laten.

zaterdag 24 maart 2012

koersdag 4

45 kilometer trainen. Dat is alles vandaag. Dat klinkt niet als veel maar dat is een vergissing. Het zijn 45 kilometer met wind tegen. Dat maakt het al wat lastiger. Maar er is meer. Voordat ik aan de 45 kilometer begin heb ik nog wat anders gedaan. Ik begin niet uitgerust aan mijn 45 kilometer maar ik fiets eerst 108 km voordat ik er überhaupt aan begin.

Dit vergt wellicht wat uitleg. Een lichaam wordt beter door training. Maar niet elke training is even effectief en heeft hetzelfde doel. Er zijn hele boeken over vol geschreven maar ik zal hier geen college gaan geven. Maar ik wil wel kort even het volgende uitgelegd hebben. Een renner die altijd een rit van 2 uur rijdt in een bepaalde hartslagzone zal in het begin zijn conditie zien verbeteren maar na verloop van tijd komt er een stagnatie. Het lichaam ‘gelooft’ die inspanning onderhand wel en ziet geen noodzaak zichzelf aan te passen om de volgende keer de pijn beter te doorstaan. Een goed getraind lichaam zal steeds een zwaardere prikkel moeten krijgen om conditie verbetering te bewerkstelligen. De renner in kwestie zou voor de gein eens 3 uur moeten gaan fietsen. Tot 2 uur gaat alles lekker maar dat laatste uur wordt harken. En juist dat uur zorgt voor het trainingseffect. Daardoor zal het lichaam zich proberen aan te passen om de volgende keer wel 3 uur fietsen aan te kunnen.
Mijn training vandaag bestaat uit koersen op Sloten. Maar dan wel op de fiets naar de koers en op de fiets terug. De koers zelf is namelijk niet lang genoeg en niet vermoeiend genoeg. En de laatste paar keren verliep de koers om een manier die mij niet zint. Geen ontanppingen en geen lijn in de spurts. Bij elke spurt stormen 50 man als een stel mongolen op de finish af. Daar valt voor een angsthaas als ik geen eer te behalen. Dus dan maar eerst 48 km met wind mee naar Amsterdam fietsen. Dan 60 km koers waar ik voornamelijk peloton vulling ben. En dan 45 kilometer naar huis fietsen met een zeurende wind tegen. Dat laatste is het zwaarste deel van de dag en daar word ik beter van.
Nu maar hopen dat bovenstaande theorie ook echt hout snijdt.  Nu ben ik vooral moe! Die conditieverbetering zie ik pas over een paar dagen.