donderdag 6 augustus 2026
Maastricht Aix en Provence
zaterdag 18 april 2026
Vietnam hoody
Ten eerste worden brommers hier voor alles ingezet. Het vervoeren van een koe, 5 honden in een kooi of ruim 1000 eieren. Kan allemaal, niet tegelijkertijd, er zijn drie brommers voor nodig. Maar het kan. Brommers worden verbouwd zodat grote vrachten mee kunnen. Het maakt niet uit hoe breed, lang of hoog het geheel wordt, zolang het nog maar net bestuurbaar blijft. Tien meter aan bamboe stammen die over de grond schuren, 5 meter aan gordijn rails op de schouders en die exact recht naar voren zien te houden, of 10 jerrycans van 10 liter water elk? Allemaal voorbij zien komen. En dat zijn dus alleen de bagage voorbeelden. Ook mensen zijn met gemak op een brommertje te proppen. Papa, mama, kind plus baby. Met gemak. Het kind zit voorop op een speciaal geconstrueerd krukje dat tussen de buddyseat en de stuurkolom is vast geklemd. Papa rijdt, mama houdt de baby vast. Komt vast allemaal goed bij een aanrijding. Papa en mama dragen tenslotte een helm die verder weinig voorstelt. En baby en kind hebben kennelijk geen bescherming nodig.
Bescherming voor de huid is wel essentieel. Ik kreeg de eerste paar keer dat ik op de massagetafel lag de opmerking dat ik lange mouwen en een lange broek moest aan doen. Die bruine armen benen van mij, dat bleek echt geen porum. Zo wil de Vietnamees niet door het leven gaan, die wil graag blank blijven. En dus dragen velen hier alleen maar lange kleding. Voor dames is er een soort jellabah jas. Het heeft niks met de islam te maken, moskeeën en hoofddoeken zie je hier niet, maar de jas die ze dagen is een lange jas top op de enkels met er aan vast een grote capuchon. En speciale flappen die over de handpalmen heen vallen. De stof is nog redelijk aan de dunne kant. Maar nu komt het idiote, heel veel jeugd draagt een hoody, en dan niks geen dunne stof, gewoon een dikke warme hoody. Zesendertig graden Celsius en liever ontploffen qua hitte dan een bruine tint op je wangen.
En het is bloed warm, niet in de zon kunnen staan warm. Dertig seconden en je wil naar de schaduw, of nog liever de airco. Een hoody, hoe bedenk je het?
dinsdag 14 april 2026
Zuid Vietnam
Als ik eten wil bestellen, gebeuren er doorgaans twee dingen. Ze blijven naast me staan en kijken hoe ik chocola probeer te maken van de menukaart. Dat kost heel veel tijd, ten eerste omdat er heel veel gerechten op staan, en ten tweede omdat ik dat allemaal moet vertalen met een app die ook nadenk tijd nodig heeft plus een telefoon die ook zijn eigen behoeftes heeft. Ga nou niet uit domme telefoon, je ziet toch dat ik bezig ben. Als de obers, of soms verzameling obers, zich er niet passief mee bemoeien, is er ook nog een actieve variant. Dan trekken ze de menukaart uit mijn handen en gaan ze in het Vietnamees aanwijzingen geven. Zich totaal niet bewust van hun eigen lompigheid, of het besef van de nutteloosheid om in hun eigen taal tegen een westerling te praten. Dit is doorgaans het punt waarop ik me begin te ergeren. Ik wilde graag eten bestellen, geen gevecht wie de menukaart mag vasthouden.
Het tweede opvallende zijn kerken en hangmatten. Niet in de kerk uiteraard. Maar zodra kerken tempels verdringen als gebedshuizen, dan verschijnen ook de koffie tenten waar meer hangmatten hangen dan dat er stoelen staan. Er is een duidelijke correlatie, het oorzakelijk verband ontgaat me. Mocht het bestaan.
zaterdag 11 april 2026
Dingen die opvallen in Vietnam 🇻🇳
Google maps loopt 5 jaar achter. Het kan ook drie zijn of acht, maar de praktijk loopt vooruit op de digitale informatie. Bedrijven komen en gaan en komen en gaan heel rap. Een restaurant is met gemak binnen 2 jaar failliet, maar Google maps vermeld nog wel dat ze bestaan. Zo stond ik bij een plek wat op Google maps een museum was, en er stonden ook wat oude tanks bij het hek, maar in de praktijk werd ik bij de entree door een soldaat met een geweer tegengehouden. Ook reviews kloppen vaak niet. Zo kan bij een massage winkel staan dat ze de auto goed en vakkundig hebben gerepareerd, maar inmiddels zit er alweer een cafe. Ik heb in een guesthouse verbleven dat wemelde van de 5 sterren beoordelingenen en alles aan dat guesthouse deugde niet. Ze zouden 4 sterren hebben en daar was de prijs ook naar, maar een ster was al hoog gegrepen voor ze.
Restaurants verkopen vaak één gerecht. Bijvoorbeeld Bun Bu Hue, dat is een soort soep, iets anders hebben ze niet. Dit zijn de typische aan huis restaurant. Je kijkt zo de woonkamer in en de brommers van de familie staan tussen de goedkope lage plastic tafeltjes. Kun je het zelf voorstellen dat er langs van de weg in Nederland een bord staat met Kippensoep. En daar kun je dan een kop kippensoep krijgen. Geen brood erbij. Tomatensoep? Nee. Championsoep? Ook niet. Gegrilde kip? Nee, alleen maar kippensoep. Maar hier werkt dat dus wel.
Vertaal apps werken. Google Lens ook. Ik kan menukaarten 'lezen' en Engels praten tegen een app en dan zie ik een lap Vietnamese tekst die door de lokale bevolking wordt begrepen.
Agoda is een klungel app. Je kan daar met gemak een hotel boeken dat helemaal vol zit. Geen punt. Je krijgt er ook een bevestigingsmail bij.
Mijn navigatie speeltje Wahoo vindt de doorgaande weg eng. Ik word met regelmaat van de grote weg gestuurd en via allerlei kleine achteraf weggetjes weer naar die zelfde grote weg geleid. De enige manier namelijk om ergens te komen, is via die doorgaande grote weg. En eng is die weg allesbehalve. Ja, er rijden vrachtwagens en grote bussen, maar ik voel me redelijk veilig op de mini vluchtstrook. Op de achteraf weggetjes zit welliswaar veel minder verkeer, maar het wegdek is hopeloos slecht. Zelfs de erbarmelijke kapot gereden wegen in België zijn beter. Google maps doet sowieso niet aan fiets navigatie. Wel voor autos, brommers, openbaar vervoer en wandelaars. Fietsers begrijpt Google niet in Vietnam. Dat is wel onhandig, want alleen bij wandelen krijg ik er hoogte informatie bij. Maar de wandel route pakt niet altijd de doorgaande weg.
Stoplichten werken met een aftel systeem. Bij elk stoplicht loopt een teller af hoe lang het nog rood blijft, en hoe lang nog groen. En dat werkt heel erg goed. Ze doen ook niet aan over optimalisatie. Zo van, eerste deze ene baan voor linksaf op groen en verder alles op rood, dan die ene baan voor rechtdoor en dan weer de fietsers. Hier staat bij een regulier kruispunt de ene weg op rood en de ander op groen en 30 seconden later andersom. Als je linksaf wil, moet je tussen het tegemoetkomend verkeer door laveren. Dat klinkt als een recept voor chaos, de praktijk is dat het vlot doorrijdt.
zondag 5 april 2026
Midden Vietnam
dinsdag 31 maart 2026
Noord vs Zuid
Noord en Zuid Vietnam, dat is altijd zo'n dingetje geweest. Ooit waren het echt twee landen met een heuse grensovergang. Dat begon in 1954 na de akkoorden van Genève, maar in 1955 brak de Vietnam oorlog al uit. 20 jaar later, miljoenen doden verder, een volledig verwoest land en daarna was er een Vietnam. Ik ga geen blog schrijven over de oorlog. Ik probeer verschillen te zien tussen Noord en Zuid. En dat doe ik nu op basis van een tweetal observaties die beiden gekleurd zijn en ook totaal verschillend.
Mijn observatie van het Zuiden stamt uit 2015 en is dus 11 jaar oud en leunt op mijn geheugen. Dat is natuurlijk allemaal niet echt betrouwbaar, maar toch is er een groot verschil tussen de reis van 11 jaar geleden en nu. Is Vietnam veranderd? Klopt mijn geheugen niet? Of is Noord echt anders dan Zuid? Mijn redenen om na 2015 niet meer naar Vietnam was best een lange lijst. Eigenlijk was er maar een goede reden om terug te gaan en dat was de keuken. De rest was redelijk waardeloos. Vooral de ongelofelijk lompe mentaliteit van de bevolking stoorde me. Ze reden met hun brommertje achteruit tegen mensen aan op het trottoir om ze vervolgens vuil aan te kijken waarom ze niet aan de kant gingen. Dat soort werk. Overal werden wissel truckendozen uitgehaald tussen US dollars en Dongs en elke keer probeerden ze me een poot uit te draaien. Ik werd elke dag minimaal een keer een vrouw aangesmeerd. Alsof ik een loslopende portemonnee met was met seks op mijn voorhoofd getatoeëerd.
De ervaringen deze reis die nu zo'n beetje van Noord naar het midden van Vietnam is verstreken, is totaal anders. Het verkeer is veel minder verschrikkelijk dan elf jaar geleden. Ja, ze toeteren veel en er lijkt een soort toetoettaal te bestaan, maar ik voel me wel veilig in het verkeer. En iedereen is super vriendelijk. Opvallend. Ze smeren me hier geen vrouwen aan, maar er komt een motorrijder naast me rijden die me en gekoeld flesje water aanrijkt. Da's toch duidelijk andere kost. Nagenoeg elke scholier roept heel enthousiast hello. Als ze een vraag stellen is het natuurlijk altijd, where are you from. Ik weiger om Holland te zeggen, dus ik zeg altijd braaf, the Netherlands. Niemand snapt dat. Echt niemand. Buitenlanders, zijnde niet-Vietnamezen zag ik alleen in Hanoi en op de Ho Chi Minh route zag ik westerlingen in oude Amerikaanse jeeps rondrijden. Verder niks. Dit lijkt een typisch geval van de negenennegentig regel. 99% van de toeristen gaan naar 1% van het land. Ze klonteren samen op de Lonely Planet hotspots.
Over weekje kom ik zuidelijker en ik ben benieuwd hoe de wereld er daar nu uitziet.
zondag 29 maart 2026
Malheur aan de remmen plus een zichzelf benoemde 'handige' Harrie
Wat was er vandaag gaande?
De achterrem knarste en bleef continue maar knarsen. Na elke remactie was er geknars wat langzaam weg ebte, maar nooit helemaal verdween. De achterrem zat ook onder de opgedroogde modder van de viezige bergwegen. Tijd om eens de boel grondig schoon te maken en ik stop bij een benzinestation. Daar heb ik schaduw, ruimte, een toilet om mijn handen te wassen en wellicht nog wat hulp. Tijdens het demonteren van de remblokjes bleek er meer aan de hand te zijn. Een blokje had nog een halve millimeter koolstof, de ander niks meer. Dat was remmen met ijzer op ijzer. Volledig naar de vergallemiezen en dus tijd voor nieuwe, die ik gelukkig ook meegenomen heb. Lang leve goede paklijsten. Er was echter een probleem. Ik kreeg met geen mogelijkheid de nieuwe blokjes in de remklauw. De zuigers van de rem waren te ver naar binnen gedrukt en ik kreeg die onmogelijk terug. Het gereedschap dat ik hier voor nodig heb, ligt bij mij in de schuur en nu moet ik het doen met een Zwitsers zakmes. En daar krijg ik niks mee voor elkaar. Behalve frustratie opbouwen.
Dit is het punt waar 'handige' Harrie om de hoek komt kijken. Zo'n iemand die altijd graag wil helpen. Ook als hij toevallig een kaakchirurg aan het werk ziet, even kijken of hij nog was kan doen. Enige vorm van zelf reflectie of zelfkennis of hulp wel soelaas biedt, ontbreekt. Eerst krijg ik vragen in het Vietnamees, ik geef netjes antwoord in het Nederlands. Daarna gaat hij foto's maken en zijn telefoon bevragen. Na wijzen van mijn kant en gebarentaal valt het kwartje. Die zuigers moet terug worden gedrukt en hij biedt een schroevendraaier aan als wrikmiddel. Dat helpt helaas niks. Dan pakt hij mijn multitool en begint ongevraagd de gehele remklauw te demonteren. Dat is het moment waarop ik bijna ontplof.
NO DON'T DO THAT, YOU ARE ONLY MAKING THINGS WORSE!! Ik ruk mijn multitool uit zijn handen en gebiedt hem te wieberen. Wat een halve gare, ongevraagd aan andermans fiets zomaar wat lukraak demonteren. Ik pak mijn telefoon en ga eens googelen hoe dit op te lossen. En waarempel, ik krijg goede tips. Met de oude blokjes krijg ik de zuigers wat terug geduwd en ik draai bij de remgreep de remvloeistof inbus was los om wat remvloeistof te lozen. Uiteindelijk lukt het om de nieuwe blokjes te monteren. Nog een klein beetje een aanlopende rem, maar dat laat ik even zitten. Ik sta al een uur te prutsen en ik was vanochtend niet vroeg weg. Nog een uurtje fietsen voor ik bij mijn volgende hotel ben.
woensdag 25 maart 2026
Overal Vietnamese vlaggetjes
Minimaal duizend en een Vietnamese vlaggen heb ik al gezien. En die duizend en een gebruik ik alleen omdat makkelijk schrijft. Het werkelijke aantal is een veelvoud daarvan. Maar acht duizend en acht bekt niet zo lekker. In elk dorp, elk gehucht, elk ook maar enigszins bebouwd gebied is vol gehangen met vlaggen. Elke lantaarnpaal een vlag, veel huizen hebben nog extra vlaggen en winkelstraten zijn overdekt met linten met mini vlaggetjes. Die omgekeerde Nederlandse vlaggen van boze BBB boeren is een lachertje vergeleken met de hoeveelheid hier. En hier hangen ze goed, het is ook onmogelijk deze vlag verkeerdom te hangen.
Wat ik met afvroeg, is wat hier nu de gedachte achter is. Dit is niet iets Vietnamees, ook Thailand hangt vol met vlaggen, hun eigen vlag uiteraard. Cambodja hangt helemaal vol met vlaggen over Siem Raep, dat overwoekerde tempel complex. Wat is dit voor soort nationaal gevoel dat moet worden uitgedrukt? Zo van, wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! En dat om de twintig meter. Zou dat een idee zijn van de lokale bevolking? Mocht dat zo zijn, dan zit het diep verankerd in de volksaard van Vietnam, want geen dorp is onversierd. Of zou het van hogerhand opgelegd zijn? Het zou me niks verbazen in een communistisch land.
Een ander opvallend ding is, dat er geen 7/11 winkeltjes zijn. Ook de andere ketens ontbreken. Ik moet beter mijn best doen om winkeltjes te spotten om frisdrank en koekjes te vinden. Vaak is het een soort van schuur aan huis waar wat winkelvoorraad staat uitgestald. Een grote kastenwand met gekoelde drankjes ontbreekt. Vaak is er maar een koelkast met de lokale verzameling zoete drankjes, water en bier. Ook eten onderweg is complexer dan in Thailand. Hier stop ik ergens bij iets wat op een eetgelegenheid lijkt, ik wijs lukraak een gerecht op de kaart aan en wacht af wat ik krijg. Vooralsnog stelt de keuken me niet teleur.
En het verkeer valt mee. Mijn laatste ervaring was Java en Bali. Goede raad, ga daar nooit fietsen, echt nooit. Van alle wezens op aarde, zij het automobilisten, vrachtwagen chauffeurs, wandelaars, brommer rijders, kleine kinderen, kippen en bacteriën. Compleet onderaan de lijst van levende wezens staan wielrenners. Ze reden me nog liever om ver dan uit te wijken of te remmen. Niet dat Vietnam nu hele hoge ogen scoort wat betreft fiets veiligheid of verkeersveiligheid in het algemeen. Ik ben niet bang om hier ongelukken te krijgen.
maandag 23 maart 2026
Hanoi
De zon piept even tussen de wolken door in Hanoi. Dat betekent twee dingen, een dat Vietnam wat meer glans krijgt, en twee dat ik de reis als oorlogstoerist heb overleefd.
Dubai airport is groot, echt super groot. Drie terminal, 6 pieren die eindeloos lijken door te lopen. Van gate C50 naar F17 ben je een half uur onderweg en onderweg kun je Schotse whisky, Zwitserse uurwerken, heel veel koffie en taartjes en drie Louis Vitton tassen kopen. Bij drie verschillende locaties dus. Koop je liever parfum, sierraden of een nieuwe Mercedes? Kan ook. En personeel is er in overvloed. Of ik kan beter zeggen, reizigers zijn er maar mondjesmaat. Vliegen via het Midden-Oosten blijkt vooralsnog eng en de tickets voor mijn vluchten waren pas een paar geleden beschikbaar. Emirates kondigde pas recent een nieuw beperkt vluchtschema aan, en op animo kon het niet rekenen.
Mijn beide vluchten zitten allesbehalve vol. Zo'n 20% vulling. Nogal onzinnig om daarvoor een Airbus A380, het grootste pssagierstoetsel ter wereld, in te zetten. Mijn reis levert dus veel beenruimte op plus een surrealistische gevoel op Dubai airport. Zelden in zo'n kolossaal gebouw zo weinig mensen zien lopen. Inchecken ging super vlotjes. Alleen bij de vlucht naar Hanoi stonden we nog heel lang bij de pier stil voordat de kist ging taxi-en. Dat was het enige moment dat ik me afvroeg of het luchtruim toch plots dicht was gegaan. Daarna volgde ook nog een taxi rit van een half uur voordat de startbaan was gevonden. En daarna dus gewoon met 400 duizend kilogram de lucht in, op weg naar Vietnam.
Op de luchthaven van Hanoi trekt mijn grote fietsdoos de aandacht van menig taxi chauffeur. Oh,.... bicycle, I have big taxi, follow me. Ik zet echter mijn negeer gezicht op en ga koffie drinken, eten plus een nieuwe sim kaart kopen. Om daarna met de Grab app een taxi te boeken die normale prijzen hanteert. Hotel, inchecken, kamer, bed, slapen. Mijn jetlag was moe.
De foto is van de volgende dag. Een beetje door Hanoi fietsen.
zaterdag 21 maart 2026
Vliegen naar Hanoi
Twee weken geleden werden reparatieringsvluchten uitgevoerd om gestrande reizigers uit het Midden-Oosten naar Nederland te krijgen. Wie vloog er nog? En wanneer precies? En hoe kom je op zo'n vlucht? Wie te contacteren? De luchtvaartmaatschappij of ministerie van buitenlandse zaken? Paniek al om, overal onduidelijkheid. Israël en de VS maakten er weer eens een puinzooi van in de wereld. Echt duizend maal dank aan alle Amerikanen en Joden die op de eikels Trump en Netanyahu hebben gestemd. Geef aggressieve malloten de macht en chaos in de wereld is gegarandeerd.
En zo rap als er paniek, niet veel later wordt alles weer 'normaal'. Ik zit nu in een kist die me van Schiphol naar Dubai zal brengen om daarna verder te vliegen naar Hanoi. En mijn fiets gaat mee. Ik heb drie dagen geleden bij Qatar Airways mijn ticket geannuleerd en direct daarna bij Emirates geboekt. Tegen een niet eens super onredelijk tarief. Doha zit nog steeds dicht, maar via Dubai vliegt weer redelijk veel. De kist zit overigens nauwelijks vol, maar iedereen ziet er typisch toeristen economy class uit. Hoodies, gymschoenen en nekkussentjes. Wondere wereld.
Ik ga vliegen naar Vietnam via het Midden-Oosten, alsof er niks aan de hand is. Fingers crossed, maar ik zie eigenlijk nu aan niks dat ook maar enigszins verontrustend is. Over 24 uur meer nieuws vanuit Hanoi
zondag 8 maart 2026
vietnam
Begin Augustus was de eerste valpartij met langdurige gevolgen. Gevalletje eigen schuld, dikke pols. Ik fietste naar het station en ik had zeeën van tijd, maar ik kan niet langzaam fietsen. Eerst over Daphne heen, dan de brug afdalen en een S-bocht op snelheid nemen. Nergens goed voor, nergens voor nodig en dan pas laat een fietser van rechts ontdekken die aan het spookrijden was. Ik had wellicht ook wat langzamer kunnen remmen, maar ik remde veels te bruusk. Het voorwiel blokkeerde, ik werd over mijn fiets heen gekatapulteerd en ik ving me met mijn polsen op. AU! Zadel kapot, de linker helft zat een centimeter lager, laptop met een grote deuk, mijn ego ingedeukt en een hele pijnlijke pols. Normale mensen doen dan slim en gaan weer terug naar huis en dan naar een dokter, ik fietste gewoon verder om mijn trein te halen. Pas op mijn werk en een bezoekje aan EHBO-er van dienst, plus een stel bezorgde collega’s toch maar besloten naar huis te gaan en het rustig aan te doen. Zou die pols gebroken zijn geweest? Dat blijft een vraag, ik heb geen foto’s laten maken. Te eigenwijs, het deed niet pijn genoeg om een breuk te veronderstellen. Dat was ook de gedachte van de dienstdoende EHBO-er. Het zal wel genezen, dacht ik.
Maar ik kon er dus echt niks mee. Tanden poetsen met rechts? Onmogelijk. Haren wassen met rechts? Niet aan beginnen, veels te pijnlijk. Eten moest met links, ik kon de lepel met mijn pols niet gedraaid krijgen zodat die in mijn mond verdween. Muizen met links, typen met links, alles moest plots met links. En 4 weken daarna zou ik al naar Indonesië gaan. Klote-timing. Maar een vakantie uitstellen, of niet fietsen op een vakantie is een no-go. Dus 4 weken super rustig aangedaan en daarna fietsen op Java en Bali, wat achteraf gezien een stom fietsland is. Het verkeer is er kannonen druk en je staat als fietser helemaal onderaan de rangladder van belangrijkheid. Ze rijden je nog liever om ver dan voor je te remmen. Plus een verstuikte pols, waar ik nog steeds niet goed op kon steunen en ook mijn elleboog kon ik niet helemaal strekken. Ook dit had een dreun gekregen. Na Indonesië volgde een jetlag, weekje Devox, verkoudheidje en zo sukkelde ik verder. Maar eindelijk eind November leek er licht aan het einde van de tunnel. Even op het einde van het jaar nog wat aangekocht verlof wegwerken met 2 weken Valencia. De pols deed niet zo heel moeilijk meer, de conditie begon weer een beetje te komen en de zon scheen in Spanje. What can possibly go wrong?
Nou,…..het ging dus weer mis. En nu echt. Na ruim een week fietsen, ga ik onderuit op een rotonde. OK, ik fietste niet langzaam. Zo’n 40 kmh over een mooie brede rotonde met wind mee en een lichtjes bergaf lopende weg. Ik was al 3 rotondes over gesjeest en bij de vierde lag ik plots het asfalt. Midden op de rotonde schuift de fiets onder me vandaan en dat aan 40 per uur. Da’s best een klap en ook een rare klap. Want hoe ben ik eigenlijk gevallen? Midden op de rotonde, dus ik hang naar links in de bocht en ik heb ook een schaafwond op mijn linkerheup. Ook het stuurlint links is compleet weg geschaafd. Maar ook mijn mouwstuk rechts is kapot, de rechterzak van koerstrui is gescheurd en mijn rechterpols is heel pijnlijk. En wat doe je dan als normaal mens na zo’n crash? Wellicht kun je dat beter een normale mensen vragen. Niet aan een wielerjunkee zonder pijngrens met een sloot adrenaline in zijn lijf. Ik ben gewoon 30 km terug gefietst naar mijn gehuurde apartement. Daarna kwam de pijn pas goed binnen en mijn bijna genezen pols was weer terug naar af. Ik sukkelde al ruim 3 maanden en ik was er bijna. Denk hier nu een aantal scheldwoorden bij. Noodgedwongen heb ik 2 dagen de toerist in Valencia gespeeld om dan toch weer op de fiets te kruipen. En dan ook weer de 100 km aantikken. Kon wel, dacht ik.
Na een vliegreis naar mét zware fietsdoos, een weekje werken, plus woon-werk verkeer op de fiets en een Snieklaas tochtje met veel pijn, toch maar eens naar de huisarts gegaan. Het was natuurlijk niet gebroken, maar wat dan wel. Goed, foto’s laten maken en het bleek dat ik niet een maar twee breuken in mijn pols had zitten. Hoe dan? Bij een van de de middenhandsbeentjes was een puntje bot afgebrokkeld en die zweefde er nu als non-union naast. Plus een scheur in het spaak been van vijf centimeter! Hoe kan ik zoiets niet voelen? Wat is dat voor theorie die iedereen bezigt dat gebroken botten zoveel pijn doen, dat alleen als iemand er naar kijkt, je de tranen in de ogen springen? Die verstuikte pols in Augustus was veel pijnlijker. Dit is inmiddels gebroken bot twee die ik pas laat ontdek. Ook mijn gebroken jukbeen werd pas 2 maanden nadien geconstateerd en ik heb nu de neiging om mijn hele lichaam eens door een scanner heen te trekken om te bezien wat er in het verleden nog meer gebroken is geweest.
En de remedie voor dit alles was,…… Ga maar lekker weer naar huis. Geen operatie, dan moesten ze namelijk eerst het bot weer breken, geen gips, gewoon een tijd niks doen. Ik heb niks gedaan, echt niks. Alles wat pijn deed uit de weg gedaan en dat 7 weken lang. En heeft dat iets geholpen? Nee, niet echt, het bleef pijn doen. Steunen op de pols was nog steeds heel lastig. Weer naar de huisarts, weer foto’s maken, weer nieuws. Het handwortelbeentje blijkt scaphoïd te heten en het afgebrokkelde puntje was weer begonnen met vastgroeien. Het spaakbeen was weer geheeld. En hoe nu verder vraag ik aan de huisarts? Ja,….er is geen remedie. Behalve geduld. En extra uitleg van de orthopeed, daar mag ik een afspraak voor maken. Ik krijg een doorverwijzing. Maar aan ziekenhuizen heb je niet zoveel. De eerste beste mogelijk afspraak die ik kon maken was over 5 weken. Gevalletje laat maar. Tegen de tijd dat ik met een orthopeed kan praten en uitleg kan krijgen, ben ik 5 weken verder. Oh nee acht, want ik ben ga ook nog vakantie naar Vietnam. Daarna kan ik uitleg krijgen over een Röntgen foto van 2 maanden geleden. Ze zoeken het maar uit. De pijn wordt trouwens ook minder en ik heb veel gefietst de afgelopen tijd om weer conditie te kweken.
Ik ga naar Vietnam. Tenminste dat hoop ik. Varkenskop Trump gooit roet in het eten. Je weet wel die man die een staatsgreep heeft pogen te plegen, en zijn mede-plegers amnestie heeft verleend, de man die zijn eigen bondgenoten dreigt met oorlogstaal, de man die het economische inzicht heeft van een kleuter van drie, plus het geo-politiek inzicht van een varken. Oh nee,….dat vind ik een belediging voor de varkens. Die eikel dus, heeft er voor gezorgd dat het luchtruim in het Midden-Oosten dicht zit. En laat ik nu net een ticket met Qatar airways hebben gekocht. Ik haat Trump. Corona gooide roet in het eten toen ik april 2020 naar Hanoi wilde vliegen. Dat feest ging niet door. En nu niet weer hé?
Vietnam. Ik ben er klaar voor. Pols redelijk genezen, conditie weer op peil. Nu moet de rest van de wereld nog een beetje meewerken.

zaterdag 22 november 2025
Valencia stept
Spanje is traditiegetrouw een land van bussen, voetgangers en autos. Spanjaarden lopen naar hun werk, of ze pakken het openbaar vervoer. Tenzij ze van ver buiten de stad komen, dan pakken ze de auto. Want waar in de stad op elke straathoek een bushalte is, waar elke vijf minuten een bus stopt, naar elke andere willekeurige straathoek, ben je in de omliggende dorpen al blij dat er een keer per dag ergens een bus vertrekt. De auto is dan de enige overblijvende optie. Dat beeld van dertig jaar geleden heeft in de afgelopen drie decennia redelijk stand gehouden, maar er is toch wel degelijk iets veranderd.
Er zijn tegenwoordig fietspaden in de steden en nog best veel ook. Die omslag is er niet zomaar van gisteren op vandaag. Vanuit een planologisch technocratische blik is de fiets een ideaal transportmiddel in een stad. Maar daarvoor moeten er twee zaken wijzigen. Er dient een mentaliteitsverandering gerealiseerd te worden van fietsen als sportieve hobby op zondagochtend naar fietsen als vervoermiddel. En er moet ruimte worden gemaakt voor een fietspaden netwerk in een bestaande stad. Dus trottoirs versmallen en rijbanen inpikken van autos die toch al in de file stonden. Daar is duidelijk wat tijd voor nodig.
Nu zijn ze in Valencia aardig op weg om de stad fietsvriendelijk te maken. Het is nog geen Utrecht, maar het is een oneerlijk om mijn stad, een wereldwijd walhalla voor wielrijders, als vergelijkingsmateriaal te gebruiken. Valencia telt nu heel veel fietspaden, daar is echt een fors deel van de openbare ruimte voor opgeofferd. Met een gangetje van 15-20 kmh is het prettig fietsen. Harder en het wordt snel onoverzichtelijk. Te veel signalen zoals stoplichten en verkeerstekens ontgaan je dan, en de paden zijn voor die snelheid ook te hobbelig. Het is nog geen Utrecht.
Maar fietst Valencia nu ook? Ja. Maar vooral, ja maar. En ook best wel een nee. Zijn er e-bikes? Nee, nauwelijks. Zijn er fatbikes? Nee, er zijn geen te kleine goedkope China brol fietsen met dikke banden waar twee veertien jarige pubers, als sardientjes in blik, tegen elkaar aan gedrukt, met 30+ op rondrijden zonder de pedalen te geselen. Schoolgaande jeugd op klassieke Nederlandse stadsfietsen? Nee, de jeugd fietst niet. Het is volwassenheidsdingetje. Alleen toeristen in het stadscentrum zie je op Nederlandse stadsfietsen. Wielrenners? Nee, die vind je alleen buiten de stad. Moeders met bakfietsen waar 2 kinderen, een hond en een volle boodschappentas in zit? Nee, ook geen bakfietsen.
Wie fietst er dan wel en waar op? Minimaal ouder dan twintig en jonger dan zestig, werkvolk dus. En ze fietsen doorgaans op een oude sportieve fiets. Het lijken de mensen te zijn die voorheen ook al op zondagochtend er op uit trokken voor een sportief rondje en die nu hun oude barrel inzetten voor stadsritten. Er is ook de Valenciabisi, een soort publieke fiets, waar je een app voor nodig hebt, om die uit en in de rekken te krijgen die overal in de stad staan. Zo'n typische moderne one-size-fits-nobody fiets met verschrikkelijke banden en een hopeloos zadel. Ook daarvan zie je er een paar rijden. Maar meer dan de helft van de berijders op de rode fietspaden zijn steps. Elektronische steps wel te verstaan. Klein, compact, rechtopstaand, vaak behelmd, en redelijk rap zoeven ze door de stad.
Dus het is niet Valencia fietst, maar Valencia stept. En het is eigenlijk helemaal geen steppen. Ze staan stil op een plank en ze houden de hoge stok met het stuurtje vast. Het zijn meer luie voetgangers die het lopen zijn verleerd en met 20-25 km door de stad heen zoeven. Valencia stept zal dus hoogst waarschijnlijk nooit een slogan worden
woensdag 17 september 2025
Toerist in Ubud
Wat echter totaal onmogelijk is, of op zijn minst erg lastig, is voortbewegen. Het hele stratenplan is een groot mega verkeersinfarct. Autos sukkelen meter voor meter voorwaarts, tenminste áls ze rijden. Ze staan vaker stil. Brommers proberen er tussen te laveren, maar dat gaat ook super langzaam. Voetgangers hebben iets meer bewegingsvrijheid. Alleen is er nauwelijks een trottoir. Ten eerste is die smal, vaak in gebruik genomen door winkeltjes, en de stoeprand is minimaal drie decimeter hoog. Veel voetgangers lopen tergend traag achter hun voorligger aan. Ze kunnen niet rapper en de meesten willen ook niet harder omdat elk stalletje aandacht trekt en het blijft ook nog eens tropisch warm. Toch zijn ze nog altijd sneller van A naar B dan de autos. Haast bestaat niet en spoed is overleden.
Waarom is het hier zo druk? Verwacht van mij geen uitgebreide historie van internationaal toerisme op Bali van de afgelopen drie decennia. Wat ik weet, komt ook uit de boekjes. Iets met kunst, een relaxte sfeer die backpackers aantrekt, en het wemelt van de oude tempels. Plus rijstvelden in de weide omtrek. Wat er daarna gebeurt, is een zichzelf versterkend effect. Aandacht trekt aandacht. Ubud groeit omdat Ubud groeit. Iedereen wil naar Ubud omdat iedereen naar Ubud wil. Ubud is overigens geen op sex belust Sodom en Gomera, daarvoor moet je aan de kust zijn. Het trekt brave toeristen. Heel heel veel brave toeristen. Zelfs ik ben er. En ik doe een beetje de toeristen onzin dingen mee. Tempeltje, bekijken, masseur, taartje eten en de was laten doen. Ik heb eigenlijk ook min of meer fietsen in Indonesië opgegeven. Fietsen is hier domweg niet leuk. Te druk, te gevaarlijk, te slechte wegen, veelal idoot steile klimmen. Ik ga vanavond zelfs naar een Balinese dansvoorstelling. Het moet niet gekker worden.
zondag 14 september 2025
Observaties op Java en Bali
1 Volvo
2 Mercedesen
1 MG
De Volvo en de Mercedes waren oudjes, de andere twee niet. Verder zie ik alleen maar Aziatische autos, Toyota Daihatsu, Honda zijn dominant. Maar waar laten die vier Europese autos hun onderhoud doen?
Je hotel pasje om je hotel deur mee open te krijgen is ook nodig in de lift. En waag het niet om het pasje te gebruiken om naar de zesde te gaan als je kamer op de vijfde ligt. Dat mag dus niet. Met de trap gaan, mag ook niet.
Het verkeer is oerstom. Ze kunnen niet rijden, ze zien geen gevaar, het is kanonnen druk. Inhalen over een doorgetrokken streep met naderende tegenliggers is hier geen uitzondering. Ik heb een stuk getreind om het verkeer te ontlopen. Ik ga nooit meer fietsen op Java, ook niet in Taiwan. De twee meest verkeersonvriendelijke landen waar ik ooit heb gefietst. Het is gevaarlijk, hier lang fietsen gaat geheid een ongeluk opleveren. En het erge is dat ze zelf niet inzien dat hun gedrag gevaarlijk is. Ik ben zelf ook niet de meest voorzichtig ingestelde. Er zit in mij altijd nog een klein jochie dat nergens gevaar ziet, maar ouderdom heeft me geleerd het kleine jochie te negeren. Zo doe ik soms toch iets verstandigs. Het lijkt wel of elke Indonesische chauffeur een infantiele kleuter in zich herbergt die het begrip gevaar niet eens kent en er ook nog naar luistert.
De keuken lijkt in niets op wat wij kennen van Indonesische restaurants in Nederland. Babi Pangang heb ik nog nergens gezien. Babi is varken en het is een moslim land. Dus,.....
Ze doen ook aan boeven belasting. Dat zijn entree kosten die een veelvoud zijn van wat een Indonesiër betaalt. Denk aan een factor tien. De meeste dingen zijn echter spotgoedkoop. Het is in velen opzichten ook een arm land. Ik bedoel, ik heb ook mensen kleding in de rivier zien wassen.
Het merendeel van wat ik op Google maps zie, blijkt in de praktijk anders. Wegen die super rustig lijken, kunnen net zo goed super druk uitpakken. Openingstijden zijn een indicatie. Restaurants bestaan niet meer. En tempels verdwijnen zomaar.
De meeste hotels zijn super goedkoop. Omgerekend voor zo'n 30 euro slaap je een luxe 4 sterren hotel. Uiteten in een lokaal restaurant met plastic stoelen en wc-papier als servet, kost nog geen 5 euro. En dan krijg je twee hoofdgerechten en een drankje. In een luxe restaurant aan zee, en verse vis, betaal je het dubbele.
Er wordt veel gerookt en weinig bier gedronken. Het goedkoopste pakje sigaretten kost iets meer dan een euro. Of dat voor lokale begrippen nu echt duur is of niet, weet ik niet. Ik ken het modale inkomen niet, en AI helpt me hier ook niet verder, maar het is vergelijkbaar met een lokale maaltijd, of een retourtje Bali Java met de boot. Een grote fles Bintang (620 ml), het lokale biermerk, kost in een restaurant 5 euro. In de supermarkt is geen bier te koop. Moslims hé, maar het is er dus wel. Dat varken is nog veel moeilijker te krijgen.
Het eeste opvallende verschil tussen Bali en Java is dat er op Bali landschap te zien is. Bijna heel Java is zo super bebouwd dat je altijd wel tegen een gebouw aankijkt. Bali is rustiger en daar zie je wat vaker zee of bergen. Vooralsnog een verademing. Het verkeer is even knudde als op Java. Dat helaas ook.
donderdag 11 september 2025
Trein op Java, en hopelijk ook nog een fiets
Wat nu weer? Twee dagen geleden ging ik naar het trein station om een treinkaartje te kopen. Ik kocht een treinkaartje. Naar Ketapang, zo'n 600 km verder naar het oosten. Ik heb twee keer uitdrukkelijk gevraagd dat ik een fiets wilde meenemen. Bicycle. Bicycle. Ik sprak langzaam en duidelijk Engels en ik kreeg netjes antwoord. Yes, that's possible. Ze bedoelde daarmee eigenlijk, Nee meneer dat is totaal onmogelijk en overmorgen zul je de consequenties maar aanvaarden.
Ik was vandaag ruim op tijd op het station, bijna een uur van tevoren, en maar goed ook, want die tijd bleek hard nodig. Mijn verschijning, man met fiets, trok direct de aandacht van het personeel. Wat ik met die fiets van plan was? Meenemen op de trein, dat kon toch volgens jullie kaartverkopende fantasie dame. Nee dus. Ik weet dat een nee vaak nog wel kan worden omgedraaid naar een ja, op voorwaarde dat je maar beleefd en vriendelijk blijft. Maar nu had ik daar een beetje een hard hoofd in. Het eerste wat ze me aanboden was om mijn ticket te annuleren. Ze verontschuldigde zich voor het misverstand en hoopte dat daarmee de kous af was. Toen sloeg bij mij langzaam de paniek toe. Nee, niet nog een keer 600 km fietsen op Java. Ik heb er geen tijd voor, ik mis mijn vlucht naar huis en ik wou dit avontuur graag overleven. Als ik over staat wandel, dan wandel ik steevast aan de rechterkant. Ze rijden hier links en dan zie ik mijn moordenaars tenminste op me af komen. In de meeste andere landen gebruik ik het woord tegenligger, maar potentiële moordenaars is hier beter op zijn plaats. Die panische blik, plus het feit dat dit gesprek net naast het kantoortje plaatsvindt, waar ik twee dagen eerder een kaartje kocht, en dus kon het verhaal daar geverifieerd worden, zorgde toch voor een soort hap snap oplossing.
En die oplossing heet expeditie. Of ik mee wilde lopen, tegen meerkosten, kon het alsnog geregeld worden. Fiets mee achter een mannetje aanlopen. Langs alle winkeltjes, voorbij de sporen, het station uit, de straat oversteken. Waar gaan we naar toe dan? Naar een magazijn wat vol staat met in karton verpakte brommers, dozen, bouwmateriaal en een paar witte busjes. En veel mensen die overal omheen zwerven. Goed, kantoortje in en mijn mannetje geeft uitleg aan de dame achter de balie. Paspoort laten zien, al eerder gekocht treinkaartje tonen. Proberen vriendelijk te blijven lachen, maar echt happy ben ik niet. Ik begin nu ook wel te beseffen dat mijn fiets niet op dezelfde trein meegaat als ik. Nog een 294.000 roepie betalen en terug naar het station. En wanneer komt mijn fiets dan aan? Mijn mannetje zegt de volgende dag. Hoe laat? In the morning. Nine o'clock, ten o'clock, eleven o'clock? Next train is het antwoord. Het weet het zelf waarschijnlijk ook niet. GVD. Straks gaat dat nog dagen duren ook, voordat die fiets ergens opduikt. Ik baal nu als een stekker en hoop nu maar dat het goed komt. Ik kan er nu ook niks meer aan veranderen, terwijl ik in trein zit en de rijstvelden langzaam aan me voorbij trekken. Zucht.
dinsdag 9 september 2025
Java cycling dag 1-8
Na 8 dagen fietsen ben ik nu ik Yogjakarta, kortweg door iedereen Yogja genoemd. Het staat zelfs op de putdeksels hier, nee da's geen grap. Het is ook de stad die wereldwijd bekend is vanwege twee grote oude tempel complexen, Borobudur en Prambanan. Ik ga proberen mijn cultuur barbarisme even van me af te schudden en de toerist uit te gaan hangen. En daarna pak ik alsnog een trein die me naar het oosten van Java brengt. Al fietsende ga ik het beoogde plan niet halen. Ik ga te langzaam, teveel tegenwind, 20 procent klimmen, een half functionerende rechterarm en wellicht ook een te ambitieuze planning, zorgen voor een change of plans. En zodoende heb ik de kans om wat langer op Bali te verblijven. Dat staat veel meer bekend als een toeristen trekpleister dan Java en wellicht ook wel met een reden.
IDR 2 EUR
Maar je kan vaak ook gewoon pinnen. Niet overal en het is maar de vraag of je pinpas werkt. Het Visa logo op mijn ASN pas doet het vaak beter dan het Maestro logo op mijn ING pas. Vandaag deden ze het allebei niet op het trein station. Maar mijn ING creditcard deed het dan weer wel. Wel een beetje genant om drie verschillende passen te proberen. Pinnen blijkt in de praktijk ook goedkoper dan geld uit de pinautomaat trekken. Betere koers en minder transactie kosten. Maar dat laatste is meer uit interesse van mijn vorige werkgever geboren, om te letten op transactie kosten en wisselkoersen. Zo heel duur is het leven in Indonesië niet. Ik slaap doorgaans in vrij luxe hotels, waar je in Nederland rap 180 euro voor betaalt, maar hier is het vaak maar rond de 30 euro. Uiteten 's avonds kost vaak niet meer dan 5 euro.
woensdag 3 september 2025
Java, fiets vakantie met obstakels
Wat echt niet heeft meegeholpen in de voorbereiding is mijn val tijdens een woon werk ritje, waarbij ik mijn pols en elleboog heb verstuikt. Het was de afgelopen vier weken de vraag óf ik überhaupt wel op fiets vakantie kon. Ik zat helemaal niet na te denken over de details. Hopen, bidden, rusten en voorzichtig oefeningen doen met de pols, was het enige waar ik aan dacht. Ik was al vergeten dat ik een hap snap route had getekend.
Inmiddels ben ik drie fietsdagen verder en ik heb geleerd dat het kanonnen druk is op Java. Op die kleinere achteraf weggetjes is het misschien rustiger, maar dat is helemaal geen optie, zelfs niet met een fatsoenlijke werkende rechterarm. Ik heb al wel een paar keer waar mogelijk een kleine doorsteek genomen om de hektiek van de doorgaande weg te ontlopen. Daar bleek het verkeer inderdaad rustiger, maar het was ook ontstellend slecht asfalt en verschrikkelijke buts drempels. Heel veel drempels, heel veel kuilen, heel veel bulten. De eerste dag was gewoon niet leuk. Dag twee en drie begint het te wennen. Dag een was alleen maar Jakarta agglomeratie, de vijfde grootste metropool ter wereld. Dag twee en drie waren gewoon drukke Azië wegen. En toen deed de pols minder pijn.
Er gaat gelukkig ook af en toe iets goed. Het leven is niet duur, een net hotel kost 25 euro per nacht, voor 15 euro heb ik alle maaltijden op een dag. Indonesiërs willen met me op de foto. De Aziatische glimlach is overal aanwezig.
zondag 31 augustus 2025
Jakarta
Koto Tua is het oude Batavia en een must see volgens mijn reisgids. Monas en het nationaal museum ook. En alles was dicht. Echt alles. Vanwege een militaire oefening, of gewoon dicht vanwege dicht. Tis wat. Doe ik eens een keer de voorgeschreven toeristen dingen zoals het hoort, en dan is echt uitgerekend vandaag de bende dicht.
En nog iets. Het is hier warm, echt warm. Tropisch warm en vochtig. Mijn lichaam is nog in de wen stand. En mijn zweet klieren maken overuren.
zaterdag 21 juni 2025
De vakantie fabriek
Eigenlijk is dit niks voor mij. Dit is lopende band vakantie werk. Ik ben eigenlijk fan van camping met max 50 staanplaatsen. Die had ik gisteren eentje. En dat was ook aan de kust, in Peníscula, ook een vakantie fabriek. Althans het dorpje. Ik heb 5 kilometer aan boulevard geteld. En daarna hield de bebouwing niet op, alleen de boulevard stopte. Dertig kilometer later kwam er een even een eind aan de vakantie agglomeratie. En toch had ik een prettige kleine camping. Het kan ook. Vandaag mislukte dat. Veel campings aan de kust zijn mega campings. De Capfun in de delta Ebre heb ik gemeden. Er stonden teveel grote glijbanen op de site. De volgende camping was wel kleiner, maar ook vol. Deze camping zat weer twaalf kilometer verder door en ik wilde er geen lange rit van maken vandaag. Dus daarom gestopt en mezelf aangemeld als gevange in het vijf sterren gevangenis vakantiepark.
Ik ben nu echter stiekem ontsnapt. Ik had de reviews gelezen van het camping restaurant. Ondanks de 5 sterren gevangenis waren de reviews typisch voor een camping restaurant. Koude frieten, hamburgers die nauwelijks de grill van dichtbij hebben gevoeld plus onbeschoft personeel. Ik heb dus de stoute schoenen aangetrokken en ik ben geheel op eigen houtje naar het naastgelegen gefietst waar ik nu tapas eet en wijn drink.


