maandag 29 augustus 2016

Velomediane 27-aug 2016



Ik heb vandaag 6 keer gedoucht. Zes. ’s Ochtends vroeg, na afloop van de koers en ’s avonds nog een keer om van dat klamme gevoel af te komen. En onderweg tijdens de Velomdiane heb ik nog 3 keer onder een tuinslang door gefietst om wat af te koelen. Vanaf minuut 1 ben ik bezig geweest om koel te blijven. Om uiteindelijk na iets minder dan 6 uur koers totaal uitgewoond in la Roche te arriveren. Aldaar was ik erg blij met de mini blikjes gratis bier die ze uitdeelden. En dat niet vanwege het feit dat ik een zunige Hollander ben maar omdat er veel ijs in die container van dat bier zat. Ik heb een blikje bier gedronken en twee handen ijs eruit gehaald en die op mijn hoofd laten smelten. Onderweg heb ik proberen het hoofd koel te houden door het water uit mijn bidons op te drinken of over mijn hoofd te gooien. Ik had ook bewust voor geen sportdrank gekozen en ook extra voeding meegenomen. Water was om te drinken en te koelen; energie repen om het honger gevoel te onderdrukken.

En mijn strategie heeft gewerkt. Ja,.. ik was ook behoorlijk gaar in La Roche maar ik ben niet halverwege de tocht in de berm in de schaduw gaan liggen. En daarvan heb ik er veel gezien. Ik heb ook niet opgegeven. En er waren veel niet uitrijders deze editie. Zo’n 2400 man gestart en 1400 gefinisht. En zelfs op de laatste lange lelijke helling kon ik nog goed tempo klimmen en mijn pols omhoog krijgen. Dus mijn eerder geblogde bluf dat ik warmte goed verteer heb ik redelijk kunnen waar maken. Qua klassement en tijd ben ik niet veel beter dan 6 jaar geleden. Toen was het op 28 aug 15 graden en regenachtig. Toen haalde ik P408 en een tijd van 5h58. Nu P436 en 5h49. Ietsie rapper dus maar geen beter klassement.

Over de tocht zelf valt nog wel wat te schrijven. Het is een lange aaneenschakeling van hellingen waarvan sommigen een naam hebben en anderen niet. Het waarom ontging mij en ook meerdere deelnemers verbaasden zich. Op een naamloze steile klim hoor ik iemand sarcastisch opmerken, nee dit mag duidelijk geen naam hebben. En vlak is het nooit. Het klimt, het daalt of het rijdt omhoog op omlaag. De ergste twee klimmen blijven voor mij de mur de Velomdiane en de Haussire. De eerste is gewoon vervelend steil en aan de tweede lijkt geen eind te komen. Mijn race begon ergens in het tweede startvak en daarna was het alleen maar knallen. Bergop knallen en op het lichte dalende stukken proberen rustig aan te rijden. En dat 6 uur lang. Het dalen heb ik wat rustig aan gedaan. Ik was een beetje bang van het asfalt, het dalen in groepen en de boze blik van de vriendin als ik gehavend thuis zou komen.

En dan nog een tip voor de Belgische overheid (ik hoop echt van ganser harte dat jullie meelezen):
ASFALTEREN!!!!! Echt alles opnieuw asfalteren. België is een derdewereld land als het op asfalt aankomt. Sommige stukken zijn zo slecht dat het bijna misdadig is om hier een koers te organiseren.

woensdag 24 augustus 2016

Velomediane; de voorbeschouwing



Nog 3 dagen en dan start ik om 9h00 stipt vanuit La Roche-en-Ardennes in de cours cyclosportive la Velomediane. Nog een cyclo dit jaar dus. En de reden daarvoor is dat la Vaujany niet is verlopen zoals ik het had bedacht. Mijn plan was niet om in de afdaling van de col d’Ornon met rotklap tegen het asfalt aan de smakken. Na die klap heb ik niet meer de lange route gereden. Mijn kaak deed zoveel pijn dat zelfs zo’n zachte energiereep weg kauwen al heel pijnlijk was. Ik heb drie weken geen biefstuk of droge harde worst kunnen eten. Tijd voor een herkansing vond ik zo. Helaas is het aantal cyclo’s in de buurt erg dun gezaaid. Voor een beetje serieuze klim cyclo moet ik naar de Franse Alpen. De Vogezen cyclo gaat niet door dit jaar en de rad am Ring in de Duitse Eifel heb ik al 2 keer gedaan en die heeft een redelijk saai parkoers en een hoge inschrijf prijs. De Velomediane is redelijk in de buurt, normaal geprijsd en goed georganiseerd. Enig nadeel is dat het in de Belgische Ardennen is. U weet wel, dat land dat nooit onderhoud aan hun wegen doet. Een derdewereld land als het op fatsoenlijk asfalt aankomt. Maar veel andere keus had ik ook niet dus neem ik dit nadeel maar voor lief.

De inschrijving heb ik een paar weken geleden gedaan en pas de laatste paar dagen is duidelijk aan het worden wat voor het weer het gaat worden. Warm, heel erg warm, hittegolf warm. Vertelden de voorspellingen van een paar dagen geleden nog dat het 27 graden zou worden, nu staat de teller al op 33C. pfffff,……. Ik  hou wel van een beetje warmte maar dit gaat wel erg gortig worden.  Beter dan kou of regen uiteraard maar gek genoeg zijn daar ook liefhebbers van. Soms hoor je wel eens een profrenner zeggen dat die van regen koersen houdt. Dat is niet waar. Profrenners houden echt niet van regen. Ze bedoelen iets anders te zeggen. Wat ze eigenlijk zeggen is dat er door regen minder hard gekoerst kan worden en dat de kou en het water in je lichaam slaat. Daar wordt je niet rapper van maar de ene renner verteert dan beter dan de ander. Ik hou van regen betekent eigenlijk, mooi een betere kans op te winnen omdat de rest minder is vandaag.

Zo hou ik van warmte. En nu wel om twee redenen. Ik hou echt van warmte en ten tweede hou ik van warmte vanwege dezelfde redenen waarom profrenners zeggen dat ze van regen houden. Ik fiets weliswaar iets minder rap als de mussen van het dak vallen. Maar gemiddelde genomen doet de concurrentie een groter stapje terug. Niet dat je mij overigens moet gaan zoeken in de top 10 of top 100 van het klassement. Een groot gebrek aan talent en veel te weinig serieuze trainingskilometers  zorgen ervoor dat ik ergens  in de middenmoot eindig. De Velomdiane kent vaak zo’n 1500 deelnemers en bij de laatste editie eindigde ik op P408. Geen idee wat het dit jaar wordt. Het is 6 jaar later en dat heet geen voordeel maar het warme weer moet me dan net maar een voordeeltje gaan geven.


Pfffff,…. Dat gezegd hebbende en nu maar hopen dat deze theorie een beetje hout snijdt. 33 graden is namelijk wel heel erg veel van goede.

zondag 7 augustus 2016

Mijn nieuwe Trek



Ik zocht een nieuwe fiets voor een woon-werk verkeer in de Nederland. En wonderbaarlijk genoeg leverde dat een lange zoektocht met als resultaat een nieuwe Trek. Niet mijn favoriete merk. Een hele foute Texaan reedt jarenlang op een Trek en sindsdien associeer ik dat merk nog steeds met een dope, drugs en bedrog. Maar een andere keus was er eigenlijk niet. Dan maar even wat onhandige principes opzij schuiven. En Trek blijkt een merk die gewoon precies verkopen wat ik wil. Nou ja, bijna precies dan.

Want ondanks het zeer ruime aanbod aan fietsen, heb ik moeite om een keuze te maken. Ik heb namelijk een aantal ‘onhandige’ eisen gesteld. Geen voorvork vering, geen schijfremmen maar v-brakes en een redelijk moderne 9 of 10 speed groep. Geen vering in de voorvork valt qua ‘onhandige’ eis nog wel mee. Veel fietsen voldoen hier aan. Een moderne 9 of 10 speed groep in combinatie met geen schijfremmen, die is echt onhandig. Op goedkopere fietsen met een mindere groep worden wel v-brakes gemonteerd. Op duurdere fietsen met moderne 9 of 10 speed groepen, schijnen schijfremmen te horen. Ik heb het een paar verkopers horen zeggen waarom dat toch gedaan wordt. Het standaard antwoord is óf dat wil de consument graag óf binnenkort zal toch alles schijfremmen zijn. Ik ben de consument en ik wil geen schijfremmen maar ik schijn de verkeerde consument te zijn want mijn mening wordt niet gehoord. Ik kan ook uitleggen waarom ik ze niet wil. Het is een kwetsbaarder systeem, onhandiger in onderhoud en duurder. En onder droge en semi-natten omstandigheden remt het niks beter. Alleen in de stromende regen in de bergen bewijzen schijfremmen hun nut. Misschien moet ik het nog een keer zeggen. Het is voor een woon-werk fiets in Nederland.

Behalve de schijfremmen hebben de meeste fietsen nog een ander ‘probleem’. En dat zijn de versnellingen. Misschien is het ooit iemand opgevallen maar Nederland kent geen bergen. Ook geen heuvels van betekenis. Toch worden alle fietsen afgemonteerd met een bergverzet. Een crank met twee bladen (34 en 48) en een 11-34 cassette is een standaard die je redelijk vaak ziet. Kleinste verzet is dan een 34/34 en de grootste een 48/11. Goed voor een klimsnelheid van 7 kmh en met 75 kmh kan nog worden bij getrapt. Ik fiets ongeveer 24 kmh in Nederland en dan blijkt dat daar net een versnelling voor handig is. De andere 19 zijn redelijk onbruikbaar. Ik kan wat dat betreft net zo goed een single-speed kopen met slechts een versnelling. Daar heb ik ook nog naar gekeken maar de hipsterinflatie die op dingen van toepassing is, zinde me niet. Plus het feit dat ik moest onderhandelen of er toch alsjeblieft remmen op gemonteerd konden worden. Nee,… dat werd hem ook niet. Gelukkig is dit probleem makkelijk te verhelpen. Van schijfremmen kan ik geen v-brakes maken maar een kettingbladen vervangen en een cassette vervangen is makkelijk werk. Ook de Trek werd geleverd met een gatenkaas cassette maar daar komt binnenkort een 12-25 cassette op en een 38 binnenblad. Zo krijg ik een aantal dicht bij elkaar liggende versnelling. Het zadel heb ik ook vervangen en er komen ook nog spatbordjes op maar verder geen andere aanpassingen.

Oh ja,….. ook nog een plaatje:

woensdag 6 juli 2016

Nog meer mont Ventoux

Als een grote magneet trekt de mont Ventoux aan elke wielrenvezel in mijn lichaam. De kale berg heeft te veel aantrekkingskracht op me om links te laten liggen. Ja, er liggen hier in de omgeving nog tal van andere leuke klimmetjes en mooie binnendoor weggetjes. En die heb ik lang nog niet allemaal gezien. En de Ventoux heb ik een paar dagen geleden al vanaf Bedoin beklommen. Dat wat was mijn vijfde Ventoux. De andere vier was een losse beklimming vanuit Bedoin en de andere drie vormden een cinglee du Ventoux. Waarom zou ik toch een zesde keer omhoog fietsen? Het is totaal nutteloos. Ik kan net zo goed mijn tijd verdoen in het zwembad vandaag of meedoen aan het jeu de boules toernooi op de camping vanmiddag. Waarom toch deze zelfkwelling om die berg op fietsen?

Hier heb ik wel antwoord op. Het is de aloude vraag aan een bergbeklimmer. Waarom moest hij de berg beklimmen? En het antwoord luidt altijd, omdat die er is. Bergen worden beklommen omdat ze er zijn. Zo simpel is het leven. Als er een berg is moet die worden beklommen. En de Ventoux kan nooit vaak genoeg worden beklommen. De reus van de Provence wordt reus genoemd omdat in de weide omgeving geen andere hoge bergen liggen. Boven op de top is heb uitzicht fenomenaal. Dat uitzicht, plus de zware beklimmingen hebben mij zo veel aantrekkingskracht dat ik het gewoon niet kan nalaten. Ik moet die berg op. Ook al wordt het mijn zesde, het moet gewoon.

Ik doe vandaag de moeilijkste kant van de Ventoux. De klassieke en volgens velen de zwaarste kant is de klim vanuit Bedoin. Volgens het punten systeem dat Salite.ch aan beklimmingen toekent is dat echter niet waar. Bedoin is goed voor 1269 punten maar Malaucène is goed voor 1319 punten. Zwaarder dus. Toch ervaar ik ook de klim vanuit Bedoin als zwaarder. Ook de Malaucène zijde kent stroken van 10% en meer en deze stroken zijn ook een paar kilometer lang. Toch zitten er tussen de lange steile stukken telkens weer wat makkelijkere stukken zodat je weer op adem kunt komen. In de Bedoin zijde zit alle ellende samengepropt in een slopende klim van 10 kilometer door het bos. Vandaag dacht ik zelfs, hee het is nog maar 5 kilometer naar de top, ik ben er al bijna. Is daarmee gezegd dat de klim vanuit Malaucène een makkie is? Nee, absoluut niet. 22 kilometer klimmen en ruim 1600 meter hoogteverschil. Al klimmende en boven op de top besef ik goed waarom ik zo graag deze berg beklim. De klim is zwaar en langzaam maar zeker zie ik de top dichterbij komen. Het laatste stukje naar het Observatoire is machtig. De grote witte toren straalt als altijd boven op berg. En het uitzicht blijft schitterend. Ik kan niet genoeg van dit uitzicht en deze berg krijgen. Ik voel me hier net een kind van drie dat van de glijbaan is gegaan in de speeltuin en aan zijn mama blijft vragen. Nog een keer, nog een keer, nog een keer.

vrijdag 1 juli 2016

Mont Ventoux


Onderweg naar de top kom ik vier verschillende fotografen tegen die allemaal een commercieel greintje van het Ventoux gevoel proberen mee te pikken. Ik noem dat felle concurrentie, zeker gezien het aantal fietsers op de berg. Al klimmen heb ik vandaag 15 man ingehaald op een klim van 21 kilometer. Bij Châtelet Renard kwam er een renner met een moordend tempo over mijn gezwoeg heen. Hij kwam vanuit de makkelijk kant (Sault) maar ik kon hem daarna onmogelijk bijhouden. Veder is het vandaag betrekkelijk rustig op de reus van de Provence.

Mijn route van vandaag is een soort van buiten spelen op de Ventoux en dat met een boel tegenstanders. Geen wedstrijd of zo maar meer tegenstanders die het gezwoeg van vandaag extra lastig maken. Ten eerste loop ik nog steeds rond met het aangezicht van een bokser die een harde rechtse hoek op zijn kaak heeft opgevangen. De verwondingen van de val van afgelopen zondag zijn nog goed zichtbaar en ook voelbaar. Een blauw oog, een dikke wang, korsten op mijn wang en nog steeds een verdoofd gevoel in een deel van mijn kaak en nog wat pijn met kauwen. Deze kwetsuur zit mijn fietsprestaties niet echt in de weg maar prettig is anders. Behalve mijn gehavende wang heb ik in de val ook ergens een tik opgevangen met mijn linkerbeen en die is nog steeds wat stijfjes. Een van de meer geduchte tegenstanders van vandaag is de zon. Het is warm in de Provence. Warm warm. In getallen heet zoiets 33 graden Celsius en weinig wind. Maar de echt tegenstander luistert gewoon naar de naam mont Ventoux. Als je dacht dat alpe d'Hueze een zware klim was, dan vergis je je. De Nederlandse berg is een lachtertje vergeleken met de kale berg.

Om er eens wat statistieken tegen aan te gooien om duidelijk te maken welke berg nu zwaar is en welke berg nog zwaarder. Op de site salite.ch kunnen profielen van zo'n duizend verschillende passen worden bekeken. En er wordt ook een moeilijkheid cijfer aan een klim toegekend. Dit is een beetje arbitrair maar doorgaans geldt dat hoe langer een klim en hoe meer stijle stroken in de klim, hoe hoger het cijfer. Een relatief korte klim met een zeer steil stuk kan het qua punten dan toch nog winnen van een wat langere klim met wat meer meer bescheiden percentages. Behalve deze methode zou ook gebruik kunnen worden gemaakt van de categorieën die de Tour de France aan klimmen toekent. Zo is er categorie een tot en met vier waarbij vier de laagste categorie is en boven de eerste categorie staat nog de buiten-categorie. Deze methode is helaas totaal onbruikbaar. In de tour is iets nog al eens snel eerste of buiten-categorie. Alpe d'Huez is buiten-categorie maar de Tourmalet en de mont Ventoux zijn dat ook. En er zit echt wel verschil tussen deze klimmen. Zo krijgt Alpe d'Huez 913 punten van Salite en de Tourmalet 1013 of 1076 (afhankelijk van welke zijde de berg beklommen wordt). De mont Ventoux vanuit Bedoin is goed voor 1269 punten en de col de la u Morte die eerder deze week de 15 kilometer tellende start klim was van de Vaujany telt 719 punten. Een echte knaller van een klim zoals de passo dello Stelvio vanuit Prato telt maar liefst 1411 punten. Zo zie je maar dat dat indelen in categorieën zoals de tour doet, niet werkt. De col de la Morte zou 1ste categorie zijn, Alpe d'Huez dus buiten categorie maar op basis van de statistieken zouden we de mont Ventoux moeten bestempelen als een soort über buiten-categorie. 

Ondanks alle tegenstanders geniet ik van deze rit. De Provence is mooi, de berg is goed zwaar maar ik ben niet steendood op de top. En het uitzicht op de top is schitterend. Er staat bijna geen wind op de top wat redelijk uitzonderlijk is. En ik geniet een tijdje van het top moment alvorens ik me in de afdaling naar Malaucene induik. 

maandag 27 juni 2016

La Vaujany 2016

Een paar weken geleden mocht ik rugnummer een opspelden en vandaag tijdens de Vaujany mag ik in het bevoorrechte startvak starten. De eerste 300 renners hebben hun eigen startvak vooraan en ik heb daar nog nooit mogen staan. Geen idee waarom deze editie ik daar recht op heb gekregen. Vorig jaar stond ik hier niet aan de start en bij de editie daarvoor werd ik 75ste op een klein deelnemersveld. Er zouden toch genoeg toppers moeten zijn uit de andere wedstrijden van sportscommunications die meer recht hebben op deze plek. Desalniettemin sta ik vooraan te wachten met hooguit een renner of 30 voor me bij de startstreep. De speaker vertelt iets in het Frans, geen idee wat, ik versta het niet. Gisteren bij de inschrijving waren er mensen die goed Engels spraken en een jongen sprak ook Nederlands. Maar nu is alles even in net Frans.

De start valt om iets over kwart voor zeven en ik schiet mee weg in de meute. Al heel snel trekt de groep wat uit elkaar op het eerste klimmende gedeelte en ik denk dat dit mijn fameuze en enige 2 kilometers in de kopgroep waren. Op het vlakke stuk in net dal van de Oisans smelt de groep weer samen en zodoende fiets ik de eerste 24 km in de kop van de koers. Het begin van de route is licht dalend en als we aan de eerste klim van de dag beginnen staat er een gemiddelde van 48 op mijn teller. Tijdens deze klim die meteen goed is voor 15 kilometer let ik niet teveel op al het volk dat me inhaalt. Ik let op mijn hartslag en de cadans. Op de 34/23 en een pols van 165 klim ik omhoog. Het gaat lekker zo. Het is niet extreem warm vandaag. Twee dagen geleden deed ik dezelfde klim in de brandende zon van 31 graden. Nu is het lekker koel en de max van vandaag is iets van 24 graden. Boven op de top vormen zich snel groepjes en ik kan redelijk makkelijk de licht dalende wegen in net zog van anderen rijden. De eerste bevoorrading in Valbonnais sla ik over. Ik tank wel water boven op de col d'Ornon en energie repen heb ik genoeg bij me. Op de Ornon kan ik redelijk lang buitenbad blijven rijden op deze licht klimmende berg. We hebben ook wind mee hier. Op de top vul ik twee bidons en ledig mijn blaas even. Daarna ga ik de afdaling in. De weg ligt er droog bij en ik snij de bochten netjes aan. Maar ik baal ervan dat ik nu helemaal alleen zit. Straks volgt een stuk door het dal en dan wil ik in een groepje zitten. Dan spot ik twee renners voor me en ik zie dat ik langzaam inloop. Mooi. Als ik ze bij gehaald hebt, blijf ik hun hun wiel zitten. Totdat we bij een bocht komen waar foto's worden gemaakt. In deze wat scherpere bocht remmen de twee onverwacht harder en ik denk, OK dan maar er voorbij. Deze voorbij actie mislukt echter faliekant. Ik wijk teveel uit en zie dat ik naar rechts terug moet voor een tegenligger. Dat gaat niet meer lukken en ik rem uit alle macht bij om tot stilstand te kunnen komen. Ook dat lukt niet want de ruimte die ik hiervoor nodig heb wordt bezet door twee klimmende fietsers. Er is nog maar optie, de berm in en hopen  dat de smak mee valt. Ik wordt van mijn fiets gelanceerd en land met rotsmak op mijn rechterwang. Het eerste wat ik denk is, fuck gebroken kaak en gezeik in het zhs. De twee fietsers bij wie ik recht voor hun neus viel, blijken Nederlanders en zij helpen me overeind. Het blijkt toch minder ernstig. Een kleine snee in mijn wang en er lijkt niks gebroken. Alle tanden zitten er nog in. Ik vervolg mijn weg en ik baal. Ik baal, ik baal , ik baal. 

Dit had ik me toch anders voorgesteld. Ik wilde de lange route rijden maar daar zie ik nu vanaf. Ik ga niet meer de col de Sarenne over maar ik besluit rechtstreeks naar de slotklim fietsen. Daar zit ik alleen maar te harken en te mopperen op mijn fiets. Ik baal en deze klim is een kreng. Boven lever ik mijn tijdregistratie chip en ik laat me behandelen voor de plaatselijke EHBO. Zij zien ook niks ernstigs. Mijn tijd van vandaag interesseert me niet meer. De rest van de dag heb ik last van mijn wang. Het ziet eruit alsof mijn kies getrokken is en ik heb veel pijn met kauwen. Vanavond geen biefstuk.

donderdag 16 juni 2016

carnaval tenus op de fiets



Afgelopen zaterdag fietst ik in Vianden de Jean Nelissen classic. Ik zou daar van alles over kunnen vertellen. Over de naam van tocht die eigenlijk gewoon ronde van Luxemburg zou moeten heten. Over de zwaarte van tocht en dan vooral de eerste 40 km.  Over de keuze van de organisatie om met een killer van een klim te beginnen in plaats van de lekker lopende klim over de doorgaande brede weg. Over het weer valt ook nog wel iets te zeggen en zeker over mijn twee meefietsende collega’s valt een verhaal te schrijven. De een was zijn schoenen vergeten en fietste op een stel gympen maar wel met klikpedalen de 140 km. De ander heeft in de aanloop naar de fietstocht ‘vergeten’ te trainen en hij dacht dat hij op karakter en een trainingstochtje van 40 wel even 140 km te gaan doen in de Luxemburgse heuvels. Inclusief ruim 3000 hoogtemeters dus. Hij hield stand tot de eerste bevoorradingspost maar daar bleek het karakter op en moest hij noodgedwongen een kortere weg terug nemen naar de start. Over mijn vorm valt wellicht iets te schrijven maar dat wordt al snel zo’n poch verhaal. Ja,… ik ben nauwelijks ingehaald bergop maar of dat nu aan mijn vorm lag of wellicht het geluk dat er geen rappere deelnemers waren. Ik weet het niet.

Het verhaal van deze tocht zit in hem in foute kleding. Er is foute kleding, überfoute kleding en tijdens deze tocht heb ik geleerd dat daar nog een overtreffende trap van is. Misschien heb je ze wel eens gezien. Renners die niet controleren of hun koersbroek versleten is. Dat is echt ranzig, de stof is zo dun geworden op het achterwerk dat je recht naar binnen kijkt. Ik weiger pertinent om bij zo’n viespeuk in het wiel te zitten.  Een andere vorm van foute kleding is de hobbezak trui of het naveltruitje. Ook geen porum. Of zo’n trui die 20 jaar geleden eigenlijk al niet hip was en nu helemaal verwassen is. Ook geen gezicht. Af en toe een nieuw tenu mag best wel. Ik heb ook renners gespot met een nieuw tenu maar zelfs dan zijn er renners bij die er een potje van maken. Iets wat tegenwoordig hip is, zijn hoge sokken. En daar wil ik graag iets over kwijt. Hoge sokken zijn lelijk. Ik weet het, over esthetiek valt niet te twisten maar er is precies een groep renners die hoge sokken mooi vind en dat zijn de enkelingen die er mee fietsen. De rest van het peloton fietst er het liefst blind aan voorbij, om het vooral niet te hoeven zien. Wielrensokken zijn kort, tot net over de enkels. Hoger heeft geen nut. De sok is bedoeld om de schoen prettiger te laten zitten, verdere functie heeft het niet. Voetballes hebben kniekousen maar die dingen hebben ook echt nut. De scheenbeschermer blijven op hun plek en je kan er een sliding mee inzetten. Voor wielrensokken geldt dit niet en daarom zijn die al meer dan 100 jaar niet hoger dan je enkels. Maar er is nu een kleine groep wielrenners opgestaan die meent sokken te moeten dragen die tot halverwege de kuit komen. Waarom? Niemand weet het. Hoge sokken zijn altijd überlelijk maar tijdens de tocht blijkt dat er nog een overtreffende trap daarvan te zijn. Knal roze sokken tot halverwege de kuit bij een outfit waar die kleur verder nergens in verstopt zit. Alsof je Pipi Langkous op een koersfiets voorbij ziet komen. Ik zeg zelden iets over foute tenus van anderen maar nu kon ik mijn mond echt niet houden. De man in kwestie was er niet blij mee maar ik stel voor dat hij voortaan naar zijn vriendin gaat luisteren als ze zegt dat zijn tenu niet deugt. We zijn toch geen carnaval aan het vieren op de koersfiets?