dinsdag 10 januari 2017

Angkor Wat

Angkor Wat is Cambodja, Cambodja is Angkor Wat. Angkor Wat is de top attractie van dit zuid-oost Aziatische land. Angkor Wat is symbolisch verwerkt in de nationale vlag van Cambodja. Angkor Wat is het grootse religieuze monument ter wereld met een oppervlak van 1,6 vierkante kilometer (bron: Wikipedia). Vraag aan 10 reizigers wat ze in Cambodja komen doen en minstens negen zullen zeggen, Angkor Wat bezoeken. Angkor Wat staat op werelderfgoedlijst en trekt ruim 2 miljoen bezoekers per jaar. Volgens mijn lonely planet reisgids heb ik drie dagen nodig om alles te bezoeken maar een week zou nog beter zijn om alles in me te laten opnemen. Ze vinden het oprecht jammer als je maar een dag zou hebben om het te bezoeken. Angkor Wat is een gigantische complex aan tempels dat midden het oerwoud ligt.

Tot zover de samenvatting en de lovende woorden. Tijd voor een ontnuchterend blik op het geheel. Angkor Wat is een tempelcomplex in verval in de bossen. Het zijn een hoop oude stenen. Punt. Die drie dagen die ik nodig zou hebben, dat bleek voor mij 3 uur. Genoeg voor drie tempels. Angkor Wat zijn oude stenen. Net zoiets als de Akropolis, het Romeins amphi theater, Machu Picchu en Stonehenge. Allemaal oude steden, allemaal indrukwekkend. Laat ik daar duidelijk over zijn, het maakt indruk. Maar ik krijg nu niet meteen de neiging om hier drie dagen lang naar oude stenen te gaan kijken. Na een ochtendje oude stenen vind ik het ook wel weer leuk geweest. En er zijn dingen waar ik dagen achtereen naar kan kijken maar die zijn op een hand te tellen. Een vinger zelfs. En dat zijn bergen, ik krijg nooit genoeg van hooggebergte. Wel van oude stenen. En ik vraag me af of dat voor meer mensen geldt. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat iedere toerist die hier rondloopt drie dagen, of erger een hele week, naar oude stenen wil kijken. Ik zou stomverbaasd zijn als het merendeel voor het drie dagen ticket is gegaan. Alleen als je echt heel veel afweet van de hindoe, vishnoe en Boeddha cultuur en je zelf helemaal hebt ingelezen over het tempel complex en zijn geschiedenis, dan kan ik me voorstellen dat je hier een week voor uittrekt. Maar de doorgewinterd smartphone toerist valt niet in die categorie. De meesten zullen toch wel zo slim zijn en niet op hun reisgids vertrouwen en het bij een dagje oude stenen kijken laten?

Ik vind de tempels overigens wel mooi en indrukwekkend. En ik zou het ook zeker iedereen aanraden die ooit in Cambodja is. Als je de kans hebt, ga dan even naar de tempels kijken. Bekijk eerst in de reisgids welke tempel je wilt zien want er zijn er veel te bezichtigen en ze zijn allemaal een beetje anders. Ik ben wezen kijken bij Ta Prohm en dat voor de reden dat hier heel mooi de reuze tropische bomen het complex overwoekerd hebben. Als een soort van mega slagaders liggen de wortels van de bomen om en in de muren van de vervallen tempel verstrengeld. Ik krijg hier een beetje het Efteling sprookjes gevoel bij. In de Efteling is alles nep maar deze tempel ziet eruit alsof hij gisteren nog fungeerde in een waar gebeurde sprookje uit duizend en een nacht. Betoverend mooi.

Maar voorlopig ben ik weer even genezen van oude stenen en morgen stap ik weer op de fiets.

maandag 9 januari 2017

Park in Siem Raep

Bruine verdorde bladeren liggen op het gras en op de paden van het park in Siem Raep. De bloemenperken zijn uitgebloeid en staan er verwaarloosd bij. De bankjes kunnen een lik schilderwerk gebruiken en het afval mag wel eens worden opgehaald. Er lopen een paar toeristen rond en een hond rolt over zijn rug op het grasveld dat toe is aan een maaibeurt. Cambodja is geen rijk land, alhoewel het in mijn geheugen welgestelder is dan zoals ik net nu voor me zie. Mijn geheugen klopt gewoon niet. Dit park is daar het zoveelste voorbeeld van. Het park is toe aan een opknapbeurt maar dat geldt wel voor meer dingen in dit land. Veel wegen, zo niet alle, zijn toe een opknapbeurt. Of alleen al maar belijning op de weg want die ontbreken echt overal. Of verkeersborden. Ik heb nu 430 km gefietst en ben hooguit vijf verkeersborden tegengekomen. 

Na een paar dagen fietsen en veel gezeur met mijn darmen doe ik vandaag een rustdag. Het liefst wat ik dan doe is uitslapen, in een park een boek lezen en me laten masseren. En dat alles op zijn elfendertigst. Het uitslapen is gelukt, ik heb het ontbijt gemist dat tot 10 uur open was. Daarna heb ik mijn was naar de laundry service gebracht. Vooraf had ik ook nog naar de prijzen van de laundry service van mijn hotel gekeken. Anderhalve dollar voor een paar sokken, 2 voor een onderbroek en twee en half voor een t-shirt. Zijn ze hier nu helemaal van de pot gerukt? Twee en halve dollar om een t-shirt te laten wassen? Voor 3 dollar kocht ik op de markt in Phnom Penh een nieuwe. En nu zit ik in het park, een boek te lezen en te bloggen. Het is hier rustig en dat is prettig. Toch vind ik het jammer dat het park zo verwaarloosd is. In mijn hotel waar ik 60$ per nacht voor betaal is alles spik en span. Super schoon, super netjes, alles nieuw en ruim. De deur van het hotel en de liftdeur wordt voor me bediend. Mijn dure hotel, entree kosten voor Cambodja van 30$ en de entree kosten voor de Angkor Wat tempels, allemaal aardige bedragen. En er zijn veel toeristen, ook dure hotels zitten vol. Maar niks van al dat geld zie ik terug in dit jammerlijk slecht onderhouden park. Waarom wordt niet wat meer van dat geld besteed aan de publieke infrastructuur? 

zondag 8 januari 2017

Afzien in Cambodja

Ik geef op. Dit gaat zo niet langer. Ik heb net al een half uur voor pampus gezeten bij het lokale tankstation, blij dat ik even kon uitrusten, terwijl de lokale bevolking zich vergaapte aan mijn fiets en mijn outfit. Twee kilometer verder kom ik een guest house tegen in een dorpje wat verder niks voorstelt. Ik wist ook niet dat er accommodatie zat op dit deel van de route. Ik was er vanuit gegaan dat ik een etappe moest overbruggen van 150 km. Tussen Kampong Thom en Siem Raep kon ik vooraf niets vinden over hotels. 

Mijn doel was om 'gewoon' 150 km te fietsen vandaag. Iets van waarvan ik op voorhand al wist dat het gekkenwerk is. Het zit hem niet in de afstand, ik voel me belabberd. Ik produceer al een paar dagen diarree en mijn lichaam is leeg en energieloos. Toch begin ik aan de rit, hopende op een soort wonder. Gisteren was namelijk ook zo'n rotdag. Ook gezeur met mijn darmen maar wel goed voor 107 km. Ook die dag begon rottig en met een belabberd gevoel. De eerste 70 km liepen ook niet lekker maar op de laatste 30 kwam ik op de doorgaande weg tussen Phnom Penh en Siem Raep uit. Eindelijk was het gedaan met het hobbel asfalt, eindelijk eens een mooie brede weg met nieuw asfalt. YES! Ik ben een asfalt junkie en ik hou van mooie nieuwe wegen. Weg met alle klinkers, stoeptegels, kasseien en andere gruis wegen. Als het aan het mij ligt, leggen ze overal nieuw asfalt aan. Daarna kwam ook bij mij vorm terug. Ik herstelde die dag langzaam en op het eind zit ik krom voorover gebogen over mijn stuur om vaart te maken.

Dat wonder geschiedde vandaag niet. Mijn gevoel van lamlendigheid ebt niet weg en de felle brandende zon helpt ook niks. Eten kan ik niet, een wind laten is geen optie omdat ik bang ben dat er meer shit uit komt. Ik kan alleen maar drinken, afzien en me afvragen waar ik in vredesnaam mee bezig ben. En dan zie ik na 52 km een guest house. Ik bedenk me geen twee keer en besluit direct de pijp aan Maarten te geven. Ik wil alleen nog maar op een bed liggen. 

Dat is ook het enige wat ik de rest van de dag doe. Liggen en rusten. Veel drinken en honger heb ik nog steeds niet en zolang mijn maag geen trek heeft, besluit ik ook om niks te eten. Mijn strategie werkt. De volgende dag voel ik me beter. Niet goed maar wel beter en ik besluit niet te gaan liften maar de laatste 98 km gewoon te fietsen. Ik weet 's ochtends zelf een hele kop noedelsoep naar binnen te werken. Nou na, bijna dan. De vis haal ik eruit; daar zit mijn maag nog niet zo op te wachten. De rest van dag leef ik op mentos stuiter snoepjes, veel water en een blikje cola. Een dag later dan gepland dus kom ik aan in Siem Raep waar ik een duur hotel pak. Morgen verder uitrusten. 'S avonds hervind ik ook weer mijn eetlust. Eindelijk, na 4 dagen, weer een fitte Rob op de fiets in plaats van een wandelend lijk.

donderdag 5 januari 2017

Luxe Cambodja

Na mijn tweede dag in het zadel weet ik weer waarom ik vorig jaar dit land als een aangename verassing had bestempeld. Ondanks dat het merendeel van de bebouwing een griebus zootjes is. En ondanks dat de lokale markt er wel zeer armetierig uitziet. Plus het feit dat de wegen vaak hobbelig zijn en dat er maar weinig stenen huizen staan. Toch zijn er een paar dingen die dit land wel heeft waar het in Vietnam aan ontbrak. Af en toe kom ik een tankstation tegen met een mini mart. Zo'n winkel waar je water, sap, yoghurt drankjes en koekjes kan kopen. Even een plekje om te zitten en te rusten en even iets te eten en te drinken. Gedroogde mango of gesuikerde en gedroogde tamarinde. Een flesje icetea en een yoghurt drankje. Water tanken en weer verder. Dat was hetgeen ik miste in Vietnam en hier hebben ze dat soort luxe weer gewoon.

Verder blijft het een griebus land. Qua uiterlijk dan. Want qua vrolijkheid is dit een topland. Iedereen roept heel vriendelijk hello. Ze kijken om, ze lachen. Ze stralen plezier uit. En dat ondanks de slechte leef omstandigheden. Qua route en fitheid zit het vandaag wat tegen. Ik heb bijna de hele dag wind tegen en de weg is nogal hobbelig. In een paar dorpen is de weg opgebroken en mooi snaar strak asfalt tref ik bijna nergens. En mijn maag werkt ook al niet mee. Geen idee wat precies de oorzaak is maar er zit iets dwars in mijn darmen wat eruit wil. Ik stop een paar keer onderweg maar eet nergens een echte maaltijd. Een paar koekjes, gedroogde mango en ik koop een grote tros druiven. Na 78 km ben ik blij dat ik in Kampong Cham aankom. Een wat grotere stad en daar moet een fatsoenlijk hotel zitten. 

Als ik de brug over fiets en de stad zie liggen, zie ik direct een gebouw wat wel een hotel moet zijn en al vanaf hier zie ik dat het een luxe hotel is. YES, denk ik. Dat wordt hem. Als ik eenmaal bij de entree sta, vraag ik me af wat dit geintje eigenlijk gaat kosten. Het is wel heel veel marmer, hout, bediening en grandeur. Maar de prijs valt mee. 34 dollar voor een kamer waar ik graag ja tegen zeg. Heerlijk is dit, zeker na het 12$ hotel van gisteren. Daar bleek ik geen toilet papier te hebben en ik kwam daar op het meest ongelukkige tijdstip achter. Grrrrr,...... Uit kwaaiigheid heb ik een handdoek misbruikt. Nu zit ik een prachtige kamer met houten vloer en zeer luxe bed. Ik heb een kamer op de 6de verdieping en ik kijk uit over de Mekong. Luxe Cambodja! YES 

Morgen weer verder. Hopelijk zijn de darmen dan wat tot rust gekomen.


woensdag 4 januari 2017

Arm Cambodja

Superarm. Mijn geheugen blijkt een slechte bron van informatie. Ik meen me te herinneren van vorig jaar dat het met de welvaart in Cambodja nog best meeviel. Ik omschreef het destijds als een aangename verassing. En zo voelde het ook. Ik kwam uit Vietnam en na twee weken fietsen daar voelde Cambodja als een prettiger land. En rijker. Het verkeer was veel minder druk, minder chaotisch en vooral veel minder geclaxonneer. De wegen waren beter en men sprak er beter Engels. Ik kwam weer kleine mini supermarktjes tegen onderweg en ik vond betere hotels. Dat beeld had ik nog op mijn netvlies staan. Maar deze keer kom ik niet vanuit het arme Vietnam maar vanuit het rijke Nederland naar Cambodja toe. En nu kijk ik er toch heel anders tegenaan. 

Op de boulevard in Phnom Penh:
Een oude man wordt geholpen door zijn zoon die een peuk in zijn bek heeft. Hij gaat zitten op de openbare sportschool apparaten op de boulevard bij de Mekong. De zoon helpt opa uit zijn sandalen en doet hem een paar hippe hagelwitte sportschoenen aan. Opa gaat fietsen op het fitness apparaat terwijl zijn zoon verder rookt. Als de sigaret op is gaat de man opdruk oefeningen doen. Daarna spuugt hij op de grond. Verderop spelen kinderen voetbal met een soort plastic holle voetbal. Ze hebben geen schoenen aan en lopen blootsvoets. De onderkant van hun voeten ziet zwart. Een scherp steentje en ze hebben eigenlijk een tetanus injectie nodig.

Bij de voedselkraam in Neak Loeang:
Vliegen zijn overal. Het is onbegonnen werk ze weg te wuiven. Mijn maaltijd bestaat uit vis en rijst. Andere keuze was er niet. Er stonden 10 pannen en bij elke pan vertelde de Cambodjaanse jongen wat er in zat. Hij zei 10 keer fish. Ok,.... Vandaag dus vis. Overal op de grond liggen wc papiertjes, die dienen als servet hier. Maar een prullenbak kennen ze niet. Dat is sowieso een onhebbelijke gewoonte hier. Heel veel afval wordt domweg op straat geflikkerd. De bermen liggen vol met plastic en andere troep. De tafeltjes zijn van plastic en er gaat geen schone doek overheen voordat ik ga zitten op mijn grijze plastic stoel die ooit blauw is geweest. Mijn kom is droog geveegd met een doek en ik wil niet weten wat ze er nog meer mee gedaan hebben. Er is geen kraan om mee te kunnen afwassen. Ze spoelen borden af met water maar dat verversen ze niet.  

dinsdag 3 januari 2017

Cambodja 2017

Mijn voorbereiding is wel eens doordachter geweest. Meer inlezen, meer websites en reisgidsen bekijken. Informatie opzoeken over visa, geldzaken en vluchttijden checken. Ik wordt nonchalant in dit soort dingen en ik vraag me af wanneer het een keer mis gaat. Vandaag al? Morgen? Over een week? Een jaar? Feit is dat ik nu onderweg ben naar Cambodja en dat ik geen informatie heb opgezocht over een visum. Ik vertrouw op mijn ervaring en kennis van een jaar geleden. Voor Vietnam heb ik vorig jaar mezelf goed ingelezen en ik wist precies wat ik moest doen voor mijn visum. Eerst een of andere welkomstbrief kopen bij een gespecialiseerd bureautje. Daar stond dan op dat ik als toerist het land in kwam. Met die brief en iets van 40 dollar kon ik daar ter plekke een visum kopen. Voordat ik op Schiphol incheckte werd ook gecontroleerd of ik die brief wel bij me had. Voor Cambodja heb ik dit jaar noppes geregeld. Geen visum, geen brief, zelfs niet even alles alsnog gecontroleerd. Gecontroleerd of hetgeen wat ik van vorig jaar nog wist nog steeds klopte. Toen meen ik gelezen te hebben dat je gewoon een visum op de luchthaven kon kopen. Dat zal nu toch wel steeds zo zijn?

Beetje ondoordacht, terwijl ik juist voor Thailand heel oplettend en vooruitdenkend heb gehandeld. Ik wist dat het visum dat ik ga krijgen maar 15 dagen geldig is. Normaal is dat 30 maar ik reis over land Thailand binnen en dan is het slechts 15 dagen. En dat was te kort om van de grens naar Chiang Mai te fietsen. Ik ben twee keer naar Den Haag gereisd naar de Thaise ambassade voor wat stempels in mijn paspoort. Een keer brengen, een keer halen en 30€ betalen voor een 60 dagen visum waarvan ik er maar zo'n 18 ga gebruiken. En voor Cambodja vertrouw ik puur op een herinnering uit een reisgids en mijn ervaring van vorig jaar. Toen moest ik een ambtenaar optrommelen bij de grens die ergens in de schaduw een tukje lag te doen. Hij grapte nog of schepte op, ik kon de toon van zijn niet zo goed inschatten, dat Cambodja maar 30$ was en Vietnam 40$. Heel onhandig wijs ik hem op het feit dat Thailand gewoon gratis is. Niet echt slim maar boos wordt hij niet, of hij verbergt het heel goed. In de kist naar Phnom Penh controleer ik nog even mijn reisgids. Die heeft het ook gewoon over een visa on arrival. Helaas is die gids ook 2007 en het visum is daar nog maar 25 euro. Dan maar gewoon hopen dat alles nog gewoon klopt en even rustig te gaan slapen. Of een poging daar toe want ik zit een beetje klem vandaag in het midden een drukke Boeing. 

Na een paar keer te zijn weg gedommeld en wakker te zijn geschrokken, heb ik het idee een paar uur te hebben geslapen. Mijn telefoon en het onboard entertainment systeem van Qatar airways wijzen me er echter op dat het nog vijf uur vliegen is. Nog een keer slapen dan, een beetje half wakker voor me uit kijken en een ontbijtje geserveerd krijgen. Na een uur of weet-ik-hoeveel vliegen zijn we geland in Vietnam. Een deel van de passagiers stapt uit en de overgebleven passagiers doen wat rek en strek oefening voordat we het laatste stuk naar Phnom Penh toe vliegen. Op de luchthaven is de visum procedure precies zoals ik had verwacht. Formulier invullen, paspoort afgeven die door een vijftal ambtenaren wordt bekeken en voorzien van stempels. Nog 30$ afrekenen en mijn bagage ophalen. De odd-size luggage is hier direct naast de gewone bagageband en mijn fietsdoos ligt er al. Karretje pakken en de hitte en drukte van Cambodja inwandelen. 


Pffffff,......... 32 graden, druk, klam, heel veel mensen. Ik zie een rij mensen wachten maar ik weet niet waarvoor. Iets daarachter lijkt een kantoortje te staan maar ik zie niet precies waarvoor dat dan weer is. Er staan geen jengelende taxi chauffeurs aan mijn kleren te trekken dus kennelijk is er iets van een systeem maar ik snap nog niet welk systeem dan. De onhandige fietsdoos die ik bij me heb, zorgt er ook voor dat ik nauwelijks met mijn bagage kan manoeuvreren. Die doos is te groot en alles en iedereen staat me in de weg. En ik hun, dat natuurlijk ook. Aan de eerste de beste man met een overhemd alsof die een functie heeft, vraag ik hoe ik aan een taxi kom. De man kijkt de doos aan en vervolgens mij en trekt een vragend gezicht. It's a bicycle, beantwoord ik op de vraag die hij wilde gaan stellen. Hij ziet direct in dat dat allemaal niet gaat passen en stelt voor een tuctuc te regelen. Nu ben ik degene die een vragend gezicht trek. Een tuctuc? Het lijkt wel alsof de tuctuc de Aziatische oplossing is voor al uw transport problemen. Past iets niet in een taxi? Oh meneer tuctuc, no problem. Helder en wakker ben ik niet na deze lange reis en ik loop mee naar de tuctuc. 

De doos wordt dwars op de tuctuc gezet en ik klauter er bij. Even ter verduidelijking, de fietsdoos is 175 cm breed (de wielen zijn niet gedemonteerd) en de tuctuc is iets meer dan een meter breed. Aan beide zijdes steek het geheel dus zo'n 30 cm uit. Wat volgt is een hobbel rit door de straten van Phnom Penh en een chauffeur waarvan ik me afvraag of hij wel weet hoe breed zijn voertuig nu is. We missen buitenspiegels op een nippertje en rossen net geen brommertje tegen de stoeprand aan. Een ander komisch aspect van mijn chauffeur is dat hij geen idee heeft waar mijn hotel is. Ik heb hem de naam van het hotel en het adres laten zien. Helaas kan de man ons alfabet niet lezen en op de wijze waarop ik het heb uitgesproken, denkt die te weten waar we moeten zijn. So far zo good. We zijn op weg naar de Riverside en dat is in ieder geval goed en ik denk ik in al mijn onwetenheid dat hij daar wel iets gaat vragen. Niet dus. Hij klooit maar wat aan. Hij is naar de rivier gereden en rijdt heel langzaam over de boulevard, turende naar de naam van het hotel. In een taal die hij dus niet lezen kan. Ik maan het te stoppen. Can you please ask someone who is able to read English to help us? Dat doet die en niet veel later zijn we bij mijn hotel. 

Eindelijk. Eindelijk rust, een bed en liggen.

zondag 11 december 2016

Net niet aangereden door een Volvo



Wat doe ik hier nu weer aan? Ik fiets, ik kijk uit, ik anticipeer, ik ben voorzichtig met natte bladeren op de weg. Ik rem op tijd en maak vaart waar ik de ruimte heb en toch knal ik vandaag bijna tegen een zwart Volvo aan. En het was niet eens een oude man die het ding bestuurde.

Ik fiets terug naar huis over de N228 door Haastrecht, Oudewater en Montfoort. Eerder ben ik naar Reeuwijkse plassen  gefietst en via een grote boog om Gouda heen ben ik nu op de weg terug naar huis. Uiteindelijk zal ik vandaag  net de 80 km halen. Op het knooppunt van de N228 met de Damweg doe ik alles goed. De weg van rechts heeft geen voorrang omdat ik op een voorrangsweg fiets. Het is overdag en het regent niet. Het is overzichtelijk kruispunt. Ik zie van rechts een auto naderen en ik verifieer of de auto me gezien heeft. Voorrang hebben is een, het krijgen is twee. De man minder vaart en stopt precies voor de haaientanden. Ik trek hierdoor de simpele conclusie dat ik gezien ben en dat ik voorrang krijg. Ik minder geen vaart en fiets met een gangetje van 30 kmh over het kruispunt. Ik weet niet precies wanneer het nu gebeurt maar ik gok dat als ik een meter of 8 van de auto vandaan ben, de maan besluit om toch maar het kruispunt over te steken.

Hij heeft me dus helemaal niet gezien!! Mijn conclusie was op lucht gebaseerd en nu steekt die eikel over. Ik rem ik stuur maar dit haal ik nooit. Dit wordt boem, een boel schaafwonden, een kapotte fiets en een auto met krassen erop. Ik schrik me te pleuris en gelukkig de automobilist ook. Hij remt nog net op tijd als hij al half over het fietspad staat geparkeerd. Ik foeter de man uit. Jaja,…. Ik kan me best wel beheersen maar op het moment dat anderen het op mijn ledematen hebben gemunt en de schrik in het lijf zit, dan is dat randje civilisatie plots verdwenen. De man maakt een sorry-handgebaar en lijkt verder te willen rijden. Ik maan hem echter te stoppen en het raampje open te draaien. De eerste schrik is weg en ik vraag vriendelijk of hij voortaan toch beter wil uitkijken. Het verontschuldigt zich nog een keer en zegt ook flink te zijn geschrokken. Na deze tweede verontschuldiging laat ik er bij.