woensdag 9 september 2015

Honderd kilometer



Het is geen blog waardig en toch moet er over geschreven worden. Ik roep altijd dat alles onder de honderd kilometer niet ver is. Een rondje van 80 km is niet ver; een rondje van 105 km wel. Een lekker duidelijke markering  voor het begrip ver en niet ver. Vandaag was mijn eerste ‘verre’ tocht weer sinds mijn bekken operatie. Exact 16 weken geleden lag ik in een ziekenhuisbed met het gevoel 6 keer de maratona te hebben gereden. Ik was een fysiek wrak dat wit zag van ellende. Vandaag ben ik matige wielrenner die moe is geworden van 100 km fietsen met een niet bijster indrukwekkend gemiddelde van 27,3 kmh. Dat is dus de vooruitgang in 16 weken. Eerst 8 weken volledig rust en niet mogen lopen en binnen 8 weken weer opgeknapt tot een matige wielrenner. Als ik zo opschrijf, valt het eigenlijk nog mee. Zo slecht doe ik het misschien niet eens maar het voelt toch nog niet prettig om moe te worden van een 100 km rondje met een prut gemiddelde. Dat was vroeger anders, zal ik maar zeggen. Misschien moet ik beter nog een half jaar geduld hebben en kijken hoe fit en sterk ik dan weer ben.

Over het rondje valt ook nog wel iets te zeggen. Ik fiets van Utrecht naar Maarsen en dan via de Vecht naar Loenen, vervolgens via de Loosdrechtse plassen naar Hilversum toe om daar hopeloos te verdwalen. Dat lukt me wel vaker. Na meer dan 15 jaar is het me nog steeds niet gelukt om de wegen door de stad in mijn hoofd geprent te krijgen. Het is ook niet mijn stad. Geen idee welke slimmerik hier gepromoveerd is om een totaal onduidelijk stratenplan te bedenken.Voor mij had het wat overzichtelijker gemogen. De stad kenmerkt zich door steentjes en niet door prettig asfalt, fietspaden langs de doorgaande wegen die plots doodlopen en ook door een gebrek aan bewegwijzering. Dat laatste is trouwens geen ‘ Hilversums’ ding. Ook in den Dolder ging het verderop in de route faliekant mis. Ik was het toen inmiddels beu en ik ben op de openbare weg gaan fietsen. Mag misschien wel niet maar daar ligt tenminste asfalt en de bewegwijzering is doorgaans beter. Tussen Hilversum zat nog een stukje route dat via Laren, Eemnes en Amersfoort voerde. Na den Dolder was ik bijna thuis. Nog een stukje door de stad heen en thuis stond er 100,1 km op de teller. Yes, eindelijk weer over de honderd.

donderdag 3 september 2015

Collateral damage



Ik ben een spier kwijt. Sommige mensen zijn hun geheugen kwijt, anderen hun bril en weer anderen missen een orgaan. Ik ben een spier kwijt.

Je hebt ook niet alles nodig. Een slokdarm kan verwijderd worden als daar kanker in geconstateerd wordt. De maag die op de slokdarm aansluit wordt gewoon ergens anders aan vast geknoopt. Een baarmoeder met kanker kan verwijderd worden. Voor vrouwen van boven de 40 zonder kinderwens is dat een orgaan wat gemist zou kunnen worden. Een geheugen dat kwijt is en in de volksmond ook wel Alzheimer genoemd wordt, is duidelijk vervelender. Het komt niet terug en de schade is blijvend. Leven met een werkend oog en een glazen oog kan wel. Maar met twee echte ogen heb je beter zicht; vooral beter diepte zicht. Zou je ook zonder bepaalde spieren kunnen? Zonder hartspier? Nee, dat zeker niet. Dan ga je binnen een paar minuten dood, als die er mee kapt. Leven zonder bilspier dan? Misschien wel maar dat is wel de grootste en sterkste spier van menselijk lichaam. De kauwspier is relatief gezien nog sterker maar in absoluut gezien veel kleiner. Die spier zou ik zeker niet willen missen.

Ik ben een adductor kwijt. Een wat? Juist een adductor. Aan de binnenkant van je bovenbeen zitten drie adductoren, dat zijn spieren waarmee je de bovenbenen naar elkaar toe kun duwen. Er is een adductor magnus, adductor longus en adductor brevis. Ik weet niet welke ik daar nu precies van kwijt geraakt ben maar feit is dat mijn rechterbovenbeen ter hoogte van de lies beduidend dikker is dat links. Ongeveer een spier ter dikte van mijn pols is rechts wel aanwezig maar links zit daar dus een duidelijk gat. Mijn fysiotherapeut moest nog even haar studieboeken erop nazoeken welke van de drie het nu is. Ze vermoedt dat tijdens de operatie aan mijn bekken de zenuw die de spier aanstuurt beschadigd is geraakt. Daardoor kan ik de spier nu niet meer aansturen en spieren die niet gebruikt worden, atrofiëren. Dat is een moeilijk woord voor kleiner worden.

“Komt dat ooit nog goed?”, vraag ik
“moeilijk te zeggen. Als die zenuw zich hersteld dan kan de spier weer aangestuurd gaan worden. Maar zenuwen groeien heel langzaam, ongeveer een mm per dag.”
“er bestaat dus een kans dat niet meer hersteld?”
“beetje vervelende mededeling maar die kans is reëel”
“hmm,,, is dat erg? Een beenspier meer of minder. Nemen de rest van de spieren dat dan over?”
“goede vraag. Meestal wel, de tijd zal dat moeten uitwijzen”

Goed, een adductor minder dus en de kans dat die niet terug komt, is aanwezig. Een gevalletje ‘collateral damage’. Een term die zijn oorsprong vindt in oorlogsvoering, bedoeld om onbedoelde schade te duiden veroorzaakt door de aanval op iets anders. Een ambassade opblazen en tegelijkertijd wat auto’s in brand laten vliegen die toevallig passeerden. In software gebruiken we deze term soms ook. Een aanpassing aan bestaande software leidt soms tot ongewenst gevolgen ergens anders in de code. No worries, dat fixen wel weer, roepen we dan. Maar die zenuw bij mij zie ik niet zo snel gefixt worden. Echt heel blij ben ik niet met dit stukje collateral damage. Echt heel veel last heb ik er ook niet van. De spier beweging die ik maak met de overgebleven adductoren zijn soms nog pijnlijk. Maar lang niet zo pijnlijk meer als het ooit was. De overgebleven adductoren lijken de functie over te nemen en fietsen gaat ook steeds beter. Gisteren heb ik 89 km gefietst, dus de spieren kunnen best al weer redelijke inspanningen aan. Maar toch blijft het wel knagen. Ik ben een spier kwijt.

zondag 2 augustus 2015

De Parade



De Parade bestaat dit jaar 25 jaar en volgens mij is ze nu wel oud genoeg om te overlijden. Dit was mijn eerste bezoek aan de Parade en zeer waarschijnlijk ook de laatste. Financieel lucratief is dit festival zeker. Als organisator zou ik in mijn nopjes zijn met deze bezoekersaantallen en hun bestedingsgedrag. Hetgeen was opvalt, is dat elke poep en scheet geld kost. Entree tot het festival terrein, 7,50 euro; een kopje thee 2,10 plus twee euro statiegeld; een entree kaartje voor een voorstelling, 8 euro; en voorstelling van nauwelijks 10 min, 4 euro; een ritje in de zweefmolen, 3,50 euro; een mini mini portie poffertjes, 4 euro. Zelfs voor het plattegrondje en het schema van de voorstellingen vragen ze een euro. Kon dat er nu niet even af? Als je te krenterig bent om daar geld aan uit te geven dan is er ook nog een app en een site.

De site had ik al eerder bekeken en ik ben zelden een meer onoverzichtelijk site tegengekomen. Iets heel erg eenvoudigs, bijvoorbeeld even een overzicht van de voorstellingstijden, duur en entree kosten, dat zat er niet in. Het was nogal een gedoe om vooraf te weten te komen wat je kwijt was voor een voorstelling en hoe lang die duurde. Om dat te weten te komen, moest je naar het blokkenschema gaan, dan op een voorstelling klikken, vervolgens een Parade account aanmaken; emailadres, naam, adres en telefoonnummer invullen; en dan pas kreeg je de entreeprijs te zien. Tenminste als je online kaarten kon kopen. Als dat voor de betreffende voorstelling geen optie was dan kwam je er pas op het festival terrein achter wat een kaartje kostte.

In een echt theater, zit je trouwens op een echte stoel maar op de Parade is dat toch duidelijk anders. We zaten als haringen in een ton. Houten bankjes zonder rugleuning. Op elkaar gepropt. Zo knus zit ik doorgaans alleen tegen mijn vriendin aan; bij wildvreemden hoeft dat voor mij  niet zo. Bij een voorstelling zat er een vrouw voor me op een kinderkrukje, net groot genoeg voor een bil. Wat je met die andere bil doet, zoek je zelf maar uit. Mijn rechterknie was haar rugleuning. Een voorstellinkje van 10 minuten en je bent weer 4 euro lichter. De grootste oplichter van de Parade die ik ben tegengekomen was het theaterdier. Voor 2 euro mocht je even naar een vieze man kijken. In een woord walgelijk.

Er is ook een tijd geweest dat de Parade alleen entree kosten hief en de voorstellingen verder gratis waren. Toen werd de boel nog door de overheid gesponsord omdat het iets cultureels was. Het publiek was destijds ook anders dan nu. Het waren meer de diehard theater liefhebbers die de Parade bezochten, nu is het iets hips voor halve yuppies die hun kroost meenemen. En makkelijk geld uitgevende mensen, daar stikt het van. Want ondanks dat alles geld kost en je geen boe of bah kunt zeggen of je bent weer wat euro’s kwijt, vol zitten de voorstelling wel. En daarom heb ik besloten om volgend jaar terug te komen als theater artiest. Geen idee wat ik wat mijn voorstelling gaat inhouden maar de naam weet ik al. Vet Overprijsd! Geheel in lijn met de gedachtegang van de Parade en geen bezoeker kan achteraf ergens over gaan klagen.

dinsdag 30 juni 2015

De muur on Tour

Een ode aan de grootse bijzaak van de wielersport. Dat is wat er gisterenavond in de grote zaal van Tivoli Vredenburg te zien was. Een lange bonte aaneenschakeling van wielercommentaar, Franse chansons, dichters en een ode aan de wielergeschiedenis. Het was net een koers als op TV; soms boeiend, soms saai, soms meeslepend en met een aangekondigde finale en dito winnaar. De winnaar of eigenlijk twee winnaars van vandaag, zijn de Nederlandse oud tour winnaars, Jan Janssen en Joop Zoetemelk. De winnaar vandaag is de gele trui. Joop en Jan zitten omringd door acht Nederlandse oud gele trui dragers en worden onder luid applaus begroet. Utrecht eert de Nederlandse tour helden.

Maar voordat de finale aan bod is, gaat er een lange stoet verhalen aan vooraf. Muziek, verhalen en dichters. Het beste wieler commentaar duo ter wereld, Jose de Cauwer en Michel Wuyts, vertellen het wereldberoemde verhaal over hoe Fignon de tour verloor van Lemond met het minieme verschil van 8 seconden. Hilarische is het verslag, heroïsch en een tikkie aangedikt. Of misschien ook wel heel erg aangedikt maar dat boeit niet. Het is een genot om naar deze twee mannen te luisteren. Ik verheug me nu al op 3 weken tour en drie weken lang elke dag deze twee mannen naast me op de bank te hebben zitten. Iedere echte wieler liefhebber kijkt al jaren naar Sporza als er koers op TV is. Geen groter contrast kon er zijn gisterenavond met Mart die als een vervelende oude man op het podium stond te orakelen over een stukje lang vervlogen geschiedenis dat echt niemand kon boeien. Of het andere contrast. Giphart gaf Ducrot een veeg mee uit de pan. Hij volgt de tour bij de NOS voor de onzin uitspraken van Ducrot. Het is slecht Nederlands, slecht wielercommentaar en verdient een hoofdprijs in de categorie jongetjes-van-twaalf die proberen een heroïsche tekst bedenken. Giphart ligt dubbel van zijn uitspraken. Hier lusten de neerlandici echt geen brood van. Want wat moet je nu met teksten als, de Schlecks eten hier zwart brood, of zie hem achterstevoren op zijn fiets nog met alle wilskracht uit zijn lijf aanharken bij dat laatste wiel. Of nog beter, Zo! Die Fedrigo heeft een neus als een zinksnijder. Mart kwam nog op het podium om zijn eigen glazen in te gooien met twee uitermate saaie verhalen; Ducrot werd te kakken gezet door Giphart. Ja, daarom kijk ik dus ALTIJD naar onze Belgische vrienden.

Uiteraard mochten ook de Franse chansons niet ontbreken en de bicycle race van Queen was ook present. De band Ocobar begeleide op schitterende wijze alle solo zangers. Maar het nummer over de ronde van Steensel gewonnen door ene Knegsel, konden ze ook niets meer van maken. Dat was zo’n typische jij-non-zin-in-een-biertje moment. Ik loop wel even naar de bar. Groot respect heb ik ook voor de stadsdichters die ruiterlijk toegaven de ballen verstand te hebben van wielrennen maar wel de prachtigste proza in elkaar kunnen steken. Dat was een fantastische voorbeeld van hoe mooi het gesproken woord kan zijn over de meeste uitputtende sport ter wereld. En natuurlijk was er nog de petje-op-petje-af quiz. 1400 honderd man en vrouw spelen allemaal heel netjes volgens de regels het Holland sport spel. De vragen werden gesteld door Wilfried de Jong, vandaag geflankeerd door Herman de schermen man. En winnaar gaat met weg met en wit koerspetje en de eeuwige roem.

Kortom, deze avond had alles wat wielrennen zo mooi maakt. Ik kan nu niet langer wachten, laat die tour de France nu maar beginnen. Ik heb er zin in.

zondag 28 juni 2015

Maarten Ducrot

Beste Maarten, geachte heer D,

Ik moest wel naar je luisteren vandaag; ik had geen keus. Helaas maar uiteraard ook volkomen voor de hand liggend werd het NK wielrennen niet door het Belgische Sporza uitgezonden maar de NOS. En dus luisterde ik vandaag naar Dijkstra en Ducrot. En nu werd me ook weer duidelijk waarom ik altijd naar Sporza kijk als er koers is. Of Eurosport als Sporza de koers niet uitzendt. Ik geef toe, dat is een zeldzaamheid maar het criterium du Daupiné en de Tour de Suisse waren niet te zien bij onze zuiderburen. Eurosport zond zelfs de route du sud uit dit jaar. Een kleine koers in de Pyreneeën waar zelden echt grote ploegen aan de start staan maar waar dit jaar én Contador én Quintana aan de start stonden. Maar de derde rit in deze vierdaagse, de koninginnenrit over drie cols van de eerste categorie, werd dan weer niet uitgezonden. Ook lekker onbegrijpelijk. 

Wat voor mij ook onbegrijpelijk is, beste Maarten, is dat je nog altijd commentaar geeft bij de koers. Waarom dan toch? Hetgeen wat me opvalt is dat je alleen maar over de koers kan praten die we nu zien. En dat ik op een toon wordt aangesproken alsof ik naar het jeugdjournaal zit te kijken. Dit is niet de Tour de France waar je commentaar geeft. Dat is een koers waar Jan en Alleman naar kijkt, ook veel niet wielerliefhebbers. Dit is het NK wielrennen. Je moet wel heel erg van de koers houden en jezelf te pleuris vervelen op een zaterdag middag wil je naar deze wedstrijd gaan kijken. Nu kijken er echt alleen de diehards. Dus waarom toch die toon alsof ik een 12 jarige scholier ben die moet worden opgevoed in het klappen van de zweep van de wielrennerij.  En dan dat geklets over de koers van vandaag; alsof daar iets over te vertellen is. Goh, er is een kopgroep en er is een peloton. Dat hebben we echt nog nooit eerder gezien en ook dat het peloton het niet eens kan worden over wie er moet gaan rijden om het gat te dichten. Ook dat is niet echt iets nieuws, hoor. Je doet net alsof dat voor het eerst ooit gebeurt. Dat zoiets nog nooit is vertoond, met de nadruk op nooit Je hebt toch wel eens vaker een koers gezien, beste Maarten. 

Goede tip, kijk eens naar Sporza. Die klappen ook over de koers maar dat doen ze tussen het oeverloze gezwets door. Die gasten kletsen een beetje over de koers in zijn algemeenheid, over wat er in de kranten staat geschreven, over het weer, de hotels, de restaurants onderweg in de Vuelta, de tweets van renners, wat verhalen uit het verleden en ga zo maar door. Het is gewoon gezellig geklets en als er iets gebeurt in de koers wat het vermelden waard is, onderbreken ze hun verhaal even om te duiden wat er gaande is. Want de grap is namelijk dat wielrennen een doodsaaie sport is om naar te kijken en waar zelden iets gebeurt. En dan zijn er ook nog de beelden die voor zich spreken. 

Beste Maarten, hierbij een tip voor de aanstaande Tour, neem de koers niet zo serieus. Vertel gewoon een paar smeuïge verhalen. Klets wat over kasteeltjes onderweg, in welk pesterig klein commentaarhokje je zit, of de ronde miss van de gele trui al gespot is en meer van dat soort onzin. En laat die lyrische retoriek van je over de wielrennerij maar achterwege. Voornamelijk vanwege het feit dat er toch geen mens er op zit te wachten een ook vanwege het feit dat er toch geen barst klopt van al die vage heroïek. 

woensdag 24 juni 2015

De bedrijfsarts



“Goedemiddag, u spreekt met Edwin van Zaanen. Ik ben de  bedrijfsarts van Equens. Ik wou graag met u spreken over uw ziekmelding van 12 mei jongstleden.”
Ja, ik wist dat de bedrijfsarts me ging bellen vandaag. Het was eigenlijk ook de bedoeling dat ik naar kantoor zou komen maar dat had ik weinig zin in. Dat had ik ook al duidelijk gemaakt bij Cohesie, het arbeidsintegratie bureau. Daarom was deze afspraak dus ook veranderd in een belafspraak. Half Equens weet inmiddels wel dat ik met een gebroken bekken thuis zit, cohesie is op de hoogte dat ik geopereerd ben en niet kan lopen. Maar de bedrijfsarts weet kennelijk van toeten noch blazen. Ik had eigenlijk een heel ander gesprek verwacht maar zijn eerste vraag was:
“Kunt u vertellen waarom u al sinds 12 mei niet meer werkt?”
“ik ben gevallen met wielrennen en heb een lelijke rotsmak gemaakt en zodoende heb ik mijn bekken gebroken”
..
Even stilte op de lijn
..
“Goh, wat vervelend,…”
Ik denk nog, ja heel erg vervelend allemaal. Man, je moest een weten welke verzameling scheldwoorden ik er op heb losgelaten toen ik besefte wat voor revalidatie traject ik te wachten stond.
“Ja, heel erg vervelend”, antwoord ik
“Hoe is dat gekomen?”
Man, ga mijn blog lezen of zo, denk ik. Verdiep je eens in het dossier. Maar ik leg netjes uit wat er gebeurd is. Valpartij, dol gedraaide wilde gans, ambulance, ziekenhuis, spoedeisende hulp, operatie. De hele mikmak. Ook dat bleek nieuw voor hem. Hij wist niet dat ik gevallen was, dat ik mijn bekken heb gebroken, dat ik geopereerd ben en dat ik nu immobiel thuis zit. En ik dacht hij met een arbeidsintegratie plan zou komen. Dat die zich had ingelezen en wist wat voor werk ik deed en dat dat ook best van huis uit gedaan kon worden. En hoeveel uur ik dacht komende week te gaan maken. Dat soort agressieve aanpak, had ik verwacht. Mijn leidinggevende had ook al eerder aangegeven dat ik hem maar moest inschakelen als er van die kant druk zou komen. Ik krijg gelukkig van Equens rustig de tijd om te herstellen. Mijn laptop staat inmiddels thuis en ik kan weer wat werk oppakken. Immobiel ben ik nog steeds maar langzaamaan krijg ik wel wat energie terug.  Dan kan ik net zo goed maar wat gaan werken. Negen uur op een dag gaat niet lukken maar een paar uur moet kunnen. Daar heb ik nu wel weer wat puf voor.  

Ik vertel de bedrijfsarts verder dat er over drie weken foto’s genomen gaan worden om het herstel van  het bekken te bekijken en op basis van de bot groei een vervolgplan te maken. Officieel duurt het namelijk drie maanden voordat het been volledig belast mag worden al hoop ik zelf dat het rapper mag en dat de foto’s dat over drie weken gaan uitwijzen. De arts stelt voor om de volgende afspraak over 4 weken te zetten om de uitslag van de foto’s af te wachten. Kijk, dat is nog eens een makkelijke oplossing. Ik blij dat ik even van het gezeur van bedrijfsartsen en  arbeidsintegratie bureaus af ben en hij blij omdat,… nou ja,… ik weet niet of hij ook blij is. Ik kan gewoon doorgaan met een beetje werken en verder herstellen.