Het kampioenschap van Amsterdam.
Dat klinkt al wat beter dan het vertrouwde rondje op Sloten. Toch is het allemaal niet veel anders. Normaal zijn er 2 wedstrijden op Zaterdag; een voor de trimmers en een voor de licentie houders. Het begrip trimmers klinkt overigens nogal suf. Het tempo van de trimmers ligt doorgaans op iets boven de 40 kmh. Dat is toch wat anders dan wat ik bij het begrip trimmen voorstel. Vandaag zijn er echter meer wedstrijden voor verschillende categorieën. We rijden nu niet 1 uur en 6 ronden maar 20 ronden wat overigens minder is dan normaal. Er zijn ook nog eens 2 premies onderweg. Ook niets nieuws onder de zon. Wat wel anders is dat er na afloop een heuse prijsuitreiking is met podium. Daarnaast hebben we recht op een ronde voor depannage. Niemand heeft overigens een tweede setjes wielen bij start/finish staan. Maar toch, als we lek zouden rijden mogen een rondje minder rijden om het wiel te kunnen vervangen.
De samenvatting van de koers:
Strontkoers met massasprint.
Ik twijfel na een rondje inrijden of ik nog een rondje kan doen. Ik kijk op mijn teller en mijn hartslagmeter en beide klokjes geven 10h22 aan. Om 10h30 is de start en een rondje kost 5 minuten. Moet kunnen, dunkt me. Maar ik ben wel de enige die nog een rondje inzet. Overige renners rijden al terug naar de start. Onderweg besef ik dat ook nog moet plassen. Driehonderd meter voor de finish stop ik voor een snelle plaspauze. Ik zie het peloton al staan en de speakers kondigt de koers aan. Stik, nu heb ik niet veel tijd meer. Ik kan het peloton zien, dus de speaker kan ook zien dat er nog een renner staat te pissen. Hij trekt zich er niets van aan. Net als ik mijn plas gedaan heb, valt het startschot. De koers is begonnen en ik lig nu al op achterstand. Mooi begin. Na een halve ronde heb ik peloton bijgehaald. Eerst even uit hijgen. De rest van de koers is dodelijk saai. Er zijn een paar uitloop pogingen maar niemand slaagt. Meer dan 100 meter krijgt niemand. Er zal en moet gesprint worden op het einde. En het regent. Of het geeft geregend. Een van de 2 is minimaal waar. Het resultaat is dat ik al na één ronde constateer dat dit wielertenue vanavond in de was mag. Het is echt smerig. Na ruim een uur koers zit iedereen onder de modder. Iedereen heef een zwart gezicht van de modder. Mijn fiets en kleding hebben minimaal een halve kilo aan zand aan zich hangen. Mijn oversokken zijn nat; mijn schoenen zijn nat en op het eind kan ik mijn sokken uitwringen. En overal zit zand. In mijn ogen, mond, oren en god weet waar nog meer.
De eindsprint is gelijk als vorige week een groot drama. Met nog 400 meter te gaan moet ik nog een keer remmen om ongelukken te voorkomen. Er zit geen lijn is en vooraan rijden is een kwestie van veel wringen en duwen. 50 man rijden de laatste 5 rondes relatief rustig op de finish af en op 500 van de meet gaat iedereen staan in een poging te winnen. Ik heb goede benen vandaag en sprint met speels gemak naar een snelheid van 55 kmh en er zat nog veel mmer macht in de benen. Ik heb daar echter niets aan. Ik eindig ergens op P20. En straks ga ik mijn fiets maar eens poetsen.
zaterdag 10 maart 2012
zondag 4 maart 2012
Koersdag 2
De eerste keer koersen op de chique
carbon racer. De eerste keer net-niet prijsrijden. De eerste echte
voorjaarskoers. Geen overschoenen, dikke handschoenen en winterjacks
meer. Ook voor het eerst een fatsoenlijke snelheid tijdens de koers.
Een max van 55,5 kmh en een gemiddelde van 42,0 kmh over 58 km. Dat
lijkt weer ergens op. Met mijn vorm is weinig mis. Ik verteer de
snelheid gemakkelijk en zelfs bij de premiespurt kan ik meedoen. Bij
de laatste premie spurt voor 3 prijzen word ik vierde. Da's net niet
genoeg maar echt hopeloos is het ook niet. De eindsprint is wel als
vanouds hopeloos. De laatste 5 km wil niemand op kop rijden maar we
willen wel allemaal vooraan rijden. Het peleton rijdt “en bloque”
met 8 man breed over de weg. Er is geen ruimte meer om langs het
peleton naar voren te rijden. Niemand valt aan, niemand neemt
initiatief. Het is wringen, wringen en nog eens wringen. Als haringen
in een ton rijden rijden we naar de finish toe. Snelheid zit er ook
niet in. Het is niet om aan te zien maar ik doe er evengoed aan mee.
Ik wil ook meesprinten; de benen zijn nog lang niet moe. Met nog 500
meter te gaan zit er nog steeds geen lijn in. Om gek van te worden.
Ik zit al 4 km ergens op P40 te zoeken naar een gaatje. Wat ik ook
probeer, niets lukt. De laatste 500 meter gaat het eindelijk rap maar
dat is veel te kort om nog iets te kunnen proberen. Als een
losgeslagen ongecontroleerde kudde mongolen stormen 50 man op de
finish af. Het is gewoon zielig. Ik win niet; ik heb ook geen idee
waar ik ergens eindig. En het interesseert me trouwens ook niet.
Ook zondag is er nog een primeur. Ik
rij een van de eerste voorjaars toertochten. Honderd kilometer vanuit
Driebergen. Het voorjaar is nu echt begonnen. Laat dat wielerseizoen
maar komen. Ik ben er klaar voor en ik heb er zin in.
woensdag 29 februari 2012
Boodschappen doen
Ik heb een 36-urige werkweek en
zodoende ben ik een keer in de 2 weken op woensdag vrij. Meestal
spendeer ik dit soort dagen op de fiets. Ik ben een wielren junkee en
elke vrije dag staat in het teken van de verslaving. Geen opium of
cocaïne voor mij
maar gewoon een dagje in het zadel doorbrengen. Vandaag dus ook. Al
is vandaag toch iets anders. Meestal ga ik 's morgens een km of 100
fietsen en 's middags heb ik tijd voor wat boodschappen.
Het rondje van vandaag loopt via
Eemnes, Hilversum, Loosdrecht, Breukelen, Maarsen, langs het
Amsterdam Rijn kanaal naar Weesp en dan weer de polder in. Thuis even
douchen en lunchen met gebakken eieren. Het boodschappen lijstje van
vanmiddag bestaat op het ophalen van een gerepareerde wielrenschoen
bij de lokale naaiturk en een busje ketting spray voor de motor.
Maar eigenlijk wil ik helemaal geen
ketting spray kopen. Ik wil ook helemaal geen kettings smeren. Ik ben
die primitieve oude techniek al een tijdje meer dan beu. Elke 500 km
een ketting smeren is tot daar aan toe. Maar in de regen mag dat om
de 50 km. Daarnaast nog elke 2000 km de ketting opnieuw aanspannen.
En dat terwijl er veel betere technieken zijn. Er is cardan
aandrijving en er is riem aandrijving. Ik heb afgelopen weekend op de
motorbeurs gevraagd aan Honda en Kawasaki waarom ze geen motoren met
riem aandrijving in hun assortiment hadden. Ze stonden met hun mond
vol tanden. Dat doet Honda niet, meneer en Honda weigert ook nog eens
uit te leggen waarom ze het niet doen.
Ik stap binnen bij de lokale
motordealer en stel de vraag.
“Kunnen jullie mij een busje ketting
spray verkopen of kunnen jullie mij een nieuwe motor verkopen?”
Ik had al gezien dat ze een BMW F800ST
hadden staan die me wel beviel. Een ideale motor voor woon-werk
verkeer en leuk voor vakanties. En met riemaandrijving. Na een kort babbeltje
met de verkoper en een testrit was ik er uit. Doe maar. Een slordige 6000 euro armer en een motor rijker. Dat is het betere werk van even boodschappen doen.
zaterdag 18 februari 2012
koersdag 1
Niet om over naar huis te schrijven.
Eigenlijk ook niet om een blog mee te
vullen. Maar het is nu eenmaal de eerste koersdag van het jaar en
daar moet over geschreven worden. Een wielerseizoen begint nu eenmaal
vroeg en ook dit jaar zit ik dus half februari al op de fiets. Er is
hier in de regio ook nog zoiets dat een voorjaarscompetitie heet.
Daar mag ik overigens niet rijden omdat ik geen licentie heb. Die
competitie begon al 5 februari van dit jaar. Net toen de horror
winter Nederland trof, begon het wielerseizoen. Daar zullen wel wat
wedstrijden van afgelast zijn, vermoed ik zo.
Vandaag is het redelijk goed weer. Het
is zacht met 8 graden en het is de hele rit droog. Toch kom ik goed
smerig de koers uit. Het parkoers is namelijk ronduit vies en nat. En
het waait. Nou ja,.. zeg maar gerust het waait heel erg hard vandaag.
Geen storm of zo met omvallende bomen maar wel een wind van 40 kmh.
Het gevolg is een storm koers. En daar ben ik enorm slecht in.
Klimmen gaat me redelijk goed af maar koersen met harde wind is
overduidelijk niet mijn specialiteit. Er rijden vandaag een
verzameling renners mee die daar veel beter in zijn en het lijkt wel
alsof zij de hele winter hierop hebben gewacht. Er is allesbehalve
sprake van een warm rij koers. Het is gewoon hard fietsen vanaf
kilometer 1.
Ik ben blij dat ik kan volgen. Meer dan
peleton vulling zit er niet in. Al snel onstaat er een kopgroep van
een 10 of 12 renners die weg zullen blijven. Het achtervolgende
peleton dunt langzaam uit. Het begon met 45 renners maar op het eind
van de rit zijn daar nog 25 renners van over. De rest is eraf
gewaaid. Dat gebeurt mij dan nog net niet maar vooraan rijden zat er
vandaag niet in. Ik laat de eindspurt van het uitgedunde peleton
lopen en zoek snel de douches op.
Ik zoek nog naar iets om trots op te
zijn vandaag. Ik vind dat uiteindelijk in het feit dat ik de hele
koers niet geschakeld heb. Ik heb alles op de 50*17 gereden. Ook de
stukken met wind mee waar ik een piek heb gehaald van 50 kmh. Even
terug rekenen en ik kom dan uit op een cadans van 134 omwentelingen
per minuut. Met de souplesse zit het wel goed. Nu de snelheid nog.
woensdag 15 februari 2012
De winter is terug.
Het is weer winter in Nederland; gewoon
echt winterweer zoals dat hoort half februari. Het is koud overdag en
's nachts schampt de temperatuur het vriespunt. Het is nat en het er
waait een stevige Noordwesterbries. De ene depressie volgt de andere
op. Zo hoort het te zijn in februari. Zo is het al jaren alleen af en
toe verslikt de natuur zich en is ze in de war. Dat was vorige week
en de week daarvoor. Dat was niet normaal meer. Het is -20 geweest
bij mij in het dorp en overdag kwam de temperatuur niet boven de -9
uit. Dat zijn geen grappen; dat is je reinste terrorisme. De horror
winter die in de herfst werd voorspeld, kwam eindelijk uit. Iedereen
leek er blij mee te zijn. Behalve ik dan. Plus waarschijnlijk nog een
grote groep mensen die wijselijk hun mond hielden. Klagen over kou
wordt om een of andere mij totaal onduidelijke reden niet gewaardeerd.
Fietsen bleek ook onmogelijk tijdens de
horror winter. Fietspaden zijn lang niet allemaal gestrooid en zijn
dus onbegaanbaar of spekglad. En tegen -10 kun je jezelf niet kleden.
Dan moeten er zoveel warme lagen over elkaar heen worden gedragen dat
je een soort mummy wordt en normaal bewegen onmogelijk is. Vandaag
is het eindelijk weer eens normaal winter weer en ook nog eens een vrije dag, dus
de racefiets maar weer eens van stal gehaald.
En ook vandaag was fietsen lang niet
altijd even leuk. Fietspaden zijn nat en er ligt veel troep op de
weg. Het is nog steeds gewoon koud en er staat ook nog een
Noordwesterbries mij van de weg af te blazen. Wielrennen gaat over
snelheid maar met de wind vol op kop, komt mijn teller niet boven de
18 kmh uit. Toch beschouw ik deze weersomstandigheden als een
godsgeschenk. Ik kan weer buiten fietsen, eindelijk. Hehe, poehpoeh,
tsjonge tsjonge, pffffff .... het is gedaan met de horror winter. En
nu op naar het voorjaar.
maandag 6 februari 2012
Elfstedenkoorts
Nederland is in de ban, in de ban van het weer. Er gaat geen nieuwsbericht voor bij of het gaat erover. Het E woord. Het grote E woord. Heel misschien zou het mogelijk zijn om dit jaar na 15 jaar weer een Elfstedentocht te kunnen organiseren. Volgens mij zijn het vooral de Nederlanders die erover praten. Elke fries die ik nog toe in het nieuws heb gezien doet wat nuchterder. Ze staan doodleuk te vertellen dat het pas een paar dagen -10 is geweest. Dat is niets, zeggen ze. Het was net genoeg om de Friezen te laten ontdooien. Ze praten nu waar ze doorgaans hun mond houden. Het aloude gezegde. Een Fries ontdooit pas als het gaat vriezen. Nu vriest het en praten ze een beetje in het openbaar maar een Elfstedentocht, nee dat niet. Eerst even afwachten wat de vorst doet.
In de rest van Nederland speculeert men er lustig op los. Wat als, hoe zit het met, wat zegt het rayonhoofd, en zo maar door. Hoe zagen de oude Elfstedentochten eruit? Oude beelden, oude filmpjes komen weer in het nieuws. Alle oude herinneringen komen weer boven water. Geen detail is onbelangrijk. Hoe de veters gestrikt zaten van de winnaar en of dat geholpen zou hebben.
Ik zit nu te kijken naar de wereld draait door. De tafel zit vol met Elfsteden gasten. Erben Wennemars stottert zich de uitzending door. Erik Hulzenbosch is enthousiast als een klein kind. Als die man ook maar een ijsblokje uit de ijskast ziet vallen, begint hij al lyrisch te vertellen over zijn tweede plek 15 jaar terug. We krijgen weer het aloude nieuws en de aloude Elfstedentocht woorden. Windwakken, ijstransplantatie en klunen. Ik krijg nieuws over eenden die zijn stil en de maan die de goede kant op kijkt. Deze Middeleeuwse wijsheden zouden dan duiden op meer strenge vorst.
Het zal allemaal wel. Ik ben ook heel druk met het weer bezig. Ik kijk tweemaal daags alle weersites na om de lange termijn voorspellingen in de gaten te houden. Buienradar, weeronline, knmi, windfinder en ga zo maar door. Net zolang totdat ik er een vind, die dat voorspelt wat ik graag wil lezen. Die site is dan de waarheid. Ik kijk echter naar andere dingen dan de gemiddelde Fries. Wanneer gaat het DOOIEN?!? Wanneer wordt het voorjaar? Wanneer kan ik weer op de fiets springen? Ik schrijf liever over fiets tochten dan een klaag blog vol over de huidige horror winter.
In de rest van Nederland speculeert men er lustig op los. Wat als, hoe zit het met, wat zegt het rayonhoofd, en zo maar door. Hoe zagen de oude Elfstedentochten eruit? Oude beelden, oude filmpjes komen weer in het nieuws. Alle oude herinneringen komen weer boven water. Geen detail is onbelangrijk. Hoe de veters gestrikt zaten van de winnaar en of dat geholpen zou hebben.
Ik zit nu te kijken naar de wereld draait door. De tafel zit vol met Elfsteden gasten. Erben Wennemars stottert zich de uitzending door. Erik Hulzenbosch is enthousiast als een klein kind. Als die man ook maar een ijsblokje uit de ijskast ziet vallen, begint hij al lyrisch te vertellen over zijn tweede plek 15 jaar terug. We krijgen weer het aloude nieuws en de aloude Elfstedentocht woorden. Windwakken, ijstransplantatie en klunen. Ik krijg nieuws over eenden die zijn stil en de maan die de goede kant op kijkt. Deze Middeleeuwse wijsheden zouden dan duiden op meer strenge vorst.
Het zal allemaal wel. Ik ben ook heel druk met het weer bezig. Ik kijk tweemaal daags alle weersites na om de lange termijn voorspellingen in de gaten te houden. Buienradar, weeronline, knmi, windfinder en ga zo maar door. Net zolang totdat ik er een vind, die dat voorspelt wat ik graag wil lezen. Die site is dan de waarheid. Ik kijk echter naar andere dingen dan de gemiddelde Fries. Wanneer gaat het DOOIEN?!? Wanneer wordt het voorjaar? Wanneer kan ik weer op de fiets springen? Ik schrijf liever over fiets tochten dan een klaag blog vol over de huidige horror winter.
woensdag 18 januari 2012
Koukleumen voor gevorderden
Ik heb vandaag een les gedaan in het kader van koukleumen voor gevorderden. De les vond buiten plaats. Ongeveer in het gebied: Almere, Soesterberg, Bilthoven, Breukelen, Nederhorst ten berg. Ofwel een rondje fietsen in het Gooi op een winterse dag in januari. Onze winter stelt tot nu toe nog niets voor. Veel regen in december en begin januari, daarna een paar dagen een koufront met matige vorst ’s nachts maar dat was na 2 dagen al weer voorbij. Vandaag zou er al weer zachter weer aankomen. Weg met de vorst en daar is de Zuidwesten wind weer om zachte oceaan lucht aan te voeren. Tijd voor een rondje fietsen dus. Het is 2 graden boven nul als ik ’s morgens weg rijd. Ik heb voor mijn gevoel voldoende warme kleding aangetrokken maar al snel merk ik dat de harde wind veel kouder is dan ik had gedacht. De temperatuur licht weliswaar al boven de nul, de gevoelstemperatuur ligt daar nog steeds onder.
Dat is trouwens een moeilijk verhaal, de gevoelstemperatuur. Met mijn achtergrond als techneut van de TU Eindhoven kan ik hier wel iets zinnigs over zeggen. De gevoelstemperatuur bestaat niet. De gevoelstemperatuur is een berekende waarde en is niet te meten. Stel dat je met een ontbloot lichaamsdeel buiten staat in lucht van nul graden. Het waait niet en de kou is redelijk te harden. Je lichaam is 37 graden; de luchtlaag net naast je lichaam is iets omgewarmd door je eigen lichaam en is een paar graden boven nul. De overige lucht om je heen is nog steeds nul graden. De warme luchtlaag rondom je lichaam stijgt op en wordt vervangen door nieuwe lucht van nul graden. Dit proces heet vrije convectie. Behalve vrije convectie is er ook nog zoiets als gedwongen convectie en dat heet wind in normale mensen jargon. Met nul graden en wind voelt het veel kouder aan omdat de warme luchtlaag rondom je huid sneller wordt weggeblazen. Om uit te drukken hoe koud het dan aanvoelt is de gevoelstemperatuur bedacht. En dat is de temperatuur zoals je die ervaart als het niet gewaaid zou hebben. Je zou dus kunnen zeggen: Het is 5 graden en het voelt als 5 graden omdat het niet waait; of het is 5 graden maar het voelt als 0 als het niet gewaaid zou hebben. Maar die temperatuur van nul graden is nergens aanwezig. De lucht is 5 graden; de lucht rondom je huid iets warmer dan 5 graden en je lichaam is nog steeds 37 graden. Die nul graden is een fictief getal .Hoe harder het waait het lager het fictieve getal.
Tot zover nog een redelijk te begrijpen theorie maar het kan veel ingewikkelder. Behalve de wind kan de luchtvochtigheid worden meegenomen in de berekening. Plus de hoeveelheid zonkracht (indien aanwezig). Het eenvoudige model wordt dan al snel een complex rekenmodel waar op het einde nog steeds een getal uitkomt. Afhankelijk van welk rekenmodel je kiest, komt er een andere gevoelstemperatuur uit. Als uit een bepaald rekenmodel een gevoelstemperatuur van nul graden komt wat niet strookt met je eigen beleving, dan kies je gewoon een ander rekenmodel. Totdat je er een hebt, die met je eigen gevoel overeenkomt. Gevoelstemperatuur is net statistiek; een wetenschappelijke methode om te kunnen liegen.
Ik mag dan wel de basis principes van de gevoelstemperatuur kennen. Ook ik krijg het er niet warmer van vandaag. Het is kleumen, kleumen en nog eens kleumen. De stukken door het bos met weinig wind zijn wel te harden. De open stukken met veel tegenwind zijn gewoon stervenskoud. Ondanks dat ik genoeg kleren draag, krijg ik koude handen en het gevoel verdwijnt uit mijn voeten. Onderweg stop ik even om een Snelle Jelle open te krijgen. Het lukt niet. Mijn handen zijn te koud om kracht te kunnen zetten. Alleen met mijn tanden krijg ik de verpakking los. De tweede helft van de route begint het ook nog zachtjes te miezeren. Kou, harde wind en miezer. Kan een mens zich meer ellende voorstellen?
Als ik verkleumd thuis kom, blijk ik nog net genoeg kracht in mijn vingers te hebben om de voordeur open te krijgen. Ik heb er wel 2 handen voor nodig. Met een hand had ik niet genoeg kracht meer. En nu mag ik douchen,……… met echt warm water.
de route:
Abonneren op:
Posts (Atom)