zondag 5 augustus 2018

Lac Blancs

Na vijf dagen fietsen en elke dag verkassen ben ik wel toe aan even rust. Gisteren ben ik via de col d'Ornon naar Bourg d'Oisans gefietst. Ik dacht eigenlijk dat die col vanaf de zuidzijde een makkie was, maar dat viel toch enigzins tegen. Volgens mijn geheugen kwam dat ding niet boven de vier procent uit. Maar zoals zo vaker blijkt mijn geheugen een slechte bron van informatie, Google is doorgaans betrouwbaarder. De laatste vijf kilometer zijn gemiddeld zo'n zeven procent. Al met al valt dat ook wel weer mee, maar ik had me op iets anders ingesteld. Ik zie de laatste zes kilometer twee fietsers voor me rijden, maar die willen niet dichterbij komen. Op de top tref ik ze pas, een vrouw van tegen 50 op een hybride plus een man met grijs haar. Eerder al op de dag kwam ik ook maar niet dichter bij twee andere fietsers. Dat waren twee valsspelende dames op dikke e-bikes. Die bleven op een drie procent helling ook net voor me rijden. Zo moet Dumoulin zich vast voelen als die achter Froome of een van zijn knechtjes aan fietst. Net niet bijhouden, wetende dat de anderen een extra hulpje hebben. Die dames hadden een motortje, Sky heeft vijf doktoren in dienst met een dubieus doping verleden. Bovenop de top van de Ornon hoor ik nog wel een Nederlander zeggen als die mij voorbij ziet fietsen, Goeiemorgen moet je dat zien. Dat gaf me dan wel weer een beetje moed.

Ondanks dat, vond ik het wel tijd voor een dagje 'rust'. Een beetje wandelen, hoog boven in de bergen leek me wel wat. Eerst naar Alpe d'Huez toe en vanaf daar een stuk wandelen. En ik ga niet die berg op fietsen dus. Ik pak wel een lift omhoog en een lift terug. Eenmaal boven, doe ik wandeling naar het lac Blancs. Dat meer is in een woord ronduit schitterend. De wandeling zelf niet heel erg. Op de mooiste paden mag niet gewandeld worden, want die zijn voor de downhillende mountainbikers bedoeld en die wil ik in volle vaart ook liever niet tegen het lijf lopen. Zij rijden in een geharnast pantser, ik heb een t-shirt aan. Wat rest zijn gravelwegen, bedoeld voor het verkeer dat onderhoud doet op skiliften die hier als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Maar het meer is echt mooi. Heel heel heel erg mooi. Superlatieven mooi. Op de terugweg pak ik een van de gondels naar beneden. Ik begin die gravelweg beu te geraken. In het mega skidorp eet ik een tartiflette, maar helaas geen echt goede. Ik heb betere geproefd. Op de terugweg heb ik nog sneller een lift dan op de heenweg. Binnen een minuut zit ik bij een Italiaanse echtpaar in hun dure Mercedes op weg naar het dal. Liften werkt echt top in de bergen. Daar kan geen bus, taxi op fiets tegenop.





Geen opmerkingen: