zaterdag 17 november 2012

Tienduizend eenentachtig kilometer,…



Ik heb geen totaal doel in de zin dat ik minimaal een bepaald aantal kilometers per jaar wil rijden. Maar het is toch wel leuk om over de 10000 grens heen te raken. En vandaag was dat het geval. Er zijn andere groepen, personen en wedstrijden waar het aantal kilometers wel van belang. Bij de meeste toerclubs worden intensief kilometerstanden bijgehouden en opgeteld. Er wordt een prijs uitgereikt voor het lid met de meeste kilometers. En dat zijn vaak serieuze afstanden. 15000 hoeft niet eens altijd genoeg te zijn om te winnen. Er zijn ook wedstrijden die draaien om aantal kilometers. Er zijn 24 uurs races waarin solo of met een team zoveel mogelijk kilometers moet worden gereden.
 
Profwedstrijden die draaien om aantal kilometers bestaan niet. Dat druist tegen de aard van wielrennen in. De tour heeft een vaste afstand. Het is niet zo dat als je een keer extra Alpe d’Huez op fietst, dat je dan meer kans maakt om te winnen. Ook de verplaatsingen van finish plaats naar de volgende startplaats doen renners met de bus. Geen hond die er over denkt om dit fietsend te doen. Wielrennen gaat over een vaste afstand en degene die daar het rapst over fietst, die krijgt de bloemen en de kussen van de ronde miss. 

En toch houd ik ook statistieken bij. Elke training schrijf ik op. Hoe lang, wat voor weer, intensief of rustig getraind. Ik weet niet waar deze afwijking vandaan komt en ik doe het al 8 jaar. Dit is het derde jaar dat ik boven de 10000 kom.  Volgend jaar zie ik wel hoeveel ik haal. Ik maak er geen doelstelling van maar ik op het einde van het jaar op 9500 sta, dan doe ik wel een paar trainingen extra. 10000 staat toch leuker. Tenzij het dan in december enorm pest weer is. Dan zeg ik gewoon dat het me allemaal niet zoveel interesseert.

De route van vandaag liep halverwege dwars door de Utrechtse binnenstad. Dat kwam wat onhandig uit. Ten eerste omdat ik de weg daar slecht ken en ten tweede omdat hard fietsen daar niet echt mogelijk is. Zeker niet omdat iedereen doodleuk twee aan twee gaat rijden op smalle fietspaden. Ik heb  bijna alles via het trottoir ingehaald. Bellen of roepen om te zorgen dat ze aan de kant gaan, gaat minder rap. De rest van route verliep langs de Vecht en door de bossen bij Soest. Daar heb ik zelfs nog een groot aantal mountainbikers gezien met een korte broek. Tuurlijk, dat kan makkelijk. Het vroor tenslotte niet. Maar ik verklaar ze voor gek.

Geen opmerkingen: