- 1670 kilometer
- 12127 hoogtemeters
- 0 lekke banden, wederom pluspunten voor Schwalbe
- 1 kapotte crank en 1 kapotte pedaal, beiden eigen schuld
- 6 keer kamperen, waarvan 2 keer wild kamperen
- 0 adult only hotels
- 87 blikjes cq flesjes uit drankautomaten of mini markets
- Family Mart, Lawson, 7/11, CU en de GS25 als suikerbronnen
- 4 massages, een in Japan, drie in Korea
- 5 boottochten, waarvan 2 korte 2 langere en een hele lange (Fukuoka – Busan)
- 2 orkaan uitregen dagen en dus binnen blijven
- 1 keer naar de kapper in Japan
- Een paar tempels, die dingen zijn ook niet echt aan mij bested
- Bestolen van een busje wd40 plus een externe batterij om een telefoon op te laden. De schuldige heet Finnair
- 3 keer kleding met een echte wasmachine gewassen, bijne elke dag een handwas gedaan
- Nul Onsens gedaan. Dat schijnt een Japan must-do te zijn, maar ik ben niet zo'n baden fan
- 1 tinder date
- Elke dag kimchi in Zuid-Korea
- Super lekkere verse vis in Japan
- Camelia ferry voor de Fukuoka – Busan trip. Na een goede tip van twee Fransen, de andere maatschappij Beetle is een ramp maatschappij voor reizen met fiets
- Zon,... heel veel zon. 32 graden in Osaka en in Seoul gezakt naar aangename 25.
- 1 flesje zonnebrand
- 1 tube mini tube tandpasta
- 1 mini mini tube eigen shampoo, de rest kwam uit hotels of publieke toiletten
- 5 keer geschoren
- Nul valpartijen
- Best veel rode stoplichten en andere verkeersregels genegeerd
- Nul collenbordjes gezien en toch best veel geklommen
- Heel veel fietsers in Japan en veel minder in Korea
- Steilste strook 18% en niet hoeven lopen
- Kleinste verzet 34/32 was dus echt nodig
- Maximum snelheid 72.4 kmh
- Geen zadelplijn
zaterdag 5 oktober 2019
Van Osaka naar Seoul, de samenvatting
woensdag 2 oktober 2019
Leeum museum, Seoul
Eerst was er tyfoon Tapah, nu is het tyfoon Mitag die voor regen zorgt. Dat is nummer twee deze vakantie. Nu weet ik dus ook weer waarom ze het hier over een tyfoon seizoen hebben. Mitag is volgens de telling alhier nummer 18 dit jaar. Ik vind dat best veel. Net als bij de vorige tyfoon die voorbij raasde, zat ik godzijdank niet in het oog van de storm. Er was alleen maar veel regen en dat gebeurt vandaag weer.
Wat doen je dan in Seoul als het buiten pleuris weer is? Volgens mijn Tinder date van gisteravond moest ik naar Leeum museum gaan. Daar was kunst te zien, zowel moderne als traditioneel oude Koreaanse kunst. Ik had weinig zin om goedbedoelde lokale raad in de wind te slaan en zelf wat te bedenken, en dus heb ik er weer een verhaal bij.
Moderne kunst, soms snap ik het, maar nog vaker blijkt deze expressie vorm zich niet te houden aan de wetten van de logica. Echt totaal niet. Als kunst logisch was geweest, dan hadden er het wel wiskunde genoemd of zo. Een mooie overeenkomst tussen hogere wiskunde en hogere kunst is wel dat de meerderheid van de bevolking er de ballen van snapt. Met een klein verschil dan, degenen die ervan overtuigd zijn kunst te begrijpen, verschillen nogal eens van mening met anderen die ook denken het te snappen. Bij wiskundige is er doorgaans meer synergie.
Ik verdeel de moderne kunst in het Leeum museum in twee categorieën. Een categorie is kunst die kunstzinnig is om te maken, daar is echt kunde of inzicht van een vakman voor nodig. En er is kunst die je zo uit het schap bij de Ikea, of de Blokker kan halen. Het enige wat je daarna moet doen is er een stupide verhaal bij bedenken. De eerste categorie is soms mooi, soms lelijk. Dat heeft een beetje met smaak te maken. De tweede categorie is te stompzinnig voor worden dat het überhaupt museumwaardig is bevonden.
Laten we bijvoorbeeld de medicijnkast van Damian Hirst er eens bijhalen. Het kunstwerk is dus een heuse medicijnkast die je in elke apotheek zal tegenkomen. Niks meer niks minder. Zou dat moeilijk zijn om te in elkaar te flansen? Is het moeilijk om het kunst te noemen? Allebei niet. Net zo moeilijk om het gereedschap bij mij in de schuur kunst te noemen. Het verhaal waarom die onzin als kunst door de beugel kan, is nog infantieler dan de marketing teksten die worden ingezet om rimpel crème aan tachtig-plussers te verkopen. Ik zeg afbreken, die onzin.
Niet de hele tentoonstelling hoeft daarom door de shredder, er bleef gelukkig ook nog iets over wat het bekijken waard was.
Wat doen je dan in Seoul als het buiten pleuris weer is? Volgens mijn Tinder date van gisteravond moest ik naar Leeum museum gaan. Daar was kunst te zien, zowel moderne als traditioneel oude Koreaanse kunst. Ik had weinig zin om goedbedoelde lokale raad in de wind te slaan en zelf wat te bedenken, en dus heb ik er weer een verhaal bij.
Moderne kunst, soms snap ik het, maar nog vaker blijkt deze expressie vorm zich niet te houden aan de wetten van de logica. Echt totaal niet. Als kunst logisch was geweest, dan hadden er het wel wiskunde genoemd of zo. Een mooie overeenkomst tussen hogere wiskunde en hogere kunst is wel dat de meerderheid van de bevolking er de ballen van snapt. Met een klein verschil dan, degenen die ervan overtuigd zijn kunst te begrijpen, verschillen nogal eens van mening met anderen die ook denken het te snappen. Bij wiskundige is er doorgaans meer synergie.
Ik verdeel de moderne kunst in het Leeum museum in twee categorieën. Een categorie is kunst die kunstzinnig is om te maken, daar is echt kunde of inzicht van een vakman voor nodig. En er is kunst die je zo uit het schap bij de Ikea, of de Blokker kan halen. Het enige wat je daarna moet doen is er een stupide verhaal bij bedenken. De eerste categorie is soms mooi, soms lelijk. Dat heeft een beetje met smaak te maken. De tweede categorie is te stompzinnig voor worden dat het überhaupt museumwaardig is bevonden.
Laten we bijvoorbeeld de medicijnkast van Damian Hirst er eens bijhalen. Het kunstwerk is dus een heuse medicijnkast die je in elke apotheek zal tegenkomen. Niks meer niks minder. Zou dat moeilijk zijn om te in elkaar te flansen? Is het moeilijk om het kunst te noemen? Allebei niet. Net zo moeilijk om het gereedschap bij mij in de schuur kunst te noemen. Het verhaal waarom die onzin als kunst door de beugel kan, is nog infantieler dan de marketing teksten die worden ingezet om rimpel crème aan tachtig-plussers te verkopen. Ik zeg afbreken, die onzin.
Niet de hele tentoonstelling hoeft daarom door de shredder, er bleef gelukkig ook nog iets over wat het bekijken waard was.
zondag 29 september 2019
Busan Seoul
Mijn route van Busan naar Seoul gaat bijna helemaal zoals gepland. Bijna, zeg maar, ik had niet echt een planning dus veel kan er ook niet misgaan. Ik had vooraf drie routes gedownload, twee daarvan claimden het vier rivieren pad te volgen. Dat is de officiële fietsroute, speciaal voor fietsers aangelegd en redelijk goed gemarkeerd. Die twee routes telden echter nogal een verschil in kilometers, 458 en 578. En in de praktijk wijken beide routes nogal eens af van de met bordjes gemarkeerde fietsroute. De derde route ging meer oostwaarts door Korea heen en telde 658 km. Dat was ook de route die ik in eerste instantie wilde volgen, maar na 40 kilometer was ik er al klaar mee. Geen idee wie de bedenker van dat geheel was, maar een fietser over autowegen sturen, welke mongool bedenkt dat nu weer? Ik moest over een zesbaans autoweg gaan fietsen, zonder vluchtstrook een ook echt verboden voor fietsers. Gevalletje laat maar en terug naar de vier rivieren routes.
Vaak is die officiële fietsroute een super mooi fietspad met schitterend uitzicht, maar soms ook een dramatisch hobbelpad vol lelijke stoeprandjes. De bordjes die de route aangeven zijn ongeveer even goed als de witte fietsbordjes met rode letters van de ANWB. Dat is de categorie, er staat tien keer een bordje en dan de elfde keer een zoek-het-maar-uit bordje, oftewel een T-splitsing zonder bordje. Die gpx routes komen dus nogal eens van pas. Maar deze hebben af en toe de neiging om dat vier rivieren pad links te laten liggen en een stukje snelweg te gaan doen.
Ik kom onderweg veel Koreanen tegen en ook redelijk wat westerse toeristen die deze langeafstandsroute fietsen. Het heeft daardoor niet echt een super avontuurlijke karakter met om de tien kilometer een rustpunt plus toiletten. Handig is het echter wel en het uitzicht is doorgaans schitterend. De Koreanen rijden op racefietsen, MTB's en hybrides, soms met maar meestal zonder bagage. En ze rijden relatief langzaam. Waar al die rappe strava tijden hier vandaan komen is me vooralsnog een raadsel. Wat nog meer opvalt, is hun kleding. Lange broeken en lange mouwen, ook al is het 25 graden. Een helm, een pet, een mega zonnebril en een gezichtsbedekkende dunne bandana. Alsof Darth Vader op je af komt gefietst, maar de meesten groeten wel vriendelijke ondanks hun wat verhullend outfit.
Vaak is die officiële fietsroute een super mooi fietspad met schitterend uitzicht, maar soms ook een dramatisch hobbelpad vol lelijke stoeprandjes. De bordjes die de route aangeven zijn ongeveer even goed als de witte fietsbordjes met rode letters van de ANWB. Dat is de categorie, er staat tien keer een bordje en dan de elfde keer een zoek-het-maar-uit bordje, oftewel een T-splitsing zonder bordje. Die gpx routes komen dus nogal eens van pas. Maar deze hebben af en toe de neiging om dat vier rivieren pad links te laten liggen en een stukje snelweg te gaan doen.
Ik kom onderweg veel Koreanen tegen en ook redelijk wat westerse toeristen die deze langeafstandsroute fietsen. Het heeft daardoor niet echt een super avontuurlijke karakter met om de tien kilometer een rustpunt plus toiletten. Handig is het echter wel en het uitzicht is doorgaans schitterend. De Koreanen rijden op racefietsen, MTB's en hybrides, soms met maar meestal zonder bagage. En ze rijden relatief langzaam. Waar al die rappe strava tijden hier vandaan komen is me vooralsnog een raadsel. Wat nog meer opvalt, is hun kleding. Lange broeken en lange mouwen, ook al is het 25 graden. Een helm, een pet, een mega zonnebril en een gezichtsbedekkende dunne bandana. Alsof Darth Vader op je af komt gefietst, maar de meesten groeten wel vriendelijke ondanks hun wat verhullend outfit.
vrijdag 27 september 2019
Zuid-Korea vs Japan
Mijn reis door Japan is afgesloten met een zeeziek makende boottocht tussen Fukuoka en Busan. Nu ben ik al een paar dagen onderweg in Zuid-Korea. Tijd om eens wat verschillen cq overeenkomsten op te sommen. Beide landen zijn en super druk en super rustig tegelijkertijd. Onwaarschijnlijker maar waar.
Zuid Korea telt 51 miljoen inwoners en met 511 inwoners per vierkante kilometer is dit het derde dichtstbevolkte land ter wereld. Bangladesh en Taiwan staan op een en twee. Ik tel de stadstaten in deze even niet mee. Singapore, Monaco en zelfs Vaticaanstad zijn nog dicht bevolkter. Maar dat zijn ook alleen maar steden, daar hoort geen achterland bij. Nederland staat overigens wereldwijd op P5 met 412 inwoners per vierkante kilometer. Toch voelt het merendeel van Korea super super rustig. Zelfs Drenthe of een lukrake lege weg in de Flevopolder zijn nog druk vergeleken met dit schiereiland. Hoe kan dat?
Ten eerste is de bevolking sterk geconcentreerd in steden. De metropool Seoul is goed 25 miljoen, Seoul zelf alleen al 10 miljoen. Busan 3,5 miljoen, Daegu 2,5 miljoen, Daejeon 1.5 miljoen ,Gwangu 1,5 miljoen, Suwon 1,2 miljoen, Ulsan 1,1 miljoen. En ten tweede, Koreanen wonen in torenflats van 20 verdiepingen of meer. Zelfs in relatief kleine nederzettingen komen deze hoge woontorens voor. Die twee dingen zorgen ervoor dat ik me soms afvraag of ik nog eens iemand tegen ga komen onderweg. Een uur fietsen en dan acht tegemoet komende medefietsers treffen. Dat soort werk. Ik vraag me ook af waarom er zoveel geld in het fietspad van Seoul naar Busan is gepompt. Vijf honderd kilometer lang en afgezien van het begin- en eindpunt, zie je er bijna geen kip
Ook Japan kent super grote metropolen. Tokio is de tweede grootste metropool ter wereld met 40 miljoen inwoners. Osaka staat op plek 15 met 17 miljoen inwoners. Door die laatste ben ik heb gefietst. Bizar gewoon hoe daar de verstedelijking niet leek op te houden. Ik heb honderdzeventig kilometer achter elkaar door stad gereden. Probeer je dat eens voor te stellen. Dat is van Utrecht tot aan Maastricht, een lang lint met bebouwing. Garages, winkelcentra, flatgebouwen, kantoren, restaurants, opslagloodsen, weer een garage, weer een Albert Heyn, nog een flatgebouw en nog een kantoor. En dat dus 170 kilometer lang. Die mega drukte hield op toen ik de boot nam naar Shodoshima eiland, of toen ik bij Hiroshima vanaf de kust het binnenland indraaide. Hemelsbreed vijf kilometers landinwaarts en alles was plots anders. Van super druk naar rustig. Alsof elke Japanners persé in een metropool wil wonen of toch op zijn minst aan de kust. Maar toch vooral niet ergens midden in de bergen.
Behalve deze geografische wetenswaardigheden zijn er nog meer opvallende zaken. Korea is een stukje goedkoper dan Japan en vooral de hotelkamers zijn groter dan de puzzelstukjes kamer die je in Japan krijgt. Het eten is ook goedkoper en vooral veel lekkerder. Nu ben ik op dit vlak enigzins bevooroordeeld omdat ik een Koreaanse vriendin heb gehad die me de liefde voor deze keuken heeft bijgebracht. De Koreaanse keuken kent vooral meer kruiden, meer sesamolie en vooral meer pepers. Vooral die pepers miste ik in Japan en een echte sushi fan ben ik toch al nooit geweest. Is de Japanse keuken dan niet de moeite? Nee, totaal niet. Ik heb echt super lekkere verse vis gegeten. Bizar lekker.
Nog een opvallend dingetje. Koreanen rijden in mooie auto, grote luxe sedans. Japanners rijden in dinky toys.

Zuid Korea telt 51 miljoen inwoners en met 511 inwoners per vierkante kilometer is dit het derde dichtstbevolkte land ter wereld. Bangladesh en Taiwan staan op een en twee. Ik tel de stadstaten in deze even niet mee. Singapore, Monaco en zelfs Vaticaanstad zijn nog dicht bevolkter. Maar dat zijn ook alleen maar steden, daar hoort geen achterland bij. Nederland staat overigens wereldwijd op P5 met 412 inwoners per vierkante kilometer. Toch voelt het merendeel van Korea super super rustig. Zelfs Drenthe of een lukrake lege weg in de Flevopolder zijn nog druk vergeleken met dit schiereiland. Hoe kan dat?
Ten eerste is de bevolking sterk geconcentreerd in steden. De metropool Seoul is goed 25 miljoen, Seoul zelf alleen al 10 miljoen. Busan 3,5 miljoen, Daegu 2,5 miljoen, Daejeon 1.5 miljoen ,Gwangu 1,5 miljoen, Suwon 1,2 miljoen, Ulsan 1,1 miljoen. En ten tweede, Koreanen wonen in torenflats van 20 verdiepingen of meer. Zelfs in relatief kleine nederzettingen komen deze hoge woontorens voor. Die twee dingen zorgen ervoor dat ik me soms afvraag of ik nog eens iemand tegen ga komen onderweg. Een uur fietsen en dan acht tegemoet komende medefietsers treffen. Dat soort werk. Ik vraag me ook af waarom er zoveel geld in het fietspad van Seoul naar Busan is gepompt. Vijf honderd kilometer lang en afgezien van het begin- en eindpunt, zie je er bijna geen kip
Ook Japan kent super grote metropolen. Tokio is de tweede grootste metropool ter wereld met 40 miljoen inwoners. Osaka staat op plek 15 met 17 miljoen inwoners. Door die laatste ben ik heb gefietst. Bizar gewoon hoe daar de verstedelijking niet leek op te houden. Ik heb honderdzeventig kilometer achter elkaar door stad gereden. Probeer je dat eens voor te stellen. Dat is van Utrecht tot aan Maastricht, een lang lint met bebouwing. Garages, winkelcentra, flatgebouwen, kantoren, restaurants, opslagloodsen, weer een garage, weer een Albert Heyn, nog een flatgebouw en nog een kantoor. En dat dus 170 kilometer lang. Die mega drukte hield op toen ik de boot nam naar Shodoshima eiland, of toen ik bij Hiroshima vanaf de kust het binnenland indraaide. Hemelsbreed vijf kilometers landinwaarts en alles was plots anders. Van super druk naar rustig. Alsof elke Japanners persé in een metropool wil wonen of toch op zijn minst aan de kust. Maar toch vooral niet ergens midden in de bergen.
Behalve deze geografische wetenswaardigheden zijn er nog meer opvallende zaken. Korea is een stukje goedkoper dan Japan en vooral de hotelkamers zijn groter dan de puzzelstukjes kamer die je in Japan krijgt. Het eten is ook goedkoper en vooral veel lekkerder. Nu ben ik op dit vlak enigzins bevooroordeeld omdat ik een Koreaanse vriendin heb gehad die me de liefde voor deze keuken heeft bijgebracht. De Koreaanse keuken kent vooral meer kruiden, meer sesamolie en vooral meer pepers. Vooral die pepers miste ik in Japan en een echte sushi fan ben ik toch al nooit geweest. Is de Japanse keuken dan niet de moeite? Nee, totaal niet. Ik heb echt super lekkere verse vis gegeten. Bizar lekker.
Nog een opvallend dingetje. Koreanen rijden in mooie auto, grote luxe sedans. Japanners rijden in dinky toys.

maandag 23 september 2019
Hakata treinstation
Welgeteld één westerse vreemdeling is aanwezig op het Hakata treinstation. Ik dus. De enige andere niet Aziaat die ik spot, is een donker meisje met kroeshaar. Plus honderden Japanners. En we wachten op een trein, of meer informatie wanneer er überhaupt een trein gaat rijden. Tyfoon Tapah verstoort ook hier de boel nogal. Het regent al de hele dag en ik heb nauwelijks iets uitgevoerd. Rondom mijn hotel zit niet zoveel dus ik had besloten om de trein te pakken maar Hakata treinstation. Dat is zo'n beetje Utrecht centraal, maar dan in het kwadraat. Beetje winkels kijken, lekker eten en koffie drinken. En daarna weer terug naar mijn hotel.
So far so good. Maar toen weer terug. Ik was compleet verdwaald geraakt en ik herkende niks van de heenweg. Alles is in het Japans aangegeven en niks in het Engels. Waarom zouden ze ook, er is tenslotte slechts een westerling tussen tienduizenden Japanners. En die ene westerling probeert nu met Google uit te zoeken op welk perron hij moet zijn. Leuk geprobeerd, maar dat werkt natuurlijk voor geen meter. Google gaat uiteraard uit van de standaard dienstregeling, niet van de tyfoon-er-rijden-nu-nauwelijks-treinen dienstregeling. Hmm,.... Dit vergt wat beter zoek werk. De site van JR lines ligt er inmiddels ook uit. Om me heen staan honderdduizend Japanners te appen op zoek naar info. Alle perrons zijn leeg en in de hal staat half Japan naar hun telefoon te staren.
Uiteindelijk na een paar woorden Engels op een info bord te hebben gezien plus een wiki site, denk ik dat ik op perron acht een trein kan pakken. Ik ren om op tijd te zijn en ik spring op goed geluk in de trein. Hopelijk klopte mijn redenering en anders moet ik me wagen aan een taxi en hopen dat de stad niet ook verstopt zit. Een half miljoen Japanners hebben pech en staan nog vast maar mijn trein vertrekt. Als ik bij het volgende station uitstap, kijk ik opnieuw op mijn telefoon en ik lach hardop. Het is gelukt, het was de goede trein. Nu nog een paar honderd meter teruglopen tegen de harde wind en regen in.
So far so good. Maar toen weer terug. Ik was compleet verdwaald geraakt en ik herkende niks van de heenweg. Alles is in het Japans aangegeven en niks in het Engels. Waarom zouden ze ook, er is tenslotte slechts een westerling tussen tienduizenden Japanners. En die ene westerling probeert nu met Google uit te zoeken op welk perron hij moet zijn. Leuk geprobeerd, maar dat werkt natuurlijk voor geen meter. Google gaat uiteraard uit van de standaard dienstregeling, niet van de tyfoon-er-rijden-nu-nauwelijks-treinen dienstregeling. Hmm,.... Dit vergt wat beter zoek werk. De site van JR lines ligt er inmiddels ook uit. Om me heen staan honderdduizend Japanners te appen op zoek naar info. Alle perrons zijn leeg en in de hal staat half Japan naar hun telefoon te staren.
Uiteindelijk na een paar woorden Engels op een info bord te hebben gezien plus een wiki site, denk ik dat ik op perron acht een trein kan pakken. Ik ren om op tijd te zijn en ik spring op goed geluk in de trein. Hopelijk klopte mijn redenering en anders moet ik me wagen aan een taxi en hopen dat de stad niet ook verstopt zit. Een half miljoen Japanners hebben pech en staan nog vast maar mijn trein vertrekt. Als ik bij het volgende station uitstap, kijk ik opnieuw op mijn telefoon en ik lach hardop. Het is gelukt, het was de goede trein. Nu nog een paar honderd meter teruglopen tegen de harde wind en regen in.
zondag 22 september 2019
Monsterrit naar Fukuoka
Tyfoon Tapah zorgt voor een monsterrit. Honderdvijfentachtig kilometer van Hagi naar Fukuoka, een rit die bedoeld was om in twee dagen te doen maar tyfoon Tapah gooit roet in het eten. Nou ja, de tyfoon gooit vooral heel veel water naar beneden. De weersvoorspellingen hebben het over 60 mm in een etmaal. Dat is ongeveer de hoeveelheid regen die in een maand in Nederland valt. Geen fietsweer dus. Ook niet met een beetje goede wil plus goede regenkleding, ik ga dan echt als een bezopen kat aankomen. Die tyfoon gaat een dagje niks doen veroorzaken, hoe dan ook. Dus als ik nu gewoon even 185 km in een dag afraffel, dan kan ik daarna op de tyfoon uitregen dag een rustdag doen. Een beetje de was doen, naar de kapper en een ticket kopen voor de boot naar Busan. Het klonk gisteren wel als een redelijk plan.
Ik twijfelde echter wel een beetje over de uitvoerbaarheid. Ik fiets niet op mijn racefiets, maar op mijn woon werk fiets en ik heb voor mijn doen best wat bepakking bij me. Gemiddeldes op het vlakke met deze fiets liggen op de 25-26, zonder bagage. Met bagage eerder 24, en geheel vlak is de route nu ook weer niet. Maar ik was gisteren wel lekker vroeg weg en ik had goed ontbeten bij de Family Mart. Koffie, zoete broodjes, een yoghurtje, banaan en een beetje sushi. Ik dacht eerst maar eens een lang stuk door kachelen en dan eens kijken wat het lichaam er van vindt. Of het al na vijftig kilometer niet zo'n zin meer heeft of het idee heeft nog niks geleden te hebben. Het laatste was het geval. Ook na 100 kilometer zit ik nog steeds frisjes op mijn fiets. Een blik op de klok en de teller leert me dat het goed haalbaar moet zijn. Ik ga voor het donker in Fukuoka arriveren en ik heb nog tijd over om onderweg te eten. Doorgaan dus. Ik verlies wel wat tijd in een lange tunnel plus wachten op een pont, maar tegen de klok van zes arriveer ik in Fukuoka. Nu nog een hotel zoeken en eten. Monsterrit voltooid en vandaag rust. Waar een tyfoon al niet goed voor is.
Gelukkig overigens zorgt de tyfoon voor niet al teveel ellende, tenminste van wat ik uit het nieuws begrijp. Hij waait een beetje boven Japan langs en gaat via de zeestraat van Japan en zuid Korea verder. Beide landen krijgen alleen een boel regen te verduren en de ferries zijn buiten dienst natuurlijk. So far, so good. Morgen op weg naar Zuid Korea.
Ik twijfelde echter wel een beetje over de uitvoerbaarheid. Ik fiets niet op mijn racefiets, maar op mijn woon werk fiets en ik heb voor mijn doen best wat bepakking bij me. Gemiddeldes op het vlakke met deze fiets liggen op de 25-26, zonder bagage. Met bagage eerder 24, en geheel vlak is de route nu ook weer niet. Maar ik was gisteren wel lekker vroeg weg en ik had goed ontbeten bij de Family Mart. Koffie, zoete broodjes, een yoghurtje, banaan en een beetje sushi. Ik dacht eerst maar eens een lang stuk door kachelen en dan eens kijken wat het lichaam er van vindt. Of het al na vijftig kilometer niet zo'n zin meer heeft of het idee heeft nog niks geleden te hebben. Het laatste was het geval. Ook na 100 kilometer zit ik nog steeds frisjes op mijn fiets. Een blik op de klok en de teller leert me dat het goed haalbaar moet zijn. Ik ga voor het donker in Fukuoka arriveren en ik heb nog tijd over om onderweg te eten. Doorgaan dus. Ik verlies wel wat tijd in een lange tunnel plus wachten op een pont, maar tegen de klok van zes arriveer ik in Fukuoka. Nu nog een hotel zoeken en eten. Monsterrit voltooid en vandaag rust. Waar een tyfoon al niet goed voor is.
Gelukkig overigens zorgt de tyfoon voor niet al teveel ellende, tenminste van wat ik uit het nieuws begrijp. Hij waait een beetje boven Japan langs en gaat via de zeestraat van Japan en zuid Korea verder. Beide landen krijgen alleen een boel regen te verduren en de ferries zijn buiten dienst natuurlijk. So far, so good. Morgen op weg naar Zuid Korea.
donderdag 19 september 2019
Op weg naar Fukuoka
Japan aan de kust verschilt als dag en nacht met het binnenland van Japan. Bizar gewoon hoeveel rustiger het wordt naarmate je je hemelsbreed 5 km landinwaarts hebt verplaatst. De weg is plots geen lange aaneenschakeling meer van Family Marts, bouwketens, garages, fabriekshallen, woontorens, fast food restaurants en ga zo maar door. Vijf kilometer landinwaarts en er is niets meer. Natuur, een weg, af en toe een auto en om de tien kilometer een kleine nederzetting waar geen winkels van betekenis zitten. Vandaag is de eerste keer dat ik me onderweg zit af te vragen of er straks nog een bevoorrading stop zit. Dat ik blij ben als ik na 40 kilometer een heus restaurant tegenkom.
Vandaag is ook de eerste dag dat ik aan wild kamperen doe. Het is sowieso de allereerste keer in mijn leven dat ik aan wild kamperen doe. En dan tel ik kamperen in Marokko met cycletours in de Sahara even niet mee. Dat was welliswaar ook kamperen, buiten een campingterrein. Maar de tent werd voor me opgezet en de kok kookte voor de hele groep. Ik stond na 118 km wel bij een echte camping, maar die bleek dicht. Alles zat op slot en er was geen kip te bekennen. Wel een blaffende hond, maar dat was bij de buren die ook niet thuis waren. Overige overnachtingsopties zaten er niet in het dorp van drie keer niks. Campings zijn sowieso al redelijk dun gezaaid, zeker als je het vergelijkt met Frankrijk, het kampeerland bij uitstek. De Volgende camping optie lag 30 kilometer verderop, waarvan de laatste 20 kilometer een doodlopende weg de bergen in. Hmm,.... 148 km op een dag vond ik iets te gortig worden. Dan dus maar eens op zoek naar een geschikte plek voor mijn tentje. Die vind ik bij een parkeerplaats langs de doorgaande route. Toilet aanwezig, stromend water, een mooie egale kampeerplek en een kinderspeelplaats. Helaas geen douche. Avondeten had ik al ingeslagen, dus ik waag de gok er maar eens op.
Vandaag is ook de eerste dag dat ik aan wild kamperen doe. Het is sowieso de allereerste keer in mijn leven dat ik aan wild kamperen doe. En dan tel ik kamperen in Marokko met cycletours in de Sahara even niet mee. Dat was welliswaar ook kamperen, buiten een campingterrein. Maar de tent werd voor me opgezet en de kok kookte voor de hele groep. Ik stond na 118 km wel bij een echte camping, maar die bleek dicht. Alles zat op slot en er was geen kip te bekennen. Wel een blaffende hond, maar dat was bij de buren die ook niet thuis waren. Overige overnachtingsopties zaten er niet in het dorp van drie keer niks. Campings zijn sowieso al redelijk dun gezaaid, zeker als je het vergelijkt met Frankrijk, het kampeerland bij uitstek. De Volgende camping optie lag 30 kilometer verderop, waarvan de laatste 20 kilometer een doodlopende weg de bergen in. Hmm,.... 148 km op een dag vond ik iets te gortig worden. Dan dus maar eens op zoek naar een geschikte plek voor mijn tentje. Die vind ik bij een parkeerplaats langs de doorgaande route. Toilet aanwezig, stromend water, een mooie egale kampeerplek en een kinderspeelplaats. Helaas geen douche. Avondeten had ik al ingeslagen, dus ik waag de gok er maar eens op.
Abonneren op:
Posts (Atom)