zaterdag 31 augustus 2019

La velomédiane


Dankzij Max Verstappen krijg ik op weg naar La Roche-en-Ardennes een nek massage. Geen Thaise dame, maar vermoedelijk een Limburgse, het gebeurt tenslotte onder Maastricht. Ik herken echter geen zacht Limburgs accent. Ze hoort bij de Bovag stand. Waarom ze eigenlijk gratis massages aanbieden, is me een raadsel. Ik zie de link niet zo met de overige stands die hier staan. Officiële merchandise van ons Max, een Vredestein caravan en Mini's met een mega nep Red bull blikje erop. Plus knappe jonge meiden in skinny jeans die er een beetje verveeld omheen hangen. Ik was helemaal vergeten dat Max dienst had dit weekend een ook nog eens op Spa Francorchamp. Daar komt zondag 'iets' meer volk kijken dan mijn fietst tochtje op zaterdag. In mijn geval zijn er meer deelnemers dan toeschouwers. Voor de derde keer sta ik aan de start van La Velomédiane en dat nadat ik na de laatste keer gezworen had om niet meer in België te fietsen. Ik had schoon genoeg van dat vooroorlogse asfalt. Maar het geheugen is selectief en ik wilde nog een cyclo fietsen voordat ik naar Japan afreis.

De cyclo telt deze keer 163 km en 3300 hoogtemeters. Ze hebben de tijden voor goud wat aangescherpt zag ik op de website die door drie tieners in elkaar is geflanst. Daar mogen ze wel eens een keer wat aandacht aan besteden. Volgens mij is de route ook iets korter dan voorafgaande jaren en ze zullen wel een helling hebben moeten schrappen. Of ze zijn aan het asfalteren of de weg is echt onbegaanbaar geworden. Of we moeten dit jaar domweg harder fietsen om een gouden diploma te krijgen. 

Na mijn niet zo succesvolle cyclo op de Rad am Ring een paar weken geleden heb ik vandaag geen doel. Althans geen tijdsdoel of een beoogde plek in het klassement. Ik dacht voorafgaand aan de Ring echt dat ik nog jong was en goede benen had. Dat was nogal een domper. Dus vandaag heb ik maar een plan. No stress, me totaal geen zorgen maken om wat dan ook. Het zal me jeuken wie me inhaalt vandaag. Ik besluit om alles in D2 te fietsen met een hoge cadans en heel veel te drinken. Op de semi-vlakke stukken en afdalingen zie ik wel of er een handig groepje rijdt, waar ik me in de wielen kan verschuilen. Dat plan gaat 75 kilometers lang super. Ik klim rustig en ik word nauwelijks moe. OK,... behalve op de mur van Maboge dan, maar wat wil je ook met zeventien procent? Dat is niet voor normale mensen bedoeld.Op kilometer 75 krijg ik het grote blad voor niet goed geschakeld. Even prutsen met de voorderailleur wil het euvel niet helpen. Als ik nog een keer probeer te schakelen, breekt de schakelhendel af met als gevolg dat de shifter ter ziele is en het grote blad nooit meer er op te krijgen is. Dat ik wel een typische gevalletje K met peren. Dat betekent nog zo'n 90 kilometers alles op het kleine blad fietsen. Ok,.... andersom was nog erger geweest maar dit is ook verre van ideaal. Mijn tactiek voor vandaag werkt namelijk best goed. Ik krijg nergens kramp en op de laatste hellingen kan ik mijn pols nog gewoon naar 160 krijgen.Maar na elke helling verlies ik tijd. Al klimmend haal ik veel volk  langzaam in, maar 5 km later in de afdaling komen ze me weer doodleuk voorbij. Alleen in de echt steile afdalingen is dat grote blad geen gemis, maar op die vier procent daalstukken, kan iedereen makkelijk 55 per uur gaan trappen en ik blijf steken op 42. Zeker de laatste 7 km was die wel wat tenenkrommend, allemaal 4-5 procent dalen en ik kon alleen maar lijdzaam op de 34/12 proberen vaart te maken wat niet lukte. Aan 45 uur trapte ik een cadans van 130. Harder dan dat ga ik mijn benen echt niet rond krijgen. 

Na 145 kilometer kregen we de laatste drie hellingen, de côte de Beffe, de Côte de Laidprangeleux en de Côte de Dochamps. Ging alles tot nog qua klimmen, nu begin ik toch ook moe te worden. Ik begin te mopperen. Mopperen op de steile stroken van de Beffe, de harde tegenwind en het crimineel slechte wegdek. Gaten, kuilen, bulten, scheuren en god weet wat nog voor meer ellende. Feitelijk kun je stellen dat België als land onder curatele gesteld moet worden. Ze kunnen domweg geen land besturen. Een van de dingen die er met belastingscenten moet gebeuren, is infrastructuur aanleggen. Zelfs dat kunnen ze niet. België heeft zolas  dat heet een duur politiek systeem, dat is geen grap, zo noemen de Belgen het zelf echt.In België heb je verkiezingen en overleggen en commissies en besturen en vergaderingen en afschuifbeleid en weer verkiezingen en ga zo maar door. Aan het einde van het liedje zijn veel belastingscenten opgegaan aan oeverloos gekissebis en dus blijven wegen decennia wachten op nieuw wegdek. Ik heb in veel afdalingen echt bijzonder voorzichtig gedaan omdat ik domweg geen zin had in een nieuwe ziekenhuis blog.

Uiteindelijk rol ik na 5h56 over de finish. 11 minuten langzamer dan in 2016. Toen had ik alleen de warmte als excuus. Vandaag was het ook puf warm en miste ik snelheid in de licht dalende stukken. Voor mijn gevoel was het dus niet eens zo'n slechte dag. En bij de finish hebben ze Worst met Bier! Dat is goed, want ik heb nu honger als een paard.





zaterdag 17 augustus 2019

Straffe koers

Na honderd meter koers vraag ik me al af wat er plots hier aan de aan de hand is. In rondje één gebeurt de allerbeslissende slag van de koers. Het ontploft direct van het begin. Met 48 aan het uur gaat iedereen als een gek van start. Nou ja,... iedereen die kan volgen dan. Ik hoor daar niet bij. Domweg omdat ik het niet kan maar ook omdat ik verrast ben door de agressieve start. Normaal gesproken gaat rondje een op een relatief gezapig tempo. Vandaag dus niet en na twee ronden staat het gemiddelde op 44. Er is op dat moment een kopgroep weg van 14 man en het peloton, of wat daar van over is, is in stukken uiteen gevallen. Nog drie ronden lang razen de groepjes achter de kopgroep aan, totdat de er sprake is van een peloton. De kopgroep is weg het achtervolgende groepjes hebben zich samen gevoegd tot een weinig coöperatief geheel. Iets meer dan 10 km gefietst en ik weet nu al dat de prijzen vergeven zijn. Wat voorop zit, is zo'n beetje de A-garnituur van dit gezelschap en de B-garnituur mag zijn eigen koers gaan rijden.

Behalve deze ontluisterende en vermoeiende start is het daarna verre van afgelopen. Het B-garnituur peloton is hooguit een man of 30-35 groot en goed verschuilen in de buik van het peloton is er niet bij. Daarnaast trekt het voortdurend op een lint om daarna in een versnipperd peloton uiteen te vallen en vervolgens komt het toch weer samen. En dat houdt eigenlijk nooit op. Tot aan de streep is het hommeles. Van een georganiseerde jacht op de koplopers is geen sprake. Iedereen fietst een beetje voor zich. Die kopgroep is weg en de renners die daarin zitten, daar hebben weinige hier de benen voor. Zelf wegrijden met een paar anderen lijkt dan het hoogst haalbare. Maar iedereen wil dat dus en dus trekt het constant op een lint.

Pffffff,..... na een km of 20 vraag ik me af of ik niet beter kan afstappen. Maar dat vind ik eigenlijk zonde van mijn 4 euro inschrijfgeld. Dan maar verder pijn lijden en dat wiel voor me proberen te houden. Uiteindelijk komt niemand weg. Ik ook niet, alhoewel na een km of vijftig het hier toch even op ging lijken maar het mijn tempo en dat van mijn medevluchters zakt langzaam weg. De laatste 3 ronden geeft iedereen het op. Het tempo zakt en we sprinten nog af voor de vorm. Ik vind het wel best zo. Ik ben al blij dat er geen ongelukken zijn gebeurd zijn want tot drie keer aan toe raakt mijn voorwiel bijna een achterwiel en dat had vooral te maken met het feit dat mijn concentratie begon af te nemen. De derde keer ging het echt nog net goed en de oorzaak was mijn eigen domme stuurfout. Wat wil je ook met een gemiddelde pols van 162. Soms dacht ik echt nog maar aan een ding. Houd dat wiel, houd dat wiel. Niet lossen. Ik zag alleen maar grijs asfalt.

Goed, een zwaar koerske dus en de wind was daar onder andere debet aan. Plus een niet te groot peloton, dat helpt doorgaans ook niet om lekker verscholen te zitten. Tevreden? Hmm,.... een klein beetje. Ik heb nog best veel op kop gereden en het uiteindelijke gemiddelde van 41,4 is niet super rap, maar eigenlijk heel normaal voor deze koers. Echter, deze keer hebben we dat zelf bij elkaar gereden. De gebruikelijke gangmakers van de koers zaten vandaag allemaal vooraan in de kopgroep.

vrijdag 9 augustus 2019

Wijn onderweg

Ze heeft me geen klein glas witte wijn ingeschonken, zeg maar gerust een behoorlijke bel. Nu maar hopen dat ik de route verder terug naar de camping goed heb ingeschat. Als het goed is, gaat het nog 23 kilometer licht bergaf. Alleen de laatste vier lopen licht bergop. Ik had gedacht dat een wijntje bij mijn menu terroir wel moest kunnen.

De vriendelijke en knappe serveerster is natuurlijk een Française en die doen niet aan Haagse-bakkie-formaat hoeveelheden. Behalve dat ze Frans is, spreekt ze ook goed Engels. Veel beter dan de meesten hier. Als ik er met mijn vastgeroeste school frans niet uitkom, doen ze meestal hun best om Engels te praten. Daar zit vaak nogal ruimte voor verbetering in om het netjes te zeggen.

Het is nu bijna het einde van de route van vandaag, het is half een en ik had zin in lekker eten. De route liep door de Vercors heen en het uitzicht onderweg was meer dan de moeite. Het klimmen gaat nog redelijk makelijk, alleen duurt de eerste klim best lang. Zo'n 24 km gaat het langzaam omhoog. Niet steil meestal maar 4-5 procent en een paar kilometer even acht procent. Op het eind mocht de top van mij onderhand wel opdoemen. Als er even geen bomen groeien, is het uitzicht hier een landschappelijk kunststukje. Middenin het bos is een klim gewoon een klim, maar bij tijd en wijlen hakken ze hier een stuk rots weg om de weg aan te kunnen leggen. Dat lijkt wel een typisch Vercors dingetje. Daar hebben ze hier patent op met de Combe Laval als uithangbord.

Het menu terroir was goed binnen te houden en de witte wijn smaakte heerlijk. Nu even betalen, uitbuiken in het park en dan kijken of de wijn nog impact heeft op de laatste kilometers 

donderdag 8 augustus 2019

Het is warm in Frankrijk

Ik pleit voor niet meer vliegen, geen koeien meer eten, geen kinderen meer krijgen, auto's afschaffen en meer millieu-bewuste, eco-hippie-achtige en duurzame (ook zo'n fout hip mode woord) acties.

Ik vlieg de wereld rond, eet koeien en hun producten en ik veeg mijn kont af met gebleekt wc-papier. Aan de andere kant heb ik geen nageslacht de wereld in geslingerd en heb ik geen airco thuis. Dat was dan wel een goede eco actie. De wereld zou een stuk leefbaarder zijn als we een paar miljard wereldburgers minder zouden hebben. Global warming klinkt dan soms wel leuk, zeker als het in maart in Nederland al korte broeken weer is. Momenteel hoeft voor mij de warmte even niet meer. In het Schwarzwald was het al puf heet, in Nederland hebben we een 75-jarig hitte record overtroffen en hier in Frankrijk is het de afgelopen week ook alleen maar puf warm geweest. Dat hitte record vind ik overigens wel iets komisch. We schrijven al jaren over global warming, dat is niet iets van de afgelopen paar jaar of zo. Toch heeft het nog een straf aantal jaren geduurd voordat een record uit negentienhonderd vierenveertig is verbroken. De rest van de zomer was overigens typisch Nederlands prut weer.

Ik heb vanmiddag een beetje uitgeteld voor mijn tentje op een luchtbed in de schaduw proberen bij te komen van een fietstochtje van een slordige 116 km en 2000 hoogtemeters. Niks echts bijzonders, wel bijzonder mooi. Na een paar dagen puffen en fietsen in de Alpen zit ik nu in de Vercors. Een omgeving die zich het best laat omschrijven als de plek waar ze niks liever doen dan langs onmogelijke bergwanden een weg uithakken wat dan weer drommen Nederlanders trekt.

Morgen wordt het 35°C, het kan niet op. Tien graden minder had van mij ook gemogen, hoor. Vroeg opstaan morgen dus om nog een stuk relatief koel te kunnen fietsen dus en liefst zo snel mogelijk een beetje de bult op. Dan is het nog te doen. Ik vraag me eigenlijk af hoe ik toch in Thailand temperaturen van 30 graden en meer redelijk makkelijk verteer. Ik heb er hier de laatste dagen toch meer moeite mee. 

zaterdag 27 juli 2019

Harde les op de Rad am Ring

Ik heb een heleboel nieuwe ervaringen opgedaan vandaag. Dat is wel een mooie manier om een verhaal te beginnen over een cyclo die eigenlijk meer dieptepunten kende dan hoogtepunten. Zoiets heet omdenken heb ik geleerd. Als iets niet gaat zoals je wil, of een plan desastreus mislukt, dan geef je er domweg een draai aan zodat het toch nog positief klinkt.

Zo heb ik vandaag in de stromende pleuris regen een berg mogen afdalen in wedstrijdverband. Dat had ik nog nooooooit eerder gedaan en echt heel veel spijt dat dat niet eerder was gebeurd, heb ik ook niet. Ik heb nog nooit zo weinig tijd verspeeld in een cyclo met bevoorrading stops en plasplauzes. Zesendertig seconden duurde de bidon bijvullen actie en plassen hoefde deze keer niet. Ondanks dat verbeter ik mijn eerdere tijden op de Ram am Ring niet. De tijden van 2012 en 2014 zijn niet verpulverd, ook niet een klein beetje verbeterd. Ik ben gewoon trager dan voorafgaande jaren. Dit jaar nog net binnen de 5 uur, voorafgaande was ik wat ruimer binnen de vijf uur. Ik kan nu gewoon ophouden om mezelf voor de gek te houden, ik hoef niet meer te geloven in wonderen. Mijn leeftijd van 38 jaar met ervaring, die houd ik er nog even in, maar dat voordeel van ervaring is niet dat je er rapper van gaat fietsen of zo. Eerder langzamer. Bij een volgende cyclo kan ik doelloos mijn kilometers afwerken. Niet meer stressen over een tijd of zo en gewoon een ijsje onderweg. Als je eenmaal met je blote neus hard op de botte feiten wordt gedrukt, dan is dat ff kloten, maar daarna ben je ook van het gezeik af. Ik dacht namelijk echt dat ik mijn tijd op 2014 kon verbeteren, de benen voelden best goed.

Vandaag was de dag van het besef dat ik middelmatige cyclo rijder af ben en er geen verbetering meer in zit. De volgende cyclo mag ik lekker langzaam starten en dan wel zien hoe ver het schip strand. Stuk relaxter dan het eerste rondje vandaag op de Nürburgring. 32,5 gemiddeld over 24,3 kilometer en 540 hoogtemeters plus een pols van 168. Dat soort grappen, dat hoeft niet meer. De Rad am Ring is een cyclo waarbij het aanlokkelijk is om een Erben Wennemars tactiek er tegenaan te gooien. Die startte zijn 1500 meter schaatswedstrijden altijd alsof ze maar 500 lang waren. In het laatste rondje ontplofte hij dan en zette uiteindelijk een teleurstellende tijd neer. Rustig starten zat er bij Erben niet in. Ook bij de Rad am Ring is het verstandiger om er niet volle bak in te vliegen, maar omdat het een gezamenlijke start kent op een formule1 circuit is het te aanlokkelijk om dat toch te doen. De prijs betaal je achteraf dubbel en dwars terug. Mijn laatste ronde ging het langzaamst. Ten eerste omdat de tank leeg was en kramp op de loer lag. Ten tweede vanwege de stortregen. Normaal is er slechts een punt op de nordschleife waar je hoeft te remmen. Met een plens water op de weg was ik toch wat voorzichtiger.

En nou heb ik zin in bier 

woensdag 17 juli 2019

Doel gezocht

Ik zoek een doel. Geen goed doel, maar meer een half onzinnig en enigszins uitdagend doel. Ik heb me ingeschreven voor de Rad am Ring over anderhalve week, een cyclo op de Nürburgring. 150 kilometers is de afstand plus een kleine 3000 hoogtemeters. En deze cyclo is het bijprogramma van de 24-uurs races die dat weekend gaande zijn op het auto circuit. Dat gedoe met een hele nacht door blijven fietsen is mij altijd een beetje blijven ontgaan. Dat wordt halverwege de nacht een gevecht tegen alles. Vechten tegen de vermoeidheid, vechten tegen de slaap, niet meer normaal kunnen eten en totaal uit je ritme geraken. Ik vind het knap van mensen dat ze zichzelf zo kunnen pijnigen, maar ik pas voor dat soort ongein. Dat bijprogramma is meer mijn pakkie an. Honderdvijftig kilometer fietsen en dan kijken wie er de snelste is.

De snelste ga ik niet zijn, het gaat ook geen top 10 worden. Als het om de hoofdprijzen gaat, heb ik daar niks te zoeken. Ik moet voor mezelf een beetje een doel bedenken. Onzinnig is het sowieso wat ik ga doen, dus een enigszins onzinnig doel past daar wel bij. Dan kan ik mezelf een beetje extra voor de gek houden. Wielrennertje spelen en proberen het beste uit mezelf te halen. Maar wat gaat het doel worden?

Misschien moet ik mezelf een suffe tijd als doel stellen. Zoiets van onder de 5 uur rijden, of onder de vier en een half. Of onder de vier, dat is helemaal absurd. Onder de vier rijden is gelijk aan winnen en een prof contract kunnen tekenen. Onder de 5 uur is me al twee keer gelukt. Vier en een half is onhaalbaar. Sneller dan de vorige twee edities? Dat zou kunnen. In 2012 was ik 116de met een tijd van 4h56m45s, in 2014 verbeterde ik die tijd tot 4h50m51s en dat resulteerde in een P112. De tijd van 2014 is rapper dan van 2012 wat ik destijds al redelijk wonderbaarlijk vond. Twee jaar ouder heet geen voordeel te ijn en in 2012 had ik voor mijn gevoel super gereden. Een blik op het klassement leert me dat zelfs met de rappe 2014 tijd ik in 2012 slechts 105de zou zijn geworden. Net geen top100 dus. En er doen aan die cyclo slechts een 300 man mee. En toch geen top100 rijden. Normaal lukt zoiets me wel in kleinere cyclos. In de Vaujany was ik ooit 75ste met 400 deelnemers. Maar de Rad am Ring trekt niet echt veel mindere goden naar de start.

Nu is de vorm de laatste tijd best redelijk en ik denk ook wel dat ik een redelijke cyclo ga rijden, maar als ik naar mijn eerdere tijden kijk, dan schrik ik toch wel. Vijf jaar geleden reed ik 30 gemiddeld, dat zijn snelheden die horen bij vlakke ritten. Dit is een klim cyclo, geen ritje oor een über vlakke polder met wind mee. Ga ik dat dan dit jaar overtreffen of zo? Goede benen hebben is een ding, een verzameling superman benen is het ook niet. Vijf jaar verder, vijf jaar ouder en een bekkenbreuk rijker waarbij ik een beenspier ben kwijt geraakt. Ik zou het nu wel heel erg onzinnig vinden om top 100 rijden als doel te stellen. Dat zou echt nergens opslaan
 

zaterdag 6 juli 2019

Koers zonder winnaar

Vandaag was de start van de tour de France in Brussel. U weet wel, dat is die drieweekse etappe koers dwars door de Frankrijk heen maar ze verdwalen nog wel eens in een ander land. België had dit jaar de eer om le grand boucle te mogen ontvangen. Nou ja eer, ze hebben er waarschijnlijk een paar miljoen voor op tafel neergelegd om Prudhomme te overtuigen. En nu bestaat België tenminste nog,  een jaar of 20 verder of zo en we kunnen een streep door dat land zetten. Brussel wordt dan officieel de hoofdstad van Europa en Vlaanderen en Wallonië gaan dan verder als een soort van onafhankelijk Europese staten. Maar nu kunnen ze nog vieren dat Eddy Merckx de grootse Belg aller tijden was en dat het 50 jaar geleden was hij voor het eerst de tour won. En dus kijkt de halve wereld naar de Belgische hoofdstad want de tour is groot. Heel erg groot. De tour is ongeveer voor 90 procent een mediageil reclame pronkstuk en heel ergens op de achtergrond heeft het iets met wielrennen te maken. Ze deden vandaag de openingsrit, een vlakke etappe die in een sprint ging eindigen. Sportief gezien kun je zoiets in 5 minuten samenvatten, maar ik vermoed dat er 8 uur live televisie aan te pas is gekomen om dat sprintje in beeld te brengen. Ik heb ook gekeken, ja de volle laatste 5 kilometer heb ik gekeken. De overige onzin heb ik aan me voorbij laten gaan.

Ik had vandaag meer zin om zelf pijn te lijden wat overigens niet helemaal gelukt is. De bedoeling was om op en neer te fietsen naar Sloten en aldaar de lokale trimmerskoers te rijden. So far so good. De koers begint tammetjes maar na een paar rondes zit de vaart er lekker in. Ik rijd zelfs mijn tweede tijd op een van de Strava segmenten die Sloten rijk is. 5 keer rond is goed voor een P2 met een gemiddelde van 43.4 kmh. Na 42 kilometer gaat het echter mis. Ik weet niet wat de aanleiding was, ik weet wel dat er een valpartij is en net naast me wordt iemand over zijn stuur heen gelanceerd om vervolgens een koprol te maken. Ik stuur de berm om verdere ellende te voorkomen. Pfff,…. Gelukkig lig ik er niet bij maar een man ligt er niet lekker bij. Ik stop om te helpen en geloof de koers verder wel. Iedereen lijkt ongedeerd maar een man ligt te kermen van de pijn op het asfalt. We proberen zijn fiets van hem weg te trekken en zijn helm los te maken. Hij ligt op zijn zij en ademt met een zware rochel, gelukkig verdwijnt dat na een paar minuten. Hij reageert verder op een geen enkel woord, maar hij heeft wel een pols en een normale ademhaling. 112 is gebeld en de koers is stil gelegd. Als de mannen met de EHBO erbij zijn, rij ik mijn rondje uit en maak nog een even een praatje. Geen winnaar vandaag, de koers is stop gezet en de prijzen gaan naar het Ronald mcDonald fonds waar vandaag een collecte voor was.

Dan maar weer naar huis dus. Niet met een volledige koers in de benen maar toch wel lekker gefietst en heul erg blij dat ik niet daar op het asfalt lag. Hopelijk vallen de verwondingen voor de man mee. Maar als ik goed heb ingeschat is zijn sleutelbeen gebroken en lag hij super ongelukkig op die breuk. In Brussel gingen ze uiteraard ook op het asfalt liggen. Met nog 1.7 kilometer te gaan is er een val in de voorste gelederen van het peloton. Dat zijn van die dingen waar je je klok op gelijk kan zetten. Ze rijden als bezetenen om de volgende dag in een geel truitje te mogen starten. Dat levert super veel publiciteit op voor de sponsor en iedereen is nog fris en in bloedvorm. Ik had al lang eieren voor mijn geld gekozen en was ergens achteraan gaan fietsen. De berm insturen, remmen of god weet wat om de boel te ontwijken.