Mijn lange etappe door het Rhône dal eindigt een beetje in een rot etappe. Ik wil naar de Alpen, dus ik moet de oversteek door het dal maken. Het dal waar het dus puf warm is. De nachtrust was al niet helemaal jofel. Het was uiteraard weer erg warm en ik zit op een herrie camping net naast het toilet gebouw en het terras dat tot elf uur open is. De eerst 40 kilometer gaan over de drukke N102, iets wat erg onprettig fietst, maar er is domweg geen alternatief. Ik vraag me oprecht af waar sommigen nederlanders hun B+E rijbewijs hebben gehaald. Bij een pakje boter gekregen of zo. Mij rakelings inhalen met een snelheidsverschil van dik 50 km, terwijl er ruimte was om naar links te gaan met hun sleurhut. Stelletje eikels. Eenmaal voorbij Montelimar wordt de weg rustiger maar het is wel een typisch zuigweg, zo'n weg die alle energie uit mijn lichaam zuigt. Anderhalve procent stijging, wind tegen en inmiddels boven de 30 graden. En dat 20 kilometer lang. In Dieulefit puf ik even uit, even recupereren voor de volgend 13 km naar Bourdeaux. Koud het dorp uit, bemerk ik een lekke band. Daar had ik toch Schwalbes voor? Er zit ook geen steentje in de buitenband en in de binnenband kan ik ook geen lek vinden. Misschien een heel klein mini mini gaatje of zo wat alleen met een emmer water traceerbaar is. Ik stop de band terug en pomp het ding op met het mini pompje. Achteraf besef ik dat dit eigenlijk verre van slim is. Dat lek zit er en dat komt echt wel terug. Ik had beter de reserveband er in kunnen doen. Het gevolg is namelijk dat ik me in de volgende klim gigantisch zit te irriteren aan van alles en nog wat. Een klim waarvan ik niet weet hoe lang die duurt, harde wind tegen, 34 graden en een afloper. Dat 'happy' gevoel is er nu wel van af. De band houdt het wonderbaarlijk tot aan Bourdeaux waar het net markt is geweest. Ik zoek een terras op een ga eten. Ik zie straks wel verder.
donderdag 2 augustus 2018
woensdag 1 augustus 2018
Gerbier de Jonc
Gisteren op de camping zag ik twee jongentjes van vijf jaar in huilen uitbarsten. Mama had hun waterpistool afgepakt. Hun wereld stortte even in. De moeder in kwestie vond het geen tof idee dat haar kroost pogingen deed om andermans tentjes nat te spuiten. De instructies die ze vooraf had meegeven waren niet besteed aan het brein van een vijfjarige.
Zo happy als de twee kinderen glunderden toen ze hun waterpistool vulden, zo voel ik me vanochtend bij de Gerbier de Jonc. De fase dat ik in extase raak van een waterpistool heb ik inmiddels achter me gelaten. Bij mij is er echter ook niet zoveel voor nodig. Een fiets, een berg en een zonnetje, that's it. Ik fiets deze ochtend op een rustige weg hoog in de bergen van de Ardeche. Het uitzicht is fenomenaal, de zon schijnt en de lucht is blauw. Het fietst heerlijk hier want ik zit boven op de col en weg glooit een beetje op en af. De lange klim luisterend naar de naam col d'Ardechoise heb ik al achter de rug. Ik ben op vakantie en ik fiets. Mooier dan dit gaat het niet worden. Ik heb ook de neiging om keihard 'happy' van Pharell Williams te gaan zingen, maar ik ontbeer de genen van een opera zanger.
Boven op de col is er de mogelijkheid om even de top van de Gerbier de Jonc te beklimmen. Ik heb deze vakantie speciaal geen wielrenschoenen aan maar gewone stevige wandelschoenen. Juist om ook even de berg op te kunnen wandelen. Er is hier een heen- en terug klauter route voor de top. Dat moet ook wel anders loop je elkaar gigantisch in de weg. Het is een klein stukje naar de top, honderd meter stijgen of zo. Op de top wemelt het van de steenmannetjes en van het vliegend ongedierte. Dat ook. Eigenlijk is het nu een Kodak moment voor foto's van de top plus een boel selfies. Echter de enclave van vliegend gespuis gooit roet in het eten. Ze kruipen in mijn nek, onder mijn pet, achter mijn bril en mijn t-shirt in. Het is onmogelijk het spul van me af te houden en ik weet niet hoe snel ik weer naar beneden moet. En het gekke dat ik al omhoog en omlaag klauterend er nul last van heb. Maar op de top is het vliegend ongedierte niet te verdragen. Dat was een beetje het minpuntje van deze berg.
Daarna daal ik af op zoek naar een fatsoenlijk restaurant en een camping. Ik heb er inmiddels meer dan duizend hoogtemeters op zitten. Tijd voor ontspanning.
Zo happy als de twee kinderen glunderden toen ze hun waterpistool vulden, zo voel ik me vanochtend bij de Gerbier de Jonc. De fase dat ik in extase raak van een waterpistool heb ik inmiddels achter me gelaten. Bij mij is er echter ook niet zoveel voor nodig. Een fiets, een berg en een zonnetje, that's it. Ik fiets deze ochtend op een rustige weg hoog in de bergen van de Ardeche. Het uitzicht is fenomenaal, de zon schijnt en de lucht is blauw. Het fietst heerlijk hier want ik zit boven op de col en weg glooit een beetje op en af. De lange klim luisterend naar de naam col d'Ardechoise heb ik al achter de rug. Ik ben op vakantie en ik fiets. Mooier dan dit gaat het niet worden. Ik heb ook de neiging om keihard 'happy' van Pharell Williams te gaan zingen, maar ik ontbeer de genen van een opera zanger.
Boven op de col is er de mogelijkheid om even de top van de Gerbier de Jonc te beklimmen. Ik heb deze vakantie speciaal geen wielrenschoenen aan maar gewone stevige wandelschoenen. Juist om ook even de berg op te kunnen wandelen. Er is hier een heen- en terug klauter route voor de top. Dat moet ook wel anders loop je elkaar gigantisch in de weg. Het is een klein stukje naar de top, honderd meter stijgen of zo. Op de top wemelt het van de steenmannetjes en van het vliegend ongedierte. Dat ook. Eigenlijk is het nu een Kodak moment voor foto's van de top plus een boel selfies. Echter de enclave van vliegend gespuis gooit roet in het eten. Ze kruipen in mijn nek, onder mijn pet, achter mijn bril en mijn t-shirt in. Het is onmogelijk het spul van me af te houden en ik weet niet hoe snel ik weer naar beneden moet. En het gekke dat ik al omhoog en omlaag klauterend er nul last van heb. Maar op de top is het vliegend ongedierte niet te verdragen. Dat was een beetje het minpuntje van deze berg.
Daarna daal ik af op zoek naar een fatsoenlijk restaurant en een camping. Ik heb er inmiddels meer dan duizend hoogtemeters op zitten. Tijd voor ontspanning.
zondag 29 juli 2018
Geitenkaas met ijs, ook een manier om een vakantie te beginnen
Mijn dag begint vroeg en eindigt met een salade van geitenkaas en ijs. Ijs? Ja, ijs op een salade, ik vraag me af welke kok dit heeft bedacht. Voor mij was dit de eerste keer en ik heb toch aardig wat salades zitten eten op franse terrassen. En geen gewoon zoet ijs wat ook een rare combinatie zou zijn met de sterk smakende geitenkaas. Maar het is hartig ijs. Nog een noviteit aan mijn culinair smaakpalet toegevoegd. De rest van de salade is verder redelijk klassiek. Sla, tomaten, geitenkaas plus een soort gefrituurde mini ravioli. Plus een bol ijs dus boven op de salade.
Ik eet die salade in Tournon. Een klein plaatje langs de Rhône waar ik vandaag beland ben. Het lag niet echt in mijn planning, tenminste voor zover ik een planning heb. Mijn dag begon nogal vroeg na een matige nachtrust. Ik stond al om kwart voor zes naast mijn bed en ik kon pas na elven in een soort van slaap vallen. Eerder dan elf uur was het Verknipt festival niet afgelopen en door de hittegolf is het nog steeds puf warm op mijn slaapkamer. Na bijna 1000 km autorijden begint mijn fietsvakantie in Tournon. Nou ja, bijna dan. De camping hier is nogal klein en heeft geen eigen parkeerplaats. Ik kan mijn auto dus niet twee weken laten staan. Morgen dus maar verder zoeken. Vandaag heb ik geen zin meer om nog iets te ondernemen. Tentje opzetten, luchtbed opblazen, douchen en eten.
En zodoende eindig ik op een terras met een salade van geitenkaas en ijs. En het ijs smaakt naar,... Ja, het smaakt ergens naar. Het lijkt op tomaten met basilicum, een soort van bevroren pasta saus dus, maar dan wel echt met een ijs structuur. Het past wel bij de rest van het groenvoer, maar als het er niet bij had gezeten, had ik het ook best gevonden. Olijven hadden, denk ik, meer toegevoegde waarde gehad. Nu nog een ijsje eten en straks als een blok beton in slaap vallen.
Ik eet die salade in Tournon. Een klein plaatje langs de Rhône waar ik vandaag beland ben. Het lag niet echt in mijn planning, tenminste voor zover ik een planning heb. Mijn dag begon nogal vroeg na een matige nachtrust. Ik stond al om kwart voor zes naast mijn bed en ik kon pas na elven in een soort van slaap vallen. Eerder dan elf uur was het Verknipt festival niet afgelopen en door de hittegolf is het nog steeds puf warm op mijn slaapkamer. Na bijna 1000 km autorijden begint mijn fietsvakantie in Tournon. Nou ja, bijna dan. De camping hier is nogal klein en heeft geen eigen parkeerplaats. Ik kan mijn auto dus niet twee weken laten staan. Morgen dus maar verder zoeken. Vandaag heb ik geen zin meer om nog iets te ondernemen. Tentje opzetten, luchtbed opblazen, douchen en eten.
En zodoende eindig ik op een terras met een salade van geitenkaas en ijs. En het ijs smaakt naar,... Ja, het smaakt ergens naar. Het lijkt op tomaten met basilicum, een soort van bevroren pasta saus dus, maar dan wel echt met een ijs structuur. Het past wel bij de rest van het groenvoer, maar als het er niet bij had gezeten, had ik het ook best gevonden. Olijven hadden, denk ik, meer toegevoegde waarde gehad. Nu nog een ijsje eten en straks als een blok beton in slaap vallen.
zondag 22 juli 2018
Rondje Gold Race op een polder verzet
Mooi weer, mooi weer, het blijft maar mooi weer. Ik heb al
verhalen gehoord van mensen die niet meer precies weten wat te gaan doen met
het mooie weer. Alle dingen die ze graag hadden willen doen in de zomer, hebben
ze al af kunnen vinken van hun lijstje. Bbq met de buren, check. Dagje strand,
check. Dagje Efteling, check. De kozijnen verven, check. Enzovoort. Enzovoort.
Van mij mag het ook wel weer eens gaan regenen. Qua landschap begint het hier
aardig op de Provence te lijken , daarvoor hoef ik niet meer op vakantie.
Op mijn zomer todo lijstje stond nog een keertje fietsen in Limburg.
Nou nee, dat is eigenlijk niet waar want ik doe niet zo aan lijstjes. Ik ben
meer van de spontane acties. Van die dingen die zomaar kunnen opborrelen vanuit
een oncontroleerbaar brein. Dag fietsen in Limburg? Tof idee, gaan we doen. Zoets
komt vrijdagmiddag omhoog borrelen en zaterdagochtend mik ik mijn fiets in de
auto en klaar. Ik heb bijna alles goed geregeld. Volle bidons mee, krentenbollen
voor onderweg, een gps route van de gold race op de navigatie gezet, fiets
kleding aan en schone kleren plus douche spullen in de rugzak. Waar ik ga
douchen is overigens nog niet ingetekend. Misschien is zusje wel thuis, dan kan
ik daar terecht. Haar app ik nog wel even op zaterdagochtend.
Het enige ‘dingetje’ is dat het polderverzet nog steeds op mijn fiets zit.
Voor zit er een 34/50 crank op en achter een 12-23 cassette. Dat is hartstikke handig
in de polder. Daar fiets ik alles op de 50/21, 50/19,, 50/18, 50/17, 50/16. Allemaal
heel kleine stapjes in het verzet. Het nadeel is dat ik slechts een 34/23 bij
me heb als kleinste klimverzet maar voor alles in de Utrechtse heuvel is dat
klein genoeg. Sterker nog, ik schakel eigenlijk nooit naar het kleine blad, ik
ram of hark wel omhoog. Maar voor echte bergen heb ik ook een 12/27 cassette.
Nu zijn de Limburgse heuvels natuurlijk geen echte bergen, het valt vooral in
de categorie, drie keer vloeken en je bent boven. Lang duurt het nooit maar
flink steil kan het wel zijn. Met een 34/23 de Kruisberg, de Eyserbos weg of de
Keutenberg doen, is toch ook niet helemaal je dat. Maar ik had domweg geen zin
om dat nog aan te passen. De huidige 12/23 cassette is al aardig versleten en
de ketting ook. Een half afgesleten 12/27 cassette erop leggen geeft alleen
maar schakel gezeur. En op 140 kilometer lang schakel gezeur zit ik ook niet te
wachten. Dan maar omhoog harken.
En harken is het inderdaad. In het begin is alles goed te
doen. Sommige van die gold race klimmetjes zijn zelfs nog te doen op het polder
buitenblad verzet. Bemelen is de eerste klim en die ram ik nog makkelijk
omhoog. Naarmate de route vordert neemt het aantal klimmen en ook de stijgingspercentages
toe. Op de Kruisberg krijg ik voor de eerste keer tien procent plus voor mijn
kiezen, de Eyserbosweg is nog een graadje erger en het 23% stuk op de
Keutenberg was helemaal lachen gieren brullen. Mijn puf raakt op, de zon
schijnt uitbundig en warm en de weg schiet als een geasfalteerde long de hoogte
in. Wat was hier nu ook weer leuk aan allemaal? Misschien wel gewoon het feit
dat ik fietsen boven kom. Dan doen trouwens alle fietsers hier vandaag wel. De enigen
die ik lopend met een fiets omhoog zie sjouwen zijn de luilakken op de e-bikes.
Na dik 140 kilometer zit mijn rondje er op. In de laatste
klim (Geulhemmerweg) begint mijn rechterbeen ook langzaam in de kramp te
schieten. Het lichaam zit nu dus wel echt aan zijn grenzen. Tijd om uit te
puffen bij mijn auto, de bidons helemaal leeg te drinken en een suikerwafel
naar binnen proppen. Zusje was gelukkig gewoon thuis. Dus op naar een warme
douche en een warme hap. Al met al een strak georganiseerd ik-doe-spontaan-waar-ik-zin-in-heb
plan.
zaterdag 7 juli 2018
Tour de France,…. laat maar
Laat maar zitten met die tour, ik heb geen interesse.
Misschien komt het nog over een paar weken maar vooralsnog lees is er niks over
en volg ik niks. Dat ik de tour niet volg, heeft met de tour te maken, maar ook
met Sky en het laffe gedrag van de UCI. Ten eerste is wielrennen eigenlijk een
super saaie sport om naar te kijken, daar begint het al mee. Als je drie uur
voor de buis gaat hangen om een fietsend peloton met een eentonig tempo in
beeld te zien, dan geef je feitelijk toe gewoon geen leven meer te hebben. En
de afgelopen jaren heeft de tour echt bewezen koploper te zijn in saaie
koersen. De eerste week is alleen maar hetzelfde, een etappe van tegen de 200
km, een kopgroepje dat in de laatste 10 km wordt gepakt en dan volgt een totaal
chaotische sprint. Alle regels die bij het sprinten gelden, worden door de
heren renners aan hun laars gelapt en de jury is laks en treedt niet op. En de
keren dat ze optreden, doen ze het nog fout ook. Nee, laat maar. En dan is er
ook nog dat poenerige gedrag van Sky. Die denken echt dat alles te koop is en
vooralsnog krijgen ze nog gelijk ook. Ze hebben de duurste fietsen, ze fietsen
in de duurste kleding, ze hebben de duurste doctoren in dienst die allemaal een
obscuur doping verleden hebben, ze betalen als beste en dus ze kunnen chique
knechten voor Froome inhuren. En bij een fout plasje van de kopman wordt er een
korps aan dure advocaten ingeschakeld die 9 maanden nodig hebben om die ene
maas in de wet te vinden om Froome vrij te pleiten. Ik walg van dat soort poenerigheid.
Het zou me niet eens verbazen als ze over drie weken bij een eventuele tweede
plek van Froome in het eindklassement, een procedure opstarten om de winnaar
gestraft te krijgen zodat hun kopman alsnog wint. Want ze moeten winnen, want
ze hebben geld, bah.
Nee dan kijk ik liever gewoon WK voetbal. Ook een sport waar
poenerig gedrag een hele grote rol speelt. Het is alleen maar mogelijk om de
championcs league te winnen als er een steenrijke Arabier de duurste spelers en
trainers voor je koopt. En dat wereldkampioenschap nu in Rusland is en over vier
jaar in de zandbak van Qatar, heeft natuurlijk ook alleen maar te maken met
schimmig gedrag, afpersing, fraude, bedrog en giga veel geld. En toch kijk ik
liever naar voetbal dan naar wielrennen. Ja, ik vind het belachelijk hoeveel
geld er om gaat in de voetballerij en toch kijk ik graag champions league. Al
dat gesmijt met geld zorgt er wel voor dat er hele goede voetballers tegen elkaar
spelen en dat geeft mooie wedstrijden. Bij wielrennen is dat precies andersom. De
tour de France wordt gedomineerd door een Sky trein die alle aanvalslust bij
andere renners ontneemt. Ze maken de koers dood. Nog een keer bah voor Sky.
Daarom kijk ik nu WK voetbal. Engeland – Zweden, het is inmiddels
1-0 voor de Engelsen die het eindelijk weer eens goed doen op een WK. En ik ben
vanmiddag zelf gaan koersen. Mijn eerste koers van het jaar. Het moest er maar
eens van komen en ik wilde mezelf ook wel weer een beetje wielrenner voelen. Wedstrijdje
rijden is gewoon geinig om te doen. De koers van vandaag was redelijk slap. Het
tempo was weliswaar redelijk met 41,7 kmh gemiddeld maar daar zaten geen grote
schommelingen. Het trok niet heel vaak op een lang lint en op het einde werd er
gesprint. Ik had maar een doel en dat was pelotonvulling spelen en dat is gelukt.
De einssprint is kort maar krachtig en er eindigt een man of 20 voor me. Ach,..
voor een eerste koers van het jaar, lang niet slecht. We mochten vandaag zelfs
een rondje langer fietsen. Nog 6 ronden, nog 5 ronden, nog vier ronden, nog vier
ronden (2de keer dus), nog drie, nog twee, dan de bel en dan sprinten.
Een extra rondje van de zaak dus. En bij mijn koers zat er evenveel publiek als
dat de koers amusement waarde had. Drie man en een paardenkop. Maar ik heb er
wel van genoten.
zaterdag 30 juni 2018
Kamperen en fietsen
Primitiever kan het altijd nog, maar voor mij is dit weer een slag verder dan solo door Verweggistan fietsen. Na Rob fietst in Thailand, Rob fietst in Vietnam en Rob fietst in Taiwan, is het nu gewoon te doen in Nederland. Nauwelijks spannend te noemen, bagage achterop en fietsen maar. Ergens eten onderweg en mezelf verbazen over de matige kwaliteit van de kok in een gemiddelde etablissement. Nee, niet iets om over te bloggen, maar toch ook weer wel. Dit is namelijk de eerste keer met tentje, slaapzak en matrasje. Geklooi op een camping en geen uitgebreid ontbijtbuffet.
De bedoeling van de volgende fietsvakantie is namelijk kamperen en fietsen in Frankrijk. En ik wil dat eerst even uitproberen. Ik heb een tentje gekocht, een nieuw matrasje, een lichtgewicht slaapzak had ik nog liggen. Als het allemaal gruwelijk tegenvalt, kan ik het plan alsnog in de ijskast gooien. De route loopt van Utrecht naar Arnhem en morgen terug. En de nachtrust in een tentje dat heet tweepersoons te zijn, maar dan moet je wel heel veel van elkaar houden, plus slapen op een uiterst smal luchtbed en mummy slaapzak.
Mocht dit gaan bevallen dan is de volgende stap in verprimitievering van het vakantie gevoel, het slapen in een bivak zak in de vrije natuur. Zo'n bivak zak is een tentje, matje en slaapzak ineen. En op die vrije natuur camping is er geen douche, geen stromend water, geen wc, geen winkeltje en dus geen vers brood de volgende ochtend. Aan dat soort primitief gedoe moet ik nog even niet denken. Eerst maar eens kijken of dit bevalt.
De bedoeling van de volgende fietsvakantie is namelijk kamperen en fietsen in Frankrijk. En ik wil dat eerst even uitproberen. Ik heb een tentje gekocht, een nieuw matrasje, een lichtgewicht slaapzak had ik nog liggen. Als het allemaal gruwelijk tegenvalt, kan ik het plan alsnog in de ijskast gooien. De route loopt van Utrecht naar Arnhem en morgen terug. En de nachtrust in een tentje dat heet tweepersoons te zijn, maar dan moet je wel heel veel van elkaar houden, plus slapen op een uiterst smal luchtbed en mummy slaapzak.
Mocht dit gaan bevallen dan is de volgende stap in verprimitievering van het vakantie gevoel, het slapen in een bivak zak in de vrije natuur. Zo'n bivak zak is een tentje, matje en slaapzak ineen. En op die vrije natuur camping is er geen douche, geen stromend water, geen wc, geen winkeltje en dus geen vers brood de volgende ochtend. Aan dat soort primitief gedoe moet ik nog even niet denken. Eerst maar eens kijken of dit bevalt.
zaterdag 23 juni 2018
Het Frankrijk plan
Tentje, slaapzak, matrasje, Fiets. Dat is het plan. Zoals
altijd zijn mijn plannen vooraf verre van duidelijk, strak omlijnd, uitgetekend of goed doordacht. Dat
maakt het wel zo leuk. Tenminste, ik vind dat leuk. Ik ben niet zo van het
plannen. Nu dus ook niet. Ik doe wel een beetje aan voorbereiding, vandaag heb
ik nog eens een uitprobeer rondje gefietst op de Kona. Die fiets mag mee op de
volgende vakantie. Het plan is als volgt, ik vertrek in Utrecht op de fiets
naar ergens in Frankrijk en dan pak ik een trein, bus of vliegtuig terug naar
huis. Tijdspanne is ongeveer drie weken en de slaapplaatsen zijn campings en
wellicht een keertje wild kamperen.
Er is niet zo heel veel nieuw aan dit vakantie vieren
concept. Het is net als fietsen in Cambodja, Thailand of Taiwan alleen neem ik
deze keer een tent en slaapzak mee. Dat is eigenlijk het enige verschil. Toch
zit ik hard na te denken over elk detail. Aan kookspullen ga ik niet doen. Teveel
gehannes en in Frankrijk tussen de middag is lekker en niet echt duur. Ik ga in
die kleine pruts pannetjes nooit iets echt lekkers kunnen koken. Maar het
ontbijt dan? In een hotel staat ’s ochtend vroeg vaak gewoon een ontbijt buffet
klaar. Best handig en lekker. Ontbijten met Rendang en witte rijst en verse
ananas als toe. Ik vrees dat zoiets op de gemiddelde camping niet gaat lukken. En
eerst vertrekken en dan pas ontbijten, daar heb ik een broertje dood aan. Dat
werkt niet bij mij, ik begin de dag gewoon graag met een fatsoenlijk ontbijt. Dus
dat wordt misschien ’s ochtend een beetje goed zoeken. Een andere handig
dingetje in hotels is het hebben van een stopcontact. Ook vet handig. Tuurlijk op
campings is ook wat te regelen maar een eigen stopcontact, of een eigen douche
en toilet op de kamer zijn best wel van die handige hotel dingen.
Het tentje en de slaapspullen heb ik inmiddels gekocht en
dat was vooral naar grammen kijken. En ook naar prijs. Het is licht op de
weegschaal en licht in mijn portemonnee. Het slaap geheel weegt ongeveer 2 kg,
dat is met tent, slaapzak en matje. Voor het kussen moet ik nog een oplossing bedenken en een hamer niet ik niet mee. Er is vast wel een behulpzame
Nederlander op een camping die een hamer wil uitlenen. Kleding moet ik ook nog
uitzoeken en dat gaat ook besparen op gewicht worden. Ik wil graag zo licht
mogelijk bepakt gaan fietsen. Want ik wil ook bergen zien. Ik weet nog niet hoe
hoog en ook niet hoe lekker het klimmen gaat. Dat is zo’n dingetje van, ik zie het
straks wel als ik de eerste bergen tegenkom. Een route aanpassen kan altijd
wel. Daarnaast, een vaste route heb ik meestal vooraf toch niet.
Vandaag was even een uitprobeer dagje. Ik heb twee
fietstassen mee genomen met onzinnige bagage. Het ging meer om het gewicht en
volume dan dat ik iets aan de bagage had. Gewoon een beetje kijken hoe alles
aanvoelt en of het fietsen met platform pedalen bevalt. Vooralsnog bevalt het
allemaal wel. Nu nog een keer een dagje kamperen
in Nederland om de tent uit te proberen. Maar dat bewaar ik even voor een
weekend met wat meer zon en hogere temperaturen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

