zaterdag 2 februari 2013

De tour heeft niets met sport te maken



De tour de France, het WK wielrennen op de weg, Wimbledon, the Australian open, de champions league, de primera division en de world series. Om zo maar eens een aantal grote sport evenementen te noemen. Of laat ik het gewoon maar evenementen noemen. Met sport heeft het weinig te maken. Er gaat geld in om. Veel geld. Heel veel geld. Bedragen waar bankdirecteuren nog niet in hun natste dromen aan zouden durven denken. Momenteel koopt Paris Saint-Germain een heel elftal ster voetballers bij elkaar. Ze worden gesponsord door Fly Emirates en de Franse club is in handen van  Qatar Sports Investments. Er is een gerucht gaande dat dit de prijs is (of een van de vele prijzen) die moet worden betaald door Qatar. In dit mini olie staatje vinden in 2022 de wereldkampioenschappen voetbal plaats. Kun je het voorstellen? Er groeit geen eens gras. Er schieten wel voetbal stadions als paddenstoelen uit de grond. Als er iets is waar het voetbal in uitblinkt, dan zijn het de absurde bedragen die er in rond gaan. Doping bestaat niet in het voetbal; in tennis ook niet. Gecontroleerd wordt er trouwens ook niet. Dat hebben die voetbalbobo’s  dan slim gekeken. Doping is alleen maar onhandig. Het geeft alleen maar gezeik achteraf. Een sport zonder doping, daar verdien je gewoon meer aan. Dus lekker niet controleren of een beetje half slap controleren.

Want wie verdient er eigenlijk aan sport? Ten eerste de atleten die vorstelijk betaald krijgen. Tenminste de top dan. Vraag niet wat een tweederangs renner bij een B-ploeg verdient en die niet verder komt dan het rijden van de ronde van Polen en het circuit de la Sarthe. Daar zou ik mijn ballen er niet voor willen afdraaien. Zo slecht is dat IT baantje van mij ook weer niet. Wie verdienen er nog meer? Alle directeuren. Koersdirecteuren, ploegleiders, bestuurders en sponsordirecteuren. Plus nog een verzameling klootjesvolk die ronduit rottig betaald krijgen. Soigneurs, ballenjongens, mecaniciens, verzorgers, etc. Oh ja, er zijn ook nog een paar doctoren die goud geld verdienen met een lucratieve handel in vage geneesmiddelen.  Die gasten hebben nog nooit van Hipocrates gehoord. Ze spuiten de hemoglobine van een hond in mensen in. Ze rammen je net zo vol epo dat je een bloedprop in je hersens krijg en sterft. En dan is er nog een vage categorie mensen die een graantje meepikt en dat zijn de journalisten. Een term die je beter zou kunnen vervangen door sportfans die zulke leuke stukjes kunnen schrijven. Of die zo gezellig wat commentaar kunnen geven bij de beelden. Journalistiek is echt wat anders. Daar moet je namelijk oprecht voor zijn en durven doorvragen.

Wij, de onnozele kijkers zijn degene die dit alles laten gebeuren. Wij kijken naar sport omdat we het mooi vinden. Ik ook. Ik kijk graag naar sport. Ik laat me wekelijks bedotten want ik weet ook wel dat het allemaal niet kan. Zo hard als de Sky ploeg de tour vorig jaar reed, dat gelooft geen mens. Een marathon tennis partij van 4 uur waar tot het laatst toe voor elke bal keihard wordt gerend, dan kan ook niet. Ik zou na 2 uur al lang uitgeput van de baan zijn gestapt. En je maakt mij niet wijs dat een Nadal urenlang kan blijven rennen en meppen op een ontbijt van 3 bruine boterhammen. En waar veel mensen naar sport kijken, is er dus een podium waar adverteerders dol op zijn. En voilà, daar zijn de inkomsten geboren. Sport is geen sport. Het is puur entertainment.

Twee opmerkelijke feiten die ik deze week hoorde. Mart Smeets verteld in de wereld draait door dat er nu wieler verslaggevers zijn die niet voor hun beroep durven uitkomen. Wat een zielige vertoning van Mart. Moeten we nu plots meelij hebben met onze nationale NOS icoon. Mart is geen journalist. Nooit geweest ook niet. Hij kan aardige boekjes schrijven en mooie filmpjes maken. Met journalistiek heeft het niets te maken. Hij is er voor het entertainment. Een ander opmerkelijk feit komt van onze zuiderburen. Dit weekend is het WK cross in de verenigde staten. En ze hebben zich verheugd op een leuk feestje. Het is te ver weg om zelf heen te vliegen en dus vieren ze het thuis. Een Amerikaanse barbecue of brunch. Bier drinken en op een groot scherm kijken hoe een landgenoot wereldkampioen zal worden. Alleen hebben de Amerikanen het WK een dag vervroegd omdat de Ohio zondag buiten zijn oevers dreigt te treden en dan overspoelt die een deel van het parkoers. Heel de feest planning van de Belgen valt nu in water. Dat was toch niet de afspraak.

En als u een echt sport wilt kijken, ga dan eens kijken bij een wedstrijdje hockey van uw kinderen. Ga ergens kijken waar mensen voor de lol en de sportieve eer met elkaar strijden. Wielerkoers in het dorp waar renners de longen uit hun lijf fietsen om een appeltaart te winnen van de lokale bakker. Dat is sport. En ik geef toe dat de tour leuker is naar te kijken. En dat de champions league veel leuker is dan een amateur wedstrijd. Maar laten we dat aub geen sport meer noemen. Maar gewoon entertainment. De atleten zijn gedrogeerd en de sport directeuren bepalen het wedstrijd verloop.


maandag 21 januari 2013

Winterbanden?



Ik heb 2 jaar lang op winterbanden gereden. Zomer en winter achter elkaar door. Ik wist het gewoon niet. Toen ik mijn laatste auto kocht, zaten daar winterbanden onder maar de verkoper is vergeten mij dat te melden. Pas 2 jaar later kwam ik erachter bij een APK keuring. De voorbanden waren versleten. Ik had er inmiddels zo’n 40000 km mee gereden. Niet echt verwonderlijk. Ik laat 4 nieuwe zomerbanden monteren en de half versleten achterbanden krijg ik mee. De monteur zegt dat ik dan 2 extra winterbanden kan kopen en die in de winter kan laten monteren. Ik vraag hem of ik ook een mix mag maken van zomer- en winterbanden. Als straks de nieuwe voorbanden versleten zijn, dan de oude winterbanden als voorbanden monteren en die op rijden. Dat kan ook, zegt hij.

Ik heb altijd mensen die winterbanden monteerden voor de gek gehouden. Ik vroeg ze of ze ook slicks monteerden bij droog weer. Dat soort dingen. Ik zei namelijk dat winterbanden geen enkel nut hadden. Ik reed op zomerbanden (tenminste dat dacht ik) en ik rij in de winter harder dan wie ook in de sneeuw. Ik ben niet van het voorzichtige gedoe. En ik had tot nog toe ook geen brokken gemaakt of zelfs maar in de buurt geweest van brokken maken. Als het gaat sneeuwen of gesneeuwd heeft, dan lijkt iedereen te zijn vergeten dat een auto een gaspedaal heeft of dat er zoiets is als een 5de versnelling. Het vertrouwen in het rempedaal, ABS of tractie controle is direct tot het minimum gedaald. Bij  de eerste sneeuwvlokjes is het direct voorzichtigheid troef en er wordt minimaal 100 m afstand gehouden. En ik dus maar grappen maken dat het allemaal niet nodig was. Ik was rapper met mijn zogenaamde zomerbanden en ik maakte ook geen brokken.

Dat was vorige winter. Inmiddels weet ik dus dat ik al die tijd op winterbanden heb gereden en dat ik nu voor het eerst in de winter op zomerbanden rijdt. Wacht even,….. Eerst even een correctie. Zomerbanden bestaan niet. Winterbanden wel. Vroeger reden we op één soort band en die was bedoeld voor alle weersomstandigheden. Droog weer, regen, onverhard, sneeuw, koud weer en warm weer. Een “all weather” band is een soort compromis. Voor geen enkele omstandigheid 100% ideaal maar wel redelijk goed voor alle omstandigheden. In de zomer bij droog weer zijn slicks gewoon ideaal. Niets beters dan dat. Meer rubber op de weg, dus meer grip. Maar niemand heeft zin om banden te moeten wisselen als het gaat regenen. Dus rijden we op “all weather” banden. Die zijn voor het hele jaar bedoeld, dus ook de winter. Echte winterbanden zijn iets zachter en hebben een iets ander profiel. Wat we nu vaak als zomerbanden typeren, zijn in feite gewoon de oude vertrouwde “all weather” banden.

Ik rijd dus nu rond op “all weather” banden. En ik kan dus  nu eens vergelijken of dat verschil maakt met de winterbanden waar ik voorheen op reed. Niet dus. Tenminste dat vermoed ik. Misschien dat er wel effect is maar dat is gevoelsmatig niet te bepalen. Zeker niet over zo’n lange tijd. Wat ik wel hebt ontdekt met het sneeuwrijden van de afgelopen dagen is dat ik nog steeds veel rapper durf te rijden dan de rest. En ik heb ook nog steeds geen voetgangers of overstekende bomen aangereden. Ik kwam vandaag mensen tegen op de snelweg die 60 kmh reden met 150m afstand tot hun voorligger. De meeste reden 80 kmh. Ik 100 als ik de kans kreeg; 120 kmh leek me nog te link. Als er een paar mensen met 60 kmh over de weg heen trutten, dan ontstaat er een file. Er ontstaat geen file vanwege sneeuw. Er ontstaat file omdat er een paar slakken op de weg zitten. 

De volgende keer dat ik iemand tref die reclame maakt voor winterbanden. Dat dat allemaal zo veilig is en meer van die poeha argumenten, dan zal ik hem of haar echt helemaal belachelijk maken. Winterbanden is een verkoop truc. Het is pure marketing. Alleen maar bedacht door verkopers die geld willen verdienen aan argeloze burgers. Inspelen op veiligheid is een makkelijk verkoop argument. En half Nederland tuint erin. Stelletje sukkels. Veiligheid zit in je rechtervoet en in zelf nadenken.

maandag 31 december 2012

Chiang Mai - Bangkok

De samenvatting:

  • 0 lekke banden
  • een kapotte achternaaf
  • 2 kleine valpartijden zonder erg of schade
  • 1270 km gefietst
  • 25 uur massage in de benen
  • 1270 km
  • 383 tempels onderweg gespot (het kunnen er ook een paar meer zijn)
  • Rijst als ontbijt, noodle soep als middagmaal
  • Geen drup regen gehad
  • Een heel overduidelijk markerring van bruin naar wit op armen en benen

Dit was dan mijn eerste fietsvakantie met bagage, solo door een niet-Westers land. Wat vooraf als een beetje spannend gold, is heel erg goed bevallen. Geen nare dingen meegemaakt onderweg; prachtig weer; doorgaans zeer goede wegen; hele vriendelijke bevolking; lekker eten. En vooral het feit dat ikzelf ook een soort bezienswaardigheid ben, is toch wel apart.

Nu nog een paar dagen de toerist uithangen in Bangkok. En dan weer de Nederlandse kou in.

Aapjes kijken

Ik heb net een goede massage achter de rug. Zo een die wel prettig is om te ervaren en ook een die pijnlijke plekken weer soepel laat worden. Geen geweld deze keer, niet te weinig olie en ook geen gedoe met happy ending. Nadat ik gemasseerd ben, zit ik een kopje kruidenthee te drinken dat me aangebodens is. Zes masseerdames staan te aan te kijken. Alsof ze voor het eerst een man in hun spa hebben gehad. De eigenaresse van de massage winkel (hoe noem je zoiets) probeert een praatje met me te maken. Ze spreekt niet zo heel goed engels en telkens als ik haar niet snap, begint ze te lachen. Maar ze gaat net zo lang door totdat ik alles begrijp. Ze zijn ook heerlijk verbaasd over mijn fietstocht. Ik laat de overduidelijke markeringen zien van bruin naar wit op mijn armen en benen. Weet gegiechel en gelach. En ze blijven kijken. Geen een die even iets anders te doen heeft. Ze willen blijven kijken. Ik ben weer eens een attractie.

Later op de avond ga ik eten bij een all-you-can-grill restaurant. Dat is geen vreetschuur maar gewoon heel erg lekker. Er zitten alleen maar lokale mensen. Ik ben namelijk nog steeds in niet-toeristen-Thailand. Als ik bij de entree sta te kijken wat precies de bedoeling is van het geheel staan er 3 mooie Thaise jonge dames in een kort jurkje me aan te kijken. Ze horen bij de bediening en ze begeleiden klanten naar tafeltjes. Twee van de drie meisjes zitten het andere meisje te pushen om mij aan te spreken. Maar ze durft niet goed. Ze staat een tijdje te dralen en te giechelen en de andere 2 lachen daar weer om. Uiteindelijk spreekt ze me toch aan en legt in vloeiend Thais uit wat de bedoeling is. Daarna word ik door een kok meegeleid en hij legt voedsel om mijn bord wat ik aan tafel moet grillen.

In de bergen van Thailand worden excursies gehouden voor toeristen. Je gaat dan op bezoek bij lokale bergstammen die nog redelijk van de naruur leven. Je mag kijken in hun dorp, het schooltje  en je krijgt te eten. Ik heb dit soort excursies niet gedaan,. Ik heb er een aversie voor. Ik voel me gewoon niet op mijn gemak als ik bij iemand op zijn erf sta en kijk hoe een kip wordt geslacht. Ik vind het een te hoog aapjes-kijken gehalte hebben. Ik laat ook geen Amerikanen of Japanners bij mij over de vloer om te laten zien hoe een wielrenner woont. Ja kijk, er staat echt een wielrenfiets in de woonkamer. En boven op zolder hangt een heel wasrek vol wielerkleding. En daar staat ook nog een racefiets en een monatage standaard. En de woonkamer een grote poster van wielrenners. Dat soort dingen.

En toch doe ik ook een beetje aan aapjes-kijken. Thai kijken naar mij. Ik kijk naar Thai.

vrijdag 28 december 2012

Fiets kapot

Op de vlakke etappe van Kamphaeng Peht naar Nakhon Sawan gaat op de het eind van de rit mijn fiets kapot. De route zelf is vlak en gaat door veel rijstvelden. De route zou op de kaart een rustige weg moeten zijn maar sommige delen zijn juist erg druk. Aan voedsel en water vandaag geen gebrek. Er woont veel volk langs de route en ongeveer 1 op de 10 huizen houdt er een mini restaurantje of winkeltje op na. De rouet is niet echt lang met 128 km maar ik haal maar een gemiddelde van 22,5 kmh. Op mijn racefiets haal ik op dit soort wegen 29-30 kmh. Een zware fiets met met 10 kg aan bagage, een iets hogere zit en banden van 47 mm hebben toch zo hun effect op de snelheid. Ik ben dan ook zo'n 5 en half uur onderweg. Toch een best pittige rit daardoor. Met nog 6 km te gaan naar Nakhon Sawan zet ik nog een keer aan na even de pedalen stil te hebben gehouden om het verkeer voor me te inspecteren en trap ik dwars door de aandrijving heen. Ik denk eerst nog dat de ketting eraf ligt of dat ik mis heb geschakeld maar nadere inspectie leert dat het freewheel in de achteras het heeft begeven. Barst!

Ik heb reserve materiaal bij me voor kleine reparaties. Vier reserve spaken, een spakenspanner, een reserve achterpat, inbussleutels, 2 binnenbanden en plakmateriaal. Maar een nieuw naaf natuurlijk niet. Hoe ga ik dit oplossen, vraag ik ma af. Eerst maar eens naar een hotel wandelen en daar verder vragen. Dat is hooguit nog 6 km. Na anderhalve kilometer krijg ik een lift van een Thai die redelijk goed engels spreekt. Die pickup trucks waar iedereen hier in ronndrijdt, blijken toch verrekte handig. De man is zeer enthousiast over het feit dat ik op een Gazelle fiets. Dat is zijn favoriete merk. Ohhhhh,.... Gazelle, Gazelle blijft hij roepen. Hij heeft thuis ook nog een Spartamet en een Tomos moped staan. Hij zet me af bij de grootste en beste fietsenmaker van de stad. Hij bestaat al 3 generaties. Stel je daar overigens niet veel bij voor, hoor. Ze verkopen hier kinderfietsjes, mountainbikes en opvallend veel fixies. Hij heeft helaas geen naaf liggen voor een 32 spaaks wiel. Wel een voor 36 spaaks. Dan maar een velg erbij en 36 spaken. Binnen een uur worden een nieuw wiel voor me gespaakt en worden band en casste overgezet. Ik mag 2260 baht (zo'n 58 euro afrekenen). Nu nog even en hotel zoeken, douchen, eten en rustig slapen.

'Rustdag'

Ik poog om een dagje rust te doen in Kamphaeng Phet. Dat lukt echter niet helemaal. Volgens de Lonely Planet zit er 20 km ten noorden van Kamphaeng Phet een warm waterbron waar je kunt baden en Thaise massages kunt krijgen. Er zit ook een hele verzameling tempels rondom de stad die het bezichtigen waard schijnen te zijn maar cultuur is meestal niet zo zeer aan mij besteed. De naam van de stad betekent zoiets als diamanten muur. Niet dat er edelstenen te vinden zouden zijn maar de dikke muur rondom de stad leek wel zo sterk dat buitenstaanders in vroegere tijden geen kans zagen de stad aan te vallen. Als ik 's ochtends vroeg de stad uit fiets, zie ik de overblijfselen van die verdedigingswal. Ik zie een hoop oude stenen waar iedere krijger zo overheen klautert. Zoals ik al schreef, cultuur is niet voor mij bedoeld. Na 27 km arriveer ik bij de bronnen waar ik voor 40 baht  (= 1 euro) een zwembroek en een handdoek huur en entree betaal voor een warm waterbad. Het wat is warm en ruikt naar zwavel. En verder hebben ze hier een mooi park aangelegd rondom de bronnen. Prieeltjes, bungalows, mooie perken, rozen en planten. Inclusief een terras waar ik 2 koppen noedelsoep naar binnen werk. Naast het park zit nog wat animositeit in de vorm van extra eettentjes en 2 massage shops.

Ik ben al een tijdje bezig om alle massages uit te proberen en ik vraag nu weer naar een massage. Er zijn hier grofweg 2 soorten lichaamsmassages te vinden. De traditionele Thaise massage en de olie massage. De Thaise massage is een drukpunt massage en is in een woord te omschrijven als AU. Daar heb ik me nog geen tweede keer aan gewaagd. De olie massage is de relax massage waarbij de spieren met olie worden gemasseerd. Dat is het betere werk. Tenminste als het goed gedaan wordt. Ze hebben namelijk nogal eens de neiging om de Thaise technieken erin te verwerken en dan is het alsnog pijnlijk. Ik vraag om een olie massage en deze kan ik rustig omschrijven als de slechtste massage tot nog toe. Dit was niet leuk. Als dit je eerste massage ooit zou zijn geweest, dan zou je er hard over nadenken om zoiets nog een keer te doen. Ik roep wel eens au tijdens een massage als een bepaalde spier pijn doet. Meestal hoor ik dan een 'solly' en gaat ze verder met een zachtere hand op de betreffende spier. Hier niet. Ik roep 'au'. Ik roep nog een 'au'. En dan "AU, hallo zeg, ik zeg niet voor niets au. Doe eens rustig mens". Niet dat ze me verstaat. Ook al had ik engels gesproken. Maar ik kan de woordenstroom ook niet binnen houden. En ze is niet alleen. Ik worden door 2 vrouwen hardhandig onder handen genomen. Terwijl de ene een pijnlijk spier in mijn bovenbeen heeft ontdekt, zit de andere op een knobbel in mijn oksel te duwen. Ik denk zelfs over om ermee te kappen en halverwege weg te lopen. Maar het eind van de massage wordt het wat minder pijnlijk. En het lijkt me ook nogal bot om het geheel af te breken. Ik ga de volgende keer eens op zoek naar een massage met een happy ending. Dat zal vast weinig met masseren te maken hebben maar dat moet prettiger zijn dan deze kwelling.

dinsdag 25 december 2012

markt

Markt


Ik heb nu 2 soorten markten ontdekt. Een waar het voedsel verkocht wordt en een waar het geserveerd wordt. Op de voedsel markt ligt alles bij omgevingstemperatuur uitgestald. Dat is zo'n 30 graden. Vis, vers vlees en groete en fruit. Plus nog een heleboel meer dingen die ik niet altijd thuis brengen. Er zitten op de markt geen levende kippen, vogels of andere beesten. Sommige vis leeft nog wel. En het vlees ligt ook gewoon ongekoeld uitsgetald. Onhygienisch? Misschien wel maar alles wat ik 's avonds eet zal hier vandaan komen en ik heb nog geen moment ruzie gehad met mijn maag.

Niet ver van de voedsel markt is er 's avonds een eet markt. Tientallen stalletjes met gegrild vlees, rijst gerechten, noodles soep, pannenkoekjes, gebakken bananen en ga zo maar door. Sommige dingen begrijp ik nog niet helemaal. Er staat zelden tot nooit iets engels bij en van Thai begrijp ik niet veel. Aan sommige stalletje kan ik niet afleiden wat daar nu de bedoeling van is. En het is hier druk met lokale bevolking en 4 verdwaalde toeristen. Ik krijg hier niet de indruk dat Thailand erg toeristisch is. Later in Bangkok zal dat wel anders zijn, gok ik zo.