Ik zit in de kantine en met mij nog 600
man. Dadelijk gaat de Board of directors een presentatie houden over
de status van de bezuinigingsrondes. Eigenlijk mag ik het geen
kantine noemen. Het heet officieel bedrijfsrestaurant. Dat is een
dure naam om de prijzen op te drijven. Sinds we een nieuwe cateraar
hebben, neem ik tegenwoordig mijn eigen bammetjes mee. Geen zin om
daar het drievoudige voor te willen betalen als ik diezelfde
boterhammen in het bedrijfsrestaurant zou kopen. En het is een
kantine. Zolang je ergens een boterham met hagelslag kan kopen, dan
verdient het de naam restaurant niet. Ooit gepoogd om bij een echt
restaurant een boterham met jam te bestellen?
Nee, dat dacht ik
al.
Mark Staalman zal dadelijk het woord gaan voeren. Dat
is de CEO van deze toko. Ik verheug me er nu al op. Ik zit naast een
collega alvast het komende praatje te analyseren. Straks krijgen we
een boeiende speech, begin ik. Zo'n presentatie waarbij je vanaf de
eerste tot de laatste minuut geboeid zit te luisteren. Ongeacht of we
nu slecht of goed nieuws te horen krijgen. Dit wordt weer een
feestje. Onze baas kan echt boeiend vertellen. Hij is een geboren
betoger die een publiek voor zich kan winnen door een helder verhaal
te vertellen. Precies met de goede intonatie, af en toe een halve
grap en toch steeds serieus. Als dit bedrijf ooit ten gronde gaat aan
wanbeleid of aan een tegenzittende markt, dan kan onze grote baas zo
aan de slag in de politiek. Hij is een geboren redenaar.
NIET
DUS!!! Na anderhalve minuut zijn mijn gedachten weggedwaald. Ik moet
nog een mailtje beantwoorden, besef ik en ik zit te bedenken hoe ik
de java release netjes in Netbeans krijg. Barst,.... toch afgeleid.
En ik had me nog zo voorgenomen om mijn aandacht erbij te houden. Ik
doe nog een poging om het verhaal op te pikken. Mark vertelt dat
hij graag wil dat we na de presentatie 4 headlines hebben onthouden.
Na het noemen van de vierde, ben ik de eerste al weer kwijt en nu ik
dit blog schrijf, ben ik ze alle vier al vergeten. Wat ben ik ook
toch een warhoofd. Vier simpele feitjes onthouden en dat mislukt
al.
Het volgende lid van de BOD komt aan het boord. Onze
Duitse vriend Gerard Mayer blijkt perfect Nederlands te zijn gaan
spreken en hij weet een aardig verhaal te houden over de jaarcijfers
van 2011. Een gave op zich. Vervolgens komt Jan Bloemendaal aan het
woord. Het derde lid van de BOD. Ook zijn verhaal is boeiend om te
volgen. Waarom houden die twee niet de hele presentatie?
Als
je ergens niet goed in bent, besteed het dan uit. Ik doe ook geen
onderhoud aan mijn auto. Dat laat ik aan Volkswagen over. Ik werk ook
niet als tolk. Dat is niet handig met een stotter. Mischien moet
Mark eens ten rade gaan bij zichzelf of het heel misschien toch
niet beter zou zijn om anderen wat meer aan het woord te laten.
dinsdag 27 maart 2012
zaterdag 24 maart 2012
koersdag 4
45 kilometer trainen. Dat is alles vandaag. Dat klinkt niet
als veel maar dat is een vergissing. Het zijn 45 kilometer met wind tegen. Dat
maakt het al wat lastiger. Maar er is meer. Voordat ik aan de 45 kilometer
begin heb ik nog wat anders gedaan. Ik begin niet uitgerust aan mijn 45
kilometer maar ik fiets eerst 108 km voordat ik er überhaupt aan begin.
Dit vergt wellicht wat uitleg. Een lichaam wordt beter door training. Maar niet elke training is even effectief en heeft hetzelfde doel. Er zijn hele boeken over vol geschreven maar ik zal hier geen college gaan geven. Maar ik wil wel kort even het volgende uitgelegd hebben. Een renner die altijd een rit van 2 uur rijdt in een bepaalde hartslagzone zal in het begin zijn conditie zien verbeteren maar na verloop van tijd komt er een stagnatie. Het lichaam ‘gelooft’ die inspanning onderhand wel en ziet geen noodzaak zichzelf aan te passen om de volgende keer de pijn beter te doorstaan. Een goed getraind lichaam zal steeds een zwaardere prikkel moeten krijgen om conditie verbetering te bewerkstelligen. De renner in kwestie zou voor de gein eens 3 uur moeten gaan fietsen. Tot 2 uur gaat alles lekker maar dat laatste uur wordt harken. En juist dat uur zorgt voor het trainingseffect. Daardoor zal het lichaam zich proberen aan te passen om de volgende keer wel 3 uur fietsen aan te kunnen.
Dit vergt wellicht wat uitleg. Een lichaam wordt beter door training. Maar niet elke training is even effectief en heeft hetzelfde doel. Er zijn hele boeken over vol geschreven maar ik zal hier geen college gaan geven. Maar ik wil wel kort even het volgende uitgelegd hebben. Een renner die altijd een rit van 2 uur rijdt in een bepaalde hartslagzone zal in het begin zijn conditie zien verbeteren maar na verloop van tijd komt er een stagnatie. Het lichaam ‘gelooft’ die inspanning onderhand wel en ziet geen noodzaak zichzelf aan te passen om de volgende keer de pijn beter te doorstaan. Een goed getraind lichaam zal steeds een zwaardere prikkel moeten krijgen om conditie verbetering te bewerkstelligen. De renner in kwestie zou voor de gein eens 3 uur moeten gaan fietsen. Tot 2 uur gaat alles lekker maar dat laatste uur wordt harken. En juist dat uur zorgt voor het trainingseffect. Daardoor zal het lichaam zich proberen aan te passen om de volgende keer wel 3 uur fietsen aan te kunnen.
Mijn training vandaag bestaat uit koersen op Sloten. Maar
dan wel op de fiets naar de koers en op de fiets terug. De koers zelf is namelijk niet lang genoeg en niet vermoeiend genoeg. En de laatste paar keren verliep de koers om een manier die mij niet zint. Geen ontanppingen en geen lijn in de spurts. Bij elke spurt stormen 50 man als een stel mongolen op de finish af. Daar valt voor een angsthaas als ik geen eer te behalen. Dus dan maar eerst 48 km met wind mee naar Amsterdam
fietsen. Dan 60 km koers waar ik voornamelijk peloton vulling ben. En dan 45 kilometer
naar huis fietsen met een zeurende wind tegen. Dat laatste is het zwaarste deel van de
dag en daar word ik beter van.
zaterdag 17 maart 2012
Joop Zoetemelk classic
Vorig jaar was mijn eerste deelname aan de Joop Zoetemelk
Classic en vandaag sta ik weer aan de start. Een tocht over 150 km door het
Groene Hart. Een tocht waar Joop zelf aan mee schijnt te doen maar ik ben hem vorig
jaar en ook vandaag niet tegen gekomen. De start is in Leiden en dat betekent
eerst een autorit van 70 km. Waarom toch eerst autorijden en dan een tocht fietsen
als ik ook gewoon van huis kan gaan fietsen? De reden is simpel. Zo zie ik nog
eens een stukje Nederland. Een landschap van veel water, polder en weiland.
De tocht is trouwens zeer de moeite waard. De grote drukte
manifesteert zich vooral rondom Leiden en op de kortere afstanden. Na 18 km met
grote drukte te hebben gefietst komt er een splitsing waarin de 150 km tocht
rechtdoor moet en de 50, 75 en 100 km tocht linksaf draaien. Negentig procent van
alle renners draait linksaf. De route voert door het Groene Hart over veel
kleine weggetje waar het prachtig fietsen is. Maar of ik volgend jaar weer aan
de start sta, betwijfel ik. Het werd wel erg druk en als ze 25 en 50 km tochten
gaan organiseren waar mensen op stadfietsen aan deelnemen. Allemaal met
stuurbordje en dus tijdregistratie, dan heeft het mijn inziens nog maar weinig met
wielrennen te maken. Eerder met Amstel Gold Race-achtige taferelen waar
commercie te laatste jaren hoogtij viert.
Ik pak mijn wielrenschoenen uit mijn rugzak en kijk
verschrikt. Barst, ik heb thuis niet goed gekeken en nu blijk ik een Shimano
schoen en een Sidi schoen te hebben meegenomen. Godzijdank heb ik
toevalligerwijs een linker en een rechter exemplaar meegenomen. Deze blunder heeft
dus gelukkig geen consequentie en ik hoef niet onverrichte zaken naar huis te
rijden. De oversokken zorgen er zelfs voor dat het er niet eens gek uit ziet. Bij
de start is het absurd druk; meer dan 3000 man zijn op deze tocht afgekomen. Ik
vermoed dat de extra afstand van 100 km extra volk heeft doen afkomen. Vorig jaar
bestond deze afstand niet en had ik de keus uit 75 of 150. Ik moet me nog
inschrijven, een startnummer kopen en dus in de rij gaan staan.
Ik houd niet van wachten. Ik houd ook niet van filerijden en
niet van wachten voor de kassa. En dus ook niet van wachten om ingeschreven te
raken. Ik besluit al heel snel niet in de rij te gaan staan en draai direct de
route op. Iedereen rijdt met stuurbordjes aan het stuur waarin een elektronische
chip zit verstopt. Dat is de nieuwigheid van dit jaar en vermoedelijk zorgt dat
ervoor dat het inschrijfgeld vandaag 10 euro is, wat meer dan het dubbele is
van een normale tocht . Want aan de bevoorrading onderweg kunnen ze niet veel
kosten hebben gemaakt. Die twee krentenbollen, een banaan en een keer
sportdrank kan ze nooit veel hebben gekost. Ik sla de bevoorrading trouwens ook
over. Niet betalen betekent ook dat ik geen gebruik mag maken van de aangeboden
diensten. Dat systeem van de tijdsregistratie snap ik overigens niet. Wie zit
daar nu op te wachten? Ik in ieder geval niet. Wat heb ik eraan een toertocht
te rijden en dat mijn tijd wordt geregistreerd? Er zijn geen prijzen te winnen
en geen kussen van de lokale ronde miss. Van mogen ze dat geld volgend jaar
inzetten om gewoon meer bevoorrading onderweg te plaatsen. Ik zie meer voordeel
in een extra flesje sportdrank en wat energierepen dan een gek stuurbordje. Op
het einde van de tocht proberen ze me ook nog een goody bag in de handen te
duwen. Ze kijken dus niet eens naar het ontbreken van een stuurbordje op mijn
fiets. Ook deze neem ik niet aan. Consequent blijven.
zaterdag 10 maart 2012
Koersdag 3
Het kampioenschap van Amsterdam.
Dat klinkt al wat beter dan het vertrouwde rondje op Sloten. Toch is het allemaal niet veel anders. Normaal zijn er 2 wedstrijden op Zaterdag; een voor de trimmers en een voor de licentie houders. Het begrip trimmers klinkt overigens nogal suf. Het tempo van de trimmers ligt doorgaans op iets boven de 40 kmh. Dat is toch wat anders dan wat ik bij het begrip trimmen voorstel. Vandaag zijn er echter meer wedstrijden voor verschillende categorieën. We rijden nu niet 1 uur en 6 ronden maar 20 ronden wat overigens minder is dan normaal. Er zijn ook nog eens 2 premies onderweg. Ook niets nieuws onder de zon. Wat wel anders is dat er na afloop een heuse prijsuitreiking is met podium. Daarnaast hebben we recht op een ronde voor depannage. Niemand heeft overigens een tweede setjes wielen bij start/finish staan. Maar toch, als we lek zouden rijden mogen een rondje minder rijden om het wiel te kunnen vervangen.
De samenvatting van de koers:
Strontkoers met massasprint.
Ik twijfel na een rondje inrijden of ik nog een rondje kan doen. Ik kijk op mijn teller en mijn hartslagmeter en beide klokjes geven 10h22 aan. Om 10h30 is de start en een rondje kost 5 minuten. Moet kunnen, dunkt me. Maar ik ben wel de enige die nog een rondje inzet. Overige renners rijden al terug naar de start. Onderweg besef ik dat ook nog moet plassen. Driehonderd meter voor de finish stop ik voor een snelle plaspauze. Ik zie het peloton al staan en de speakers kondigt de koers aan. Stik, nu heb ik niet veel tijd meer. Ik kan het peloton zien, dus de speaker kan ook zien dat er nog een renner staat te pissen. Hij trekt zich er niets van aan. Net als ik mijn plas gedaan heb, valt het startschot. De koers is begonnen en ik lig nu al op achterstand. Mooi begin. Na een halve ronde heb ik peloton bijgehaald. Eerst even uit hijgen. De rest van de koers is dodelijk saai. Er zijn een paar uitloop pogingen maar niemand slaagt. Meer dan 100 meter krijgt niemand. Er zal en moet gesprint worden op het einde. En het regent. Of het geeft geregend. Een van de 2 is minimaal waar. Het resultaat is dat ik al na één ronde constateer dat dit wielertenue vanavond in de was mag. Het is echt smerig. Na ruim een uur koers zit iedereen onder de modder. Iedereen heef een zwart gezicht van de modder. Mijn fiets en kleding hebben minimaal een halve kilo aan zand aan zich hangen. Mijn oversokken zijn nat; mijn schoenen zijn nat en op het eind kan ik mijn sokken uitwringen. En overal zit zand. In mijn ogen, mond, oren en god weet waar nog meer.
De eindsprint is gelijk als vorige week een groot drama. Met nog 400 meter te gaan moet ik nog een keer remmen om ongelukken te voorkomen. Er zit geen lijn is en vooraan rijden is een kwestie van veel wringen en duwen. 50 man rijden de laatste 5 rondes relatief rustig op de finish af en op 500 van de meet gaat iedereen staan in een poging te winnen. Ik heb goede benen vandaag en sprint met speels gemak naar een snelheid van 55 kmh en er zat nog veel mmer macht in de benen. Ik heb daar echter niets aan. Ik eindig ergens op P20. En straks ga ik mijn fiets maar eens poetsen.
Dat klinkt al wat beter dan het vertrouwde rondje op Sloten. Toch is het allemaal niet veel anders. Normaal zijn er 2 wedstrijden op Zaterdag; een voor de trimmers en een voor de licentie houders. Het begrip trimmers klinkt overigens nogal suf. Het tempo van de trimmers ligt doorgaans op iets boven de 40 kmh. Dat is toch wat anders dan wat ik bij het begrip trimmen voorstel. Vandaag zijn er echter meer wedstrijden voor verschillende categorieën. We rijden nu niet 1 uur en 6 ronden maar 20 ronden wat overigens minder is dan normaal. Er zijn ook nog eens 2 premies onderweg. Ook niets nieuws onder de zon. Wat wel anders is dat er na afloop een heuse prijsuitreiking is met podium. Daarnaast hebben we recht op een ronde voor depannage. Niemand heeft overigens een tweede setjes wielen bij start/finish staan. Maar toch, als we lek zouden rijden mogen een rondje minder rijden om het wiel te kunnen vervangen.
De samenvatting van de koers:
Strontkoers met massasprint.
Ik twijfel na een rondje inrijden of ik nog een rondje kan doen. Ik kijk op mijn teller en mijn hartslagmeter en beide klokjes geven 10h22 aan. Om 10h30 is de start en een rondje kost 5 minuten. Moet kunnen, dunkt me. Maar ik ben wel de enige die nog een rondje inzet. Overige renners rijden al terug naar de start. Onderweg besef ik dat ook nog moet plassen. Driehonderd meter voor de finish stop ik voor een snelle plaspauze. Ik zie het peloton al staan en de speakers kondigt de koers aan. Stik, nu heb ik niet veel tijd meer. Ik kan het peloton zien, dus de speaker kan ook zien dat er nog een renner staat te pissen. Hij trekt zich er niets van aan. Net als ik mijn plas gedaan heb, valt het startschot. De koers is begonnen en ik lig nu al op achterstand. Mooi begin. Na een halve ronde heb ik peloton bijgehaald. Eerst even uit hijgen. De rest van de koers is dodelijk saai. Er zijn een paar uitloop pogingen maar niemand slaagt. Meer dan 100 meter krijgt niemand. Er zal en moet gesprint worden op het einde. En het regent. Of het geeft geregend. Een van de 2 is minimaal waar. Het resultaat is dat ik al na één ronde constateer dat dit wielertenue vanavond in de was mag. Het is echt smerig. Na ruim een uur koers zit iedereen onder de modder. Iedereen heef een zwart gezicht van de modder. Mijn fiets en kleding hebben minimaal een halve kilo aan zand aan zich hangen. Mijn oversokken zijn nat; mijn schoenen zijn nat en op het eind kan ik mijn sokken uitwringen. En overal zit zand. In mijn ogen, mond, oren en god weet waar nog meer.
De eindsprint is gelijk als vorige week een groot drama. Met nog 400 meter te gaan moet ik nog een keer remmen om ongelukken te voorkomen. Er zit geen lijn is en vooraan rijden is een kwestie van veel wringen en duwen. 50 man rijden de laatste 5 rondes relatief rustig op de finish af en op 500 van de meet gaat iedereen staan in een poging te winnen. Ik heb goede benen vandaag en sprint met speels gemak naar een snelheid van 55 kmh en er zat nog veel mmer macht in de benen. Ik heb daar echter niets aan. Ik eindig ergens op P20. En straks ga ik mijn fiets maar eens poetsen.
zondag 4 maart 2012
Koersdag 2
De eerste keer koersen op de chique
carbon racer. De eerste keer net-niet prijsrijden. De eerste echte
voorjaarskoers. Geen overschoenen, dikke handschoenen en winterjacks
meer. Ook voor het eerst een fatsoenlijke snelheid tijdens de koers.
Een max van 55,5 kmh en een gemiddelde van 42,0 kmh over 58 km. Dat
lijkt weer ergens op. Met mijn vorm is weinig mis. Ik verteer de
snelheid gemakkelijk en zelfs bij de premiespurt kan ik meedoen. Bij
de laatste premie spurt voor 3 prijzen word ik vierde. Da's net niet
genoeg maar echt hopeloos is het ook niet. De eindsprint is wel als
vanouds hopeloos. De laatste 5 km wil niemand op kop rijden maar we
willen wel allemaal vooraan rijden. Het peleton rijdt “en bloque”
met 8 man breed over de weg. Er is geen ruimte meer om langs het
peleton naar voren te rijden. Niemand valt aan, niemand neemt
initiatief. Het is wringen, wringen en nog eens wringen. Als haringen
in een ton rijden rijden we naar de finish toe. Snelheid zit er ook
niet in. Het is niet om aan te zien maar ik doe er evengoed aan mee.
Ik wil ook meesprinten; de benen zijn nog lang niet moe. Met nog 500
meter te gaan zit er nog steeds geen lijn in. Om gek van te worden.
Ik zit al 4 km ergens op P40 te zoeken naar een gaatje. Wat ik ook
probeer, niets lukt. De laatste 500 meter gaat het eindelijk rap maar
dat is veel te kort om nog iets te kunnen proberen. Als een
losgeslagen ongecontroleerde kudde mongolen stormen 50 man op de
finish af. Het is gewoon zielig. Ik win niet; ik heb ook geen idee
waar ik ergens eindig. En het interesseert me trouwens ook niet.
Ook zondag is er nog een primeur. Ik
rij een van de eerste voorjaars toertochten. Honderd kilometer vanuit
Driebergen. Het voorjaar is nu echt begonnen. Laat dat wielerseizoen
maar komen. Ik ben er klaar voor en ik heb er zin in.
woensdag 29 februari 2012
Boodschappen doen
Ik heb een 36-urige werkweek en
zodoende ben ik een keer in de 2 weken op woensdag vrij. Meestal
spendeer ik dit soort dagen op de fiets. Ik ben een wielren junkee en
elke vrije dag staat in het teken van de verslaving. Geen opium of
cocaïne voor mij
maar gewoon een dagje in het zadel doorbrengen. Vandaag dus ook. Al
is vandaag toch iets anders. Meestal ga ik 's morgens een km of 100
fietsen en 's middags heb ik tijd voor wat boodschappen.
Het rondje van vandaag loopt via
Eemnes, Hilversum, Loosdrecht, Breukelen, Maarsen, langs het
Amsterdam Rijn kanaal naar Weesp en dan weer de polder in. Thuis even
douchen en lunchen met gebakken eieren. Het boodschappen lijstje van
vanmiddag bestaat op het ophalen van een gerepareerde wielrenschoen
bij de lokale naaiturk en een busje ketting spray voor de motor.
Maar eigenlijk wil ik helemaal geen
ketting spray kopen. Ik wil ook helemaal geen kettings smeren. Ik ben
die primitieve oude techniek al een tijdje meer dan beu. Elke 500 km
een ketting smeren is tot daar aan toe. Maar in de regen mag dat om
de 50 km. Daarnaast nog elke 2000 km de ketting opnieuw aanspannen.
En dat terwijl er veel betere technieken zijn. Er is cardan
aandrijving en er is riem aandrijving. Ik heb afgelopen weekend op de
motorbeurs gevraagd aan Honda en Kawasaki waarom ze geen motoren met
riem aandrijving in hun assortiment hadden. Ze stonden met hun mond
vol tanden. Dat doet Honda niet, meneer en Honda weigert ook nog eens
uit te leggen waarom ze het niet doen.
Ik stap binnen bij de lokale
motordealer en stel de vraag.
“Kunnen jullie mij een busje ketting
spray verkopen of kunnen jullie mij een nieuwe motor verkopen?”
Ik had al gezien dat ze een BMW F800ST
hadden staan die me wel beviel. Een ideale motor voor woon-werk
verkeer en leuk voor vakanties. En met riemaandrijving. Na een kort babbeltje
met de verkoper en een testrit was ik er uit. Doe maar. Een slordige 6000 euro armer en een motor rijker. Dat is het betere werk van even boodschappen doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)