zondag 22 augustus 2010

Top 50, iets wat me nooit eerder is gelukt....

Een weekendje België en net doen alsof ik een echte renner ben. Dat is zo’n beetje het kenmerk van dit weekend. In het Waalse Bouillon, vlakbij de Franse grens, wordt dit weekend de Magnifique des Ardennes georganiseerd. Het is een nieuwe cyclo over 150 km en 2500 hoogte meters. Ik heb deze zomer goed getraind voor de Velomediane en nu ik toch in vorm ben, kan ik deze er net zo goed bij doen. Ik reserveer een hotel en schrijf me een week van te voren in. Ik krijg startnummer 79 toebedeeld en mag zelfs in het bevoorrechte startvak starten. Ik vermoed dat ze een schrijnend gebrek aan deelnemers hebben want mijn tijden in voorgaande cyclos zijn niet dusdanig indrukwekkend om mij deze bevoorrechte positie te geven. Uiteindelijk staan er maar 124 man aan het vertrek. Desondanks wordt er gewoon schofterig hard gereden.

Als ik vrijdags naar Belgie rij, valt me een ding specifiek op. Het vooroordeel van oude mannen in Volvo’s is gewoon waar. Het stuk snelweg is hier grotendeels driebaans. In elke Volvo die ik tegenkom zit een oude man en ik heb er niet een kunnen betrappen op kundig rij gedrag. Het zijn allemaal midden baan klevers met 100 kmh. Het kan ze niet schelen of er rechts ruimte is, of als er nog langzamer verkeer voor hun rijdt. Ook als ze rechts worden ingehaald door een grijze Golf met een Nederlandse plaat, geven ze geen sjoege en blijven gewoon stug doorgaan met middenbaan kleven. Het enige wat je ze niet kan verwijten is dat hun knipperlicht nooit gebruiken.

Als ik een gewone toerist zou zijn die gewone toeristische dingen zou doen, dan zou Bouillon nog niet eens zo’n hele slechte plek zijn om toerist te spelen. Er is een mooi fort boven op een berg. Er kabbelt een riviertje door het stadje waar waterfietsen worden verhuurd. Er kan mooi gewandeld worden in de omgeving en er zijn genoeg hotels, campings en lekker restaurantjes te vinden. Eigenlijk allemaal best de moeite waard en zonde om de omgeving niet te verkennen. Maar ik ben hier maar een dag en was om te fietsen.

De start is zaterdag ochtend op een schappelijk tijstip van 9:00. Dat is weer eens wat anders dan die Franse cyclos die voor dag en dauw van start gaan. De start van L3B was om 7:15 en dan zit je dus om 5: 15 aan je ontbijt. Nu kan ik gewoon op een redelijk tijdstip opstaan, om 7h00 ontbijten en naar de start rijden. Van grote drukte zoals bij andere cyclos is hier dus geen sprake. Er staan een stuk of 100 geparkeerde auto op het terrein van de lokale FC en dat is het dan. Het is een kleine groep die vandaag start, maar er staan geen kneuzen aan de start. Iedereen kan hier fietsen en er wordt vanaf km 1 direct fors doorgereden. Het eerste stuk is een lang stuk vals plat van 3 %. Er wordt hier gewoon 35 kmh gereden door de voorste groep. Al na 5 km moet ik lossen. Er zijn nu ongeveer 40 man weg en de rest ligt eraf. Ik sluit me aan bij 3 andere renners die je dan het “net-niet” groepje zou kunnen noemen. Ik hou het even op de tweede groep; dat klinkt beter. De groep van 4 renners groeit in de eerste 15 km tot ongeveer 20 man. Vanuit de achtergrond is er aansluiting gekomen en met 20 man rijden we een kilometer of 70 samen. De groep renners is aan elkaar gewaagd. Dat is goed te zien als ik op kop van de groep een helling op rij. Mijn pols staat op 180 en veel harder kan ik niet. Als ik achterom kijk zie ik 20 renners in mijn wiel hangen. Ze kunnen ook niet harder en ze lossen ook niet. Pas na 90 km breekt de groep in 2 tweeën. 9 man rijden los op een langere klim en de rest ligt eraf. Ik zit van voren mee en ik blij dat we in iedere geval een renner hebben gelost. Het betreft een man van minimaal boven de 50 die onhandig op kop zat te klooien. Hij reedt constant in 2de of 3de positie. Als de renner op kop aangaf dat er moest overgenomen, ging die een beetje schaapachtig naar het gras zitten te kijken. Als ik voor de 5de keer van kop af kom en hem het kunstje weer zag flikken, ben ik hem net zolang blijven aankijken dat hij toch op kop kwam. Ik roep hem nog na: “hehe Pietje Puk heeft het door!”.

Wat is de prijs van pijnlijden? Nog meer pijnlijden.
Dat is de reden om te koersen. Dit is niet in woorden te vatten. Dit is niet uit te leggen en toch is het waar. Op het moment dat de groep zo hard rijd, dat ik nauwelijks meer kan volgen en ik kramp in mijn benen voel komen, is er maar een remedie. Doorgaan! Doorgaan mijn pijnlijden. Want als ik volhoud, kan ik bij de groep blijven. Zodat ik later nog meer kan pijnlijden. Het is koers en ik wil zo lang mogelijk van voren rijden. Dan maar pijnlijden en zien waar het schip strand.

Het schip strand bij de côte de Saty na 115 km. Het duurt een kilometer en we staan daarna 140 hoger; 14% dus. Na de Saty is er een bevoorrading. Als ik stil sta, schiet er spontaan kramp in mijn rechterknie. Been overstrekken, bidons laten afvullen met sportdrank en doorgaan. Als mijn benen bewegen, kan de kramp eruit. De Saty heeft ervoor gezorgd dat de groep van negen is uiteen gevallen in een groepje van 4, een eenling en nog een groepje van 4. Ik ben de eenling. Nu maar gewoon hard door fietsen kijken hoeveelste ik ga worden. Na 5h08m sta ik weer in Bouillon; goed voor 29 kmh gemiddeld en P47 in het algemeen klassement. Ofwel mijn eerste top 50 klassering in een heuse cyclo. Als ik er nu nog even 1000 extra deelnemers bij bedenk, dan lijkt deze uitslag best goed.

Nu ik dit verslag schrijf (zondag), doen mijn benen pijn. Een trap oprennen is er even niet bij. Toch een mooi souvenir van een weekendje koersen.

zondag 8 augustus 2010

Klooien met een Garmin

Ik heb sinds kort een Garmin fiets navigatie speeltje aangeschaft en dit weekend heb ik het apparaat aan een diepgravende test onderworpen. Eerste conclusie is weinig positief. Een Garmin kan je ergens naar toe navigeren maar je kunt net zo goed aan de lokale dorpsgek de weg vragen. Het resultaat is hetzelfde: ”je komt ooit op je eindpunt aan”. Niet de kortste weg en zeker niet zonder fout rijden.

Wat doet Garmin dan allemaal fout? Nou nogal veel dus. Om te beginnen word ik met regelmaat over wegen heen gestuurd waar ik als fietser helemaal niet mag komen. En dat terwijl ik toch een fietskaart heb geladen en heb aangegeven dat ik fietser ben. Garmin stuurt me doodleuk over wegen heen waar ik als fietser niet over heen mag en ook niet overheen durf. Het omgekeerd komt ook met regelmaat voor. Ik word hele stukken om gestuurd omdat het speeltje denkt dat ik een bepaalde weg niet op mag. Dat klopt op zich ook wel maar er ligt dan een ventweg naast waar ik wel overheen mag. Ook dat snapt het speeltje niet.

Het tweede probleem manifesteert zich in het feit dat Garmin denkt dat elk kruispunt gelijkvloers is. Dat blijkt dus een vergissing. Er liggen namelijk bruggen in dit land. Ook zo’n fenomeen waar de schrijvers van de software niet over hebben nagedacht. Een van de voordelen van de Garmin zou moeten zijn dat je niet alleen van A naar B kan navigeren maar dat je ook van A naar B, naar C naar D naar E, naar A kan navigeren. Je kunt dus een route uittekenen op de kaart en die vervolgens gaan rijden. De praktijk is natuurlijk heel anders. Als ik ergens bij een rotonde op mijn vooruit gestippelde route aankom, geeft het speeltje doodleuk aan dat ik rechtdoor moet EN rechtsaf moet. Schiet mij maar lek maar zo lust ik er nog wel een paar. Dat is geen navigeren maar iemand met een kluitje het riet in sturen.

Ik probeer nog wat andere opties uit. Eens kijken of het beter wordt als ik de autokaart laad of aangeef dat ik motorrijder ben. Dit geeft wel een verandering in het systeem. Nu begrijpt hij er helemaal niets meer van en besluit om recalcitrant geen route meer voor me uit te rekenen. Ik vraag me af of er ergens een optie in dit ingenieuze apparaat zit die wel werkt. Misschien klopt het kompas wel of loopt de klok gelijk. Heb ik er toch nog iets aan.

zaterdag 31 juli 2010

zwaar trainen

Tijd voor een echte training dit weekend. Geen lange duurtocht of een koers, maar gewoon allebei tegelijkertijd. Op de fiets naar Amsterdam (45 km); koers van 58 km en dan weer terug. Goede voor 148 en pijn in de benen. Dit zijn de echt gemene training. Ik begin net niet helemaal meer fris aan de koers. Ik rij mee vooraan in de koers ben meer dan peloton vulling. En daarna naar huis fietsen. De benen zitten dan vol met afvalstoffen en willen rust maar dat komt er dus niet van. Nog anderhalve uur met volle benen rijden. Zwaar, vermoeiend en een enorm endorfine kick!

Het is een typische hollen-en-stilstaan-koers. Het peloton telt ongeveer 40 renners en dat is waarschijnlijk net klein genoeg om het in stukken uiteen te laten vallen. Met 70 man gebeurt dit niet zo snel. Als er 6 goede renners weg zijn, zitten er ook nog minstens 20 goede renners in het peloton. Als de helft daarvan wil rijden, dan hebben de 6 voorop geen kans. Maar hoe kleiner het peloton wordt, hoe eerder een ontsnapping tot stand kan komen. Er blijven domweg te weinig goede renners achter in het peloton. Niet dat dat gebeurt vandaag maar er worden wel allerlei uitloop pogingen gewaagd. Alles wordt echter terug gepakt. Het gevolg is dus peloton dat 30-35 kmh rijdt. Vervolgens demarreren er 2 man, daar rijden weer 4 man achter aan en het peloton doet niets. De twee en de vier renners vinden elkaar en gaan rijden. Het peloton kijkt nog even of het wat is en dan besluiten 5 renners de oversteek te willen wagen. Gevolg 6 man, vooruit, 5 erachter aan en het peloton wordt wakker en gaat ook rijden. En dus rijden we weer 50+ totdat na een ronde de rust is weer gekeerd. En dan begint het hele spel weer van voor af aan. Je kunt je klok erop gelijk zetten. Een groepje van 5 komt tot 20 sec voorsprong maar het peloton doet iets wonderlijks. We werken samen en rijden in perfecte trein met 45 kmh. Samen met nog 20 renners rij ik mee in de trein en het doet geen eens pijn in de benen. Zo voelt wielrennen echt machtig. Uiteindelijk rijdt er niemand weg en sprint er iemand naar de zege. Dat ben ik dus duidelijk niet. Goede benen ontbraken me vandaag niet, maar ik zat wel heer erg te suffen in de laatste kilometer. Ik ben geen held in wringen maar de manier waarop ik nu andere renners aan me voorbij liet gaan, was gewoon sneu. Met beleefd koersen wint je niets.

zaterdag 24 juli 2010

Paraplu

We zijn net een stelletje kleine kinderen. Je hangt ze een lolly voor en ze gaan harder rennen. In ons geval is het eigenlijk niets anders. De prijzen van vandaag zijn 2 paraplus en een fleece trui. En we rijden er als gekken voor.

Dit verhaal gaat over een paraplu en het begint inderdaad een beetje vreemd,....... Even terug naar het begin. Ik rij vandaag weer op Sloten de trimmerskoers en de gulle gever is nog steeds op vakantie, dus er zijn weer geen geldpremies vandaag. Maar er zijn vandaag wel prijzen in natura te verdienen. Dat klinkt ook zo leuk oubollig; prijzen in natura. Ach, hebben we tenminste iets om ons best voor te doen. En ontsnappen in een kopgroep is toch al niet mijn grote talent (zie blog van vorige week). Maar waarom zou je voor prullaria rijden die je toch niet nodig hebt. Ik zit het mezelf ook af te vragen, als na 4 ronden de speaker galmt dat er bij de volgende doorkomst een paraplu valt te winnen. Zonder het eigenlijk te willen of te bedoelen, schuif ik heel handig in het zog van een paar renners naar voren. En zonder de intentie te hebben om te willen rijden zit ik met nog 900 meter te gaan perfect om een demarrage te plaatsen.

En dan ineens schiet er een renner van achter mijn rug om het bruggetje op. Ik ga op de pedalen staan en ram achter hem aan het bruggetje omhoog. We zijn beiden los van het peloton en met nog 600 meter te gaan zit ik in zijn wiel. De renner voor legt zijn handen op het stuur voor een ideale tijdrit houding en lijkt niet te zien dat ik in zijn wiel zit. 200 m voor de finish, als hij stil valt, zet ik nog even een sprintje in. HARO!! BROEVA!! Voor de tweede keer prijs dit seizoen.

En wat heeft deze renner gewonnen vandaag PIERRE??
PIERRE: "Ja, deze renner heeft niet zomaar voor niets zijn longen uit zijn lijf gereden. Dit waarlijk verbluffende stukje wielrennen levert hem een heuse PARAPLU op!!!!"

De volgende twee sprints (fleecetrui en paraplu) laat ik aan me voorbij gaan. Met nog 5 ronden te gaan, zijn er twee man weg en ik spring er achter aan. Ik krijg een renner mee en samen proberen we het gat te dichten. Ik rij anderhalve ronde volle bak om bij de koplopers te komen. Het mag niet baten. Net als we er bijna zijn zit het peloton ons ook weer op de hielen. Ik sprint nog even mee in de eindspurt maar inmiddels is het jus wel uit de benen.

Als ik terug fiets naar de auto, ligt de mega paraplu om mijn stuur. Ik word een beetje aangegaapt door andere renners die aan het inrijden zijn voor hun koers. Ze zullen ook wel denken. Zijn er vandaag paraplus te winnen? Het moet niet gekker worden.

zaterdag 17 juli 2010

Ontsnappen is ook een kunst!

Ik rij wel vaker op zaterdag koers bij de trimmers op Sloten. Eigenlijk is het zo dat ik een weekend zaterdags koers rij en zondag een lange duurtraining. Toch wil het dit jaar niet vlotten met het koersen. Het lijkt alsof er elke zaterdag wel iets aan de hand. Vorige week had ik de noodloodgieter op bezoek, de week daarvoor was de tourstart in Rotterdam waar ik wilde gaan kijken. De week daarvoor had ik me verplicht rust voorgeschreven omdat ik last had van mijn knie. Die had ik overbelast tijdens de Ardechoise, L3B en Limburgs Mooiste. Ik moet echt in mijn trainingsdagboek gaan kijken om te zien wanneer ik voor het laatst een wedstrijdje heb gereden. Dat blijkt dus 22 mei te zijn geweest en ook toen waren er net als vandaag geen premies te vergeven. Zo word ik natuurlijk niet rijk van het wielrennen. Wat rest is een poging om weg te rijden in een ontsnapping. Dat gedoe met gewring in massaspurts is mij al helemaal niet op het lijf geschreven.

Mee zijn in een ontsnapping; dat schrijf je makkelijker op dan dat je het doet. Daarvoor moet je constant vooraan rijden en bij elke uitloop poging proberen mee te springen. Daar heb ik duidelijk niet de krachten voor en daarom verdeel ik mijn krachten. In ronde 1 zit ik mee met een kopgroep van 6 maar we krijgen geen ruimte. Halverwege koers is het hectiek alom maar de uitloop pogingen die ik waag, baten niet. Sterker nog, ik rij niet weg maar breng het peloton terug bij de uitlopers. Na een uur koers is het uiteindelijk gelukt. 6 man zijn weg en raad eens wie er niet bij zit? JA, ik dus. Ik had me net weer aan de kop van de koers gemeld en toen was het pleit net beslecht. Het peloton rijdt volle bak om de kopgroep terug te pakken maar van samenwerking is geen sprake. Het is hollen en stilstaan. Ook ik zit mee vooraan te rijden maar het mag allemaal niet baten. De 6 man op kop zijn weg en blijven weg. Ze reden dus goed door daar vooraan. Ik kan wel leven met dit resultaat. Ik heb gestreden en verloren. Volgende keer beter.

maandag 21 juni 2010

Ardechoise 2010

Dit is het volksfeest van deze regio. Het departement Ardeche is een relatief arme streek en veel gebeurt er hier eigenlijk niet. Daarom pakt men de Ardechoise aan om eens flink feest te vieren. In de meeste dorpen die we onderweg passeren is de Ardechoise het enige evenement in een heel jaar. Ze doen er alles aan om sfeer te maken. Elk dorp is versierd in de kleuren geel en paars. In veel dorpen hebben ze het dorp middels een bepaald thema versierd. Zo rijden we door een smurfendorp heen en in een volgend dorp is de lokale kerktoren omgetoverd tot Eiffeltoren. De Ardechoise kent 5 afstanden; 66 km, 120 km,, 171 km, 216 km, 229 km en 268 km. De 216 km versie is klassieke versie die ook de naam Ardechoise draagt. Ik doe 171 km versie die onder de noemer Volcanique doorgaat. Ik vind namelijk dat een koers niet langer mag zijn dan 200 km..Voor elke afstand is een tijd bepaald die je moet rijden om een gouden of zilveren diploma te halen. Ik ga vandaag niet voor goud maar ik rij mijn eigen tempo en stop vaak om fotos te maken en te genieten van het lekkere eten dat onderweg wordt aangeboden. Ik vind dat als je voor goud gaat, dan moet je gewoon de 216 km versie rijden omdat dit de klassieke afstand is. Daar gaat het bij mij dus al mis. Ik haal ook geen goud al besef ik wel dat dit er in had gezeten. Ik moest daarvoor 6h40 rijden en op mijn fietscomputer staat dat ik 6h25 heb gefietst. Als ik een beetje beter mijn best had gedaan, was dat wellicht 6h10 geweest en dan had ik nog 5 min nodig gehad om te stoppen voor plaspauze en bidons bijvullen. Ik verpruts echter op zijn minst een uur naast de fiets met fotos maken, eten en veel om me heen kijken.

Ondanks dat ik niet echt mijn best doe tijdens deze cyclo, zit ik wel mee in de kopgroep! Haha, hoe krijg ik dat voor elkaar? Ongeveer 4 km voor st Agrève wordt ik ingehaald door de kopgroep van de 216 km versie. Ik heb namelijk een stuk afgesneden en doe de 171 km versie. Het tempo van de kopgroep ligt 3 kmh harder dan mijn eigen tempo en ik besluit om aan te haken. Tot aan st Agrève rij ik mee in het wiel van de drie koplopers. Daarna haak ik af; ik de wil de koers niet teveel in de war schoppen. Het tempo ligt hoger dan wat ik zelf fietste maar het is wel een paar km bij te benen. Mijn pols schiet omhoog van 165 (eigen tempo) naar 177 (kopgroep tempo) en wat verder opvalt is dat de kopgroep vooral gestaag hard door fietst. Er zit geen enkele tempoversnelling in. Iets na st Agrève ga ik onderuit in de afdaling. Overal op het parkoers staan pijlen op de weg die ons moeten waarschuwen voor haakse bochten. Echter in deze smalle bochtige afdaling staat niets aangegeven. Ik zie een bocht te laat en zie dus ook te laat dat dit een haarspeldbocht is. Ik heb teveel vaart en kan onmogelijk de bocht halen. Ik rem uit alle macht opdat de fiets net niet weg slipt en net niet over de kop slaat. Als ik de berm in rijd, val ik op mijn rechter heup en elleboog. Gevolg: schaafwonden op elleboog, hand en heup. Even de rem de weer richten en ik kan verder. Pfffffffffffffffffft …….. even van de schrik bekomen.

De laatste col van de dag is de col de Buisson. Dit is eigenlijk de enige gemene col van de dag. Alle andere cols zijn relatief makkelijk. Het zijn stuk voor stuk lange lopers. Gemiddeld 4 tot 5 %, af en toe een stukje 7% en nergens echt moeilijk. De Buisson begint echter met een uitschieter naar 13% en nu heb ik pas mijn 34*26 nodig terwijl ik de rest van de dag veel op de 34*21 en de 34*19 heb gereden. Lang duurt het gemene stuk van de Buisson echter niet. In elke haarspeldbocht van de Buisson staan een muzikant te spelen. Vlak voor de top staat er iemand braadworsten te bakken. Ondanks dat ik vandaag weinig zoete zooi heb gegeten en veel lekkere droge worst en kaas heb gegeten, kan ik deze lucht niet goed verdragen. Mijn maag moet daar maar even niet aan denken. Na de top volgt nog een lange afdaling naar st Felicien toe. Ik rij niet meer hard door. Het wegdek is nat en ik ben al een keer gevallen en voor de prijzen rij ik vandaag toch niet.

Enig minpuntje van vandaag ik het weer. Dat was gewoon prut. De eerste anderhalf uur heb ik in de regen gereden en het de laatste 2 uur was het ook nat. Het zuidelijke stuk van de route was droog maar ook daar was het boven op de Gerbier de Jonc fris met 8 graden. Het schijnt een uitzondering te zijn voor deze streek want normaal gesproken vallen hier de mussen van het dak. Het enthousiasme van de lokale bevolking is er niet minder om. Het blijft een volksfeest. Alleen een verregend volksfeest dus vandaag.

L3B

Donderdag 10 juni:
Opstaan, ontbijt maken, nog even internet controleren voor de verkiezingsuitslagen en dan alle spullen in de auto laden. Ik moet ongeveer 700 km rijden naar de Vogezen en de laatste paar kilometer gaat over B-wegen. Ik presteer het voor de tweede keer om in Remiremont fout te rijden. Vorig jaar gebeurde me dit ook al. Op de kaart lijkt de doorgaande weg de weg naar Mulhouse te zijn maar in de praktijk gaat de doorgaande weg naar Besançon. Na een mooie rit over de Ballon d'Elsace kom ik om half zeven aan in de auberge ”le coin de la stolle“. Tas weer uitpakken, fiets uit de auto halen en douchen. Vanavond lekker eten en morgen goed rusten en de spullen voor de cyclo ophalen. Het begint als een ritueel te klinken. Ik begin op een doorgewinterde cyclo rijder te lijken.

Het enige wat me dit weekend bezig houd, is de vorm van de dag. Ik voel me niet helemaal lekker uitgerust en dat ondanks het feit dat ik na Limburg mooiste niets meer gedaan heb. Alleen maar veel rusten, gezond eten en andere van die verantwoorde dingen. Ik heb last van een beetje hoofdpijn, mijn linker knie lijkt toch niet helemaal hersteld van de krampaanvallen van afgelopen zaterdag en de pols is ook niet superlaag. Ik denk dat ik trouwens altijd wel iets bedenk om over te piekeren. Zelfs al zou ik me super voelen en het hotel ligt naast de start en de route is me op het lijf geschreven en ..... enzovoort enzovoort. Dan bedenk ik wellicht toch weer iets anders om over na te denken. Staan mijn plaatjes onder mijn schoenen wel strak genoeg? Of is de sportdrank niet over datum? Of hoor ik ergens een vage kraak in mijn fiets?

Als er mensen zijn die zich echt nergens zorgen over maken, kom dan naar mij toe. Ik praat je geheid een complex aan.

vrijdag 11 juni:
Traditionele rustdag voor een cyclo. Spullen ophalen, lekker eten tussen de middag en goed rusten. Vroeg naar bed en je proberen me nergens zorgen over te maken en gewoon goed te slapen. Dit laatste lukt altijd maar ten dele.

Zaterdag 12 juni.
De trois Ballons (ook wel L3B) telt 205 km en 4400 hoogtemeter. Vanuit Champagney wordt een ronde over de 3 ballonnen gereden met op het einde een venijnige slotklim. Behalve deze klimmen zitten er ook nog 4 cols in de route om de verbindingen tussen de 3 Ballonnen mogelijk te maken. De slotklim is wat deze cyclo extra zwaar maakt. Zonder deze klim is de tocht 188 km en redelijk normaal. Maar eenmaal terug in Champagney na 188 km volgt eerst nog 12 km vals plat en en dan een klim van 5 km met 10% gemiddeld. Na 200 km doet alles pijn en de klim naar klim naar “les Planches de belles filles” is onder normale omstandigheden al een kreng. Kun je nagaan hoe dat ding voelt met 200 km in de benen.

Iets over de organisatie (of meer het gebrek eraan)
* De douches zijn koud. Ik ga hierover klagen en krijg te horen dat ze het jammer vinden. Actie wordt niet ondernomen; het is alleen maar “desolée”.
* Er liggen nergens meetmatten op de route. Je kunt naar hartelust afkorten om zo een snelle tijd te rijden.
* De bevoorading is magertjes. Ze hebben nergens sportdrank en het aangeboden eten is ook niet veel soeps.
* Er is geen bewaakte fietsenstalling bij de finish.
* Er zijn te weinig stoelen en tafels bij de finish; iedereen zit op de grond.
* Ze krijgen het niet voor elkaar om de uitslag direct te publiceren.
* Er is geen goody bag. Alleen een T-shirt in maat L. Andere maten doen ze niet aan.
* Parkeergelegenheid is slecht geregeld.
* Te weinig verkeersregelaars. In een afdaling moeten we ergens rechtsaf. Met een paar pijlen op de grond denken ze dat ze er hier wel zijn. In een echte cyclo staat er een mannetje op dit punt.

Als je dit vergelijkt met andere cyclos die evenveel kosten aan inschrijfgeld, kun je stellen dat deze cyclo echt met de Franse slag wordt georganiseerd. Het is gewoon luiheid troef; ze doen er niet eens hun best voor. Alle goede bedoelingen van de vrijwilligers ten spijt maar hier is ruimte voor verbetering. Zeg maar gerust zeeën van ruimte.

Het doel van vandaag is goud rijden. En dan niet met een flut marge; ik wil wel een beetje deftig goud rijden. Goud rijden betekent dat je een heus diploma krijgt uitgereikt, geprint op echt papier waar dan de kreet “brevet d'or” op prijkt. Om goud te rijden moet je sneller zijn dan 9h00. Ik mag er zelfs 9h20 over doen omdat ik ouder ben dan dertig. Hoe ouder je wordt hoe minder snel je hoeft te zijn voor goud. Ik vindt die 20 minuten ouderdomsbonus maar niets. Goud is dus gewoon sneller dan 9h00 en zoals al eerder gezegd wil ik niet met 8h55 komen aanzetten. Ik had zelf 8h30 in gedachte. Dan moet ik dus een sneller gemiddelde gaan rijden dan dat ik ooit een berg cyclo gedaan heb. Dat lijkt redelijk onhaalbaar maar door de grote afstand van de L3B is dit wellicht mogelijk. Er zitten ook een aantal lange vlakke stukken in en als je hier in een snelle groep zit, valt er tijd en snelheid te winnen. We beginnen vandaag met een aanloop van vals plat naar de Ballon de Servance. Al op het stuk vals plat rijden we 38 kmh en de Polar schiet direct de hoogte in. Op de eerste Ballon blijft de Polar hoog en snelheid hoog. Op de volgende col krijg ik last van beginnende krampverschijnselen. Het gaat nog niet zoals ik wil. Pas na 60 km begint het te lopen. De kramp ligt niet meer op de loer. De benen beginnen zich goed te voelen en het is nu gewoon lekker cyclo rijden. Op de laatste Ballon gaan de benen zeuren en daarna volgt een lange afdaling en een lang semi-vlak stuk. Ik zit hier mee een groep die het tempo op 40 kmh houdt en we hebben zelfs even een begeleidende motard voor ons uitrijden. Na 188 km en 7h20 staan we weer in Champagney. Ik ga mijn doel dus makkelijk halen. Over de laatste klim kan een kort zijn. Wat een vuil kreng. De eerste 4 km gaan met gemiddeld 10% maar de klim is erg onregelmatig. Stukken van 8% worden afgewisseld met stukken van 13%. Ik finish na 8h08 en dat betekent P415 in de algemene rangschikking op anderhalf uur van de winnaar. Missie is geslaagd. Nu eerst eten, drinken en mijn diploma ophalen. Hierna mag ik nog 17 km terugfietsen naar mijn auto; gelukkig allemaal bergaf.