zaterdag 24 juli 2010

Paraplu

We zijn net een stelletje kleine kinderen. Je hangt ze een lolly voor en ze gaan harder rennen. In ons geval is het eigenlijk niets anders. De prijzen van vandaag zijn 2 paraplus en een fleece trui. En we rijden er als gekken voor.

Dit verhaal gaat over een paraplu en het begint inderdaad een beetje vreemd,....... Even terug naar het begin. Ik rij vandaag weer op Sloten de trimmerskoers en de gulle gever is nog steeds op vakantie, dus er zijn weer geen geldpremies vandaag. Maar er zijn vandaag wel prijzen in natura te verdienen. Dat klinkt ook zo leuk oubollig; prijzen in natura. Ach, hebben we tenminste iets om ons best voor te doen. En ontsnappen in een kopgroep is toch al niet mijn grote talent (zie blog van vorige week). Maar waarom zou je voor prullaria rijden die je toch niet nodig hebt. Ik zit het mezelf ook af te vragen, als na 4 ronden de speaker galmt dat er bij de volgende doorkomst een paraplu valt te winnen. Zonder het eigenlijk te willen of te bedoelen, schuif ik heel handig in het zog van een paar renners naar voren. En zonder de intentie te hebben om te willen rijden zit ik met nog 900 meter te gaan perfect om een demarrage te plaatsen.

En dan ineens schiet er een renner van achter mijn rug om het bruggetje op. Ik ga op de pedalen staan en ram achter hem aan het bruggetje omhoog. We zijn beiden los van het peloton en met nog 600 meter te gaan zit ik in zijn wiel. De renner voor legt zijn handen op het stuur voor een ideale tijdrit houding en lijkt niet te zien dat ik in zijn wiel zit. 200 m voor de finish, als hij stil valt, zet ik nog even een sprintje in. HARO!! BROEVA!! Voor de tweede keer prijs dit seizoen.

En wat heeft deze renner gewonnen vandaag PIERRE??
PIERRE: "Ja, deze renner heeft niet zomaar voor niets zijn longen uit zijn lijf gereden. Dit waarlijk verbluffende stukje wielrennen levert hem een heuse PARAPLU op!!!!"

De volgende twee sprints (fleecetrui en paraplu) laat ik aan me voorbij gaan. Met nog 5 ronden te gaan, zijn er twee man weg en ik spring er achter aan. Ik krijg een renner mee en samen proberen we het gat te dichten. Ik rij anderhalve ronde volle bak om bij de koplopers te komen. Het mag niet baten. Net als we er bijna zijn zit het peloton ons ook weer op de hielen. Ik sprint nog even mee in de eindspurt maar inmiddels is het jus wel uit de benen.

Als ik terug fiets naar de auto, ligt de mega paraplu om mijn stuur. Ik word een beetje aangegaapt door andere renners die aan het inrijden zijn voor hun koers. Ze zullen ook wel denken. Zijn er vandaag paraplus te winnen? Het moet niet gekker worden.

zaterdag 17 juli 2010

Ontsnappen is ook een kunst!

Ik rij wel vaker op zaterdag koers bij de trimmers op Sloten. Eigenlijk is het zo dat ik een weekend zaterdags koers rij en zondag een lange duurtraining. Toch wil het dit jaar niet vlotten met het koersen. Het lijkt alsof er elke zaterdag wel iets aan de hand. Vorige week had ik de noodloodgieter op bezoek, de week daarvoor was de tourstart in Rotterdam waar ik wilde gaan kijken. De week daarvoor had ik me verplicht rust voorgeschreven omdat ik last had van mijn knie. Die had ik overbelast tijdens de Ardechoise, L3B en Limburgs Mooiste. Ik moet echt in mijn trainingsdagboek gaan kijken om te zien wanneer ik voor het laatst een wedstrijdje heb gereden. Dat blijkt dus 22 mei te zijn geweest en ook toen waren er net als vandaag geen premies te vergeven. Zo word ik natuurlijk niet rijk van het wielrennen. Wat rest is een poging om weg te rijden in een ontsnapping. Dat gedoe met gewring in massaspurts is mij al helemaal niet op het lijf geschreven.

Mee zijn in een ontsnapping; dat schrijf je makkelijker op dan dat je het doet. Daarvoor moet je constant vooraan rijden en bij elke uitloop poging proberen mee te springen. Daar heb ik duidelijk niet de krachten voor en daarom verdeel ik mijn krachten. In ronde 1 zit ik mee met een kopgroep van 6 maar we krijgen geen ruimte. Halverwege koers is het hectiek alom maar de uitloop pogingen die ik waag, baten niet. Sterker nog, ik rij niet weg maar breng het peloton terug bij de uitlopers. Na een uur koers is het uiteindelijk gelukt. 6 man zijn weg en raad eens wie er niet bij zit? JA, ik dus. Ik had me net weer aan de kop van de koers gemeld en toen was het pleit net beslecht. Het peloton rijdt volle bak om de kopgroep terug te pakken maar van samenwerking is geen sprake. Het is hollen en stilstaan. Ook ik zit mee vooraan te rijden maar het mag allemaal niet baten. De 6 man op kop zijn weg en blijven weg. Ze reden dus goed door daar vooraan. Ik kan wel leven met dit resultaat. Ik heb gestreden en verloren. Volgende keer beter.

maandag 21 juni 2010

Ardechoise 2010

Dit is het volksfeest van deze regio. Het departement Ardeche is een relatief arme streek en veel gebeurt er hier eigenlijk niet. Daarom pakt men de Ardechoise aan om eens flink feest te vieren. In de meeste dorpen die we onderweg passeren is de Ardechoise het enige evenement in een heel jaar. Ze doen er alles aan om sfeer te maken. Elk dorp is versierd in de kleuren geel en paars. In veel dorpen hebben ze het dorp middels een bepaald thema versierd. Zo rijden we door een smurfendorp heen en in een volgend dorp is de lokale kerktoren omgetoverd tot Eiffeltoren. De Ardechoise kent 5 afstanden; 66 km, 120 km,, 171 km, 216 km, 229 km en 268 km. De 216 km versie is klassieke versie die ook de naam Ardechoise draagt. Ik doe 171 km versie die onder de noemer Volcanique doorgaat. Ik vind namelijk dat een koers niet langer mag zijn dan 200 km..Voor elke afstand is een tijd bepaald die je moet rijden om een gouden of zilveren diploma te halen. Ik ga vandaag niet voor goud maar ik rij mijn eigen tempo en stop vaak om fotos te maken en te genieten van het lekkere eten dat onderweg wordt aangeboden. Ik vind dat als je voor goud gaat, dan moet je gewoon de 216 km versie rijden omdat dit de klassieke afstand is. Daar gaat het bij mij dus al mis. Ik haal ook geen goud al besef ik wel dat dit er in had gezeten. Ik moest daarvoor 6h40 rijden en op mijn fietscomputer staat dat ik 6h25 heb gefietst. Als ik een beetje beter mijn best had gedaan, was dat wellicht 6h10 geweest en dan had ik nog 5 min nodig gehad om te stoppen voor plaspauze en bidons bijvullen. Ik verpruts echter op zijn minst een uur naast de fiets met fotos maken, eten en veel om me heen kijken.

Ondanks dat ik niet echt mijn best doe tijdens deze cyclo, zit ik wel mee in de kopgroep! Haha, hoe krijg ik dat voor elkaar? Ongeveer 4 km voor st Agrève wordt ik ingehaald door de kopgroep van de 216 km versie. Ik heb namelijk een stuk afgesneden en doe de 171 km versie. Het tempo van de kopgroep ligt 3 kmh harder dan mijn eigen tempo en ik besluit om aan te haken. Tot aan st Agrève rij ik mee in het wiel van de drie koplopers. Daarna haak ik af; ik de wil de koers niet teveel in de war schoppen. Het tempo ligt hoger dan wat ik zelf fietste maar het is wel een paar km bij te benen. Mijn pols schiet omhoog van 165 (eigen tempo) naar 177 (kopgroep tempo) en wat verder opvalt is dat de kopgroep vooral gestaag hard door fietst. Er zit geen enkele tempoversnelling in. Iets na st Agrève ga ik onderuit in de afdaling. Overal op het parkoers staan pijlen op de weg die ons moeten waarschuwen voor haakse bochten. Echter in deze smalle bochtige afdaling staat niets aangegeven. Ik zie een bocht te laat en zie dus ook te laat dat dit een haarspeldbocht is. Ik heb teveel vaart en kan onmogelijk de bocht halen. Ik rem uit alle macht opdat de fiets net niet weg slipt en net niet over de kop slaat. Als ik de berm in rijd, val ik op mijn rechter heup en elleboog. Gevolg: schaafwonden op elleboog, hand en heup. Even de rem de weer richten en ik kan verder. Pfffffffffffffffffft …….. even van de schrik bekomen.

De laatste col van de dag is de col de Buisson. Dit is eigenlijk de enige gemene col van de dag. Alle andere cols zijn relatief makkelijk. Het zijn stuk voor stuk lange lopers. Gemiddeld 4 tot 5 %, af en toe een stukje 7% en nergens echt moeilijk. De Buisson begint echter met een uitschieter naar 13% en nu heb ik pas mijn 34*26 nodig terwijl ik de rest van de dag veel op de 34*21 en de 34*19 heb gereden. Lang duurt het gemene stuk van de Buisson echter niet. In elke haarspeldbocht van de Buisson staan een muzikant te spelen. Vlak voor de top staat er iemand braadworsten te bakken. Ondanks dat ik vandaag weinig zoete zooi heb gegeten en veel lekkere droge worst en kaas heb gegeten, kan ik deze lucht niet goed verdragen. Mijn maag moet daar maar even niet aan denken. Na de top volgt nog een lange afdaling naar st Felicien toe. Ik rij niet meer hard door. Het wegdek is nat en ik ben al een keer gevallen en voor de prijzen rij ik vandaag toch niet.

Enig minpuntje van vandaag ik het weer. Dat was gewoon prut. De eerste anderhalf uur heb ik in de regen gereden en het de laatste 2 uur was het ook nat. Het zuidelijke stuk van de route was droog maar ook daar was het boven op de Gerbier de Jonc fris met 8 graden. Het schijnt een uitzondering te zijn voor deze streek want normaal gesproken vallen hier de mussen van het dak. Het enthousiasme van de lokale bevolking is er niet minder om. Het blijft een volksfeest. Alleen een verregend volksfeest dus vandaag.

L3B

Donderdag 10 juni:
Opstaan, ontbijt maken, nog even internet controleren voor de verkiezingsuitslagen en dan alle spullen in de auto laden. Ik moet ongeveer 700 km rijden naar de Vogezen en de laatste paar kilometer gaat over B-wegen. Ik presteer het voor de tweede keer om in Remiremont fout te rijden. Vorig jaar gebeurde me dit ook al. Op de kaart lijkt de doorgaande weg de weg naar Mulhouse te zijn maar in de praktijk gaat de doorgaande weg naar Besançon. Na een mooie rit over de Ballon d'Elsace kom ik om half zeven aan in de auberge ”le coin de la stolle“. Tas weer uitpakken, fiets uit de auto halen en douchen. Vanavond lekker eten en morgen goed rusten en de spullen voor de cyclo ophalen. Het begint als een ritueel te klinken. Ik begin op een doorgewinterde cyclo rijder te lijken.

Het enige wat me dit weekend bezig houd, is de vorm van de dag. Ik voel me niet helemaal lekker uitgerust en dat ondanks het feit dat ik na Limburg mooiste niets meer gedaan heb. Alleen maar veel rusten, gezond eten en andere van die verantwoorde dingen. Ik heb last van een beetje hoofdpijn, mijn linker knie lijkt toch niet helemaal hersteld van de krampaanvallen van afgelopen zaterdag en de pols is ook niet superlaag. Ik denk dat ik trouwens altijd wel iets bedenk om over te piekeren. Zelfs al zou ik me super voelen en het hotel ligt naast de start en de route is me op het lijf geschreven en ..... enzovoort enzovoort. Dan bedenk ik wellicht toch weer iets anders om over na te denken. Staan mijn plaatjes onder mijn schoenen wel strak genoeg? Of is de sportdrank niet over datum? Of hoor ik ergens een vage kraak in mijn fiets?

Als er mensen zijn die zich echt nergens zorgen over maken, kom dan naar mij toe. Ik praat je geheid een complex aan.

vrijdag 11 juni:
Traditionele rustdag voor een cyclo. Spullen ophalen, lekker eten tussen de middag en goed rusten. Vroeg naar bed en je proberen me nergens zorgen over te maken en gewoon goed te slapen. Dit laatste lukt altijd maar ten dele.

Zaterdag 12 juni.
De trois Ballons (ook wel L3B) telt 205 km en 4400 hoogtemeter. Vanuit Champagney wordt een ronde over de 3 ballonnen gereden met op het einde een venijnige slotklim. Behalve deze klimmen zitten er ook nog 4 cols in de route om de verbindingen tussen de 3 Ballonnen mogelijk te maken. De slotklim is wat deze cyclo extra zwaar maakt. Zonder deze klim is de tocht 188 km en redelijk normaal. Maar eenmaal terug in Champagney na 188 km volgt eerst nog 12 km vals plat en en dan een klim van 5 km met 10% gemiddeld. Na 200 km doet alles pijn en de klim naar klim naar “les Planches de belles filles” is onder normale omstandigheden al een kreng. Kun je nagaan hoe dat ding voelt met 200 km in de benen.

Iets over de organisatie (of meer het gebrek eraan)
* De douches zijn koud. Ik ga hierover klagen en krijg te horen dat ze het jammer vinden. Actie wordt niet ondernomen; het is alleen maar “desolée”.
* Er liggen nergens meetmatten op de route. Je kunt naar hartelust afkorten om zo een snelle tijd te rijden.
* De bevoorading is magertjes. Ze hebben nergens sportdrank en het aangeboden eten is ook niet veel soeps.
* Er is geen bewaakte fietsenstalling bij de finish.
* Er zijn te weinig stoelen en tafels bij de finish; iedereen zit op de grond.
* Ze krijgen het niet voor elkaar om de uitslag direct te publiceren.
* Er is geen goody bag. Alleen een T-shirt in maat L. Andere maten doen ze niet aan.
* Parkeergelegenheid is slecht geregeld.
* Te weinig verkeersregelaars. In een afdaling moeten we ergens rechtsaf. Met een paar pijlen op de grond denken ze dat ze er hier wel zijn. In een echte cyclo staat er een mannetje op dit punt.

Als je dit vergelijkt met andere cyclos die evenveel kosten aan inschrijfgeld, kun je stellen dat deze cyclo echt met de Franse slag wordt georganiseerd. Het is gewoon luiheid troef; ze doen er niet eens hun best voor. Alle goede bedoelingen van de vrijwilligers ten spijt maar hier is ruimte voor verbetering. Zeg maar gerust zeeën van ruimte.

Het doel van vandaag is goud rijden. En dan niet met een flut marge; ik wil wel een beetje deftig goud rijden. Goud rijden betekent dat je een heus diploma krijgt uitgereikt, geprint op echt papier waar dan de kreet “brevet d'or” op prijkt. Om goud te rijden moet je sneller zijn dan 9h00. Ik mag er zelfs 9h20 over doen omdat ik ouder ben dan dertig. Hoe ouder je wordt hoe minder snel je hoeft te zijn voor goud. Ik vindt die 20 minuten ouderdomsbonus maar niets. Goud is dus gewoon sneller dan 9h00 en zoals al eerder gezegd wil ik niet met 8h55 komen aanzetten. Ik had zelf 8h30 in gedachte. Dan moet ik dus een sneller gemiddelde gaan rijden dan dat ik ooit een berg cyclo gedaan heb. Dat lijkt redelijk onhaalbaar maar door de grote afstand van de L3B is dit wellicht mogelijk. Er zitten ook een aantal lange vlakke stukken in en als je hier in een snelle groep zit, valt er tijd en snelheid te winnen. We beginnen vandaag met een aanloop van vals plat naar de Ballon de Servance. Al op het stuk vals plat rijden we 38 kmh en de Polar schiet direct de hoogte in. Op de eerste Ballon blijft de Polar hoog en snelheid hoog. Op de volgende col krijg ik last van beginnende krampverschijnselen. Het gaat nog niet zoals ik wil. Pas na 60 km begint het te lopen. De kramp ligt niet meer op de loer. De benen beginnen zich goed te voelen en het is nu gewoon lekker cyclo rijden. Op de laatste Ballon gaan de benen zeuren en daarna volgt een lange afdaling en een lang semi-vlak stuk. Ik zit hier mee een groep die het tempo op 40 kmh houdt en we hebben zelfs even een begeleidende motard voor ons uitrijden. Na 188 km en 7h20 staan we weer in Champagney. Ik ga mijn doel dus makkelijk halen. Over de laatste klim kan een kort zijn. Wat een vuil kreng. De eerste 4 km gaan met gemiddeld 10% maar de klim is erg onregelmatig. Stukken van 8% worden afgewisseld met stukken van 13%. Ik finish na 8h08 en dat betekent P415 in de algemene rangschikking op anderhalf uur van de winnaar. Missie is geslaagd. Nu eerst eten, drinken en mijn diploma ophalen. Hierna mag ik nog 17 km terugfietsen naar mijn auto; gelukkig allemaal bergaf.

maandag 31 mei 2010

Barcelona

Weekendje weg deels op kosten van de baas. Vaste loondienst heeft ook zo z'n voordelen.

In het drukke vakantie programma van dit voorjaar kan er ook nog wel een weekendje Barcelona bij. Niet goed voor de fietsvorm want ik lig laat in bed, drink teveel wijn, eet te vet en rook teveel sigaren. Het zal me even een zorg zijn. Leven doe je maar een keer. En laat het dan in ieder geval een beetje genieten zijn.

Vrijdag 28 mei
Hoe ga je naar Schiphol als je maar drie dagen weg gaat? Antwoord: met de trein natuurlijk; toch ga ik met de auto. Waarom dan? De laatste trein van Schiphol naar Almere gaat zondag nacht om 0:30 en onze kist landt volgens schema om 23:55. Met de trein gaan is een beetje de goden verzoeken. Dat is garantie om vertraging te hebben met je vlucht. Dus toch maar de auto. Maar waar parkeer je dan weer? Kort parkeren kost een godsvermogen en lang parkeren is ook goed voor 40 euro. Dan maar een truck. Parkeren in Hoofddorp en met de trein naar Schiphol. Er rijden ten slotte nachttreinen op dit traject. We vliegen met Transavia en ook bij deze maatschappij heb je geen beenruimte. Binnen 2 uur staan we op Barcelona airport. Licht bewolkt en 21 graden met het vooruitzicht dat het alleen maar zonnig wordt met zo'n 23 graden. Eindelijk eens lekker weer. In de Eifel was het koud en op de Ventoux was steenkoud maar nu gewoon lekker zomerweer. We krijgen een rondrit door de stad, over de Mont Juich, langs de Sagrada Familia en door de haven. Hebben we dat gelijk gehad en kan ik me de rest van dit weekend op de belangrijke zaken richten. Wijn en tapas in de kroeg en sigaren roken in het park. Na een dutje in het hotel ga ik eens lekker eten in de stad. Iets na tienen zit ik op het terras met wijn en tapas. Daarna verdwaal ik een tijdje in de stad. Barcelona gaat uit en er is genoeg te zien. Spuuglelijke hoeren die allemaal iets van me willen omdat ik als man alleen rondloop. Als je met dit soort gevallen seks moet hebben, vind ik dat er geld bij moet. Dat doe je echt niet voor de lol. Daarnaast lopen de welbekende negers rond met hun prullaria. De mannen met balletje balletje zijn er ook weer en men is druk doende om hasjiesj te verkopen. Snappen ze dan niet dat ik Nederland kom en dat ik de suffe troep gewoon legaal kan kopen en roken? Hasjiesj en marihuana zijn trouwens voor de softies. Echte mannen roken dikke sigaren. Behalve dit goed-bedoeld en relatief onschuldig tuig is het ook druk met veel toeristen. Allemaal wel leuk kijkvoer. Ik lig om 2uur in bed. Gelukkig kan ik morgen nog tot 11 uur ontbijten.

zaterdag 29 mei
Uitslapen tot 10 en uur en op mijn gemak ontbijten. Daarna naar het Palau de la Musica Catalana. Niet van Gaudi maar wel van een van zijn tijdgenoten. Volgens mij waren ze in die tijd allemaal geniaal gek. Het Palau is in een woord MOOI!!!!! Het is gebouwd tussen 1905 en 1908. Kijk, daar kunnen ze bij de Sagrada nog iets van leren. Die zijn begonnen in 1880 en het is nu nog steeds niet eens voor de helft af. Het Palau is gebouwd in Jugendstil en nog bijna alles is bij het oude gebleven. Het is door de korte bouwtijd geen mengelmoes van stijlen maar is echt een geheel. Geen enkele muur is gewoon een muur, geen enkele pilaar een pilaar. Echt alles is versierd en overal zit een verhaal aan vast. Ook technisch gezien is dit pand een hoogstandje. Er zit zelfs airco in en dat voor 1908. De architect was zijn tijd ver vooruit. Het is een echt Catalaans pand met heel veel Catalaanse symbolen. Het is wonder boven wonder gespaard gebleven gedurende de Spaanse burgeroorlog. Veel gebouwen in de stad zijn in die tijd verwoest maar het Palau werd niet geraakt. In de Franco tijd waren alle Catalaanse symbolen afgedekt en mocht er geen Catalaans worden gezongen. Een avond gebeurde dit toch en de hele zaal zong mee. Iedereen werd gearresteerd. Leuk baasje hoor, die Franco. Ooit ergens een tik van de molen meegekregen in zijn opvoeding. De rest van de dag besteed ik met mensen kijken, van het zonnetje genieten, wijn drinken en tapas eten.

Zondag 30 mei:
Nog meer cultureel gedoe. Ik doe het Picasso museum en het Casa Mila. Twee culturele dingen op een dag; het moet niet gekker worden. Volgens mij heb ik mijn portie cultuur voor het komende jaar wel weer gehad. Over het Picasso valt eigenlijk weinig te schijven. Er hangen veel werken van Picasso en ze doen uitgebreid hun best om het verhaal van de schilder in zijn jonge dagen te vertellen. Dat lukt ze aardig. Er is één zaal die mijn aandacht trekt en dat is de zaal waar de abstracte interpretatie van Picasso hangt geïnspireerd door het schilderij ”Las Meninas” van Velasquez. Alle figuren van het uit 1656 stammende schilderij zijn abstract en karikaturaal weergegeven. De rest van de zalen kan mij niet zo boeien. Er hangen schilderijen en de meeste zijn eigenlijk het aanzien niet waard. Maar ze zijn echte Picassos en dus hanger ze er. Een beetje museum opvulling.

In het Casa Milo krijg ik ruzie met de lokale security. Ze hebben iets nieuws bedacht om toeristen te pesten. Toeristen komen toch wel want wij hebben een mooi Gaudi huis en dus kunnen we ons wel wat permitteren, lijkt het motto alhier. Het is verboden om een rugzak op je rug te dragen. Lees dit aub nog een keer. Het is verboden om een rugzak op je rug te dragen. Ik negeer deze stompzinnige regel en loop gewoon met mini rugzak op mijn rug. Ik word hierop aangesproken door een dame, nog een dame en nog een dame. Maar ik negeer hun gezeur. Dan staat plots een dame voor mijn neus in pak, stropdas en walkie-talkie en zij gaat mij proberen uit te leggen wat ik fout doe. Ik krijg enorm veel zin om hier ruzie over te gaan maken. Niet dat je deze discussie kan winnen maar ik heb er een hekel aan als mensen mij stompzinnige regels gaan opleggen. Ik ben geen klein kind; ik weet zelfs heus wel hoe ik een tas moet dragen.
“U mag uw rugzak niet op uw rug dragen. U mag uw rugzak alleen op uw buik dragen of afgeven bij garderobe”
Ik zeg: “Het is een RUGzak! Die is bedoeld om op je rug te dragen. Als het de bedoeling was dat je die op je buik droeg, hadden ze het wel BUIKzak genoemd”.
Deze opmerking maakt geen indruk. Ik krijg nu te horen dat het voor veiligheidsredenen is dat ik mijn rugzak op mijn buik moet dragen. Ik vraag om uitleg hierover want hier snap ik echt niets van. De Spaanse dame probeert dit uit te leggen maar slaagt daar niet in. Het is ook niet uit te leggen. Waarom is een rugzak op je rug dragen onveilig? Halverwege haar verhaal komt ze er in het Engels niet meer uit; ze gaat over in het Spaans. Ik praat mee in het Spaans. Ik kan in meerdere talen mezelf recalcitrant gedragen. Het zijn de regels van het huis zegt ze en als die mij niet aanstaan, mag ik weer vertrekken. Ik vraag of er nog meer vage regels zijn. Moet ik ook mijn T-shirt binnenste buiten dragen of mijn schoen aan mijn verkeerde voet doen? Ze gaan nu dreigen om het opperhoofd security erbij te halen. Ik vraag of ik de rugzak wel aan mijn hand mag dragen. Nee, dat mag ook niet. Maar ik zie mensen met een gewone tas lopen en die dragen ze gewoon aan hun hand. Ook dat blijk ik verkeerd te zien. Een gewone tas mag je in hand dragen maar een rugzak moet je op je buik dragen. Let wel! Ik heb het over een mini mini zugzakje van 10 L waar een flesje water, een boek en een souvenir inzit. Ik krijg enorm de kriebels van dit soort betuttelend gedrag.

Het Gaudi huis is overigens best mooi.

De rest van de dag besteed ik met tapas eten, wijn drinken en terug naar huis vliegen. We vliegen laat terug en om 5 over twaalf landen we op de luchthaven van Schiphol. Nu nog even mijn tas van de bagageband plukken, naar Hoofddorp met de trein en vandaar naar huis rijden. Om half twee lig ik pas in bed. Gelukkig ben ik morgen vrij om uit te slapen.

maandag 24 mei 2010

weekendje trainen

22 mei koers op wielerparkoers in Sloten:

In plaats van naar de koers te fietsen (45 km), ga ik gewoon met de auto met het idee om net als vorige keer prijs te rijden. Helaas blijken er vandaag geen premies te verdienen. De gulle gever doet ook even aan krediet crisis. En daar was ik nu net voor gekomen. Gewoon in het peloton meerijden, de eindsprint aan me voorbij laten gaan en onderweg proberen aan van de premies op te rapen. Nu is er alleen bij de eindsprint wat te verdienen maar ik heb eigenlijk niet zo’n zin in het gedrum en gewring in de laatste paar kilometer. Dan maar proberen weg te rijden met een kopgroep. Maar dan moet wel alles een beetje mee zitten. Op ongeveer 20-25 km voor de meet ontsnappen met 8 man en dan hopen dat we de ruimte krijgen.

Het eerste half uur gebeurt er niets. Geen premiespurts dus maar ook geen ontsnappingen. Een beetje lam gedoe aan 42 per uur. Daarna komt het peloton warempel tot leven. Er zijn ontsnappingspogingen maar veel stelt het allemaal niet voor. Meer dan een km duurt het niet voordat ze gegrepen zijn en het komt niet verder dan een paar seconden voorsprong. Het tempo in het peloton stijgt er wel wat door. Ik rij naar voren om me met het ontsnappingen spel te gaan bemoeien en bij de eerste demarrage zit ik direct mee. We zijn weg met 4 man. Vier man is leuk om mee te klaverjassen maar het einde van de koers gaan we er niet mee halen; dat is te weinig volk. Ik ga het niet volhouden om 25 km te rijden aan 45 in het uur. Gelukkig sluiten er na een ronde 5 andere renners aan. Kijk, nu begint het ergens op te lijken. Als die negen man ook nog eens willen rijden is het helemaal mooi. Niet dus! Het is hommeles van het begin af aan. Renners nemen niet over en het tempo is niet strak. Na een ronde worden we weer gegrepen door het peloton dat niemand laat rijden vandaag. De ontsnapping had het 9 rondes moeten volhouden maar we stranden al na 2. Niet echt imposant dus.

Dan maar gaan wringen bij de massaspurt. Dit blijk ik dus niet te kunnen. Met nog 500 meter te gaan rijdt iedereen plotsklaps 5 km harder. Behalve ik. De 15 man die nu voor me rijden laat ik lekker begaan. Ik ben niet gemaakt voor dit werk. Mijn topsnelheid blijft steken op 54,5 kmh en als ik mee wil rijden voor de prijzen moet ik toch echt 60 of harder kunnen rijden.


23 mei: Rondje Markermeer

Het mooie van deze ronde is dat er ergens halverwege een punt is waar terugrijden geen zin meer heeft. Je kunt onmogelijk het rondje ergens halverwege inkorten of een shortcut naar huis pakken. Als je bij Hoorn zit, staat er 75 km op de teller en dan moet je gewoon door. Eerst naar Enkhuizen en dan over de dijk naar Lelystad en door naar huis. Goed voor 151 km.

Wat je onderweg zoal allemaal tegenkomt:
• In paniek geraakte ganzen. Jonge ganzen, heftig met vleugels klappen en rare geluiden uitstotend. De groep ganzen die ik voorbij reed werd in twee-en gesplitst. De ouders en drie jongen zochten hun heil links van het fietspad; een jong zocht zijn heil rechts van het fietspad. En dus was er paniek.
• Mensen die hun papegaai uilaten. Ja, echt waar; niet hun hond maar twee papegaaien op je stuur zetten en een beetje rondfietsen.
• Libelle-zomer-week-bezoekers. Die letten echt nergens op. Gewoon het fietspad oversteken zonder te kijken. Zo’n wielrenner die met 35 kmh komt aansuizen, daar kan je net zo goed tegenaan lopen. Wat zouden ze hun kinderen eigenlijk aanleren?
• Hordes toeristen in Volendam. Als je dit ziet, wil je spontaan immigreren.
• Heel veel water; Markermeer, Ijsselmeer en nog veel meer ander water.
• Plaatsnaambordjes die op dam eindigen. Monnikendam, Durgerdam, Volendam, Schardam, Edam, Amsterdam, enzovoort enzovoort. Vooral Edam vind ik mooi gekozen. Hier is echt over nagedacht (Niet dus). Het moest natuurlijk op dam eindigen en ze hebben nog net niet de eerste klinker uit het alfabet ervoor gezet. Dat klonk zeker te christelijk.

maandag 17 mei 2010

Cingle de Ventoux!

Verslag van een lang Pinksterweekend in de Provence:

Roland en ik hebben een weddenschap afgesloten over de Mont Ventoux. Hij zal hem pogen op te rijden en hij krijgt van mij een uur voorsprong. Het gaat over de Bedoin zijde en ik zal dus volle bak moeten rijden om het uur dicht te rijden. Als tegenprestatie zal ik pogen de berg drie keer op een dag op te rijden. Behalve deze weddenschap staan er ook nog twee weddenschappen open met Els, de vrouw van een Belgische collega van Roland. We hebben een hotel geboekt in Bedoin waar we op woensdag naar toe rijden.

Het hotel ligt in het oude Middeleeuwse centrum van de stad. Dat is al een beleving op zich. Eerst mag je door een alling smal steegje rijden, dan onder een eeuwen oude boog door. De auto pas er net tussendoor. 20 cm links en 20 cm rechts. Dan nog even een haakse bocht. Wat als we nu verkeerd zitten? Komen we dan ooit nog terug of moeten we dan de auto maar verkopen en te voet verder ofzo. Boven bij het hotel is een parkeer terrein. Het klopt dus toch. Het blijkt oud; echt oud maar wel mooi. Oude kasten, oude tegels, oude scheve muren, lage deuren, enz enz. Er ligt echt geen tegel recht op de vloer. Maar het is allesbehalve lelijk; het is echt authentiek Frans mooi. Ook het eten 's avonds in het restaurant is Frans. Eten is belangrijk in Frankrijk!! De kok verdient een pluim.

Hemelvaartsdag:
We staan om 7:45 op. De reden dat Roland wakker wordt, is een SMS van Els. Ze gaat vandaag de Ventoux doen. Leuk zo’n planning; zeker onderdeel van de psychologische oorlogsvoering. Wij mogen dus ook aan de bak! Door de geweldige planning gaat mijn plan om de Ventoux drie keer te doen in rook op. Iets plannen met Belgen is namelijk nogal tijdrovend. Pas tegen elven rijden we omhoog. Gisteren een lange reis en iets teveel wijn bij het eten doen geen goede dingen voor de vorm. Dan maar een keer maar dan wel vanuit Vaison naar de voet van de klim fietsen. De klim is eigenlijk niet eens zo heel moeilijk. Desondanks word ik er goed moe van. Vanaf het bos rij ik volle bak omhoog. Mijn pols schiet naar de 180 om daar lange tijd te blijven hangen. Mijn pols schommelt de hele klim tussen de 170 en de 183. De beoogde klimtijd van 1:30 haal ik niet. Ik blijf steken op 1:36. Maar een uur sneller dan Roland was toch niet gelukt. Hij heeft het gered in 2:15 en dat is een goede tijd voor een absolute beginner die te weinig heeft getraind. Over het uitzicht valt weinig te zeggen; witte mist en grijze mist. Op het kale stuk even wat zon en verder veel wolken. Boven is het fris. Een graad of 10 en nauwelijks wind voor Ventoux begrippen. Het is vandaag goed druk op de berg. De Fransen zijn vrij vanwege Hemelvaart en het lijkt alsof half België is uitgerukt voor de Ventoux. Ik schat van de honderden mensen die vandaag de Ventoux doen minimaal de helft Belg is. Het zijn veel wielertoeristen die omhoog fietsen. Van gewone hybride fietsen, mountain bikes tot aan in de puntjes verzorgde wielrenners toe. Ik word onderweg door twee fotograven op de gevoelige plaat vast gelegd. Blijkbaar twee lokale Franse fotograven die een commercieel steentje bijdragen aan de Ventoux beleving. Bij de twee fotograaf staat mijn gezicht inmiddels op oorlog. Morgen op de site eens teugkijken welke “Jan Ullrich kop” ik heb getrokken. De afdaling was leuk. Nauwelijks remmen en strak bochten insturen. Nu alleen nog even 24 km terugfietsen naar Vaison. Eenmaal in Vaison is het even zoeken naar de oude stad. Daar blijkt het stervensdruk met toeristen. Een hele buslading grijze golf figuren slentert omhoog. Ik wil er tussendoor fietsen maar zie geen kans. Een bel heb ik niet en vriendelijk vragen of ze aan de kant gaan werkt ook niet. Ze zijn geobsedeerd door de oude stenen en hebben geen oog meer voor andere dingen.

Cultureel gedoe op vrijdag.

We zijn moe, allebei. Roland heeft voor het eerst in zijn leven een echte berg beklommen en ik heb 100 km in de benen. En dat was gisteren. Toen we eigenlijk al moe waren voordat we aan die inspanningen begonnen. Een lange autoreis achter de boeg en een fles wijn bij het avondeten als voorbereiding. Vandaag daarom maar eens cultureel gedoe in het dorp en op ons gemak eten en drinken. Morgen volgen er nog meer suffe, lange en vermoeiende fietsplannen. We doen vandaag het culturele gedoe waarom Vaison bekend is. We gaan kijken naar oude stenen. We bekijken ze echter vanuit een heel ander gezichtspunt dan de gemiddelde toerist. Voor ons is het meer een beetje tijd doden en uitrusten. We kijken als twee ingenieurs van TU Eindhoven naar een verzameling oude meuk. En vooral grappen blijven maken, bijdehante opmerkingen bedenken en met wat nuchterheid de boel relativeren. Het 'maison du buste en argent' wordt het huis van de vrouw met de zilveren borsten. 'Quartier commerçant' wordt de koopjeshoek. We zien ook nog wat ongebruikte oude stenen ergens in een hoek liggen. Wij gokken erop dat er volgend jaar nieuwe “opgravingen” te zien zijn. Gewoon elk jaar een stukje bijbouwen. Je moet je toeristische attractie toch af en toe een impuls geven. Ik koop nog lokale wijn en een heus Provençaals geschilderde fruitschaal. Nu voel ik me echt een toerist. ´s Avonds eten we bij een overheerlijke restaurant. We eten een terrine van eendenlever, een lokaal hoofdgerecht van schaap, perentaart vergezeld met een flesje lokale bocht. Dit is DE reden om naar Frankrijk te gaan. Elke hap is een genot; elke slok is genieten.

Cinglé du Ventoux
Er is een oud Provençaals gezegde dat zegt: ¨Je bent niet gek als je de Ventoux beklimt, je bent idioot als je het nog een keer doet¨. En daarom is er dus de Cinglé du Ventoux voor wielrenners bedacht; dit betekent zoiets als idioten van de Ventoux en als je hier wil bij horen moet je drie keer op een dag de Ventoux beklimmen vanaf de drie verschillende kanten. Mijn doel is om erbij te horen en vandaag is de dag. De weervoorspellingen zijn redelijk en kloppen ook redelijk. Bovenop de Ventoux is het echter gewoon koud, nevelig en mistig. Bij elke keer dat ik bovenkom is het weer verslechterd. Het wordt er steeds kouder en het gaat steeds harder waaien. Ik begin in Malaucene en heb vandaag de luxe een heuse ploegleider bij me te hebben. Roland rijdt in de volgauto en voorziet me van vanalles. Nieuwe bidons, extra kleding en energierepen wordt me allemaal al rijdend aangereikt. Ik hoef alleen maar te fietsen en door te rijden. Ik begin met de Malaucene kant; een van twee zware zijdes. Bovenop de top is het min 1 graden en is een doorkomst van een of andere marathon wedstrijd. Alle rennende deelnemers die ik tegenkwam in de klim moedigden me aan. Ik hun niet; daar heb ik even de puf niet voor. Boven op de top even snel opwarmen in de ploegleiderwagen en daarna snel dalen. Dan de tweede zware klim van de dag; de Bedoin zijde ofwel de klassieke zware zijde. Tot aan het einde van het bos gaat het nog goed. Op het kale stuk na Chatelet Renard gaat het minder goed. Het is harder gaan waaien en nog steeds -1 op de top. De wind wordt vervelend. Daarna volgt de lange saaie afdaling naar Sault voor de derde en laatste klim. De klim vanaf Sault is niet moeilijk maar ik heb bijna alleen maar harde tegenwind en de jus is inmiddels ook uit de benen. De laatste paar km rijd ik even mee met een Oostenrijker die nog wat kopwerk voor me wil doen. Daarna volgt weer het kale stuk tussen Renard en de top. Het is nu opgehouden met hard waaien en het is ronduit gaan stormen. Op de stukken met wind tegen rij ik amper 8 kmh. 2 km voor de top krijg ik plots een ram wind van voren en de snelheid zakt in een klap van 10 kmh naar zeven. Ik vervloek de wind met een harde oerkreet en ploeter voort. Met nog 500 meter te gaan komt de wind van rechts en ik wordt de van de weg afgeblazen. Ik moet uitwijken naar links wegens de wind en kan nog net een Landrover ontwijken. 50 meter verder rij ik bijna het ravijn in. Ik kan mijn fiets niet naar rechts gestuurd krijgen en moet afstappen. Ik besluit even te gaan lopen net als de Oostenrijker die ik eerder tegen kwam. Als ik de Oostenrijker weer zie fietsen, stap ik ook weer op. De laatse 400 meter fiets ik weer. Ik steek drie vingers in de lucht en roep: “TROIS FOIS!!! TROIS FOIS!!! TROIS FOIS!!!”. Roland maakt fotos en ik word ook nog gefeliciteerd door en Fransman die heroïek van mijn prestaties wel inziet. Ik heb het gehaald; drie keer de Ventoux op een dag. Ik daal af met de auto; ik vond fietsen te gevaarlijk worden.