zaterdag 25 februari 2017

De Omloop



G1      86,7 km | P.     6’17”

6 Renners schuilen in elkaars wiel laverend tussen het verkeersmeubilair, diepe spleten midden op de weg en geparkeerde auto’s. Het is de kopgroep van vandaag die het niet gaat halen.  Krom voorover gebogen liggen ze op hun stuur, de koude wind trotserend.  Al 111 km gehad, nog ruim 80 te gaan over Belgische K-wegen. Kasseien, af en toe een steile bult, beton wegen en kapot gereden stroken. Op de achtergrond babbelen José de Cauwer en Michel Wuyts over van alles en nog wat maar voornamelijk toch over de koers. Af en toe wordt dit onderbroken door een bibberende stem vanaf de motor van Renaat Schotte.

Ik hou van de koers, ik hou van de koers informatie links boven in beeld. G1 86,7 km | P. 6’17” Groep 1 heeft nog 86,7 km te gaan en het Peloton (P) zit op 6 min en 17 sec. G1 zijn dus die zes renners die voor sponsor belangen en hun eigen eergevoel ten strijde zijn getrokken maar de winnaar komt niet vaak uit de vroege kopgroep. En eindelijk, eindelijk is het koers. Echte koers. Geen veldrijden, geen ronde van Dubai en geen ronde van de Middellandse zee. Het is de omloop het Nieuwsblad. De eerste echt voorjaarskoers die er toe doet. De eerste voorjaarskoers op Noord-West Europese bodem. De eerste koers die iedereen wél wil winnen. De eerste keer dat we weer na maanden kunnen kijken naar typisch Vlaams landschap. Rommelig, veel lint bebouwing, bakstenen, groen, elektriciteitspalen en zich netjes gedragend publiek met winterjassen aan en mutsen op.

G1     65,9 km | P.     4’19”

De koers vordert. De voorsprong slinkt. Het aantal kasseien stroken stijgt. Gefietst heb ik vandaag zelf niet. Dat is iets wat er eigenlijk wel bij hoort. Zelf wielrennen, thuis komen, douchen en eten en daarna op de bank ploffen en Sporza inschakelen. Het was 4 graden vanochtend en de buienradar voorspelde veel regen. Ik dacht laat maar, ik ben geen prof. Ik heb het bij anderhalf uur sportschool gehouden. Morgen misschien meer. Morgen is Kuurne Brussel Kuurne. Weer op de bank TV kijken. Inmiddels is de eerste renner met  een gebroken sleutelbeen is al afgevoerd. En de eerste massale valpartij waar meer dan 25 renners en fietsen in elkaar verstrengeld op de koude klinkers liggen, is ook al gezien.

G1     55,6 km | G3       2’04”

De finale gaat beginnen. Ik pak nog een kopje thee en een koekje erbij. Heerlijk, koers op TV.

zaterdag 28 januari 2017

Van Phnom Penh naar Chiang Mai op een racefiets

  • 1725 kilometer.
  • 17 fietsdagen. Waarvan twee korte etappes van 55 km. Een omdat ik zwak was wegens darmen niet mee werkten. Plus een korte dagtrip naar de klim van Doi Suthep.
  • Gemiddeld 101 km per dag.
  • Nul lekke banden. Wederom pluspunten voor Schwalbe.
  • Vier weken lang korte broeken weer. Geen dag een lange broek aan gehad.
  • Een grens overgang. 
  • Een Cambodja visum stempel.
  • Een Thailand visum en stempel.
  • Mijn paspoort raakt langzaam vol.
  • Een andere wereldfietser gesproken. Nog twee andere gezien maar die reden stoïcijns door.
  • Een Thaise renner die mij nu op strava volgt.
  • Noedelsoep, pad thai als belangrijkste brandstof.
  • Plus veel gekleurde mentos stuiter snoepjes en gedroogde tamarinde peulen.
  • Elke dag twee anderhalve liter water flessen in de bidons doen. Een derde daarvan ging over mijn hoofd, de rest dronk ik op. 
  • Weinig foto's gemaakt.
  • Een Thai die van mij een foto heeft gemaakt.
  • Cambodja is arm, vriendelijk een heeft een knudde wegennet.
  • Thailand is rijker, net zo vriendelijk en heeft doorgaans mooie wegen.
  • Maximum snelheid 72 kmh.
  • Langste afstand 157 km.
  • Wind, vaak tegen, net zo vaak mee. Soms zelfs op een dag 50 km tegen en 50 km mee. En dat terwijl de etappe 100 km lang in westelijke richting liep.
  • Veel vlakke etappes.
  • Hoogste punt op Doi Suthep om iets van 1600 meter. Er stond geen bord.
  • Aantal tempels? Veel.
  • Aantal vriendelijke hellos en sawadees? Nog veel meer.
  • Nul keer gevallen.

Bijna thuis

In Doha heb ik uitzicht om een niet aangepaste toerist. Het is in een woord vreselijk. Even voor de duidelijkheid de omstandigheden. Ik zit op Doha AirPort te wachten op mijn vlucht naar Amsterdam. Echt warm is het niet in deze hal, een graad of 21 hooguit. Voor me zit een man met kort geknipt donkerblond haar in een wit mouwloos Heineken hemd. Hij heeft een bierbuik, is een jaar of 50 en een heel eng korte dunne soort van sport broek aan. Hij draagt teenslippers en met een been leunt hij op zijn koffer zodat ik nu naar zijn schoenzool kijk. Nog een keer voor de duidelijkheid, we zitten in Arabië. Schoenzolen laten zien, en in je strand kloffie zitten te wachten op een luchthaven om naar een land te vliegen waar het domweg hartje winter is, het is totaal ongepast. Wat mist deze man? Sociaal inlevingsvermogen, IQ of allebei tegelijkertijd?

Ik vlieg naar huis in makkelijke reiskleding. Lange broek, wollen t-shirt en een dunne fleece trui. Plus sandalen met warme sokken. Ik geef toe dat is wel een fout gezicht maar ik reis met weinig bagage en ik heb niks anders bij me. Als ik nettere schoenen had ingepakt, droeg ik ze nu. De onaangepaste toerist is op strand vakantie geweest en lijkt dit nu nog aan iedereen te willen uitdragen. Boeien,... alsof mij dat iets kan schelen. Ik ben op fiets vakantie geweest maar ik heb totaal niet de behoefte om hier nu in wielrentenu, helm en fietsschoenen te gaan rondlopen. Zo van, kijk mij, kijk mij, ik ben op fietsvakantie geweest. En zo af en toe mijn wielrenbroek opstropen om de duidelijke markering tussen bruine- en witte bovenbenen te laten zien.

Waarom ga ik eigenlijk op fietsvakantie naar zuid-oost Azië? Waarom doet iemand zoiets? Fietsen in de Alpen voor een weekje, dat is een redelijk sociaal geaccepteerde vorm van vakantie voor mannen die als een klein kind wielrennertje willen spelen. Weinig mensen kijken hier verbaasd van op. Maar wielrennen in Cambodja, waarom dat nu weer? Er zijn namelijk een boel valide redenen aan te dragen om dat niet te doen. En ik beaam ook al die redenen. Ten eerste is de route redelijk saai. Cambodja bestond uit ruim 500 kilometer van uitzicht over rijstvelden tenzij er geen armoedige bebouwing op de voorgrond stond. Het wegennet is beperkt, veel wegen zijn niet verhard en het wegdek van de weinige asfalt wegen is vaak niet geweldig. Hotels onderweg zijn soms heel erg goed maar vaker is het de categorie budget. Waarom dan toch hier gaan wielrennen?

Om de simpele reden dat het kan. En hier moet je nu even een smiley bedenken met een brede glimlach en een zonnebril. Daarom doe ik dit soort onzin. Gewoon omdat het kan en het levert verhalen op. Ik ben niet zo van de all-in vakanties in een vijf sterren gevangenis. Eh,...ik bedoel natuurlijk een vijf sterren resort. Met een cocktail in het zwembad decadent zitten te wachten totdat de bijbehorende snacks worden geserveerd. Dat is een vakantie die vooraf van minuut tot minuut geregeld en waar niks kan mis gaan. Je hoeft maar even half verschrikt om je heen te kijken als je in de war bent over de 24 uurs openingstijden van het all-in buffet restaurant en direct staat er een behulpzame 5 sterren gevangenis cipier aan je zijde om je gerust te stellen. Nee dan liever Cambodja waar ik op de lokale markt zoek naar een voedselstalletje dat nog een beetje hygiene maatregelen in acht neemt.

Niet alles in Cambodja was overigens kommer en kwel. Vakantie is leuk, een beetje avontuur ook maar het moet wel binnen de perken blijven. Ik ga niet fietsen in oorlogsgebied, drugs bendes met een boel criminaliteit gebied, Noordpool kou gebied met geen bevoorrading of de Chinese overheid bemoeit zich met elke stap die u hier zet gebied. Cambodja is een wat moeilijker doorheen reis land maar ook niet meer dan dat. De voordelen zijn onder andere dat iedereen maar dan ook echt iedereen super vriendelijk is en ik door bijna elk kind met hello wordt begroet. In iets grotere plaatsen zijn restaurants te vinden maar ze wel het woord hygiene kennen. De Cambodjaanse masseuses zijn niet zo van de foute massage, dat is meer iets Thais. En het is er warm en droog en zonnig. 24 uur per dag korten broeken. En dat te bedenken dat het in januari in Nederland echt winter winter was. Griebus kou, sneeuw, ijzel, schaatsen op natuurijs. Dat soort ellende. Dan is wielrennen in Cambodja nog niet eens zo'n slecht plan.

Je zou haast zeggen, volgend jaar nog een keer dus. Maar dat wordt dan toch een nee. Dit was mijn vijfde zuid-oost Azië fiets vakantie en elke keer heb ik Thailand aan gedaan. Een keer alleen Thailand, de overige keren Thailand plus een aangrenzend land. Zo heb ik gefietst in Laos, Vietnam, Cambodja en Maleisië. En de verschillen tussen al die landen zijn groot. Vietnam, Cambodja en Laos hoeven van mij niet zo meer. Het is er gewoon te arm en die armoede zie je overal in terug. Dat vind ik op zich allemaal niet zo erg. Die soms groezelige hotels en gezoek naar goed bereid en lekker voedsel, dat levert wel vaak een grappig verhaal op. Die armoede zie je ook terug in het wegennet en de staat van het asfalt. Sommige mensen worden blij van hun favoriete nummer op de radio, of een kopje thee met een cupcake, ik wordt als een kind zo blij van nieuw asfalt. Van dat prachtige snaar strakke, mooi egale, inkt zwarte nieuwe asfalt. Met van die scherp aftekende wit of gele belijning. Zeker als ik al een tijdje op een stuiter weg heb gefietst, kan ik helemaal lyrisch worden over het nieuwe asfalt. Ik zit dan echt hardop te roepen, ohhhhh.......nieuw asfalt. Gaaaaaaf!!!

En de wegen in Vietnam, Laos en Cambodja zijn gewoon vaak slecht en ik ben dat inmiddels wat beu geraakt. Dus voorlopig hoef ik even niet. Van Thailand krijg ik niet genoeg. Ik wil wel weer terug. Terug naar de mooie bergen in net noorden, terug naar de goede wegen, terug maar de Thaise vriendelijkheid, terug naar de heerlijke voedselstalletjes, terug voor de noedelsoep, terug voor de pad thai, terug voor de viskoekjes, terug voor de papaya salade, terug voor de voet massages. Terug voor het mooie weer. Terug voor ...... zal ik nog even doorgaan?

Thaise massage

Als het goed gedaan wordt is het prettig, als het fout gedaan een nachtmerrie. Dan vraag je je echt af wat er dan zo goed, prettig of relaxed aan kan zijn. Authentiek Thaise massage kunnen echt vreselijk pijn doen, zeker na een fietstocht van 120 kilometer en meer dan vier uur in het zadel. Na een dagje fietsen zijn mijn bovenbenen vermoeid, stijf en vol afvalstoffen. Mijn nek is stijf. Is het dan prettig om een massage te krijgen? Ja, maar dan wel een goede. Een doorgaans minder pijnlijke exercitie is de olie massage. Dit is in tegenstelling tot de Thaise massage een meer traditionele massage zoals wij hem in het westen kennen. Met behulp van olie wordt er over de spieren heen gewreven. Helaas, is dit ook de massage die bekend staat als de massage met happy ending (lees: een aftrek beurt). Vooraf is niet altijd duidelijk in welke genre de massage zaak valt of wat voor masseuse de hotel receptie voor je regelt als er nergens een massage zaak zit. Die happy ending masseuses kunnen vaak niet eens goed masseren en je moet ook nog zorgen dat ze van je edele delen afblijven. Ik blijf er liever van weg en om zeker te zijn, mijd ik de olie massage nogal eens. Gewoon omdat ik niet weet wat voor zaak het is.

Wat overblijft is dan de authentiek Thaise massage en die is duidelijk anders dan de meesten wellicht gewend zijn. Het prettige van de authentiek Thaise massage is dat er geen bijbedoelingen zijn, het nadeel is dat het heel pijnlijk is. En het is ook alleen maar pijnlijk. Ik zie vaak het nut er niet van in. Zeker na een dag op de fiets is een authentieke Thaise massage een crime. Mijn beenspieren zijn moe, stijf en zitten vol afvalstoffen en mijn nek is stijf. Bij de Thaise massage wordt er niet gewreven maar het is een drukpunt massage. Ze duwen met hun volle gewicht op mijn spieren en mijn ervaring is dat zoiets alleen maar werkt op spieren die al ontspannen zijn. Dan is het nog best prettig. Maar mijn beenspieren zijn bij lange na niet meer ontspannen. Zelfs als ze er licht op duwen, roep ik al AU, met hun volle gewicht erop zou ondraaglijk zijn. Mijn rug is vaak niet veel beter, ook die spieren zijn moe en stijf. Het laatste wat ik dan wil, is dat er een masseuse op mijn rug staat staan en er over heen wandelt. Ja,... Dit leest u goed. Ze lopen over je heen en ze duwen met hun hak op je bovenbeen. Ik heb Thai op die manier 'gemasseerd' zien worden. Alleen als je echt ontspannen bent en jarenlang op deze manier bent afgebeuld is zoiets wellicht draaglijk. Na 120 kilometer asfalt en meer dan 4 uur in het zadel, pas ik voor die ongein. Ik doe ook nog alleen maar Thaise massage na een paar dagen niet fietsen. Dan is het best prettig  en voelt het goed. Alhoewel ik het gewandel over mijn rug en beenspieren weiger maar wat uitgeruster kan ik het harde duwen wel aan. Het voelt ook zelfs prettig. Tenminste, bij een goede masseur of masseuse dan. Ik er ook gehad die met hun elleboog maar ergens lukraak in mijn rug aan het porren waren. 

Het beste alternatief en bijna net zo prettig als een niet foute olie massage is de voet massage. En het geinige hier is dat dit weinig met voet massage heeft te maken heeft en vaak daarom zo prettig is. Van het uur aan voet massage, masseren ze namelijk hooguit 10 minuten je voeten. Ze zijn voornamelijk kuiten, een beetje knie en bovenbeen aan het masseren. Vaak met een mengsel van tijger balsem en olie als wrijf middel. En ze doen meestal ook nog even je nek mee. En dat zijn nu net precies de spieren die bij mij vaak vast zitten.

donderdag 26 januari 2017

Doi Suthep

Op het mooist uitzichtpunt van deze berg is bijna geen kip te bekennen. Het aller drukste is het bij Wat Phra That Doi Suthep en Phuping palace. Hele rijen taxibusjes en songtangs (een soort openbare taxi) staan geparkeerd op de openbare weg. Er is geen centraal parkeer terrein dus alles staat als een lange lint van enkelen honderden meters langs de kant van de weg. Dubbel parkeren is hier de mode. Ik ben hier niet vanwege de tempel ook niet vanwege het paleis. Ik ben hier omdat het een berg is en er een geasfalteerde weg tegen omhoog loopt. Wie mij een beetje kent, hoeft niet meer te weten, Rob moet die berg op. En het leuke is dat dit een echte wielren berg is. En het is natuurlijk nog veel meer een top toeristen attractie tempel op een berg ding. Maar er is ook wat informatie over de berg te vinden op het wereld wijde web. Hoe hoog, hoe lang, welk stijgingspercentage, of je de berg aan de andere kant weer af kan fietsen en dus een ronde kan maken. Dat soort werk. Een ronde fietsen zit er overigens niet in. Ik lees dat dat zelfs de meest doorgewinterde die-hard mountainbikers het pad naar beneden gevaarlijk vinden. 

De klim naar Wat Phra That Doi Suthep is een driebaans weg waarbij er twee banen omhoog zijn en een naar beneden. Je hebt hier als renner altijd de ruimte om rustig te klimmen. En het is echt een heerlijke klim. Gemiddeld 6,7% over 11 kilometer. En ja, de berg kent van die typische Thaise onregelmatigheden in de klim maar dat valt, gezien naar Thaise begrippen, alleszins mee. Onderweg is het even 9-10% maar dat is hooguit honderd meter, alleen de laatste paar honderd meter naar de tempel gaat wel met 11%. Na de tempel wordt de berg steiler en onregelmatiger. Twaalf procent wisselt zich af met vijf procent en het steilste stuk was veertien procent. Tot aan de tempel geef ik vol gas. Zolang als het kan, heb ik besloten om het middenblad te fietsen en dat gaat me goed af. Ik fiets voornamelijk op de 39/23 en de 39/25, alleen op het laatste steile stuk gooi ik 28 er op. Na. De tempel hou ik het gebeul voor gezien en schakel ik naar het trippel binnenblad. Rustig peddel ik verder op de 30/28. Tenminste, rustig op die acht procent stukken. Op dat veertien procent is rustig fietsen schier onmogelijk. 

Na het paleis fiets ik nog verder omhoog. De weg is nu eenbaans geworden en de paar pick-up trucks die hier nu rijden, zijn mega irritant. Ik krijg geen meter ruimte als ik ze moet passeren. De berm is aan beide kanten smal, zanderig en laag gelegen tov van de weg, maar stuk voor stuk denken die chauffeurs hier dat ik wel door de berm ga fietsen. Ze zoeken het maar uit, mooi niet. Desnoods blijf ik stilstaan als een pick-up truck me tegemoet komt. Zo dwing ik hem de berm in om langs me heen te kunnen. Iets voor de top van de berg waar helemaal niets staat, is een uitzichtpunt over de vallei. Je zit nu aan de andere kant van Chiang Mai en kijkt vooral over groen uit. Dat van die top vond ik overigens wel vreemd. Er was echt niks. Geen bordje, geen paal, geen tempel en geen kruis. Ook geen mensen. Ik dacht ik fiets even verder maar na een paar kilometer dalen en toen de weg over ging in onverhard, begreep ik dus dat dat eerdere topje dus echt de top was. Het hoogste punt van de weg dan, bedoel ik, de berg is nog iets hoger maar daar liep niks naar toe.

Op het mooie uitzichtpunt staat een handjevol toeristen. Als ik weer naar beneden fiets, eerst langs het paleis waar het nu serieus drukker is geworden en verder door langs de tempel waar het nu mega druk is, stop ik halverwege de klim nog een keer voor het tweede mooie uitzichtpunt. Hier heb je een prachtig uitzicht over de stad, de luchthaven kun je net zien liggen en je kijkt heel ver weg de horizon in. Dit uitzichtpunt is er dus wel een waar alle toeristen langs komen. Toch valt me ook hier op dat het niet absurd druk is. 

Nog iets verder in de afdaling, lach ik me een breuk als ik twee toeristen met de fiets omhoog zie wandelen. Ze hebben van die huurfietsen bij zich die een guesthouse vaak gratis aan hun klanten uitleent. Zo'n goedkoop ding Chinese rommel met een vast verzet. Mandje voorop om een boodschap in te doen. Heel handig om even ritje door de stad te maken maar iedereen met een greintje verstand snapt natuurlijk wel dat zo'n fiets totaal maar dan ook totaal ongeschikt is om een serieuze klim van 11 kilometer mee te voltooien. Ze lopen er ook mee en ze lopen al zo'n vijf kilometer, het is nog zes naar de tempel toe. Wat dachten die idioten en waarom namen ze niet al na een paar honderd meter de juiste beslissing? Keren, die fiets inleveren en een brommertje huren. Iedere reisgids is namelijk echt wel duidelijk in de omschrijving van doi Suthep. Het is een tempel boven op een berg waar je met een brommer of taxi omhoog moet. Alleen als je echt van klimmen en wielrennen houdt, ga je op een racefiets of mountain bike omhoog.

maandag 23 januari 2017

Bergen zijn goed

Bergen zijn eerlijke tegenstanders. Ze zijn duidelijk voorspelbaar, consequent en vooral toegeeflijk. Je weet wanneer je wint en de beloning is volgens afspraak. Bergen zijn niet zo genieperig als wind of zo gemeen als kasseien. Over een berg heen fietsen heeft iets rustgevend, een oase van genot, opstapelende vermoeidheid, een wijds uitzicht plus een mooie afdaling. Kasseien doen je alleen maar pijn en ze geven niks terug. Wind geeft je uit onverwacht hoek een klap op je bek. Nee, doe mij dan maar een berg. En nog een, en nog een.

In de laatste twee dagen van mij lange fietstocht door Cambodja en Thailand trek ik langzamerhand bergachtiger terrein in. De echte scherprechter klimmen liggen verder noordelijk maar ik kom onderweg eindelijk weer wat klimmen tegen. Ik hou van klimmen, snaar strak nieuw asfalt en een brandend zonnetje. Zo is het leven ooit bedoeld. En het zijn geen steile wand klimmen die ik tref. Nee, van die heerlijk lopende klimmen van 5-6%. Er passen nu alleen nog maar smiley's in het verhaal. Van die grote lachebek smiley's met pretogen en een glimlach die bijna groter is dan de smiley zelf.

Waarom zijn bergen zo leuk en kasseien of wind zo vervelend? Ze kosten allebei energie, het vreet aan je conditie en als het te lang duurt, ben je op sterven na dood en zit je zielloos en ontredderd aan de kant van de weg naar de berm te turen. Je kan alleen nog maar met scheldwoorden denken. Kut fiets en kanker kasseien of komt er nu nooit een einde aan die kolere klim. Dat soort werk. En toch zijn bergen leuk en  kasseien een crime. Waarom? Kasseien doen altijd pijn, het maakt niet uit in welke richting je de kasseien strook pakt. De heenweg doet pijn, de terugweg doet pijn. Wind is ook zo'n rottige tegenstander. Wind kan draaien, gaan liggen of uit onverwachte hoek een klap in je gezicht geven. Wind is onvoorspelbaar, bergen nooit. Ik kan op mijn navigatie gadget zien hoe steil een klim is de komende kilometers, tot welke hoogte er geklommen moet worden en hoe de afdaling loopt. Daarom zijn bergen zo leuk, ze zijn gewoon eerlijke tegenstanders.

Mijn route kent een paar klimmen. In twee etappes rij ik van Thoen via Lampang naar Chiang Mai. En bij elke klim zit ik met een hele grote smiley op mijn fiets. En dat ondanks dat er inmiddels al aardig wat vermoeidheid in mijn benen zit na een route van 1500 kilometer. Op een klim wordt ik achterna gerend door drie agressief blaffende honden. Dat was niet grappig. Gelukkig gebeurde dit net voor de top en al klimmende lopen ze op me in maar met 50 per uur in de afdaling haken ze af. 

zaterdag 21 januari 2017

116 kilometer tegenwind

Het is maar goed dat het hier zo mooi is, anders was er echt niks aan geweest. Deze uitspraak deed ik ooit in Italië tijdens een vakantie van Cycletours. Ad, de reisleider, keek me verbaasd aan. Ik keek hem verbaasd aan. Hij had net een wortel uit het land van de boer getrokken en stond deze nu met water af te spoelen. 
"Die ene wortel zal die echt niet missen hoor. Maar hoezo is het maar zo goed dat het hier zo mooi is?"
"Het is puf warm en die slopende klim net was niet grappig. Twee kilometer aan tien procent en van die steile scherpe haarspeldbochten. Als het landschap dan ook nog eens het aankijken niet waard zou zijn, dan was dit allesbehalve leuk"
Ad lachte en at zijn wortel veder op. Daarna pluk hij en nieuwe uit de grond. 

De uitspraak dat het maar goed is dat hier zo mooi is omdat het anders alleen maar vervelend is, ben ik blijven hanteren. Vandaag was weer zo'n dag. Ik heb niet ver gefietst, ik heb ook geen extreme aantal hoogtemeters overwonnen. En toch ben ik gesloopt. 116 kilometer en 350 hoogtemeters, niet iets wat nu echt indruk maakt. De vermoeienissen zitten hem vandaag in de wind en het soms hopeloze asfalt. Plus het feit dan het warm is, puf warm. Ik kan redelijk goed tegen warmte maar als ik hier s middags in de zon loop, kan ik me nauwelijks voorstellen dat ik met deze warmte kan fietsen. Het is hier 's middags 33 graden in de zon. Ik noem dat niet-in-de-zon-kunnen-staan warm. Maar ik fiets er wel in. En dat over stuiter asfalt. De doorgaande route van Tak naar het noorden toe is geen prettige fiets route dus ik volg de kleinere wegen door het dal. Het die zijn slecht, soms super slecht. Qua wegdek lijkt dit nog het meest op het patch werk reparatie asfalt dat ik in het zuiden van Italië trof. Wat klodders nieuw asfalt in de gaten en kuilen smijten, laten drogen en klaar is Klara. Het gevolg is een onsamenhangend wasbord van kuilen en bulten. Andere stukken lijken meer op asfalt uit de Waalse Ardennen. België is ook zo'n derde wereldland als we het over weg onderhoud gaan hebben. Ook hier liggen de wegen er  kapot gereden bij en ze liggen al heel lang te wachten op nieuw wegdek.

Maar ik wordt vooral moe van de constant aanwezige tegenwind plus het feit dat het heel vaak vals plat omhoog loopt. Wind zuigt energie uit me weg. Ik heb ooit de vraag op een forum voorbij zien komen welk malheur het ergst is. De vraag was of twee weken in de regen fietsen of twee weken met wind tegen. Het is allebei niks. Na twee weken regen is er niks meer droog en warm. Alles is nat en koud. Na twee weken wind tegen is er nergens meer puf aanwezig je lichaam en zit je zielloos en ontredderd in een bushokje uit te puffen. En uit te puffen en uit te puffen terwijl je blik op oneindig naar de horizon tuurt.

Daarom is maar zo goed dat de route zo mooi is. Weinig verkeer, genoeg dorpjes onderweg, wat vriendelijke Thai die me toelachen. Op de achtergrond zie ik berg massieven liggen en naarmate de route vordert worden ze hoger en hoger. Het is warm maar er is genoeg bevoorrading en voldoende restaurantjes onderweg . Het uitzicht over de rijstvelden waar soms iemand aan het werk is, is rustgevend. Als ik in Thoen bij een van de weinige hotels sta, blijkt deze vol te zitten. Ik kijk heel hulpeloos, bedroefd en teleurgesteld de receptioniste aan. Ik ben doodop, zeg ik; heb je echt geen kamer meer vrij? Ze lacht me met Thaise vriendelijkheid weg, helpen kan ze me niet, lachen kan altijd nog wel. Bij het tweede hotel is er nog wel plek. Ik check in en ga op bed liggen. Oef nogal hard maar ik slaap vanavond toch wel.