zondag 30 januari 2011

Nul graden

Het is dit weekend koud. Niet elfsteden tocht koud maar wel gewoon koud. 's Nachts -4 en overdag met moeite net boven het vriespunt. Ik hou niet van kou. Ten eerste omdat ik kou gewoon koud vind en en tweede omdat het vaak glad kan zijn. Na mijn gebroken heup van 6 jaar geleden heb ik nog steeds weinig zin om met winterweer te gaan fietsen. Toch zit ik dit weekend twee keer op de fiets. Zaterdag 48 km en zondag 80 km.

Waarom? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het is gewoon mooi rustig winterweer. Geen sneeuw, het zonnetje schijnt en er waait een koude noordooster bries. Ik besluit wel om 's middags te gaan fietsen en niet voor de smalle paadje door het bos te kiezen. Zo geef ik de rijp de kans om eerst weg te dooien. Het gevolg is dat ik soms over zeer eentonige wegen rij. Heeeeeele lange recht wegen door de polder. In dit soort wegen bemerk ik geen voortgang. Ik zie links een paar bomen op de achtergrond en rechts zie ik wat andere bomen en nog een boerderij. Verder bestaat het landschap uit een langgerekt fietspad langs de provinciale weg en veel windmolens. 10 kilometer verderop ziet het landschap er nog steeds zo uit. Alleen aan mijn fiets computer zie ik dat ik kilometers maak. Het heeft iets weg van fietsen op een rollenbank. Het enige verschil is dat je op een rollenbank kun afstappen en dan ben je direct thuis. Als ik mijn teller op 60 km zie staan, weet ik dat het er nog 20 km eentonige weg volgt. Even doorzetten dus,..

Ik rij vandaag in een soort mummie uitdossing. Fietsen rond het vriespunt vergt wat extra kleding. Bij mooi warm weer (30C) is een koersbroek en koerstui genoeg. Plus een paar sokken en schoenen; een zweethemd is is dan overbodig. Nu draag ik:
- een zweethemd met lange mouwen
- een koersbroek
- wielrentrui
- beenstukken
- extra lange broek
- warme wintersokken
- schoenen
- dikke overschoenen
- een dik winterjack
- binnenhandschoentjes en gewone warme handschoenen
- een buff om nek en wangen warm te houden
- een warme muts
- en een zonnebril

Als er ooit een burka verbod in Nederland komt, dan kan ik me zo niet meer vertonen.

woensdag 5 januari 2011

drugs

Toen wij uit Caracas vertrokken, vertrokken wij uit Caracas,….

We staan met acht man van onze groep in de rij om in de rij te gaan staan bij Iberia. Eerst moeten we nog langs een paar soldaten die paspoorten controleren en in bagage van passagiers willen kijken. Er heerst geen enkele schaamte. En plein public worden koffers geopend en de soldaten neuzen door de vuile was van vertrekkende passagiers. Iedereen kan meekijken. Ik vind het nogal koddig en sta er wat grappen over te maken. Als wij met acht man langs de soldaat willen, leggen we uit dat we bij elkaar horen. We vertellen wie we zijn, met welke organisatie we hebben gereisd en dat we een kist naar Madrid willen halen. We tonen onze paspoorten. De soldaat staat er een beetje schaapachtig bij. Dan worden Hans en ik meegenomen. De andere 6 mogen door naar de rij van Iberia. We moeten onze bagage meenemen en onze soldaat is weinig mededeelzaam wat er met ons gaat gebeuren. We schatten zelf in dat dit een drugs controle is.

We worden naar een achteraf kamertje geleid en daar wordt onze bagage uitgebreid onderzocht. Er worden geen vragen vooraf gesteld; er wordt geen uitleg gegeven. Ze beginnen gewoon. Mijn halve tas gaat open en ze zoeken maar rommelig. Als je het dan toch doet, doe het dan goed. Trek dan niet een halve tas open maar gewoon helemaal. Ik had in mijn slaapzak twee souvenirs verstopt. Een rieten schaal en een mok. De slaapzak diende als protectie. Hartstikke interessant natuurlijk voor zo´n soldaatje. Wat heeft deze potentiële drugs klant toch in deze stinkende slaapzak verstopt? Nadat zowel bij mij als bij Hans niets gevonden is, gaat men verder met het papierwerk. Onze paspoorten worden overgeschreven en er wordt uitgebreid verslag gedaan van onze koffers. Zelfs het merk van mijn rugzak word opgeschreven. Welke idioot heeft deze bureaucratische onzin bedacht? De tassen mogen we even achterlaten en daarna gaan we door de douane heen. Er moet nog een bodyscan gemaakt worden. Onze begeleidende soldaat legt dit uit in zijn beste Venezolaans. Als ik aangeef dat ik hem niet begrijp, legt hij het nog een keer uit. Weer met dezelfde woorden alleen dan sneller uitgesproken. Dat helpt dus niets. Wat hij probeerde te zeggen blijkt achteraf, is dat we niet gefouilleerd worden noch een intern onderzoek krijgen. Maar dat er een scan zal worden gemaakt.

Langzaam gaat de machine van links naar rechts. Ik word langzaam door een grote scanner getrokken en vanachter zijn bureau zit de soldaat te gluren of ik drugs in mijn lichaam heb verstopt. Het grappige is er nu wel vanaf. Tot nog toe was de controle alleen maar tijdrovend. Het wordt nu allemaal wel erg persoonlijk. Gluren in je bagage; metaal detectoren en nu ook nog een bodyscan. Hebben die gasten nog meer vernederende grappen in de aanbieding of blijft het hierbij. Natuurlijk kunnen ze niets vinden. Ik en drugs? Het idee alleen al. In mijn tas hebben ze niets gevonden, dat was eigenlijk het enige waar ik een beetje bang voor was. Er zal eens een idioot zijn die daar wat in zou hebben gestopt. Hoe ga ik dan hier in mijn beste Spaans uitleggen hoe de vork in de steel zit.

De controle duurt uiteindelijk een uur en daarna mogen we weer terug. De soldaat brengt ons niet terug naar de rij voor Iberia maar laat ons ergens halverwege op de luchthaven weer los. We hebben geen enkel bewijs dat we gescand zijn. Tenminste ik niet. Hans heeft nog een ergens een handtekening gezet en een vingerafdruk gemaakt. Hij heeft nog een blauwe duim. Ik niet. Als eerste vluchten we naar buiten. Hans wil roken; ik kan me dat levendig voorstellen. Daarna lopen we weer naar Iberia. We zien weer de soldaten zitten maar onze begeleidende soldaat zit er nu niet bij. Hoe gaan nu uitleggen dat we de drugscontrole al hebben gehad. Hans heeft nog een blauwe duim. Ik leg aan de soldaat dat er samen gecontroleerd zijn. “Ambos controlado; si senor, los dos; Equipaje controlado; yo controlado con maquina”. Ik maak een staande gebaar hoe ik in de bodyscan moest staan. Het maakt kennelijk indruk want na een blik op onze paspoorten laat hij ons door.

En dan denk je dat je het heb gehad. The torture never stops. Eerst bij Iberia een ticket halen; dan een luchthaven belasting betalen. Dan weer een formulier invullen met je paspoort gegevens en dat je vandaag naar huis gaat. Handbagage controle. Schoenen mogen voor de zoveelste keer uit. Ik weet nu waarvoor ik mijn veter-strik-diploma heb gehaald. Dat is handig op luchthavens. En dan nog een paspoort controle. Mijn vlucht gaat over een uur en ik heb twee uur verknoeid met vervelende controles. Ik had eigenlijk op mijn gemak eerst nog wat willen eten en mijn laatste bolivars op willen maken. Dat is nu allemaal gehaast. Na een broodje, twee flesjes water en wat chocolade repen heb ik nog 30 bolivar over. Dat is te weinig voor een Sudoko boekje van 36 bolivar. Dan maar de Playboy kopen; die kost maar 20 bolivar. Ik heb inmiddels ook schijt aan alles gekregen.

Als we de kist instappen, worden we weer gecontroleerd. Ieders handbagage wordt opnieuw onderzocht en iedereen wordt gefouilleerd. Venezuela laat zich vandaag niet van zijn meest vriendelijk kant zien.

donderdag 30 december 2010

Mangrove bossen


Muggen, muggen, muggen, muggen, water, water, modder, modder en weer muggen. We doen een stukje Mangrove bos. Met uitleg van een lokale Warao indiaan uit welke tak zoet drinkwater te halen is en welke noten je kunt eten. Overleven hier is vooral heel veel gedoe. Je hebt er een dagtaak aan om genoeg te drinken te vinden. Een tweede dagtaak om je eten te vinden. En dan heb je nog geen overnachtingsplek gevonden. De Waroa indianen leven in paalwoningen (palafitos) langs de rivieren. Denk niet dat ze boven op een paal wonen maar het zijn geheel houten huisjes die net boven het niveau van de rivier liggen. Ze leven van visvangst en eten insecten. Ze wassen en baden zich in de rivier die ook dient als drinkwater. De huisjes die dicht bij de bewoonde wereld liggen hebben nog electriciteit en kunnen dus wat meer luxe hebben. Naarmate je verder de delta ingaat, hebben ze steeds minder. Ze leven van de natuur en verder niets.

Weer terug naar het Mangrove bos. Er zit een legioen aan muggen die nog nooit hebben gehoord wat Deet betekent. Het is de bedoeling dat je met Deet ingesmeerd niet gestoken word. Het zal deze muggen een zorg zijn. Het zijn lokale muggen en ze hebben schijt aan westerse moderne beschermingsmiddelen. Ik ben in het bos vooral bezig om door de modder te banjeren, muggen van me af te slaan en me staande te houden door te hangen aan de lianen. Ondertussen krijg ik water te drinken uit een liaan. Dolle pret! Ik lig in een deuk van het lachen. Ik ben een echte westerling die zich absoluut geen raad weet in het tropisch regenwoud. Volgens mij heeft de gids evenveel pret.

met een veerpont de rivier over

Tijdens de reisdag naar Ciudad Bolivar steken we de Orinoco over. Geen brug maar een veerboot. Het klinkt simpel. De boot oprijden; even varen en weer eraf. Zoiets zou niet meer dan een kwartier hoeven te kosten. Tenminste in Nederland. Ik heb wel eens de pont over het Amsterdam Rijn kanaal genomen. Daarmee is deze oversteek goed te vergelijken. Ongeveer even ver en er moeten ook grote vrachtwagens meekunnen. Daar varen de veerboten om het kwartier volgens een heus vaarschema. Maar dit is niet Nederland maar Venezuela. En dan gaat het natuurlijk anders. Er is hier een veerschuit zonder motor en een losse duw- en trekboot. De veerschuit word tegen de kade aangedrukt. Er zijn geen kabels die de boot precies naar de aanleg steiger sturen. De duw- en trekboot moet dit klusje klaren. Daarna mogen de autos eraf en mag de nieuwe lading autos en bussen erop. Een grote bus heeft de grootste moeite de veerschuit op te komen. Er worden grote planken onder de wielen gelegd die de verbinding moeten maken tussen de veerschuit en de kade. De bus komt de veerschuit op maar de planken schieten met een luide klap onder zijn wielen weg. Als alles op de boot staat, kunnen we weg. Nu mag de sleepbot weer aan de slag. Het lukt hem niet de veerschuit los te tekken van de kade. Iedereen op de veerschuit staat te kijken hoe de sleepboot zijn werk doet. Iedereen heeft er ook een mening over. De beste stuurlui staan aan wal; die gedachte ongeveer, alleen staan we nu letterlijk op de boot ipv op de wal. Na 5 minuten klooien heeft de sleepboot eindelijk de veerschuit los gekregen. Daarna duwt hij de boot weer naar de overkant. Daar begint het geklooi opnieuw. Armoe troef en geklooi is het. In Nederland is de veerschuit en de sleepboot een geheel; dat is 10 keer handiger. In Nederland is niemand geinteresseerd in de techniek van de boot; we weten wel dat het werkt. In Nederland ben je in een kwartier aan de overkant. Hier doe je er minstens een uur over. En dan alleen als je de eerste keer mee mag. Als het druk is, sta je een paar uur in de rij. Het lijkt de Venezolanen ook niets te kunnen schelen. Haast is geen begrip dat in hun belevingswereld voorkomt. Ze denken er niet bij na. Er lijkt alleen een begrip te bestaan voor reizen. Ze gaan naar familie toe om kerstmis te vieren. En of ze daar nou een dag over 2 dagen over doen, maakt niet uit. Als in Nederland dezelfde Venezolaanse boot zou varen op het Amsterdam Rijn kanaal, zou het om de zoveel tijd in het nieuws komen. Het zou een politieke kwestie zijn. We zouden het oplossen en een echte boot gaan laten varen. Dat hebben we trouwens al gedaan.

Llanos


Een dagje op de Venezolaanse laagvlakte dingen doen die de lokale llaneros ook doen. In een hangmat liggen, bootje varen en piranhas vangen. Plus nog wat toeristische dingen om het een beetje leuk te maken.
We gaan met drie motorbootje de Capanaparu rivier op (probeer dat maar een snel uit te spreken). Vogels spotten en een poging doen om zoetwater dolfijnen te zien. Vogels zien en horen we genoeg maar de dolfijnen lijken vrij te zijn vandaag. Daarna gaan we op piranhas vissen. Ik heb in mijn hele leven nog nooit gevist. Eens moet de eerste keer zijn en waarom dan niet op piranhas. Er wordt een groot stuk vlees in blokjes van 1 cm gesneden dat als aas moeten dienen. Vervolgens een stukje aas aan je haak doen en de lijn uitgooien. Ongeveer 2-3 meter het water in. En dan weer heel snel de lijn uit het water trekken. De piranhas vreten het aas eraf voordat je het in de gaten hebt. Ik vang 2 mini visjes en het merendeel van het aas voer ik aan de piranhas. We vangen met 12 man uiteindelijk ongeveer 25 visjes. Als je kijkt hoeveel aas we hiervoor hebben geinvesteerd is het eigenlijk een schlechte deal geweest. Het vlees leek mij meer waard. 's Avonds eten we de vis op.

Maar voor we dat doen gaan we nog eerst op bezoek bij een echt typisch llaneros familie. Dit is het betere aapjes-kijk-werk. Baobab heeft voor ons een familie weten te traceren waar bij we op het erf fotos mogen nemen. Zij krijgen er geld voor en wij hangen de zich-nergens-voor-schamende westerse toerist uit. Ik vind het eigenlijk onbeschoft en ik ben weer heel snel hun tuin uit. Als er bij mij thuis jappeners fotos komen maken, werk ik ze ook de deur uit. We gaan weer met de jeep terug en die krijgt onderweg panne. Het is inmiddels gaan regenen en onze grote landrover weigert dienst. Even bellen met de ANWB ofzo:
“waar staat u en kunt de pech omschrijven”
“eeeeehhh,...... in Venezuela”
“Mag ik uw pasnummer”
“Oh ja, dat wilde ik nog vragen. Kan ik nu nog lid worden?”
Onze chauffeur pakt een zaklamp en een hamer uit de pickup en doet de motorkap open. Even kijken en ergens een tik tegen geven. Starten maar en hij slaat aan. Kijk, dit is nou reclame voor Toyota. Gewoon nog een auto die je met een hamer en een hele grote schroevendraaier kan repareren.

Henry Pittier


Een wandeling door het nationale park Henry Pittier. Dat klinkt weinig Venezolaans en het was inderdaad een Zwitser naar wie het park vernoemd is. Wandelen hier betekent ook heel veel fotograferen. Er is van alles moois te zien. Vlindertjes, bloemetjes, prachtige vergezichten, watervallen en een riviertje. We passeren het riviertje een paar keer maar een oversteek is niet met droge voeten te maken. Dan maar de schoen uit en en over de glibberende stenen naar de overkant lopen. Schoenen weer aan en door naar de lunchplek. Op de terugweg passeren we weer aan de lastige oversteek van het riviertje. Onze gids merkt nu op dat we beter een andere passage kunnen nemen. Een passage waar we niet over stenen hoeven te lopen maar op zand kunnen lopen. Enig nadeel is dat het een stukje dieper is. Het is bijna een meter diep en zou ga ik mijn broek niet droog houden. Ik besluit om die dan maar uit te trekken en in mijn ondergoed de rivier te passeren. Het merendeel volgt mijn voorbeeld. 15 man/vrouw gaan even uit de kleren. Er is totaal geen gene. Zoiets zou je in het openbaar in Nederland nooit doen. maar nu trekt iedereen zonder mokken zijn broek uit. Aan de overkant gekomen alles weer afdrogen met wat wc-papier. Sokken en schoenen weer aan en vrolijk verder wandelen.

chocola

Vanuit Choroni doen we een toeristische excursie die in menig reclame folder niet zou misstaan. Het lijkt cultureel en idyllisch maar het is voornamelijk decadent. We gaan met een lokaal bootje eerst een stukje varen langs de kust naar een verderop gelegen baai. Daar stappen we netjes uit zonder natte voeten te krijgen terwijl onze bootsman tot zijn middel in het water staat om de boot de goede kant op je sjorren. Daarna staat er een erg lokale taxi klaar ons naar het dorp verderdoor te brengen. Het is vrachtwagentje met open achterkant. Een soort platte kar met een hekwerk op heuphoogte om te voorkomen dat je eruit dondert. We rijden over de enige verharde weg in de omgeving tussen de cacaoplantage door. Als een stel overvoede decadente suffe toeristen staan we onszelf heel erg toeristsch te gedragen. Voor elke poep en scheet die we tegenkomen trekken we onze cameras uit de broekzak en schieten we er driftig op los. Net een stelletje Japanners.

In het dorp krijgen we wat uitleg over de plantage en hoe cacao wordt gemaakt. Cacao bomen staan tussen andere grote bomen omdat ze goed in de schaduw groeien. Het zijn dus geen lange rijen van bomen achter elkaar zoals wij die kennen in de Betuwe. Het is eigenlijk gewoon een bos met extra veel cacao bonen. De vruchten van de cacao bonen zijn eerst groen, dan rood en later geel. Bij geel worden ze geplukt. een vrucht is ongeveer zo groot als 3 grote bananen. De vruchten worden open gesneden en onder bananenbladeren in de zon te drogen gelegd. Dit stinkt! Het vruchtvlees rot namelijk op deze manier weg. Wat je dan overhoudt, zijn de cacao bonen. De bonen worden verder gedroogd en geroosterd. Vervolgens wordt de cacaoboter eruit geperst. De boter wordt verkocht aan de farmaceutische industrie. Dat is commercieel het meest interessant. Wat resteert is 100% cacao. Dit smelt niet; zelfs niet in de hete Venezolaanse zon. Als er weer palmolie of andere olie/boter aan wordt toegevoegd, krijg je de chocola die wij in de supermarkt kunnen kopen.



We lopen terug naar het strand om aldaar een heerlijke lunch te nuttigen van vers gebakken vis en vruchtensap. Op de achtergrond het ruisende geluid van de Atlantische oceaan. Zonnetje erbij en het idylische plaatje is compleet. Ik voel met net een toerist. Dat ben ik trouwens ook.