E150
E150?? Nee, dit gaat niet over een Europees E-nummer voor een conserveermiddel en ook niet over het nieuwste middel op doping gebied. Wat is de E150 dan wel?
E is een grootheid om zowel kwaliteit en kwantiteit van een prestatie te meten in één cijfer. Dat klinkt een beetje wollig. Maar ik zal een poging doen het uit te leggen. In elke tak van sport/wetenschap/kunst zou een E getal kunnen definiëren wat iets zegt over een lange termijn prestatie. Hoe hoger het E getal, hoe vaker en hoe beter de prestatie heeft voorgedaan.
Zo blijft het wollig. Dan maar een voorbeeld. Het E getal voor een wielertoerist is het E aantal tochten van minimaal E kilometer lang. Stel je voor dat ik 10 tochten heb gefietst van 1, 2, 3, 4 ,5, 6, 7, 8, 9 en 10 kilometer lang. Nu is mijn E getal dus 5. Ik heb namelijk 5 tochten gefietst die 5 of meer kilometer lang zijn. Als ik mijn E getal wil verhogen naar 6, dan moet ik er een tocht van minimaal 6 km bij fietsen. Dan heb ik namelijk de reeks: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 6, 7, 8, 9 en 10. Als ik mijn E getal wil verhogen naar 10, dan heb ik niets meer aan alle tochten die korter waren dan 10 km. Ik kan dus zo’n beetje van vooraf aan beginnen. Op het einde van een fiets carrière, kun je dus naar je E getal kijken en dat vergelijken met anderen. Mits die zo gek zijn geweest om al hun tochten bij te houden en net zo’n rare afwijking als ik blijken te hebben.
Behalve voor wielrennen kan ook voor andere sporten een E getal worden bedacht en berekend. Stel bijvoorbeeld het E getal van een voetbalkeeper vast. Een keeper moet de nul houden; dat is zijn prestatie. Zo lang en zo vaak mogelijk de nul houden. Het E getal zou dan kunnen zijn: Het E aantal keer dat een E aantal minuten achter elkaar de nul werd gehouden. Wedstrijdminuten van een vorige pot lopen in dit geval mee met de minuten van een volgende wedstrijden. Een goal in wedstrijd1 in de 70ste minuut en een goal in wedstrijd2 in de 60ste minuut, telt dan als een periode van 80 minuten.
Mijn E getal staat nu op 103. Ik hou een trainingsdagboek bij sinds 2004. Ik zat me laatst af te vragen wat een mooi streefdoel is. Welke E getal is leuk om te halen? Beetje suf natuurlijk maar dat is het hele idee achter sport. Suffe doelen bedenken, lang trainen en dan wel of niet slagen. Het tijdverdrijf van de Westerse mens die Alles al heeft en niet weet wat die met zijn verworven vrijheden aan moet. Ik vind E150 een mooi streven. Maar dan moet er nog heel veel gebeuren. Ik heb nu namelijk pas 19 tochten van boven de 150 staan. Ik moet er dus nog 131! Alle huidige geregistreerde tochten van onder 150 km zijn voor dit doel namelijk waardeloos. Maar als ik de komende 10 jaar elk jaar een tiental 150 km tochten doe, dan haal ik het makkelijk. En dat is niet onrealistisch. Daarnaast schuilt in dit streven een handig extra trainingsdoel. Als ik ga trainen voor de Maratona van volgend jaar, kan ik net zo goed een paar extra 150 km er tegenaan gooien. Zo vang ik 2 vliegen in een klap. Ik kom dichter het E150 doel en als training voor de Maratona is het ook goed.
Groeten van een fiets junkie! Verder gaat het wel goed met me.
zaterdag 16 oktober 2010
zaterdag 25 september 2010
Fotoverslag rondje Markermeer
Het Beginbos

Door het Kromsloterpark

Over de Diemerzeedijk

Ijburg weer uit

Durgerdam

Markermeer

linksaf

Dijk en lucht

Klassiek boerderij

Over de Enkhuizerdijk weer terug

Door het Kromsloterpark

Over de Diemerzeedijk

Ijburg weer uit

Durgerdam

Markermeer

linksaf

Dijk en lucht

Klassiek boerderij

Over de Enkhuizerdijk weer terug
zaterdag 18 september 2010
1 euro
Geen cyclo, niet klooien met een Garmin maar gewoon koers op Sloten
Er zitten maar liefst 4 premiespurts in de koers vandaag. Ik vind premies leuk. Sprinten voor de eindoverwinning, daar ben ik niet echt sterk in maar een paar premies meepikken lukt me vaak wel. In de eerste sprint zit ik veel te vroeg op kop en word ik makkelijk eruit gereden door 6 andere renners. Jammer, straks nog eens proberen. Ten minste als ik dan nog leef want na deze sprint is het bal. Net als ik zit uit te puffen van het sprintje gaat de snelheid fors de hoogte in. Er wordt nu gewoon tussen de 45 en 50m kmh gereden en het hele peloton valt in stukken uiteen. Groepjes van 3 tot 6 renners doen allemaal hun uiterste best om bij te blijven. Er wordt volle bak gekoerst en ik heb de grootste moeite om bij te blijven. Het is ieder voor zich en god voor ons allen en maar hopen dat ze vooraan ook een keer moe worden. Tot die tijd is het gewoon pijnlijden. Groepen renners smelten niet samen maar vallen eerder uiteen. Een groep van 10 renners rijdt voluit om bij de groep voor hen te komen. Op een bepaald punt ken renner 5 het tempo niet volgen en laat een gaatje vallen. Renners 6 tot en met 10 hopen allemaal dat de renner in kwestie het gaatje dicht rijdt. Maar dat lukt hem niet en gaatje wordt alleen maar groter. Gevolg weer een breuk en nog kleinere groepjes. Na ongeveer 10 km is het peloton weer compleet. Pfffffff,…………. hehe eindelijk even rust. Er zijn in deze hectiek de nodige renners afgewaaid maar dat besef ik pas 5 rondes later als ik geloste renners met een ronde achterstand weer zie aansluiten. De tweede premiesprint brengt een einde aan het harde koersen. De rest van de koers wordt niet meer zo idioot hard gereden. Er zijn ook geen serieuze uitloop pogingen meer. In de derde premiespurt zie ik eindelijk bij de prijzen. Ik word derde omdat ik op de meet in extremis door 2 renners word geklopt. De vierde premiespurt laat ik lopen en tijdens de eindsprint zit ik weer niet goed van voren. Sprinten is een ding. Zorgen dat je in de laatste kilometer goed vooraan zit is een andere kunst. Ik beheers dat voor geen meter.
De prijs vandaag is één euro; echt waar, een luizige euro. Het kan gewoon niet kleiner. Ik heb ook wel eens 3 euro gewonnen door derde te worden. Het is dat ik kan zeggen dat ik prijs heb gereden. Maar eigenlijk zou ik me schamen als ik dat zou zeggen. Over de vorm van vandaag was ik niet helemaal tevreden. Ik rij makkelijk uit, kan meesprinten in premiesprints en ik kan gaten dicht rijden. Dat klinkt allemaal goed. Toch had ik er de grootste moeite mee. Het is al weer een tijdje terug dat ik mijn pols zo hoog moest opjagen. Ik was, denk ik, even vergeten hoe onprettig dat voelt.
Er zitten maar liefst 4 premiespurts in de koers vandaag. Ik vind premies leuk. Sprinten voor de eindoverwinning, daar ben ik niet echt sterk in maar een paar premies meepikken lukt me vaak wel. In de eerste sprint zit ik veel te vroeg op kop en word ik makkelijk eruit gereden door 6 andere renners. Jammer, straks nog eens proberen. Ten minste als ik dan nog leef want na deze sprint is het bal. Net als ik zit uit te puffen van het sprintje gaat de snelheid fors de hoogte in. Er wordt nu gewoon tussen de 45 en 50m kmh gereden en het hele peloton valt in stukken uiteen. Groepjes van 3 tot 6 renners doen allemaal hun uiterste best om bij te blijven. Er wordt volle bak gekoerst en ik heb de grootste moeite om bij te blijven. Het is ieder voor zich en god voor ons allen en maar hopen dat ze vooraan ook een keer moe worden. Tot die tijd is het gewoon pijnlijden. Groepen renners smelten niet samen maar vallen eerder uiteen. Een groep van 10 renners rijdt voluit om bij de groep voor hen te komen. Op een bepaald punt ken renner 5 het tempo niet volgen en laat een gaatje vallen. Renners 6 tot en met 10 hopen allemaal dat de renner in kwestie het gaatje dicht rijdt. Maar dat lukt hem niet en gaatje wordt alleen maar groter. Gevolg weer een breuk en nog kleinere groepjes. Na ongeveer 10 km is het peloton weer compleet. Pfffffff,…………. hehe eindelijk even rust. Er zijn in deze hectiek de nodige renners afgewaaid maar dat besef ik pas 5 rondes later als ik geloste renners met een ronde achterstand weer zie aansluiten. De tweede premiesprint brengt een einde aan het harde koersen. De rest van de koers wordt niet meer zo idioot hard gereden. Er zijn ook geen serieuze uitloop pogingen meer. In de derde premiespurt zie ik eindelijk bij de prijzen. Ik word derde omdat ik op de meet in extremis door 2 renners word geklopt. De vierde premiespurt laat ik lopen en tijdens de eindsprint zit ik weer niet goed van voren. Sprinten is een ding. Zorgen dat je in de laatste kilometer goed vooraan zit is een andere kunst. Ik beheers dat voor geen meter.
De prijs vandaag is één euro; echt waar, een luizige euro. Het kan gewoon niet kleiner. Ik heb ook wel eens 3 euro gewonnen door derde te worden. Het is dat ik kan zeggen dat ik prijs heb gereden. Maar eigenlijk zou ik me schamen als ik dat zou zeggen. Over de vorm van vandaag was ik niet helemaal tevreden. Ik rij makkelijk uit, kan meesprinten in premiesprints en ik kan gaten dicht rijden. Dat klinkt allemaal goed. Toch had ik er de grootste moeite mee. Het is al weer een tijdje terug dat ik mijn pols zo hoog moest opjagen. Ik was, denk ik, even vergeten hoe onprettig dat voelt.
zaterdag 11 september 2010
De Garmin, het vervolg.
Ik rij 45 aan het uur om de hond van me af te schudden en tussendoor moet ik ook nog op het display kijken om de route te bepalen. Ik pleit voor een nekschot voor deze hond.
De Garmin, het vervolg.
Dit weekend wederom een poging om de Garmin iets nuttigs te laten doen. Ik heb de fietskaart van Garmin aan de kant geschoven en heb nu een topografische kaart geladen. Die eerste kaart, speciaal voor fietsers, bleek gewoon een draak van een ding. Maar een kwart van de fietspaden in Nederland stonden er op en dan ook nog een de verkeerde. Vooral veel klinkerwegen en onverharde wegen. Precies waar je als racefietser niet wil komen. Ik heb inmiddels ontdekt dat Garmin een specifiek ding, namelijk navigeren, heel erg slecht kan. Beetje jammer. Net als een bakker die zijn financiele administratie goed op orde heeft, aardig is tegen zijn personeel en een mooie ingerichte winkel heeft. Alleen jammer dat zijn brood zo rottig smaakt. Garmin kan wel navigeren maar niet naar meer dan 2 plaatsen tegelijk. Dat klinkt logisch maar dat is niet. Garmin is een van de weinige speeltjes waarmee je niet alleen van A naar B kan navigeren maar ook van A naar B, C, D, E en weer terug naar A kan navigeren. Tenminste, dat is wat de verkopers zeggen. De praktijk is natuurlijk heel anders.
Les 1: Geloof nooit verkoop praatjes, ook al klinken ze aanlokkelijk.
Ik plan vooraf een route via Eemnes, Soest, Utrecht en via de Vecht en Abcoude weer naar huis. Ik laad de route als route en als track in de Garmin. Hier zit namelijk een verschil in. Een route bestaat uit de punten A, B, C, D en E. Tijdens het rijden navigeert het speeltje je langs deze punten. Een track is een berekende route op kaart die onveranderd blijft. Als je van een route afwijkt, word je terug gestuurd naar de route en wordt als het ware de route opnieuw berekend. Een track is een vast lijn van punten die je moet volgen. Als je er van afwijkt, word je niet er naar toe terug geleid. Tot zover de theorie. De aandachtige lezer zal intussen hebben begrepen dat het allemaal anders werkt in de praktijk.
Les 2: gebruik altijd een track en nooit een route.
Als je ergens op een route verkeerd rijdt, gaat Garmin opnieuw voor je rekenen. En dat is nou net hetgene wat dat ding niet kan. Weer die bakker en zijn brood verhaal. Ik schakel halverwege het rondje over van route naar track. Nadat ik alle wegen in Soest had gezien, was mijn vertouwen in de rekenkunsten van het speeltje verdwenen. Iets buiten Utrecht passeer ik een vrouw die 4 honden uitlaat. Allemaal niet aangelijnd en allemaal grote jongens. Een sint Bernard, 2 Lassie honden en een Herder. Twee honden blijven netjes rechts lopen op het smalle fietspad. Een Lassie hond besluit om over te steken. Dan maar even remmen. De Herder is de meest irritant hond. Hij begint als een gek te grommen en te blaffen. Ik scheld terug. Als ik de vrouw passeer, werp ik haar nog toe ¨Hou die beesten eens bij je ofzo¨. Ik fiets door en hoor nu op de achtergrond ¨Niet doen!¨. Ik kijk achterom en ik zie dat de Herder een spint heeft ingezet om bij te halen. Ik zet aan ga harder rijden; mij houdt die toch niet bij. Ik rij 45 aan het uur om de hond van me af te schudden en tussendoor moet ik ook nog op het display kijken om de route te bepalen. Ik pleit voor een nekschot voor deze hond. Bij een T splitsing moet ik inhouden om de bocht te nemen. Fikkie loopt hierdoor weer op me in. Hij kan door het gras. Na de bocht geeft die zich echter gewonnen.
De Garmin, het vervolg.
Dit weekend wederom een poging om de Garmin iets nuttigs te laten doen. Ik heb de fietskaart van Garmin aan de kant geschoven en heb nu een topografische kaart geladen. Die eerste kaart, speciaal voor fietsers, bleek gewoon een draak van een ding. Maar een kwart van de fietspaden in Nederland stonden er op en dan ook nog een de verkeerde. Vooral veel klinkerwegen en onverharde wegen. Precies waar je als racefietser niet wil komen. Ik heb inmiddels ontdekt dat Garmin een specifiek ding, namelijk navigeren, heel erg slecht kan. Beetje jammer. Net als een bakker die zijn financiele administratie goed op orde heeft, aardig is tegen zijn personeel en een mooie ingerichte winkel heeft. Alleen jammer dat zijn brood zo rottig smaakt. Garmin kan wel navigeren maar niet naar meer dan 2 plaatsen tegelijk. Dat klinkt logisch maar dat is niet. Garmin is een van de weinige speeltjes waarmee je niet alleen van A naar B kan navigeren maar ook van A naar B, C, D, E en weer terug naar A kan navigeren. Tenminste, dat is wat de verkopers zeggen. De praktijk is natuurlijk heel anders.
Les 1: Geloof nooit verkoop praatjes, ook al klinken ze aanlokkelijk.
Ik plan vooraf een route via Eemnes, Soest, Utrecht en via de Vecht en Abcoude weer naar huis. Ik laad de route als route en als track in de Garmin. Hier zit namelijk een verschil in. Een route bestaat uit de punten A, B, C, D en E. Tijdens het rijden navigeert het speeltje je langs deze punten. Een track is een berekende route op kaart die onveranderd blijft. Als je van een route afwijkt, word je terug gestuurd naar de route en wordt als het ware de route opnieuw berekend. Een track is een vast lijn van punten die je moet volgen. Als je er van afwijkt, word je niet er naar toe terug geleid. Tot zover de theorie. De aandachtige lezer zal intussen hebben begrepen dat het allemaal anders werkt in de praktijk.
Les 2: gebruik altijd een track en nooit een route.
Als je ergens op een route verkeerd rijdt, gaat Garmin opnieuw voor je rekenen. En dat is nou net hetgene wat dat ding niet kan. Weer die bakker en zijn brood verhaal. Ik schakel halverwege het rondje over van route naar track. Nadat ik alle wegen in Soest had gezien, was mijn vertouwen in de rekenkunsten van het speeltje verdwenen. Iets buiten Utrecht passeer ik een vrouw die 4 honden uitlaat. Allemaal niet aangelijnd en allemaal grote jongens. Een sint Bernard, 2 Lassie honden en een Herder. Twee honden blijven netjes rechts lopen op het smalle fietspad. Een Lassie hond besluit om over te steken. Dan maar even remmen. De Herder is de meest irritant hond. Hij begint als een gek te grommen en te blaffen. Ik scheld terug. Als ik de vrouw passeer, werp ik haar nog toe ¨Hou die beesten eens bij je ofzo¨. Ik fiets door en hoor nu op de achtergrond ¨Niet doen!¨. Ik kijk achterom en ik zie dat de Herder een spint heeft ingezet om bij te halen. Ik zet aan ga harder rijden; mij houdt die toch niet bij. Ik rij 45 aan het uur om de hond van me af te schudden en tussendoor moet ik ook nog op het display kijken om de route te bepalen. Ik pleit voor een nekschot voor deze hond. Bij een T splitsing moet ik inhouden om de bocht te nemen. Fikkie loopt hierdoor weer op me in. Hij kan door het gras. Na de bocht geeft die zich echter gewonnen.
zondag 5 september 2010
Lang leve Luxemburg!
Planning en maandenlange training vooraf is er dit weekend niet bij. Het wordt mooi weer dit weekend en ik heb niet zo’n zin om weer te gaan fietsen. Er is genoeg te doen te doen, echter. Er is de Lubberding Classic, de Charly Gaul cyclo en de Würth classic. Of gewoon koersen op Sloten en trainen in de polder. Dit weekend doe ik wat anders. Ik heb zin in motorrijden en dit zin-in-hebben borrelt donderdagavond op. Ik besluit om een tas met spullen in te pakken en vrijdags na mijn werk naar zusje te rijden. Dan zaterdag door naar België en zondag weer naar huis. Ik heb toiletspullen, schone kleding en een paspoort ingepakt. Meer voorbereiding lijkt me niet nodig. Motor voltanken en richting Zuiden scheuren. Het is allemaal zo simpel. Ergens na Luik de snelweg af draaien en leuke weggetjes uitzoeken. Ik heb opnieuw de Garmin meegenomen. Hij heeft zijn geld nog steeds niet waargemaakt. Maar ik ben de beroerdste niet en hij mag het nu eens als motor navigator gaan proberen. Ik heb er tenslotte 240 euro voor betaald en dan blijf ik natuurlijk net zolang zoeken totdat ik er nut voor gevonden heb.
België bleek een hele slechte keuze.
Alles is er mis. Fietsend had ik al ontdekt dat de wegen niet geweldig zijn maar als motorrijder wil je hier gewoon NIET zijn. Echt alles aan het Belgische wegennet deugt niet. Ten eerste staan er gewoon teveel huizen en rijden er teveel andere mensen rond. Er steken om de haverklap voetgangers over of je struikelt er over de fietsers. Geen enkele weg is netjes geasfalteerd. Er zitten heel veel kuilen en bulten in de weg. Grote gaten in het asfalt; veel grind op de weg; mislukte halve reparaties. En nog veel meer dat niet deugt. Om nog maar te zwijgen over de kasseien.
Ik stuur al heel snel richting Luxemburg. Alles wat België niet heeft, heeft Luxemburg wel. Overal en bedoel ik ook echt overal ligt NIEUW ZWART STRAK EGAAL ASFALT!!!! Er zijn geen huizen, geen mensen op de weg, geen voetgangers en geen fietsers. Het is een achtbaan van bochten waar je nagenoeg helemaal alleen doorheen rijdt. In de nabij gelegen Duitse Eifel geldt eenzelfde verhaal. Ik ga nooit meer naar België om te koersen of te motorrijden. Dit is een soort openbaring van geluk. De Charly Gaul cyclo wordt dit weekend in Luxemburg georganiseerd. Als ik volgend jaar een najaarscyclo ga rijden, dan is het deze. De Velomediane kan me even gestolen worden.
Ik slaap in Hotel International in Klier.
De kamer is klein en het sanitair schoon. Niets spannend om over te melden. Het ontbijt echter wel. Dit zijn de ontbijt buffetten waarvoor je nog een keer terug gaat naar een hotel. Overdaad is het enige goede woord dat de lading dekt. Er zijn gebakken eieren op bestelling te krijgen, evenals pannenkoeken. Er zijn ook nog gekookte eieren en roerbak eieren. Een zeer grote hoeveelheid brood. Zoete broodjes, croissantjes, taart. Alles soorten vlees en kaas. Zelfgemaakte jam; vers fruit; yoghurt, kwark en cruesli. En dan vergeet ik vast nog iets. Als klap op de vuurpijl is er ook nog champagne voor de liefhebber. Want zeg nou zelf, “een ontbijtje zonder champagne, dat kan toch gewoon niet!”. Ik heb de rest van de dag nauwelijks nog iets gegeten. Ik ging met een beetje een vol gevoel uit de ontbijtzaal weg.
Volgend week weer gewoon fietsen.
België bleek een hele slechte keuze.
Alles is er mis. Fietsend had ik al ontdekt dat de wegen niet geweldig zijn maar als motorrijder wil je hier gewoon NIET zijn. Echt alles aan het Belgische wegennet deugt niet. Ten eerste staan er gewoon teveel huizen en rijden er teveel andere mensen rond. Er steken om de haverklap voetgangers over of je struikelt er over de fietsers. Geen enkele weg is netjes geasfalteerd. Er zitten heel veel kuilen en bulten in de weg. Grote gaten in het asfalt; veel grind op de weg; mislukte halve reparaties. En nog veel meer dat niet deugt. Om nog maar te zwijgen over de kasseien. Ik stuur al heel snel richting Luxemburg. Alles wat België niet heeft, heeft Luxemburg wel. Overal en bedoel ik ook echt overal ligt NIEUW ZWART STRAK EGAAL ASFALT!!!! Er zijn geen huizen, geen mensen op de weg, geen voetgangers en geen fietsers. Het is een achtbaan van bochten waar je nagenoeg helemaal alleen doorheen rijdt. In de nabij gelegen Duitse Eifel geldt eenzelfde verhaal. Ik ga nooit meer naar België om te koersen of te motorrijden. Dit is een soort openbaring van geluk. De Charly Gaul cyclo wordt dit weekend in Luxemburg georganiseerd. Als ik volgend jaar een najaarscyclo ga rijden, dan is het deze. De Velomediane kan me even gestolen worden.
Ik slaap in Hotel International in Klier.
De kamer is klein en het sanitair schoon. Niets spannend om over te melden. Het ontbijt echter wel. Dit zijn de ontbijt buffetten waarvoor je nog een keer terug gaat naar een hotel. Overdaad is het enige goede woord dat de lading dekt. Er zijn gebakken eieren op bestelling te krijgen, evenals pannenkoeken. Er zijn ook nog gekookte eieren en roerbak eieren. Een zeer grote hoeveelheid brood. Zoete broodjes, croissantjes, taart. Alles soorten vlees en kaas. Zelfgemaakte jam; vers fruit; yoghurt, kwark en cruesli. En dan vergeet ik vast nog iets. Als klap op de vuurpijl is er ook nog champagne voor de liefhebber. Want zeg nou zelf, “een ontbijtje zonder champagne, dat kan toch gewoon niet!”. Ik heb de rest van de dag nauwelijks nog iets gegeten. Ik ging met een beetje een vol gevoel uit de ontbijtzaal weg.Volgend week weer gewoon fietsen.
zondag 29 augustus 2010
principes zijn niet handig
Het laatste echte fietsdoel voor dit jaar is de Velomediane-Claude-de-Criquelion. Een cyclo in de Belgische Ardennen over 170 km en 3300 hoogtemeters. Doel is goud rijden natuurlijk en deze keer is dat moeilijker dan ooit tevoren. Goud rijden in een Franse cyclo is niet zo heel moeilijk. De Fransen leggen de maatstaven niet zo hoog. De Belgen echter wel. Vorige week reed ik goud in de Magnifique des Ardennes. De Velomediane is echter 20 km langer, telt 800 hoogtemeters meer en telt ook eens meer hoogtemeters per gereden kilometer. Het gemiddelde dat hier nodig is voor goud is echter hoger dan de cyclo van vorig weekend. Dat wordt dus fors pijnlijden. Ik schrijf me begin Juli in en stuur ook nog een mail aan al mijn fietsende collega’s. Wie mee wil, gaat mee en wie niet mee wil niet. Een beetje die gedachte. De respons is overweldigend. Geen zin, bezig met verhuizing, vakantie, mag niet van de vrouw tot en met smoes 34 uit het grote smoezenboek. Het zal toch niet aan mij liggen dat ze niet mee willen? Beetje onder het mom van: “Ja, ik wil eigenlijk wel, maar als Rob meegaat, dan hoeft het niet zo.” Het zag er dus naar uit dat ik samen met al mijn vrienden aan de start zou staan. Moederziel alleen dus.
Gelukkig is er ook nog zoiets als internet.
Op het Fiets forum zie ik een oproep staan van een renner die net als ik op zoek is naar wat medestanders voor deelname aan de Velomediane. Ik reageer hierop en samen met nog een forum renner staan we dus met drie man aan de start. Alexander is de initiatief nemer en speelt chauffeur. Norbert en ik zijn de passagiers. We rijden in een knots van een gezinsauto met drie fietsen in de kofferbak op vrijdag naar Champlon, een gehucht ten zuiden van La Roche. Alle hotels in La Roche zaten vol en Norbert had nog een plek kunnen regelen in een jeugdherberg. Dat is duidelijk wat anders dan een hotel. Hier komt wat meer zelfwerk bij kijken. We mogen onze eigen bedden opmaken en ook onze eigen afwas doen na afloop van het avondeten. We vragen speciaal om pasta aan de kok ipv de aardappelkroketten. We krijgen een pan pasta voorgeschoteld waar je U tegen mag zeggen. Aan koolhydraten geen gebrek.
De start is zaterdag om 9h00 in La Roche en Ardennes. Een pittoresk en zeer toeristisch dorpje waar een rivier doorheen stroomt en ergens een kasteel op een bult staat.
We sluiten niet extreem vroeg in ons startvak aan en zo sta ik eigenlijk te ver van achteren. Het eerste startvak telt 500 renners en daar sta ik niet in en daarna is nog maar een grote startvak. Dit is niet handig want nu moet ik maar hopen dat ik een handige groep terecht kom. In het begin gewoon furieus hard doorfietsen en hopen dat ik wat verder vooraan in een handige groep terecht kom. Liefst wat renners met ongeveer hetzelfde klim tempo en die mee willen rijden op kop. Dat lukt dus de hele dag niet! Om gek van te worden. In elke klim trekt het uit elkaar. Op elk semivlak stuk zitten er pannenkoeken mee die niet willen rijden. Daarnaast gaat het ook niet goed met mezelf. Ik voel me de hele dag klote. Mijn sportdrank smaakt me niet; mijn maag speelt op; de benen hebben af en toe de neiging om in de kramp te schieten. Het stuk tussen km en 60 en 110 is het enige stuk waar ik me sterk voel. In het begin had ik last van mijn maag en de laatste 20 km wilde er helemaal niets meer uit de benen komen. Mijn rug deed pijn en mijn lichaam staat op de stand van algehele malaise. Op de laatste lange côte zit ik te mopperen op van alles en nog wat. “Kom nou maar op met die top, ik geloof het onderhand wel.”
Ergens rond de 100 km zit ik eindelijk een redelijk groepje. Met drie man rijden we goed rond en onderweg pikken we nog 2 renners op. Een van de opgepikte renners weigert kopwerk; ook lekker sociaal. Daarna zie ik hem een energie reep in zijn mond steken en hij gooit de verpakking de berm in. Mateloos irritant volk is dit. Ik tik hem op zijn trui en spreek hem aan.
“Zeg, zou je niet eens terug rijden om het op te gaan rapen? Ik bedoel, dit kan toch gewoon niet. Je kunt niet zomaar rommel in de berm gooien.”
“Gaat gij nou door met blijven zagen?”.
Ik moet hem drie keer vragen het te herhalen om hem uiteindelijk te kunnen verstaan. Behalve dat hij niet kan fietsen, komt hij ook niet verder dan plat Vlaams praten.
“Ja, werp ik terug. Zolang jij rommel in de berm mikt, ga ik er wat van zeggen.”
“Maar iedereen gooit dat spul toch gewoon weg?”
“Nee niet iedereen. En jij wel! Ik vind het niet kunnen wat jij doet. Je behoort de natuur gewoon niet te vervuilen. Punt uit!”
De sfeer in het groepje is direct tot het nulpunt gedaald. Een renner in een TNO tenue komt nu naast me rijden en hij vindt dat het ook niet kan. Hij kijkt ook even naar mijn Garmin voor op mijn stuur en wijst daarna op zijn lege houder. Hij vertelt dat hij vandaag zijn Garmin is kwijtgeraakt doordat deze uit de houder is gestuiterd. Hij heeft nog gezocht in de berm maar heeft met speeltje niet terug vinden. Hetzelfde euvel is mijn vorige week ook overkomen. Zelfde model, zelfde houder. Ik kon het ding gelukkig wel terugvinden en had hem vandaag met een extra tie-wrap vast gezet. Het wordt tijd voor een boze brief aan Garmin. Ze leveren gewoon troep en dat kan niet voor het geld dat ze ervoor vragen.
De laatste 10 km gaan vals plat omlaag. Ik word nog ingehaald door een groep renners die de afdaling vol naar beneden knallen. Ik sluit aan en met snelheden van 55 tot 60 kmh rijden we naar La Roche toe. Ik finish in 5h51. Goed voor P408 in het algemeen klassement en ook goed genoeg voor Goud. Ik heb er deze keer wel mijn leeftijdsbonus voor moeten gebruiken. Goud voor mijn leeftijdscategorie was 6h05. Als je jonger bent dat 30 moet je 5h50 halen. Ik vind die ouderdomsbonus eigenlijk maar onzin maar vandaag gooi ik dat principe maar even overboord.
Gelukkig is er ook nog zoiets als internet.
Op het Fiets forum zie ik een oproep staan van een renner die net als ik op zoek is naar wat medestanders voor deelname aan de Velomediane. Ik reageer hierop en samen met nog een forum renner staan we dus met drie man aan de start. Alexander is de initiatief nemer en speelt chauffeur. Norbert en ik zijn de passagiers. We rijden in een knots van een gezinsauto met drie fietsen in de kofferbak op vrijdag naar Champlon, een gehucht ten zuiden van La Roche. Alle hotels in La Roche zaten vol en Norbert had nog een plek kunnen regelen in een jeugdherberg. Dat is duidelijk wat anders dan een hotel. Hier komt wat meer zelfwerk bij kijken. We mogen onze eigen bedden opmaken en ook onze eigen afwas doen na afloop van het avondeten. We vragen speciaal om pasta aan de kok ipv de aardappelkroketten. We krijgen een pan pasta voorgeschoteld waar je U tegen mag zeggen. Aan koolhydraten geen gebrek.De start is zaterdag om 9h00 in La Roche en Ardennes. Een pittoresk en zeer toeristisch dorpje waar een rivier doorheen stroomt en ergens een kasteel op een bult staat.
We sluiten niet extreem vroeg in ons startvak aan en zo sta ik eigenlijk te ver van achteren. Het eerste startvak telt 500 renners en daar sta ik niet in en daarna is nog maar een grote startvak. Dit is niet handig want nu moet ik maar hopen dat ik een handige groep terecht kom. In het begin gewoon furieus hard doorfietsen en hopen dat ik wat verder vooraan in een handige groep terecht kom. Liefst wat renners met ongeveer hetzelfde klim tempo en die mee willen rijden op kop. Dat lukt dus de hele dag niet! Om gek van te worden. In elke klim trekt het uit elkaar. Op elk semivlak stuk zitten er pannenkoeken mee die niet willen rijden. Daarnaast gaat het ook niet goed met mezelf. Ik voel me de hele dag klote. Mijn sportdrank smaakt me niet; mijn maag speelt op; de benen hebben af en toe de neiging om in de kramp te schieten. Het stuk tussen km en 60 en 110 is het enige stuk waar ik me sterk voel. In het begin had ik last van mijn maag en de laatste 20 km wilde er helemaal niets meer uit de benen komen. Mijn rug deed pijn en mijn lichaam staat op de stand van algehele malaise. Op de laatste lange côte zit ik te mopperen op van alles en nog wat. “Kom nou maar op met die top, ik geloof het onderhand wel.”Ergens rond de 100 km zit ik eindelijk een redelijk groepje. Met drie man rijden we goed rond en onderweg pikken we nog 2 renners op. Een van de opgepikte renners weigert kopwerk; ook lekker sociaal. Daarna zie ik hem een energie reep in zijn mond steken en hij gooit de verpakking de berm in. Mateloos irritant volk is dit. Ik tik hem op zijn trui en spreek hem aan.
“Zeg, zou je niet eens terug rijden om het op te gaan rapen? Ik bedoel, dit kan toch gewoon niet. Je kunt niet zomaar rommel in de berm gooien.”
“Gaat gij nou door met blijven zagen?”.
Ik moet hem drie keer vragen het te herhalen om hem uiteindelijk te kunnen verstaan. Behalve dat hij niet kan fietsen, komt hij ook niet verder dan plat Vlaams praten.
“Ja, werp ik terug. Zolang jij rommel in de berm mikt, ga ik er wat van zeggen.”
“Maar iedereen gooit dat spul toch gewoon weg?”
“Nee niet iedereen. En jij wel! Ik vind het niet kunnen wat jij doet. Je behoort de natuur gewoon niet te vervuilen. Punt uit!”
De sfeer in het groepje is direct tot het nulpunt gedaald. Een renner in een TNO tenue komt nu naast me rijden en hij vindt dat het ook niet kan. Hij kijkt ook even naar mijn Garmin voor op mijn stuur en wijst daarna op zijn lege houder. Hij vertelt dat hij vandaag zijn Garmin is kwijtgeraakt doordat deze uit de houder is gestuiterd. Hij heeft nog gezocht in de berm maar heeft met speeltje niet terug vinden. Hetzelfde euvel is mijn vorige week ook overkomen. Zelfde model, zelfde houder. Ik kon het ding gelukkig wel terugvinden en had hem vandaag met een extra tie-wrap vast gezet. Het wordt tijd voor een boze brief aan Garmin. Ze leveren gewoon troep en dat kan niet voor het geld dat ze ervoor vragen.
De laatste 10 km gaan vals plat omlaag. Ik word nog ingehaald door een groep renners die de afdaling vol naar beneden knallen. Ik sluit aan en met snelheden van 55 tot 60 kmh rijden we naar La Roche toe. Ik finish in 5h51. Goed voor P408 in het algemeen klassement en ook goed genoeg voor Goud. Ik heb er deze keer wel mijn leeftijdsbonus voor moeten gebruiken. Goud voor mijn leeftijdscategorie was 6h05. Als je jonger bent dat 30 moet je 5h50 halen. Ik vind die ouderdomsbonus eigenlijk maar onzin maar vandaag gooi ik dat principe maar even overboord.
zondag 22 augustus 2010
Top 50, iets wat me nooit eerder is gelukt....
Een weekendje België en net doen alsof ik een echte renner ben. Dat is zo’n beetje het kenmerk van dit weekend. In het Waalse Bouillon, vlakbij de Franse grens, wordt dit weekend de Magnifique des Ardennes georganiseerd. Het is een nieuwe cyclo over 150 km en 2500 hoogte meters. Ik heb deze zomer goed getraind voor de Velomediane en nu ik toch in vorm ben, kan ik deze er net zo goed bij doen. Ik reserveer een hotel en schrijf me een week van te voren in. Ik krijg startnummer 79 toebedeeld en mag zelfs in het bevoorrechte startvak starten. Ik vermoed dat ze een schrijnend gebrek aan deelnemers hebben want mijn tijden in voorgaande cyclos zijn niet dusdanig indrukwekkend om mij deze bevoorrechte positie te geven. Uiteindelijk staan er maar 124 man aan het vertrek. Desondanks wordt er gewoon schofterig hard gereden.
Als ik vrijdags naar Belgie rij, valt me een ding specifiek op. Het vooroordeel van oude mannen in Volvo’s is gewoon waar. Het stuk snelweg is hier grotendeels driebaans. In elke Volvo die ik tegenkom zit een oude man en ik heb er niet een kunnen betrappen op kundig rij gedrag. Het zijn allemaal midden baan klevers met 100 kmh. Het kan ze niet schelen of er rechts ruimte is, of als er nog langzamer verkeer voor hun rijdt. Ook als ze rechts worden ingehaald door een grijze Golf met een Nederlandse plaat, geven ze geen sjoege en blijven gewoon stug doorgaan met middenbaan kleven. Het enige wat je ze niet kan verwijten is dat hun knipperlicht nooit gebruiken.
Als ik een gewone toerist zou zijn die gewone toeristische dingen zou doen, dan zou Bouillon nog niet eens zo’n hele slechte plek zijn om toerist te spelen. Er is een mooi fort boven op een berg. Er kabbelt een riviertje door het stadje waar waterfietsen worden verhuurd. Er kan mooi gewandeld worden in de omgeving en er zijn genoeg hotels, campings en lekker restaurantjes te vinden. Eigenlijk allemaal best de moeite waard en zonde om de omgeving niet te verkennen. Maar ik ben hier maar een dag en was om te fietsen.
De start is zaterdag ochtend op een schappelijk tijstip van 9:00. Dat is weer eens wat anders dan die Franse cyclos die voor dag en dauw van start gaan. De start van L3B was om 7:15 en dan zit je dus om 5: 15 aan je ontbijt. Nu kan ik gewoon op een redelijk tijdstip opstaan, om 7h00 ontbijten en naar de start rijden. Van grote drukte zoals bij andere cyclos is hier dus geen sprake. Er staan een stuk of 100 geparkeerde auto op het terrein van de lokale FC en dat is het dan. Het is een kleine groep die vandaag start, maar er staan geen kneuzen aan de start. Iedereen kan hier fietsen en er wordt vanaf km 1 direct fors doorgereden. Het eerste stuk is een lang stuk vals plat van 3 %. Er wordt hier gewoon 35 kmh gereden door de voorste groep. Al na 5 km moet ik lossen. Er zijn nu ongeveer 40 man weg en de rest ligt eraf. Ik sluit me aan bij 3 andere renners die je dan het “net-niet” groepje zou kunnen noemen. Ik hou het even op de tweede groep; dat klinkt beter. De groep van 4 renners groeit in de eerste 15 km tot ongeveer 20 man. Vanuit de achtergrond is er aansluiting gekomen en met 20 man rijden we een kilometer of 70 samen. De groep renners is aan elkaar gewaagd. Dat is goed te zien als ik op kop van de groep een helling op rij. Mijn pols staat op 180 en veel harder kan ik niet. Als ik achterom kijk zie ik 20 renners in mijn wiel hangen. Ze kunnen ook niet harder en ze lossen ook niet. Pas na 90 km breekt de groep in 2 tweeën. 9 man rijden los op een langere klim en de rest ligt eraf. Ik zit van voren mee en ik blij dat we in iedere geval een renner hebben gelost. Het betreft een man van minimaal boven de 50 die onhandig op kop zat te klooien. Hij reedt constant in 2de of 3de positie. Als de renner op kop aangaf dat er moest overgenomen, ging die een beetje schaapachtig naar het gras zitten te kijken. Als ik voor de 5de keer van kop af kom en hem het kunstje weer zag flikken, ben ik hem net zolang blijven aankijken dat hij toch op kop kwam. Ik roep hem nog na: “hehe Pietje Puk heeft het door!”.
Wat is de prijs van pijnlijden? Nog meer pijnlijden.
Dat is de reden om te koersen. Dit is niet in woorden te vatten. Dit is niet uit te leggen en toch is het waar. Op het moment dat de groep zo hard rijd, dat ik nauwelijks meer kan volgen en ik kramp in mijn benen voel komen, is er maar een remedie. Doorgaan! Doorgaan mijn pijnlijden. Want als ik volhoud, kan ik bij de groep blijven. Zodat ik later nog meer kan pijnlijden. Het is koers en ik wil zo lang mogelijk van voren rijden. Dan maar pijnlijden en zien waar het schip strand.
Het schip strand bij de côte de Saty na 115 km. Het duurt een kilometer en we staan daarna 140 hoger; 14% dus. Na de Saty is er een bevoorrading. Als ik stil sta, schiet er spontaan kramp in mijn rechterknie. Been overstrekken, bidons laten afvullen met sportdrank en doorgaan. Als mijn benen bewegen, kan de kramp eruit. De Saty heeft ervoor gezorgd dat de groep van negen is uiteen gevallen in een groepje van 4, een eenling en nog een groepje van 4. Ik ben de eenling. Nu maar gewoon hard door fietsen kijken hoeveelste ik ga worden. Na 5h08m sta ik weer in Bouillon; goed voor 29 kmh gemiddeld en P47 in het algemeen klassement. Ofwel mijn eerste top 50 klassering in een heuse cyclo. Als ik er nu nog even 1000 extra deelnemers bij bedenk, dan lijkt deze uitslag best goed.
Nu ik dit verslag schrijf (zondag), doen mijn benen pijn. Een trap oprennen is er even niet bij. Toch een mooi souvenir van een weekendje koersen.
Als ik vrijdags naar Belgie rij, valt me een ding specifiek op. Het vooroordeel van oude mannen in Volvo’s is gewoon waar. Het stuk snelweg is hier grotendeels driebaans. In elke Volvo die ik tegenkom zit een oude man en ik heb er niet een kunnen betrappen op kundig rij gedrag. Het zijn allemaal midden baan klevers met 100 kmh. Het kan ze niet schelen of er rechts ruimte is, of als er nog langzamer verkeer voor hun rijdt. Ook als ze rechts worden ingehaald door een grijze Golf met een Nederlandse plaat, geven ze geen sjoege en blijven gewoon stug doorgaan met middenbaan kleven. Het enige wat je ze niet kan verwijten is dat hun knipperlicht nooit gebruiken.
Als ik een gewone toerist zou zijn die gewone toeristische dingen zou doen, dan zou Bouillon nog niet eens zo’n hele slechte plek zijn om toerist te spelen. Er is een mooi fort boven op een berg. Er kabbelt een riviertje door het stadje waar waterfietsen worden verhuurd. Er kan mooi gewandeld worden in de omgeving en er zijn genoeg hotels, campings en lekker restaurantjes te vinden. Eigenlijk allemaal best de moeite waard en zonde om de omgeving niet te verkennen. Maar ik ben hier maar een dag en was om te fietsen.
De start is zaterdag ochtend op een schappelijk tijstip van 9:00. Dat is weer eens wat anders dan die Franse cyclos die voor dag en dauw van start gaan. De start van L3B was om 7:15 en dan zit je dus om 5: 15 aan je ontbijt. Nu kan ik gewoon op een redelijk tijdstip opstaan, om 7h00 ontbijten en naar de start rijden. Van grote drukte zoals bij andere cyclos is hier dus geen sprake. Er staan een stuk of 100 geparkeerde auto op het terrein van de lokale FC en dat is het dan. Het is een kleine groep die vandaag start, maar er staan geen kneuzen aan de start. Iedereen kan hier fietsen en er wordt vanaf km 1 direct fors doorgereden. Het eerste stuk is een lang stuk vals plat van 3 %. Er wordt hier gewoon 35 kmh gereden door de voorste groep. Al na 5 km moet ik lossen. Er zijn nu ongeveer 40 man weg en de rest ligt eraf. Ik sluit me aan bij 3 andere renners die je dan het “net-niet” groepje zou kunnen noemen. Ik hou het even op de tweede groep; dat klinkt beter. De groep van 4 renners groeit in de eerste 15 km tot ongeveer 20 man. Vanuit de achtergrond is er aansluiting gekomen en met 20 man rijden we een kilometer of 70 samen. De groep renners is aan elkaar gewaagd. Dat is goed te zien als ik op kop van de groep een helling op rij. Mijn pols staat op 180 en veel harder kan ik niet. Als ik achterom kijk zie ik 20 renners in mijn wiel hangen. Ze kunnen ook niet harder en ze lossen ook niet. Pas na 90 km breekt de groep in 2 tweeën. 9 man rijden los op een langere klim en de rest ligt eraf. Ik zit van voren mee en ik blij dat we in iedere geval een renner hebben gelost. Het betreft een man van minimaal boven de 50 die onhandig op kop zat te klooien. Hij reedt constant in 2de of 3de positie. Als de renner op kop aangaf dat er moest overgenomen, ging die een beetje schaapachtig naar het gras zitten te kijken. Als ik voor de 5de keer van kop af kom en hem het kunstje weer zag flikken, ben ik hem net zolang blijven aankijken dat hij toch op kop kwam. Ik roep hem nog na: “hehe Pietje Puk heeft het door!”.
Wat is de prijs van pijnlijden? Nog meer pijnlijden.
Dat is de reden om te koersen. Dit is niet in woorden te vatten. Dit is niet uit te leggen en toch is het waar. Op het moment dat de groep zo hard rijd, dat ik nauwelijks meer kan volgen en ik kramp in mijn benen voel komen, is er maar een remedie. Doorgaan! Doorgaan mijn pijnlijden. Want als ik volhoud, kan ik bij de groep blijven. Zodat ik later nog meer kan pijnlijden. Het is koers en ik wil zo lang mogelijk van voren rijden. Dan maar pijnlijden en zien waar het schip strand.
Het schip strand bij de côte de Saty na 115 km. Het duurt een kilometer en we staan daarna 140 hoger; 14% dus. Na de Saty is er een bevoorrading. Als ik stil sta, schiet er spontaan kramp in mijn rechterknie. Been overstrekken, bidons laten afvullen met sportdrank en doorgaan. Als mijn benen bewegen, kan de kramp eruit. De Saty heeft ervoor gezorgd dat de groep van negen is uiteen gevallen in een groepje van 4, een eenling en nog een groepje van 4. Ik ben de eenling. Nu maar gewoon hard door fietsen kijken hoeveelste ik ga worden. Na 5h08m sta ik weer in Bouillon; goed voor 29 kmh gemiddeld en P47 in het algemeen klassement. Ofwel mijn eerste top 50 klassering in een heuse cyclo. Als ik er nu nog even 1000 extra deelnemers bij bedenk, dan lijkt deze uitslag best goed.
Nu ik dit verslag schrijf (zondag), doen mijn benen pijn. Een trap oprennen is er even niet bij. Toch een mooi souvenir van een weekendje koersen.
Abonneren op:
Posts (Atom)