vrijdag 17 juni 2011

Gran Fondo Eddy Merckx

Leuk, een verslag over een cyclo. Wat is er nu leuker om te schrijven over een cyclo. Heroische wedstrijden over klassiek wielerparkoers. Het snot voor de ogen rijden, steile hellingen omhoog beuken en en-groupe op het vlakke tempo maken. Ik heb me inschreven voor de Gran Fondo Eddy Merckx. Een cyclo over 175 km vanuit Huy met de finish op de muur van Huy. Daar tussenin liggen de nodige hellingen in de Waalse Ardennen. En dit is niet zomaar een cyclo. Je kan je hier kwalificeren voor de UCI World Cycling Tour. Een heus kampioenschap voor cyclorijders. Niet dat ik dat ga halen maar het klinkt wel aardig. Er zullen zo’n duizend man morgen vroeg in de straten van Huy klaar staan om direct de eerste bult op te gaan knallen. Ik heb me goed voorbereid. Deze week weinig getraind en goed gerust en ik heb een hotel geregeld zodat ik om mijn gemak ’s morgens naar de start kan rijden. Maar de cyclo is morgen en waarom schrijf ik daar nu dan al over? Meestal schrijf ik pas achteraf een verslag.

Het is vrijdagochtend en ik zit naar de weersverwachtingen te kijken voor de Vlaamse Ardennen. Ik heb dat de hele week al gedaan en elke keer alk ik keek, voorspelden ze kommer en kwel. Alle sites waren het er over eens. Het wordt hondenweer aanstaande zaterdag. En daar komt geen verandering in. Ook nu is de verwachting nog steeds niets. Ik had stiekem gehoopt dat de sites er naast zouden zitten en dat de voorspellingen beter zouden worden maar niets is minder waar. Weeronline geeft een 1 als weercijfer voor morgen. Ze verwachten felle buien, langdurige regen, harde wind, rukwinden en 12 graden. Meteo België heeft het over zeer instabiele lucht en laat alleen maar donderwolkjes op de kaart zien. De Europese buienradar laat zien dat het morgen in heel België gaat regenen.

Ik kijk naar buiten en de zon schijnt. Het is lekker warm zo achter glas. Rechts van me staat mijn nieuwe fiets in de woonkamer te wachten op zijn eerste ritje. Ik kijk ook nog even na de voorspelling van vandaag in Nederland. Droog, half bewolkt en 16 graden. Ik kijk nog een keer naar de weersvoorspelling in Huy. En dan denk ik,……

Het is goed met ze in Huy. Ze kunnen die cyclo ook wel zonder mij af. Ik cancel mijn hotel. Uitschrijven voor de cyclo gaat niet; die kosten ben ik kwijt. Ik pak mijn wielerspullen en ga op pad met de nieuwe fiets. Fietsen moet namelijk wel leuk blijven. Na 153 km ben ik weer terug. Met de straffe Zuid-Wester wind was het vandaag ook een goede training. Niet zo goed misschien als een totaal verkleumde cyclo van 175 km. Maar daar had ik dan ook bijzonder weinig zin in.

woensdag 15 juni 2011

de nieuwe fiets













Een Rose Pro-Sl met:
Shimano 105 triple groep
Easton EA 70 wielen
Ritchey stuur/stuurpen en zadelpen
Fizik zadel

En dat allemaal voor nog geen 8,8 kg. Beetje raar eigenlijk. Het is een prachtige beginnersfiets maar ik ben allesbehalve een beginner. Ik wilde wel graag een reserve fiets hebben naast de Stevens SCF carbon racer. En de oude Giant was nu echt op. Dan maar een nieuw speeltje kopen. En ik ben er blij mee:)

vrijdag 10 juni 2011

Alpe d’HuZes

Ik zat gisteren te kijken naar de uitzending op Nederland1 over de Alpe d’HuZes. Een actie om geld in te zamelen voor de strijd tegen kanker. Op zich een nobel streven. Maar de manier waarop dit in beeld werd gebracht, was gewoon tenenkrommend. Het was de aller-goedkoopste EMO-TV die je kan inbeelden. Gewoon te erg om te aanschouwen. Na 5 minuten had ik het al gehad. Elke deelnemer die in beeld kwam, brak na 30 seconden in tranen uit. Iedereen had óf kanker gehad óf een familielid verloren aan de ziekte. Echt trieste verhalen. Hetgeen wat hen overkomen is, gun je je ergste vijand niet. Maar waarom moet je mij daarmee lastig vallen? Er zijn al genoeg trieste verhalen in deze wereld. Tragische verkeersongelukken, echtscheidingen, mislukte carrières, een arsenaal aan enge ziektes of ander hartverscheurend leed. Kanker is een enge ziekte die we nog steeds niet goed kunnen genezen en mensen gaan er aan dood. Ja, dat is triest maar dat wisten we al. Herman Finkers had leukemie en hebben we ooit zijn verhaal gehoord? Nee, hij koos ervoor om dat verhaal privé te houden. En na het zien van de alpe d’HuZes uitzending kan ik die houding nog meer bewonderen.

Er is iets mis de laatste tijd met geld inzamel acties voor goede doelen. Vroeger gaven we gewoon geld aan een collectant of doneerden we af en toe wat via een accept giro. Tegenwoordig kan dat gewoon niet meer. Er moet een actie aan verbonden zijn anders geven we geen geld meer. Iemand moet de Sahara doorkruisen per kameel, een fietstocht naar India maken, het kanaal overzwemmen of ander langdurig, liefst sportief leed ondergaan. Pas als dat gebeurt, lijken we pas weer geld te gaan geven. Waarom toch al die poeha om aandacht te trekken? Wat is er mis met gewoon geld geven? Goede doelen zijn goed. Daarom heten ze ook Goede doelen. Als een doel niet goed zou, dan zouden we een andere naam gebruiken; belasting of zo. Als je een beetje geld over hebt (en de meesten van ons hebben dat) en je hebt een beetje verantwoordelijkheidsbesef (dat hebben helaas wat minder mensen), dan doneer je bij tijd en wijlen een bijdrage. Het is zo simpel als dat.

Maar,….. een goed doel is namelijk niet alleen maar een goed doel. Een goed doel is ook nog iets meer. Eigenlijk is geven aan een goed doel als een moderne aflaat in de Westerse samenleving. In de Middeleeuwen gaf je nog je geld aan de kerk om van je zonden af te zijn. En als je geen geld had, ging je blootsvoets op bedevaart naar Santiago. Of Ommel als je minder goed tegen de blaren kon. Geld geven aan een goed doel doe je niet alleen voor het goede doel. Het is nog steeds je schuldgevoel afkopen. En voor sommigen zelfs een beetje pronken. Kijk mij eens hard werken om geld in te zamelen voor een goed doel. Kijk mij eens mijn best doen om arme kindertjes in Afrika naar school te kunnen laten gaan. En kijk mij eens de Alpe d’Huez opzwoegen om geld in te zamelen.

Ik fiets voor mijn eigen plezier over hoge bergen. Ik rij drie de Ventoux omhoog binnen een dag om een fles Cava te verdienen middels een weddenschap. Ik fiets mijn longen uit mijn lijf in de Italiaanse Dolomieten om te bewijzen dat beter kan fietsen dan andere wielrenners. En ik heb daar nog lol in ook. Ik verbind daar ook geen goede doelen aan; ik gireer af en toe wel wat. En niemand hoeft te weten waar aan en hoeveel.

zaterdag 4 juni 2011

Prijs is prijs

Ik moet vandaag vorm hebben. Ik wil gewoon vorm hebben. Het moet toch een keer komen. Niets is zo leuk als vorm hebben. Eigenlijk is vorm hebben niets anders dan beter zijn dan de rest en dus kunnen winnen. En winnen is leuk. Ik heb een goede trainingsweek in de Cevennen achter de rug en daarna heb ik nog een kort herstel ritje gedaan en afgelopen donderdag heb ik er een duurtraining van 5 uur langs het Markermeer tegenaan gegooid. Als het nu nog niet goed zit, dan weet ik het ook niet meer. Tenminste,…..

Ik heb dan hoogstwaarschijnlijk wel vorm. Maar wat voor soort vorm precies? Vorm om lange klimmen met 6% makkelijk te verteren. Vorm om lange ritten van meer dan 100 km makkelijk uit te rijden. En dat zijn nu net de dingen waar ik vandaag geen klap aan heb. Wil ik op Sloten prijs rijden en dat is toch zeer nadrukkelijk het doel van vandaag, dan moet ik juist andere dingen kunnen. Meer iets in de trant van anderhalf hard kunnen fietsen. Pieksnelheden van 50+ makkelijk kunnen verteren en een kilometer lang 55-60 in het uur rijden. Sprinten op de 12. Van dat soort dingen. Vaardigheden waar ik nooit op train. Dus toch weer twijfel. Altijd maar weer twijfel. Wat zou het toch handig zijn als je van te voren zeker wist dat je de koers ging winnen. Dat zou zoveel rust scheppen. Wat zou het toch handig zijn als Andy Schleck nu al krijgt te horen, dat hij de tour gaat winnen. Gewoon 3 weken lang sterven op je fiets en dat is het gedaan. Dat maakt de inspanning ook veel meer de moeite waard. Ik kan dan wel een beetje fietsen. Piekeren en twijfelen kan ik nog veel beter.

Er zit vandaag maar een premiespurt in de koers. Nogal weinig eigenlijk. Dat zijn juist de prijzen die ik het makkelijkst bijeen sprokkel. En bij de premiespurt doe ik ook nagenoeg alles goed. Ik zit goed mee vooraan, ik kan tot de op de meet goed blijven meesprinten en ik voel mijn benen nauwelijks. Helaas, kom ik niet verder dan P4 en er zijn maar drie premies. En dan? Wachten op de peloton spurt? Proberen te ontsnappen? Eerst maar eens even in de buik van het peloton uitrusten. Terwijl ik ergens achteraan bungel, wordt een tweede premiespurt aangekondigd. Lekker handig. Als ze dat vooraf eens hadden gemeld, dan was ik meer vooraan blijven hangen. Nu zit ik helemaal verkeerd. Ik doe nog wel een halfslachtige poging om vooraan te komen maar dat is meer voor de vorm dan dat het iets voorstelt. Zo’n beetje langzaam naar voren wringen zonder teveel in de wind te komen. Dat lukt niet binnen een ronde. Met nog 500 meter te gaan, zit ik ergens op P20. Zinloos om nog mijn best te doen. Dan maar gokken op de eindsprint. En daar ben ik doorgaans niet zo goed in. Met nog 3 rondes te gaan, rijden er 3 man weg. Ze pakken een heel klein beetje voorsprong. Meer dan 300 meter rijden ze niet voor het peloton uit. Mijn inschatting is dat er wel een aantal fanatiekelingen zijn de ze gaan halen. Met drie man drie rondes wegblijven van een jagend peloton is weinige gegeven. Maar het peloton komt niet op gang en de drie blijven steeds maar in zicht. Ik gok op een snelle laatste ronde waarin we ze alsnog pakken. Dat gebeurt niet. Wonder boven wonder blijven ze weg en wij mogen spurten voor P4 en verder. En ik doe zelfs dingen goed tijdens de sprint. In de voorlaatste ronde schuif ik naar voren en ik blijf constant voorin rijden. Heel even kopwerk doen en verder ergens rondom plek 10 blijven hangen. Dat kost kracht, beetje handig sturen en goed opletten. Op het eind raak ik alsnog ingesloten en bij het bruggetje zit weer iets te ver van achteren. Dan maar even door de wind heen naar voren rijden. Tijdens de sprint voelen de benen goed. Ik kan tot op de meet blijven doorsprinten. Niet goed genoeg om de peloton spurt te winnen maar ik rij wel een pak volk naar huis. Uiteindelijk eindig ik op P11. Nog net genoeg voor een beetje prijzengeld. Doel geslaagd. OK, het was maar 2 euro. Maar prijs is prijs.

vrijdag 3 juni 2011

the Big Bang Theory

Ik werd laatst door familie geattendeerd op de TV serie “the Big Bang Theory” die dagelijks door Veronica wordt geprogrammeerd. Volgens het familielid in kwestie zou ik sprekend op de hoofdrolspeler lijken. Ik had wel eens een flits van de serie gezien omdat Top Gear er op vrijdags direct na wordt uitgezonden. Ik kon me eigenlijk alleen herinneren dat de serie typisch Amerikaans was. Meer niet. Ik zou op Sheldon lijken omdat ik net zo mager was, kortgeknipt haar had en met dezelfde houding door het leven sjokte. Verder werd hij gekenmerkt door super slim te zijn. Adrem reageerde ik met “Dat heb ik dan weer net niet”. Verder blijkt Sheldon weinig emotie te tonen noch emoties van andere te bergrijpen. En of ik dat nu als compliment moest aanpakken. Toch maar eens kijken dan,..

The Big Bang Theory is alles wat je mag verwachten van een Amerikaanse sitcom. Alles is duidelijk en overzichtelijk. Een stuk of 6 acteurs met allemaal hun zeer uitgesproken karaktertrekken. Meer dan 6 wordt te onoverzichtelijk en meer diepgang in de karakters kost teveel tijd en geld. Deze formule werkt. Miljoenen Amerikanen kijken naar dit soort sitcoms en de industrie verdient er dik geld. Never change a winning concept. Zoiets dus. De cast bestaat uit een Indier die in alle vooroordelen die we van Indiers hebben sprekend op een Indier lijkt. De moeder van Sheldon heeft het beste met haar kind voor maar iedereen zou zich diep schamen voor haar gedrag. Er doet een bloedmooie meid mee waar elke man het een beetje testosteron spontaan verliefd op moet worden. En Sheldon is de hoofspersoon. Ik heb het nu een keer gezien. Slecht is het niet, flauw zeker, vermakelijk ook een beetje. Echt goed en deze serie blijf ik zeker volgen, dat dan weer zeker niet. Een keer is wel genoeg.

En lijk ik op Sheldon? Nee, nou ja, misschien een beetje. Sheldon is een soort over gedramatiseerde wizzkid die nul emotie begrijpt of toont. Zo erg is het bij mij nu ook weer niet. Wat Sheldon mee heeft is zijn zijn enthousiasme voor de wetenschap en zijn gave om met niemand ruzie te krijgen. Hij doet de dingen die hij belangrijk vind maakt zich weinig druk om zijn omgeving. Hij is vriendelijk tegen iedereen en is niet voor niets de hoofdpersoon uit de serie. Als je al jezelf met iemand uit de serie zou willen vereenzelvigen, dan moet het wel Sheldon zijn. Wie wil er nu niet mega briljant slim zijn, een paar grappige vrienden hebben en een bloedmooie aardige vrijgezelle buurvrouw? Misschien dat ook elke vrouw spontaan op Sheldon verliefd zou worden. Helaas voor hen, Sheldon zou ze niet begrijpen....

zaterdag 28 mei 2011

Trainingskamp in de Cevennen

Verslag van een weekje trainen in de Cevennen

zaterdag 21 mei
Heel lang autorijden. 's Morgens om 7h19 vertrokken; 's avonds om half 8 gearriveerd. Ik wil een gemiddelde van 100 kmh halen, inclusiefs pauzes. Een soort suffe top Gear achtige weddenschap. Ik moet vandaag 1180 km dwars door Frankrijk rijden en daar past dit soort onzin wel bij. Ik zit me suf te rekenen onderweg. Op de snelweg win ik tijd; met rusten en files in Parijs verlies ik tijd. Als ik de A75 afdraai heb ik nog 29 min tijd over die ik kan opsouperen op de 100 km op B-wegen die ik nog moet afleggen. Het regent dat het giet en ik moet goed opletten. Doorrijden gaat makkelijk, er is weinig verkeer, maar veel grip heb ik niet. Met nog 5 minuten aan tijd over arriveer ik in saint Frezal de Vantalon. Ik kan alleen de chambre d'Hôte niet vinden. Die tijd die ik daarmee verknal, tel ik maar even niet mee. Een bordje zou geholpen hebben. Om het gemiddelde te halen moet ik dus veel laten. Overal 130 rijden, 2 keer een pauze van 20 minuten en op de 100 km aan B-wegen niet trutten maar stevig doorgassen.



zondag 22 mei
Ik doe vandaag een makkelijk rondje volgens Erwin. Hij is de eigenaar van de chambre d’Hôte en tevens fietsgek. Hij blijkt een klimgeit die zijn ambitie als prof heeft misgelopen. Mijn Polar staat de hele dag in het rood en dat terwijl Erwin rustig naast me rijd en de oren van mijn kop lult. De lange autorit van gisteren zit me dan ook overduidelijk dwars. Dat is mijn excuus voor vandaag. De cijfers van dit rondje geven geen reden om trots te zijn op de vorm. 107 km met 24,9 kmh gemiddeld, 1700 hoogtemeters en een gemiddeld pols van 155.

maandag 23 mei
We gaan vooruit. Lang geslapen en goed wakker geworden. De pols geeft 52 aan wat absoluut niet laag is. Schrikbarend hoog echter ook niet. Ik voel mijn benen maar ze kunnen nog wel een dagje bikkelen aan. Ik kan Erwin nog wel volgen vandaag, gok ik zo. Ik volg zelfs makkelijker dan gisteren, blijkt halverwege het rondje. Mijn pols hoeft niet meer naar de 180 om een rustige peddelende en kletsende Erwin bij te houden. Erwin zit op de 160 en ik schommel tussen de 165 en de 168. Morgen rij ik hem eraf! Nou ja, dat is makkelijk praten. Hij moet morgen gewoon werken en ik ga verder met trainen.

Hoe leg ik dit uit aan een buitenstaander? Welke halve gek neemt een week vrij, gaat naar Zuid-Frankrijk om een weekje te trainen? Dan moet je toch half prof zijn op zijn minst. Zoiets verwacht je niet van een middelmatige cyclo rijder die gewoon een baan heeft en zelden prijs rijdt. Een week fietsen; elke dag minstens 100 km en een slordige 2000 hoogtemeters per dag. En dat dan vakantie willen noemen. En dat allemaal ook nog eens voor weddenschap voor een fles single malt. Niet eens de moeite eigenlijk. Ik denk dat ik het gewoon leuk vind om een doel te hebben. Moeilijk genoeg en wellicht ook haalbaar. 6 uur als eindtijd voor de Maratona. Wie verzint die onzin? Roland, dus. Wie trapt erin? Ik dus.



Dinsdag 24 mei 2011
Rondje mont Aigoual. In totaal 126 km en 1800 hoogtemeters. Heel erg warm vandaag. Bovenop de berg was het goed te doen. Maar het laatste stukje door de gorges de Tarn was pufheet. Ik drink me suf en een deel van de bidons gaat over mijn hoofd heen. Als ik niet oppas, houd ik er vandaag een zonnesteek aan over. De vorm groeit een beetje; het gaat makkelijker en zelfs de pols was laag deze ochtend. Het klimmen gaat redelijk, zelfs op de steile stukken gaat de pols nog makkelijk naar D3 en dat voelt niet idioot vervelend. Ik kom op het laatste stukje klim van de Aigoal twee Amerikanen tegen. Ze komen uit California en daar zijn natuurlijk geen bergen. Ze rijden op de Aigoual omdat ze het boek “de renner” van Tim Krabbé gelezen en daarom rijden ze nu hier. Ik blijf het wonderlijk vinden. Wanneer gaat mij zoiets lukken? Welke Amerikaan gaat mijn blog lezen en daarom in Europa cols bedwingen? Die status heb ik nog lang niet en ik vraag me af of dat ooit gaat komen.

Ik heb gisteren nog de details van saint Frezal de Ventalon te horen gekregen. Het mini mini dorpje telt 160 inwoners. Er is een burgemeester, twee raadsleden en een 8 man sterke gemeenteraad. Zoiets kan alleen in Frankrijk. Daar zou je in Nederland mee moeten komen aanzetten. We zouden schande spreken van zoveel management overhead. En direct de boel herindelen. Wij houden van orde. Fransen van sociaal contact.

Woensdag, 25 mei 2011
De rit van vandaag staat in het teken van de col d'Uglas. Deze col is bekend bij wielrenners als de trainingscol van Tim Krabbé. Geen tour etappe deed de col ooit aan. Geen enkele belangrijke wedstrijd eindigt op deze klim. Volgers van Sporza kennen de col niet. De Alpe d'Huez kent iedereen. Wielrenner of niet. De Alpe zit vaak in de tour en er winnen Nederlanders. Wie kent de col d'Uglas? Alleen renners, tenminste al ze de wielerverhalen van Tim Krabbé hebben gelezen. In de tijd dat Krabbé wedstrijden reed in Frankrijk gebruikte hij de col als trainingscol. Hoe harder hij omhoog reed, hoe beter was zijn vorm. Daar is de col ook ideaal voor voor. 5,5 kilometer klimmen met 6%. De col loopt gelijkmatig omhoog en is nergens echt steil. Het is een omhoog ram col; de hartslag naar de 180 en volhouden maar.

En nu ik hier toch ben, is er geen ontkomen aan. Ik moet mezelf testen op deze col. Hoe snel ben ik en stelt die tijd iets voor? De voorbereiding is knudde. Drie dagen hard trainen en geen rustdag nemen is verre van ideaal. Daarnaast is het weer pufheet vandaag. Typisch wielrenners gedrag is dit. Eerst de excuses opschrijven en dan pas een tijd gaan noemen. Mijn teller blijft staan na 17 min en 10 seconden. Ik kan me niets van de col herinneren. Het gebied hier is prachtig en de col d'Uglas vast ook. Ik heb er echter niets van gezien. Ik heb niet om me heen gekeken en alleen maar naar de weg gekeken. Ik had alleen oog voor mijn hartslag meter en de kilometer teller. Rammen, rammen, rammen en kilometers aftellen. De pols op de 180 houden en door bikkelen. Op de top heb ik een kwartier staan uithijgen.



Donderdag, 26 mei 2011
De ronde van de Graniet. De Graniet is een kleine franse cyclo die de renners over de mont Lozère voert en over de col du Pré de la Dame. De lange route van de Graniet doet zelfs 2 keer de Pré de la Dame aan. Ik heb vandaag weer gezelschap van Erwin. Hij is aan het trainen voor Alpe d'huZes; iedereen zo zijn afwijking cq fietsdoel. Hij heeft vandaag weer vrij gekregen van zijn vriendin en mag fietsen. We doen de Graniet in tegengestelde richting. Uit en thuis is het rondje 139 km en telt 2900 hoogtemeters. Geen kinderachtig tochtje dus. Het laatste stuk van de col de Finiels is prut wegdek. Er is teer gestrooid en steentjes maar het is nog niet vast gereden. Onze banden worden een grote troep. Het teer plakt overal aan en de steentjes kletteren als hagel steentje tegen de fiets. Mijn mooie witte fiets zit onder de troep en we vrezen allebei de aanstaande afdaling. Plakkende steentje op een stel dunne wielerbandje zijn vaak een garantie voor lek rijden. In de afdaling die we gewoon op volle snelheid rijden, gebeurt echter niets. Pas als ik beneden sta, herinner ik me weer dat de kans op lek rijden groter was dan normaal. Al dalende ben ik daar geen seconde bij blijven stilstaan. Als ik afdaal, denk ik nooit meer na over alle mogelijke gevaren. Misschien is dat maar goed ook. Angst is een slechte raadgever.



vrijdag, 27 mei 2011
Een rustpols van 47 deze ochtend! Waar gaat dit over? Normaal gesproken stijgt een rustpols gedurende een week intensief trainen. Nu gebeurt het tegenovergestelde. Aan mijn beenspieren voel ik echter erg goed dat ik de afgelopen dagen fors getraind heb. Ik hoef ze maar even aan te spannen om te voelen dat die nog lang niet uitgerust zijn.


Het regent deze ochtend en het is flink afgekoeld. Ik maak er maar een rustdag van. Niet dat ik ergens voor hoef te rusten; morgen ga ik toch naar huis. Maar ik heb gewoon geen zin om de benen weer pijn te doen. En dat met de kans om onderweg ook nog een nat pak te halen is genoeg reden om in de tuin een boek te gaan lezen. Als het 's middags opklaart, ga ik nog wel een stuk wandelen. Daar is deze omgeving namelijk ook voor gemaakt.

De zon laat zich 's middags ook weer van zijn aangenaam warme kant zien ik pluk een beschreven wandeling uit het boek van de chambre d'hôte. 3 en half uur wandelen lijkt me wel genoeg. Sommige stukken route beschrijvingen zijn mij niet in een oogopslag duidelijk maar ik loop nergens echt lang verkeerd. Met een kleine eetpauze ben ik na 4 uur weer terug bij de chambre d'hôte. Vanavond nog een lekker eten en dat zit de weekje trainen er weer op. Ik ben wel tevreden over de groeiende vorm.

zaterdag 7 mei 2011

Scheuren op het Circuit van Zandvoort

Er staat een hele rij Porsches te wachten om in gereden te worden. Plus nog een paar snelle Lamborghini’s. Niets voor mij natuurlijk. Ik houd het op een Duitse racer. Een met een volledig carbon frame plus carbon aandrijving. Een 20 speed met aerodynamische wielen, voortgedreven door menselijke oer power.

OK, geen echt gedoe op het circuit van Zandvoort met razendsnelle auto maar gewoon op de wielrenfiets dus. Waarom? Het is vandaag de classico Boretti en die hebben het voor elkaar gekregen om het circuit af te huren zodat wij erop konden fietsen. Voor de liefhebber kon je er ook een tijd neerzetten. Verder is de organisatie nogal knudde maar het circuit is toch een leuk extraatje. Al na een paar bochten, heb ik een briljant idee. Hier moeten gewoon wielren wedstrijden op georganiseerd gaan worden. Het heeft echt alles in zich om leuk op te kunnen koersen. Het is perfect strak asfalt, prachtige lopende bochten en een heerlijk glooiend parkoers. Hier kan verschil worden gemaakt in een koers. Het wielerparkoers op Sloten staat hier maar in schril contrast bij. Daar zit een bruggetje in het parkoers en die brengt nooit een schifting teweeg in het peloton. Zandvoort is gewoon klaar voor de volgende uitdaging. Geen ronkende motoren meer, geen nodeloze benzine verspilling, geen brandend rubber meer. Het is tijd voor koers!!

Nu nog hopen dat op iemand dit blog leest en zo gek is om dit geniale idee in werkelijk om te zetten.