zondag 5 september 2010

Lang leve Luxemburg!

Planning en maandenlange training vooraf is er dit weekend niet bij. Het wordt mooi weer dit weekend en ik heb niet zo’n zin om weer te gaan fietsen. Er is genoeg te doen te doen, echter. Er is de Lubberding Classic, de Charly Gaul cyclo en de Würth classic. Of gewoon koersen op Sloten en trainen in de polder. Dit weekend doe ik wat anders. Ik heb zin in motorrijden en dit zin-in-hebben borrelt donderdagavond op. Ik besluit om een tas met spullen in te pakken en vrijdags na mijn werk naar zusje te rijden. Dan zaterdag door naar België en zondag weer naar huis. Ik heb toiletspullen, schone kleding en een paspoort ingepakt. Meer voorbereiding lijkt me niet nodig. Motor voltanken en richting Zuiden scheuren. Het is allemaal zo simpel. Ergens na Luik de snelweg af draaien en leuke weggetjes uitzoeken. Ik heb opnieuw de Garmin meegenomen. Hij heeft zijn geld nog steeds niet waargemaakt. Maar ik ben de beroerdste niet en hij mag het nu eens als motor navigator gaan proberen. Ik heb er tenslotte 240 euro voor betaald en dan blijf ik natuurlijk net zolang zoeken totdat ik er nut voor gevonden heb.

België bleek een hele slechte keuze. Alles is er mis. Fietsend had ik al ontdekt dat de wegen niet geweldig zijn maar als motorrijder wil je hier gewoon NIET zijn. Echt alles aan het Belgische wegennet deugt niet. Ten eerste staan er gewoon teveel huizen en rijden er teveel andere mensen rond. Er steken om de haverklap voetgangers over of je struikelt er over de fietsers. Geen enkele weg is netjes geasfalteerd. Er zitten heel veel kuilen en bulten in de weg. Grote gaten in het asfalt; veel grind op de weg; mislukte halve reparaties. En nog veel meer dat niet deugt. Om nog maar te zwijgen over de kasseien.

Ik stuur al heel snel richting Luxemburg. Alles wat België niet heeft, heeft Luxemburg wel. Overal en bedoel ik ook echt overal ligt NIEUW ZWART STRAK EGAAL ASFALT!!!! Er zijn geen huizen, geen mensen op de weg, geen voetgangers en geen fietsers. Het is een achtbaan van bochten waar je nagenoeg helemaal alleen doorheen rijdt. In de nabij gelegen Duitse Eifel geldt eenzelfde verhaal. Ik ga nooit meer naar België om te koersen of te motorrijden. Dit is een soort openbaring van geluk. De Charly Gaul cyclo wordt dit weekend in Luxemburg georganiseerd. Als ik volgend jaar een najaarscyclo ga rijden, dan is het deze. De Velomediane kan me even gestolen worden.

Ik slaap in Hotel International in Klier. De kamer is klein en het sanitair schoon. Niets spannend om over te melden. Het ontbijt echter wel. Dit zijn de ontbijt buffetten waarvoor je nog een keer terug gaat naar een hotel. Overdaad is het enige goede woord dat de lading dekt. Er zijn gebakken eieren op bestelling te krijgen, evenals pannenkoeken. Er zijn ook nog gekookte eieren en roerbak eieren. Een zeer grote hoeveelheid brood. Zoete broodjes, croissantjes, taart. Alles soorten vlees en kaas. Zelfgemaakte jam; vers fruit; yoghurt, kwark en cruesli. En dan vergeet ik vast nog iets. Als klap op de vuurpijl is er ook nog champagne voor de liefhebber. Want zeg nou zelf, “een ontbijtje zonder champagne, dat kan toch gewoon niet!”. Ik heb de rest van de dag nauwelijks nog iets gegeten. Ik ging met een beetje een vol gevoel uit de ontbijtzaal weg.

Volgend week weer gewoon fietsen.

zondag 29 augustus 2010

principes zijn niet handig

Het laatste echte fietsdoel voor dit jaar is de Velomediane-Claude-de-Criquelion. Een cyclo in de Belgische Ardennen over 170 km en 3300 hoogtemeters. Doel is goud rijden natuurlijk en deze keer is dat moeilijker dan ooit tevoren. Goud rijden in een Franse cyclo is niet zo heel moeilijk. De Fransen leggen de maatstaven niet zo hoog. De Belgen echter wel. Vorige week reed ik goud in de Magnifique des Ardennes. De Velomediane is echter 20 km langer, telt 800 hoogtemeters meer en telt ook eens meer hoogtemeters per gereden kilometer. Het gemiddelde dat hier nodig is voor goud is echter hoger dan de cyclo van vorig weekend. Dat wordt dus fors pijnlijden. Ik schrijf me begin Juli in en stuur ook nog een mail aan al mijn fietsende collega’s. Wie mee wil, gaat mee en wie niet mee wil niet. Een beetje die gedachte. De respons is overweldigend. Geen zin, bezig met verhuizing, vakantie, mag niet van de vrouw tot en met smoes 34 uit het grote smoezenboek. Het zal toch niet aan mij liggen dat ze niet mee willen? Beetje onder het mom van: “Ja, ik wil eigenlijk wel, maar als Rob meegaat, dan hoeft het niet zo.” Het zag er dus naar uit dat ik samen met al mijn vrienden aan de start zou staan. Moederziel alleen dus.

Gelukkig is er ook nog zoiets als internet. Op het Fiets forum zie ik een oproep staan van een renner die net als ik op zoek is naar wat medestanders voor deelname aan de Velomediane. Ik reageer hierop en samen met nog een forum renner staan we dus met drie man aan de start. Alexander is de initiatief nemer en speelt chauffeur. Norbert en ik zijn de passagiers. We rijden in een knots van een gezinsauto met drie fietsen in de kofferbak op vrijdag naar Champlon, een gehucht ten zuiden van La Roche. Alle hotels in La Roche zaten vol en Norbert had nog een plek kunnen regelen in een jeugdherberg. Dat is duidelijk wat anders dan een hotel. Hier komt wat meer zelfwerk bij kijken. We mogen onze eigen bedden opmaken en ook onze eigen afwas doen na afloop van het avondeten. We vragen speciaal om pasta aan de kok ipv de aardappelkroketten. We krijgen een pan pasta voorgeschoteld waar je U tegen mag zeggen. Aan koolhydraten geen gebrek.

De start is zaterdag om 9h00 in La Roche en Ardennes. Een pittoresk en zeer toeristisch dorpje waar een rivier doorheen stroomt en ergens een kasteel op een bult staat. We sluiten niet extreem vroeg in ons startvak aan en zo sta ik eigenlijk te ver van achteren. Het eerste startvak telt 500 renners en daar sta ik niet in en daarna is nog maar een grote startvak. Dit is niet handig want nu moet ik maar hopen dat ik een handige groep terecht kom. In het begin gewoon furieus hard doorfietsen en hopen dat ik wat verder vooraan in een handige groep terecht kom. Liefst wat renners met ongeveer hetzelfde klim tempo en die mee willen rijden op kop. Dat lukt dus de hele dag niet! Om gek van te worden. In elke klim trekt het uit elkaar. Op elk semivlak stuk zitten er pannenkoeken mee die niet willen rijden. Daarnaast gaat het ook niet goed met mezelf. Ik voel me de hele dag klote. Mijn sportdrank smaakt me niet; mijn maag speelt op; de benen hebben af en toe de neiging om in de kramp te schieten. Het stuk tussen km en 60 en 110 is het enige stuk waar ik me sterk voel. In het begin had ik last van mijn maag en de laatste 20 km wilde er helemaal niets meer uit de benen komen. Mijn rug deed pijn en mijn lichaam staat op de stand van algehele malaise. Op de laatste lange côte zit ik te mopperen op van alles en nog wat. “Kom nou maar op met die top, ik geloof het onderhand wel.”

Ergens rond de 100 km zit ik eindelijk een redelijk groepje. Met drie man rijden we goed rond en onderweg pikken we nog 2 renners op. Een van de opgepikte renners weigert kopwerk; ook lekker sociaal. Daarna zie ik hem een energie reep in zijn mond steken en hij gooit de verpakking de berm in. Mateloos irritant volk is dit. Ik tik hem op zijn trui en spreek hem aan.
“Zeg, zou je niet eens terug rijden om het op te gaan rapen? Ik bedoel, dit kan toch gewoon niet. Je kunt niet zomaar rommel in de berm gooien.”
“Gaat gij nou door met blijven zagen?”.
Ik moet hem drie keer vragen het te herhalen om hem uiteindelijk te kunnen verstaan. Behalve dat hij niet kan fietsen, komt hij ook niet verder dan plat Vlaams praten.
“Ja, werp ik terug. Zolang jij rommel in de berm mikt, ga ik er wat van zeggen.”
“Maar iedereen gooit dat spul toch gewoon weg?”
“Nee niet iedereen. En jij wel! Ik vind het niet kunnen wat jij doet. Je behoort de natuur gewoon niet te vervuilen. Punt uit!”
De sfeer in het groepje is direct tot het nulpunt gedaald. Een renner in een TNO tenue komt nu naast me rijden en hij vindt dat het ook niet kan. Hij kijkt ook even naar mijn Garmin voor op mijn stuur en wijst daarna op zijn lege houder. Hij vertelt dat hij vandaag zijn Garmin is kwijtgeraakt doordat deze uit de houder is gestuiterd. Hij heeft nog gezocht in de berm maar heeft met speeltje niet terug vinden. Hetzelfde euvel is mijn vorige week ook overkomen. Zelfde model, zelfde houder. Ik kon het ding gelukkig wel terugvinden en had hem vandaag met een extra tie-wrap vast gezet. Het wordt tijd voor een boze brief aan Garmin. Ze leveren gewoon troep en dat kan niet voor het geld dat ze ervoor vragen.

De laatste 10 km gaan vals plat omlaag. Ik word nog ingehaald door een groep renners die de afdaling vol naar beneden knallen. Ik sluit aan en met snelheden van 55 tot 60 kmh rijden we naar La Roche toe. Ik finish in 5h51. Goed voor P408 in het algemeen klassement en ook goed genoeg voor Goud. Ik heb er deze keer wel mijn leeftijdsbonus voor moeten gebruiken. Goud voor mijn leeftijdscategorie was 6h05. Als je jonger bent dat 30 moet je 5h50 halen. Ik vind die ouderdomsbonus eigenlijk maar onzin maar vandaag gooi ik dat principe maar even overboord.

zondag 22 augustus 2010

Top 50, iets wat me nooit eerder is gelukt....

Een weekendje België en net doen alsof ik een echte renner ben. Dat is zo’n beetje het kenmerk van dit weekend. In het Waalse Bouillon, vlakbij de Franse grens, wordt dit weekend de Magnifique des Ardennes georganiseerd. Het is een nieuwe cyclo over 150 km en 2500 hoogte meters. Ik heb deze zomer goed getraind voor de Velomediane en nu ik toch in vorm ben, kan ik deze er net zo goed bij doen. Ik reserveer een hotel en schrijf me een week van te voren in. Ik krijg startnummer 79 toebedeeld en mag zelfs in het bevoorrechte startvak starten. Ik vermoed dat ze een schrijnend gebrek aan deelnemers hebben want mijn tijden in voorgaande cyclos zijn niet dusdanig indrukwekkend om mij deze bevoorrechte positie te geven. Uiteindelijk staan er maar 124 man aan het vertrek. Desondanks wordt er gewoon schofterig hard gereden.

Als ik vrijdags naar Belgie rij, valt me een ding specifiek op. Het vooroordeel van oude mannen in Volvo’s is gewoon waar. Het stuk snelweg is hier grotendeels driebaans. In elke Volvo die ik tegenkom zit een oude man en ik heb er niet een kunnen betrappen op kundig rij gedrag. Het zijn allemaal midden baan klevers met 100 kmh. Het kan ze niet schelen of er rechts ruimte is, of als er nog langzamer verkeer voor hun rijdt. Ook als ze rechts worden ingehaald door een grijze Golf met een Nederlandse plaat, geven ze geen sjoege en blijven gewoon stug doorgaan met middenbaan kleven. Het enige wat je ze niet kan verwijten is dat hun knipperlicht nooit gebruiken.

Als ik een gewone toerist zou zijn die gewone toeristische dingen zou doen, dan zou Bouillon nog niet eens zo’n hele slechte plek zijn om toerist te spelen. Er is een mooi fort boven op een berg. Er kabbelt een riviertje door het stadje waar waterfietsen worden verhuurd. Er kan mooi gewandeld worden in de omgeving en er zijn genoeg hotels, campings en lekker restaurantjes te vinden. Eigenlijk allemaal best de moeite waard en zonde om de omgeving niet te verkennen. Maar ik ben hier maar een dag en was om te fietsen.

De start is zaterdag ochtend op een schappelijk tijstip van 9:00. Dat is weer eens wat anders dan die Franse cyclos die voor dag en dauw van start gaan. De start van L3B was om 7:15 en dan zit je dus om 5: 15 aan je ontbijt. Nu kan ik gewoon op een redelijk tijdstip opstaan, om 7h00 ontbijten en naar de start rijden. Van grote drukte zoals bij andere cyclos is hier dus geen sprake. Er staan een stuk of 100 geparkeerde auto op het terrein van de lokale FC en dat is het dan. Het is een kleine groep die vandaag start, maar er staan geen kneuzen aan de start. Iedereen kan hier fietsen en er wordt vanaf km 1 direct fors doorgereden. Het eerste stuk is een lang stuk vals plat van 3 %. Er wordt hier gewoon 35 kmh gereden door de voorste groep. Al na 5 km moet ik lossen. Er zijn nu ongeveer 40 man weg en de rest ligt eraf. Ik sluit me aan bij 3 andere renners die je dan het “net-niet” groepje zou kunnen noemen. Ik hou het even op de tweede groep; dat klinkt beter. De groep van 4 renners groeit in de eerste 15 km tot ongeveer 20 man. Vanuit de achtergrond is er aansluiting gekomen en met 20 man rijden we een kilometer of 70 samen. De groep renners is aan elkaar gewaagd. Dat is goed te zien als ik op kop van de groep een helling op rij. Mijn pols staat op 180 en veel harder kan ik niet. Als ik achterom kijk zie ik 20 renners in mijn wiel hangen. Ze kunnen ook niet harder en ze lossen ook niet. Pas na 90 km breekt de groep in 2 tweeën. 9 man rijden los op een langere klim en de rest ligt eraf. Ik zit van voren mee en ik blij dat we in iedere geval een renner hebben gelost. Het betreft een man van minimaal boven de 50 die onhandig op kop zat te klooien. Hij reedt constant in 2de of 3de positie. Als de renner op kop aangaf dat er moest overgenomen, ging die een beetje schaapachtig naar het gras zitten te kijken. Als ik voor de 5de keer van kop af kom en hem het kunstje weer zag flikken, ben ik hem net zolang blijven aankijken dat hij toch op kop kwam. Ik roep hem nog na: “hehe Pietje Puk heeft het door!”.

Wat is de prijs van pijnlijden? Nog meer pijnlijden.
Dat is de reden om te koersen. Dit is niet in woorden te vatten. Dit is niet uit te leggen en toch is het waar. Op het moment dat de groep zo hard rijd, dat ik nauwelijks meer kan volgen en ik kramp in mijn benen voel komen, is er maar een remedie. Doorgaan! Doorgaan mijn pijnlijden. Want als ik volhoud, kan ik bij de groep blijven. Zodat ik later nog meer kan pijnlijden. Het is koers en ik wil zo lang mogelijk van voren rijden. Dan maar pijnlijden en zien waar het schip strand.

Het schip strand bij de côte de Saty na 115 km. Het duurt een kilometer en we staan daarna 140 hoger; 14% dus. Na de Saty is er een bevoorrading. Als ik stil sta, schiet er spontaan kramp in mijn rechterknie. Been overstrekken, bidons laten afvullen met sportdrank en doorgaan. Als mijn benen bewegen, kan de kramp eruit. De Saty heeft ervoor gezorgd dat de groep van negen is uiteen gevallen in een groepje van 4, een eenling en nog een groepje van 4. Ik ben de eenling. Nu maar gewoon hard door fietsen kijken hoeveelste ik ga worden. Na 5h08m sta ik weer in Bouillon; goed voor 29 kmh gemiddeld en P47 in het algemeen klassement. Ofwel mijn eerste top 50 klassering in een heuse cyclo. Als ik er nu nog even 1000 extra deelnemers bij bedenk, dan lijkt deze uitslag best goed.

Nu ik dit verslag schrijf (zondag), doen mijn benen pijn. Een trap oprennen is er even niet bij. Toch een mooi souvenir van een weekendje koersen.

zondag 8 augustus 2010

Klooien met een Garmin

Ik heb sinds kort een Garmin fiets navigatie speeltje aangeschaft en dit weekend heb ik het apparaat aan een diepgravende test onderworpen. Eerste conclusie is weinig positief. Een Garmin kan je ergens naar toe navigeren maar je kunt net zo goed aan de lokale dorpsgek de weg vragen. Het resultaat is hetzelfde: ”je komt ooit op je eindpunt aan”. Niet de kortste weg en zeker niet zonder fout rijden.

Wat doet Garmin dan allemaal fout? Nou nogal veel dus. Om te beginnen word ik met regelmaat over wegen heen gestuurd waar ik als fietser helemaal niet mag komen. En dat terwijl ik toch een fietskaart heb geladen en heb aangegeven dat ik fietser ben. Garmin stuurt me doodleuk over wegen heen waar ik als fietser niet over heen mag en ook niet overheen durf. Het omgekeerd komt ook met regelmaat voor. Ik word hele stukken om gestuurd omdat het speeltje denkt dat ik een bepaalde weg niet op mag. Dat klopt op zich ook wel maar er ligt dan een ventweg naast waar ik wel overheen mag. Ook dat snapt het speeltje niet.

Het tweede probleem manifesteert zich in het feit dat Garmin denkt dat elk kruispunt gelijkvloers is. Dat blijkt dus een vergissing. Er liggen namelijk bruggen in dit land. Ook zo’n fenomeen waar de schrijvers van de software niet over hebben nagedacht. Een van de voordelen van de Garmin zou moeten zijn dat je niet alleen van A naar B kan navigeren maar dat je ook van A naar B, naar C naar D naar E, naar A kan navigeren. Je kunt dus een route uittekenen op de kaart en die vervolgens gaan rijden. De praktijk is natuurlijk heel anders. Als ik ergens bij een rotonde op mijn vooruit gestippelde route aankom, geeft het speeltje doodleuk aan dat ik rechtdoor moet EN rechtsaf moet. Schiet mij maar lek maar zo lust ik er nog wel een paar. Dat is geen navigeren maar iemand met een kluitje het riet in sturen.

Ik probeer nog wat andere opties uit. Eens kijken of het beter wordt als ik de autokaart laad of aangeef dat ik motorrijder ben. Dit geeft wel een verandering in het systeem. Nu begrijpt hij er helemaal niets meer van en besluit om recalcitrant geen route meer voor me uit te rekenen. Ik vraag me af of er ergens een optie in dit ingenieuze apparaat zit die wel werkt. Misschien klopt het kompas wel of loopt de klok gelijk. Heb ik er toch nog iets aan.

zaterdag 31 juli 2010

zwaar trainen

Tijd voor een echte training dit weekend. Geen lange duurtocht of een koers, maar gewoon allebei tegelijkertijd. Op de fiets naar Amsterdam (45 km); koers van 58 km en dan weer terug. Goede voor 148 en pijn in de benen. Dit zijn de echt gemene training. Ik begin net niet helemaal meer fris aan de koers. Ik rij mee vooraan in de koers ben meer dan peloton vulling. En daarna naar huis fietsen. De benen zitten dan vol met afvalstoffen en willen rust maar dat komt er dus niet van. Nog anderhalve uur met volle benen rijden. Zwaar, vermoeiend en een enorm endorfine kick!

Het is een typische hollen-en-stilstaan-koers. Het peloton telt ongeveer 40 renners en dat is waarschijnlijk net klein genoeg om het in stukken uiteen te laten vallen. Met 70 man gebeurt dit niet zo snel. Als er 6 goede renners weg zijn, zitten er ook nog minstens 20 goede renners in het peloton. Als de helft daarvan wil rijden, dan hebben de 6 voorop geen kans. Maar hoe kleiner het peloton wordt, hoe eerder een ontsnapping tot stand kan komen. Er blijven domweg te weinig goede renners achter in het peloton. Niet dat dat gebeurt vandaag maar er worden wel allerlei uitloop pogingen gewaagd. Alles wordt echter terug gepakt. Het gevolg is dus peloton dat 30-35 kmh rijdt. Vervolgens demarreren er 2 man, daar rijden weer 4 man achter aan en het peloton doet niets. De twee en de vier renners vinden elkaar en gaan rijden. Het peloton kijkt nog even of het wat is en dan besluiten 5 renners de oversteek te willen wagen. Gevolg 6 man, vooruit, 5 erachter aan en het peloton wordt wakker en gaat ook rijden. En dus rijden we weer 50+ totdat na een ronde de rust is weer gekeerd. En dan begint het hele spel weer van voor af aan. Je kunt je klok erop gelijk zetten. Een groepje van 5 komt tot 20 sec voorsprong maar het peloton doet iets wonderlijks. We werken samen en rijden in perfecte trein met 45 kmh. Samen met nog 20 renners rij ik mee in de trein en het doet geen eens pijn in de benen. Zo voelt wielrennen echt machtig. Uiteindelijk rijdt er niemand weg en sprint er iemand naar de zege. Dat ben ik dus duidelijk niet. Goede benen ontbraken me vandaag niet, maar ik zat wel heer erg te suffen in de laatste kilometer. Ik ben geen held in wringen maar de manier waarop ik nu andere renners aan me voorbij liet gaan, was gewoon sneu. Met beleefd koersen wint je niets.

zaterdag 24 juli 2010

Paraplu

We zijn net een stelletje kleine kinderen. Je hangt ze een lolly voor en ze gaan harder rennen. In ons geval is het eigenlijk niets anders. De prijzen van vandaag zijn 2 paraplus en een fleece trui. En we rijden er als gekken voor.

Dit verhaal gaat over een paraplu en het begint inderdaad een beetje vreemd,....... Even terug naar het begin. Ik rij vandaag weer op Sloten de trimmerskoers en de gulle gever is nog steeds op vakantie, dus er zijn weer geen geldpremies vandaag. Maar er zijn vandaag wel prijzen in natura te verdienen. Dat klinkt ook zo leuk oubollig; prijzen in natura. Ach, hebben we tenminste iets om ons best voor te doen. En ontsnappen in een kopgroep is toch al niet mijn grote talent (zie blog van vorige week). Maar waarom zou je voor prullaria rijden die je toch niet nodig hebt. Ik zit het mezelf ook af te vragen, als na 4 ronden de speaker galmt dat er bij de volgende doorkomst een paraplu valt te winnen. Zonder het eigenlijk te willen of te bedoelen, schuif ik heel handig in het zog van een paar renners naar voren. En zonder de intentie te hebben om te willen rijden zit ik met nog 900 meter te gaan perfect om een demarrage te plaatsen.

En dan ineens schiet er een renner van achter mijn rug om het bruggetje op. Ik ga op de pedalen staan en ram achter hem aan het bruggetje omhoog. We zijn beiden los van het peloton en met nog 600 meter te gaan zit ik in zijn wiel. De renner voor legt zijn handen op het stuur voor een ideale tijdrit houding en lijkt niet te zien dat ik in zijn wiel zit. 200 m voor de finish, als hij stil valt, zet ik nog even een sprintje in. HARO!! BROEVA!! Voor de tweede keer prijs dit seizoen.

En wat heeft deze renner gewonnen vandaag PIERRE??
PIERRE: "Ja, deze renner heeft niet zomaar voor niets zijn longen uit zijn lijf gereden. Dit waarlijk verbluffende stukje wielrennen levert hem een heuse PARAPLU op!!!!"

De volgende twee sprints (fleecetrui en paraplu) laat ik aan me voorbij gaan. Met nog 5 ronden te gaan, zijn er twee man weg en ik spring er achter aan. Ik krijg een renner mee en samen proberen we het gat te dichten. Ik rij anderhalve ronde volle bak om bij de koplopers te komen. Het mag niet baten. Net als we er bijna zijn zit het peloton ons ook weer op de hielen. Ik sprint nog even mee in de eindspurt maar inmiddels is het jus wel uit de benen.

Als ik terug fiets naar de auto, ligt de mega paraplu om mijn stuur. Ik word een beetje aangegaapt door andere renners die aan het inrijden zijn voor hun koers. Ze zullen ook wel denken. Zijn er vandaag paraplus te winnen? Het moet niet gekker worden.

zaterdag 17 juli 2010

Ontsnappen is ook een kunst!

Ik rij wel vaker op zaterdag koers bij de trimmers op Sloten. Eigenlijk is het zo dat ik een weekend zaterdags koers rij en zondag een lange duurtraining. Toch wil het dit jaar niet vlotten met het koersen. Het lijkt alsof er elke zaterdag wel iets aan de hand. Vorige week had ik de noodloodgieter op bezoek, de week daarvoor was de tourstart in Rotterdam waar ik wilde gaan kijken. De week daarvoor had ik me verplicht rust voorgeschreven omdat ik last had van mijn knie. Die had ik overbelast tijdens de Ardechoise, L3B en Limburgs Mooiste. Ik moet echt in mijn trainingsdagboek gaan kijken om te zien wanneer ik voor het laatst een wedstrijdje heb gereden. Dat blijkt dus 22 mei te zijn geweest en ook toen waren er net als vandaag geen premies te vergeven. Zo word ik natuurlijk niet rijk van het wielrennen. Wat rest is een poging om weg te rijden in een ontsnapping. Dat gedoe met gewring in massaspurts is mij al helemaal niet op het lijf geschreven.

Mee zijn in een ontsnapping; dat schrijf je makkelijker op dan dat je het doet. Daarvoor moet je constant vooraan rijden en bij elke uitloop poging proberen mee te springen. Daar heb ik duidelijk niet de krachten voor en daarom verdeel ik mijn krachten. In ronde 1 zit ik mee met een kopgroep van 6 maar we krijgen geen ruimte. Halverwege koers is het hectiek alom maar de uitloop pogingen die ik waag, baten niet. Sterker nog, ik rij niet weg maar breng het peloton terug bij de uitlopers. Na een uur koers is het uiteindelijk gelukt. 6 man zijn weg en raad eens wie er niet bij zit? JA, ik dus. Ik had me net weer aan de kop van de koers gemeld en toen was het pleit net beslecht. Het peloton rijdt volle bak om de kopgroep terug te pakken maar van samenwerking is geen sprake. Het is hollen en stilstaan. Ook ik zit mee vooraan te rijden maar het mag allemaal niet baten. De 6 man op kop zijn weg en blijven weg. Ze reden dus goed door daar vooraan. Ik kan wel leven met dit resultaat. Ik heb gestreden en verloren. Volgende keer beter.