Ik heb een heleboel nieuwe ervaringen opgedaan vandaag. Dat is wel een mooie manier om een verhaal te beginnen over een cyclo die eigenlijk meer dieptepunten kende dan hoogtepunten. Zoiets heet omdenken heb ik geleerd. Als iets niet gaat zoals je wil, of een plan desastreus mislukt, dan geef je er domweg een draai aan zodat het toch nog positief klinkt.
Zo heb ik vandaag in de stromende pleuris regen een berg mogen afdalen in wedstrijdverband. Dat had ik nog nooooooit eerder gedaan en echt heel veel spijt dat dat niet eerder was gebeurd, heb ik ook niet. Ik heb nog nooit zo weinig tijd verspeeld in een cyclo met bevoorrading stops en plasplauzes. Zesendertig seconden duurde de bidon bijvullen actie en plassen hoefde deze keer niet. Ondanks dat verbeter ik mijn eerdere tijden op de Ram am Ring niet. De tijden van 2012 en 2014 zijn niet verpulverd, ook niet een klein beetje verbeterd. Ik ben gewoon trager dan voorafgaande jaren. Dit jaar nog net binnen de 5 uur, voorafgaande was ik wat ruimer binnen de vijf uur. Ik kan nu gewoon ophouden om mezelf voor de gek te houden, ik hoef niet meer te geloven in wonderen. Mijn leeftijd van 38 jaar met ervaring, die houd ik er nog even in, maar dat voordeel van ervaring is niet dat je er rapper van gaat fietsen of zo. Eerder langzamer. Bij een volgende cyclo kan ik doelloos mijn kilometers afwerken. Niet meer stressen over een tijd of zo en gewoon een ijsje onderweg. Als je eenmaal met je blote neus hard op de botte feiten wordt gedrukt, dan is dat ff kloten, maar daarna ben je ook van het gezeik af. Ik dacht namelijk echt dat ik mijn tijd op 2014 kon verbeteren, de benen voelden best goed.
Vandaag was de dag van het besef dat ik middelmatige cyclo rijder af ben en er geen verbetering meer in zit. De volgende cyclo mag ik lekker langzaam starten en dan wel zien hoe ver het schip strand. Stuk relaxter dan het eerste rondje vandaag op de Nürburgring. 32,5 gemiddeld over 24,3 kilometer en 540 hoogtemeters plus een pols van 168. Dat soort grappen, dat hoeft niet meer. De Rad am Ring is een cyclo waarbij het aanlokkelijk is om een Erben Wennemars tactiek er tegenaan te gooien. Die startte zijn 1500 meter schaatswedstrijden altijd alsof ze maar 500 lang waren. In het laatste rondje ontplofte hij dan en zette uiteindelijk een teleurstellende tijd neer. Rustig starten zat er bij Erben niet in. Ook bij de Rad am Ring is het verstandiger om er niet volle bak in te vliegen, maar omdat het een gezamenlijke start kent op een formule1 circuit is het te aanlokkelijk om dat toch te doen. De prijs betaal je achteraf dubbel en dwars terug. Mijn laatste ronde ging het langzaamst. Ten eerste omdat de tank leeg was en kramp op de loer lag. Ten tweede vanwege de stortregen. Normaal is er slechts een punt op de nordschleife waar je hoeft te remmen. Met een plens water op de weg was ik toch wat voorzichtiger.
En nou heb ik zin in bier
zaterdag 27 juli 2019
woensdag 17 juli 2019
Doel gezocht
Ik zoek een
doel. Geen goed doel, maar meer een half onzinnig en enigszins uitdagend doel. Ik
heb me ingeschreven voor de Rad am Ring over anderhalve week, een cyclo op de Nürburgring.
150 kilometers is de afstand plus een kleine 3000 hoogtemeters. En deze cyclo is
het bijprogramma van de 24-uurs races die dat weekend gaande zijn op het auto circuit.
Dat gedoe met een hele nacht door blijven fietsen is mij altijd een beetje
blijven ontgaan. Dat wordt halverwege de nacht een gevecht tegen alles. Vechten
tegen de vermoeidheid, vechten tegen de slaap, niet meer normaal kunnen eten en
totaal uit je ritme geraken. Ik vind het knap van mensen dat ze zichzelf zo
kunnen pijnigen, maar ik pas voor dat soort ongein. Dat bijprogramma is meer
mijn pakkie an. Honderdvijftig kilometer fietsen en dan kijken wie er de snelste
is.
De snelste
ga ik niet zijn, het gaat ook geen top 10 worden. Als het om de hoofdprijzen
gaat, heb ik daar niks te zoeken. Ik moet voor mezelf een beetje een doel
bedenken. Onzinnig is het sowieso wat ik ga doen, dus een enigszins onzinnig
doel past daar wel bij. Dan kan ik mezelf een beetje extra voor de gek houden. Wielrennertje
spelen en proberen het beste uit mezelf te halen. Maar wat gaat het doel
worden?
Misschien moet
ik mezelf een suffe tijd als doel stellen. Zoiets van onder de 5 uur rijden, of
onder de vier en een half. Of onder de vier, dat is helemaal absurd. Onder de
vier rijden is gelijk aan winnen en een prof contract kunnen tekenen. Onder de
5 uur is me al twee keer gelukt. Vier en een half is onhaalbaar. Sneller dan de
vorige twee edities? Dat zou kunnen. In 2012 was ik 116de met een tijd van
4h56m45s, in 2014 verbeterde ik die tijd tot 4h50m51s en dat resulteerde in een
P112. De tijd van 2014 is rapper dan van 2012 wat ik destijds al redelijk
wonderbaarlijk vond. Twee jaar ouder heet geen voordeel te ijn en in 2012 had ik voor mijn
gevoel super gereden. Een blik op het klassement leert me dat zelfs met de
rappe 2014 tijd ik in 2012 slechts 105de zou zijn geworden. Net geen top100 dus.
En er doen aan die cyclo slechts een 300 man mee. En toch geen top100 rijden.
Normaal lukt zoiets me wel in kleinere cyclos. In de Vaujany was ik ooit 75ste
met 400 deelnemers. Maar de Rad am Ring trekt niet echt veel mindere goden naar
de start.
Nu is de
vorm de laatste tijd best redelijk en ik denk ook wel dat ik een redelijke
cyclo ga rijden, maar als ik naar mijn eerdere tijden kijk, dan schrik ik toch
wel. Vijf jaar geleden reed ik 30 gemiddeld, dat zijn snelheden die horen bij
vlakke ritten. Dit is een klim cyclo, geen ritje oor een über vlakke polder met wind mee. Ga ik dat dan dit jaar overtreffen of zo?
Goede benen hebben is een ding, een verzameling superman benen is het ook niet.
Vijf jaar verder, vijf jaar ouder en een bekkenbreuk rijker waarbij ik een
beenspier ben kwijt geraakt. Ik zou het nu wel heel erg onzinnig vinden om top 100 rijden als
doel te stellen. Dat zou echt nergens opslaan
zaterdag 6 juli 2019
Koers zonder winnaar
Vandaag was de start van de tour de France in Brussel. U weet wel, dat is die drieweekse etappe koers dwars door de Frankrijk heen maar ze verdwalen nog wel eens in een ander land. België had dit jaar de eer om le grand boucle te mogen ontvangen. Nou ja eer, ze hebben er waarschijnlijk een paar miljoen voor op tafel neergelegd om Prudhomme te overtuigen. En nu bestaat België tenminste nog, een jaar of 20 verder of zo en we kunnen een streep door dat land zetten. Brussel wordt dan officieel de hoofdstad van Europa en Vlaanderen en Wallonië gaan dan verder als een soort van onafhankelijk Europese staten. Maar nu kunnen ze nog vieren dat Eddy Merckx de grootse Belg aller tijden was en dat het 50 jaar geleden was hij voor het eerst de tour won. En dus kijkt de halve wereld naar de Belgische hoofdstad want de tour is groot. Heel erg groot. De tour is ongeveer voor 90 procent een mediageil reclame pronkstuk en heel ergens op de achtergrond heeft het iets met wielrennen te maken. Ze deden vandaag de openingsrit, een vlakke etappe die in een sprint ging eindigen. Sportief gezien kun je zoiets in 5 minuten samenvatten, maar ik vermoed dat er 8 uur live televisie aan te pas is gekomen om dat sprintje in beeld te brengen. Ik heb ook gekeken, ja de volle laatste 5 kilometer heb ik gekeken. De overige onzin heb ik aan me voorbij laten gaan.
Ik had vandaag meer zin om zelf pijn te lijden wat overigens niet helemaal gelukt is. De bedoeling was om op en neer te fietsen naar Sloten en aldaar de lokale trimmerskoers te rijden. So far so good. De koers begint tammetjes maar na een paar rondes zit de vaart er lekker in. Ik rijd zelfs mijn tweede tijd op een van de Strava segmenten die Sloten rijk is. 5 keer rond is goed voor een P2 met een gemiddelde van 43.4 kmh. Na 42 kilometer gaat het echter mis. Ik weet niet wat de aanleiding was, ik weet wel dat er een valpartij is en net naast me wordt iemand over zijn stuur heen gelanceerd om vervolgens een koprol te maken. Ik stuur de berm om verdere ellende te voorkomen. Pfff,…. Gelukkig lig ik er niet bij maar een man ligt er niet lekker bij. Ik stop om te helpen en geloof de koers verder wel. Iedereen lijkt ongedeerd maar een man ligt te kermen van de pijn op het asfalt. We proberen zijn fiets van hem weg te trekken en zijn helm los te maken. Hij ligt op zijn zij en ademt met een zware rochel, gelukkig verdwijnt dat na een paar minuten. Hij reageert verder op een geen enkel woord, maar hij heeft wel een pols en een normale ademhaling. 112 is gebeld en de koers is stil gelegd. Als de mannen met de EHBO erbij zijn, rij ik mijn rondje uit en maak nog een even een praatje. Geen winnaar vandaag, de koers is stop gezet en de prijzen gaan naar het Ronald mcDonald fonds waar vandaag een collecte voor was.
Dan maar weer naar huis dus. Niet met een volledige koers in de benen maar toch wel lekker gefietst en heul erg blij dat ik niet daar op het asfalt lag. Hopelijk vallen de verwondingen voor de man mee. Maar als ik goed heb ingeschat is zijn sleutelbeen gebroken en lag hij super ongelukkig op die breuk. In Brussel gingen ze uiteraard ook op het asfalt liggen. Met nog 1.7 kilometer te gaan is er een val in de voorste gelederen van het peloton. Dat zijn van die dingen waar je je klok op gelijk kan zetten. Ze rijden als bezetenen om de volgende dag in een geel truitje te mogen starten. Dat levert super veel publiciteit op voor de sponsor en iedereen is nog fris en in bloedvorm. Ik had al lang eieren voor mijn geld gekozen en was ergens achteraan gaan fietsen. De berm insturen, remmen of god weet wat om de boel te ontwijken.
woensdag 26 juni 2019
Fietsen en puffen in het Zwarte Woud
Global warning is een nietsontziend fenomeen. Zelfs hier in het Zwart Woud zijn we niet meer veilig voor de klimaatveranderingen. Het Zwarte Woud is een gebied dat toch nog enige naamsbekendheid heeft als nat, regenachtig, mistig en koud. Het heet zwart vanwege het verhaal dat de bossen zo dicht zijn dat er geen licht meer op de grond schijnt. Dat weetje heb ik net van wiki geplukt. Behalve dat het Zwart heet te zijn, is het in de praktijk ook erg groen. Mooi groen is niet lelijk, maar daar is wel bij tijd en wijlen een plens water voor nodig. Dat is wellicht een van de redenen dat dit gebied niet zo populair is onder racefietsers. Dat is dan waarschijnlijk reden een. Reden twee is wellicht het feit dat het gebied best veel steile klimmen kent. De Vogezen daarentegen zijn populairder onder Nederlandse wielrenners. Dat gebied is ook zo mooi groen maar zoveel heel veel minder steil zijn die wegen daar nu ook weer niet.
Goed, ik zit dus in het Zwarte Woud en veel van de vooroordelen blijken voor geen meter waar. Zwart? Nee. Groen, ja. Regen, kou en mist, drie keer nee. Steile klimmen, valt mee. Oostenrijk is veel erger qua dubbele percentage steigingskilometers. En dus drie keer nee voor de kou, regen en mist. Ze doen hier ook al aan global warming en niet zo zunig ook niet. Maandag was de enige normale Zwarte Woud dag, 20 graden en bewolkt. Daarna was het 30+, 30+ en vandaag weer 30+. En volle bak zon. Zelfs zo warm dat ik maar eens een dagje vrijaf heb genomen. Het werd me even iets teveel, te warm en geslapen heb ik afgelopen nacht ook niet echt. Tijd voor een dagje lanterfanten, de was en de boodschappen doen. De rest van het illustere gezelschap dat naar de naam equensWorldline collega’s luistert, gingen vandaag wel op stap. Ze kwamen nogal bezweet terug en hadden geen zin in bier.
Morgen maar eens kijken of ik dan wel zin heb in een nieuw 30+ rondje. Ik wil eigenlijk wel want het Zwarte Woud kent onterecht veel negatieve vooroordelen. Het gebied is gewoon echt mooi. Punt. De warme bakkerijen verkopen de lekkerste taartjes onderweg en de klimmen zijn best stevig maar niet Oostenrijks steil. Oostenrijk is geen fietsland, dat is echt absurd hoe de wegen daar de hemel in slingeren. De Duitse keuken kun je misschien beter maar vergeten. Ik ben geen fan van hun avondeten, maar gelukkig zijn er ook supermarkten en Chinese restaurants. En dat verhaal van kou, regen en mist is dus deze week ook bullshit.
En toch zie je hier maar heel weinig wielrenners. Kennelijk leven er in veel landen dus dezelfde onterechte vooroordelen. Wat ik onderweg wel veel spot, zijn super ATB E-bikes. Echt met geen mogelijk zijn die jongens in te halen. Ze zien eruit als echte wielrenners, met bijbehorende fluorescerende kleding, helm, fietsschoenen en een heuse koersbroek. Het enige verschil is dat ze halverwege de tocht pinten drinken op het terras en hun accu’s opladen. Echte wielrenners zie zelf fietsen, zelf zweten en zelf zwoegen zijn hier dun gezaaid. Toch zijn de strava tijden net als in andere berggebieden onfatsoenlijk snel. Ik kan daar met geen mogelijk aan tippen. Ik ben dan ook geen prof, niet super getalenteerd, misschien net niet fanatiek genoeg en ik heb ook al geen motortje.
Goed, ik zit dus in het Zwarte Woud en veel van de vooroordelen blijken voor geen meter waar. Zwart? Nee. Groen, ja. Regen, kou en mist, drie keer nee. Steile klimmen, valt mee. Oostenrijk is veel erger qua dubbele percentage steigingskilometers. En dus drie keer nee voor de kou, regen en mist. Ze doen hier ook al aan global warming en niet zo zunig ook niet. Maandag was de enige normale Zwarte Woud dag, 20 graden en bewolkt. Daarna was het 30+, 30+ en vandaag weer 30+. En volle bak zon. Zelfs zo warm dat ik maar eens een dagje vrijaf heb genomen. Het werd me even iets teveel, te warm en geslapen heb ik afgelopen nacht ook niet echt. Tijd voor een dagje lanterfanten, de was en de boodschappen doen. De rest van het illustere gezelschap dat naar de naam equensWorldline collega’s luistert, gingen vandaag wel op stap. Ze kwamen nogal bezweet terug en hadden geen zin in bier.
Morgen maar eens kijken of ik dan wel zin heb in een nieuw 30+ rondje. Ik wil eigenlijk wel want het Zwarte Woud kent onterecht veel negatieve vooroordelen. Het gebied is gewoon echt mooi. Punt. De warme bakkerijen verkopen de lekkerste taartjes onderweg en de klimmen zijn best stevig maar niet Oostenrijks steil. Oostenrijk is geen fietsland, dat is echt absurd hoe de wegen daar de hemel in slingeren. De Duitse keuken kun je misschien beter maar vergeten. Ik ben geen fan van hun avondeten, maar gelukkig zijn er ook supermarkten en Chinese restaurants. En dat verhaal van kou, regen en mist is dus deze week ook bullshit.
En toch zie je hier maar heel weinig wielrenners. Kennelijk leven er in veel landen dus dezelfde onterechte vooroordelen. Wat ik onderweg wel veel spot, zijn super ATB E-bikes. Echt met geen mogelijk zijn die jongens in te halen. Ze zien eruit als echte wielrenners, met bijbehorende fluorescerende kleding, helm, fietsschoenen en een heuse koersbroek. Het enige verschil is dat ze halverwege de tocht pinten drinken op het terras en hun accu’s opladen. Echte wielrenners zie zelf fietsen, zelf zweten en zelf zwoegen zijn hier dun gezaaid. Toch zijn de strava tijden net als in andere berggebieden onfatsoenlijk snel. Ik kan daar met geen mogelijk aan tippen. Ik ben dan ook geen prof, niet super getalenteerd, misschien net niet fanatiek genoeg en ik heb ook al geen motortje.
woensdag 8 mei 2019
Japan
Ik geef toe, het is een beetje impulsief allemaal. Tot voor dit weekend had ik echt nog geen enkel plan om dit najaar een Verweggistan bestemming aan te gaan doen. En nu heb ik een ticket gekocht dat me naar Japan brengt en een paar weken later vertrek ik van Seoul weer naar huis. Hoe komt dat toch?
Ik had al een paar dingen bedacht voor deze zomer. Naar Oslo fietsen en terug met de boot. Of naar Kiev fietsen en terug vliegen. Later bedacht ik dat andersom eigenlijk makkelijker te organiseren is. Ergens naar toe vliegen in Europa en dan terug naar huis fietsen. Ik had al Sofia bedacht en Athene en Madrid en Sicilië. Maar echt tot daadwerkelijk actie ondergaan was ik nog steeds niet gekomen. Een soort van twijfel gedoe. Misschien is dat andere stuk door Europa toch mooier, misschien is die ene stad toch handigere, misschien heb ik geen zin om helemaal naar huis te fietsen en wil ik nog een trein pakken. Misschien, misschien, misschien. Ik zat gewoon teveel te denken en te twijfelen. Totdat er plots een paar collega’s terug kwamen uit Japan. Leuke verhalen, nogal in tegenspraak met mijn Japanse vooroordelen en een snelle blik op google street view leerde me dat dit waarschijnlijk een top fietsland is. Wat een mooie bergen, meren en vergezichten. Plus een verzameling tempels en een geweldige eetcultuur. Wat zit ik dan te klooien om naar Oekraïne te gaan fietsen of zo. Alsof je daar fatsoenlijke Ramen noedelsoep kunt eten of zo. Of verse vis die nog beweegt op je bord. Ik ben Azië fan, wat heb ik op de Balkan te zoeken?
Ik had al een paar dingen bedacht voor deze zomer. Naar Oslo fietsen en terug met de boot. Of naar Kiev fietsen en terug vliegen. Later bedacht ik dat andersom eigenlijk makkelijker te organiseren is. Ergens naar toe vliegen in Europa en dan terug naar huis fietsen. Ik had al Sofia bedacht en Athene en Madrid en Sicilië. Maar echt tot daadwerkelijk actie ondergaan was ik nog steeds niet gekomen. Een soort van twijfel gedoe. Misschien is dat andere stuk door Europa toch mooier, misschien is die ene stad toch handigere, misschien heb ik geen zin om helemaal naar huis te fietsen en wil ik nog een trein pakken. Misschien, misschien, misschien. Ik zat gewoon teveel te denken en te twijfelen. Totdat er plots een paar collega’s terug kwamen uit Japan. Leuke verhalen, nogal in tegenspraak met mijn Japanse vooroordelen en een snelle blik op google street view leerde me dat dit waarschijnlijk een top fietsland is. Wat een mooie bergen, meren en vergezichten. Plus een verzameling tempels en een geweldige eetcultuur. Wat zit ik dan te klooien om naar Oekraïne te gaan fietsen of zo. Alsof je daar fatsoenlijke Ramen noedelsoep kunt eten of zo. Of verse vis die nog beweegt op je bord. Ik ben Azië fan, wat heb ik op de Balkan te zoeken?
Ik dacht niet moeilijk doen en niet teveel nadenken, ticket boeken en klaar.
Het enige wat ik vooraf gecontroleerd heb is het klimaat, of er een boot vaart
tussen Japan en Busan en wanneer de Zuid-Koreaanse variant van thanksgiving
valt. Dat was zo ongeveer de voorbereiding tot nu toe. Nu de rest nog. Hotels
in Osaka even regelen, eens een route gaan
bedenken, een kaart downloaden, bepalen welke fiets meegaat en of ik een tentje
meeneem. Plus een beetje verder inlezen maar een ding staat nu al vast. In september ga ik naar Japan toe.
maandag 22 april 2019
Berlijn Utrecht,.... 690 km in vier dagen
Berlijn
Utrecht was een gevalletje eten, slapen en
fietsen. En ook niet veel meer dan dat. En elke avond eines grosses Weizen. Dat
was het dan wel zo’n beetje. Ik had deze monsterrit ook in 5 dagen kunnen
fietsen, of in zes. Toch kies ik ervoor om het in 4 dagen te pogen. Waarom?
Waarom toch zoveel fietsen en ook niks anders dan dat doen op een dag? Zoiets
blijft een lastig verhaal.
Eerst maar
eens terug naar het begin. Waarom Berlijn Utrecht? Die is was makkelijker. Er
loopt een goede treinverbinding naar Berlijn toe en ik kan makkelijk mijn fiets
meenemen. Daarnaast voorspellen ze veel oostenwind, dus ik ga constant wind mee
hebben. Als het westenwind was geweest had ik het verhaal in de omgekeerde volgorde
gedaan. Bij zuidenwind was ik in Lyon gestart. Een andere reden om van A naar B
te rijden en geen grote ronde te fietsen, is de langzame verandering van het
landschap. In vier dagen tijd verandert de wereld om me heen heel langzaam van
Duits naar Nederland. Er is geen strakke grenslijn waar alles opeens anders
wordt. De huizen, veranderen heel langzaam van gedaante. De wegen nemen andere
vormen aan. Als er bijvoorbeeld niet meer gekoerst kan worden op de kasseien in
Vlaanderen, dan zijn er in het oude Oost-Duitsland genoeg alternatieven te vinden.
Die kasseien wegen nemen langzaam maar zeker af op de route van oost naar west.
Nog zo’n typisch ding is dat vooral de linkerkant van lichaam goed verbrand is.
Rechts viel er veel minder zon op. Het zijn van die kleine dingen die een lange
monsterrit tot iets moois maken. Van die kleine bijna onmerkbare dingen dat het
bijvoorbeeld elk ochtend iets later licht is en ook ietsie later donker elke
avond.
En waarom
690 km fietsen in vier dagen? Omdat het kan. Er zijn vast ook rijders die het
in drie dagen of misschien zelfs in 2 kunnen, maar dat soort dagafstanden gaan mij niet
lukken. Een andere reden is dit lange stuk door Duitsland nu ook weer niet echt
de moeite om lang bij stil te staan. Het is geen supermooi natuurgebied of zo.
Gewoon veel akkers, veel gras, lange recht wegen, wat bossen, koolzaadvelden
afgewisseld met windmolenvelden. Die groeien hier ook als kool. De reden voor vier dagen in mijn geval is
omdat dat ik dan tegen de taks van mijn conditie aanzit. Ja,.... lang fietsen en
lang in het zadel gaat pijn doen en pijn is vervelend. Niemand gaat voor zijn
lol naar de tandarts voor een wortelkanaalbehandeling. En dan liefst eentje zonder
verdoving, gewoon voor de gein. Nee, pijnlijden is niet leuk, maar kunnen
pijnlijden wel. Dat is een klein subtiel verschil maar wel wezenlijk in deze. Pijn
kunnen lijden is is conditie hebben, wetende dat je het lichaam aardig kunt
pijnigen maar dat het dat toch allemaal wel doorstaat. Kom maar op met die
ellende, ik kan het hebben. Zo’n soort gedachte. Daarom moest dit ‘tochtje’ in
vier dagen. Omdat het kan.
zondag 21 april 2019
80+ hotel in Bad Salzufen
Ik heb een foutje gemaakt en nu ben ik een gedoogde illegaal. Met recht op bad, bed en brood. Het geval is dat ik in een 80+ hotel ben terecht gekomen. Iedereen is hier grijs en wat niet grijs is, is geverfd. Ze lopen met stok of rollator. Ze zijn dik en in bloemetjes jurken gekleed, de mannen pogen er vitaler uit te zien met afritsbroeken. Het gevolg daarvan is dat het er nog kolderieker uitziet. Ze eten zich vol met de goedkope chocolade van het speciale paasontbijt.
Ik hoor hier niet thuis. Een soort gegoogde illegaal, ik voel me hier ook niet op m'n gemak. Zoveel getreuzel, zoveel oma's, zoveel kilo's. Ik kan niet zo goed tegen een bejaardensoos. De vraag is of ik dit had kunnen weten. Misschien wel, ik heb ook niet zo veel vooronderzoek gedaan. Gisterenmiddag heb ik een hotel geboekt in Bad Salzufen, gewoon omdat daar veel hotels zaten en ik na 180 km wel moe was. Ik had nog kunnen opzoeken dat dit dorp een küroord is en dan had ik wellicht beter iets anders kunnen zoeken. Küroorden trekken oude van dagen aan, een soort laatste strohalm om het leven wat te kunnen rekken. Daar vind je geen jong en hip volk. Ik heb gisteravond ook niet in het hotel gegeten. Teveel rollators, het schrok me af. Maar vanochtend moest ik er wel ontbijten. Vanwege Pasen, is er een speciaal mandje met paaseieren, een paashaas en andere zoetigheden. Helaas ook van dat goedkoop spul, ik laat het staan, maar het merendeel van de grijze golf hier neemt die hele maand mee terug naar hun kamer.
Ik ben blij als ik straks weer op mijn fiets zit.
Ik hoor hier niet thuis. Een soort gegoogde illegaal, ik voel me hier ook niet op m'n gemak. Zoveel getreuzel, zoveel oma's, zoveel kilo's. Ik kan niet zo goed tegen een bejaardensoos. De vraag is of ik dit had kunnen weten. Misschien wel, ik heb ook niet zo veel vooronderzoek gedaan. Gisterenmiddag heb ik een hotel geboekt in Bad Salzufen, gewoon omdat daar veel hotels zaten en ik na 180 km wel moe was. Ik had nog kunnen opzoeken dat dit dorp een küroord is en dan had ik wellicht beter iets anders kunnen zoeken. Küroorden trekken oude van dagen aan, een soort laatste strohalm om het leven wat te kunnen rekken. Daar vind je geen jong en hip volk. Ik heb gisteravond ook niet in het hotel gegeten. Teveel rollators, het schrok me af. Maar vanochtend moest ik er wel ontbijten. Vanwege Pasen, is er een speciaal mandje met paaseieren, een paashaas en andere zoetigheden. Helaas ook van dat goedkoop spul, ik laat het staan, maar het merendeel van de grijze golf hier neemt die hele maand mee terug naar hun kamer.
Ik ben blij als ik straks weer op mijn fiets zit.
Abonneren op:
Posts (Atom)
