woensdag 24 oktober 2018

Hersft

Nu is het echt gedaan met de zomer, vandaag is de herfst begonnen. Ik hoor het overal, in het nieuws, onder collega's en iedereen lijkt er genoegen in hebben om het te zeggen. Er zit zo'n hehe eindelijk klank in als het uitgesproken word. Net alsof we het allemaal zo leuk vinden. Wind, harde Noord-Westenwind, miezerbuien en 14 graden. Waarom is iedereen toch stiekum zo verheugd om dit te zeggen? Want feitelijk was het niet echt lekker weer vandaag.

 

Ik werd aardig van mijn fiets gewaaid, de hele fiets zit onder de modder vanwege de natte wegen en onderweg heb ik even mijn regenjackje aangedaan omdat de miezer toch meer op echte regen begon te lijken dan alleen maar zacht gespetter. Ik vond die 25 graden van anderhalf weekend geleden helemaal niet zo vervelend. Dat global warning gedoe heeft best zo zijn voordelen. En toch lijkt het erop dat alles en iedereen klaar is met zomer vieren en dat we weer normaal weer willen voor deze tijd van het jaar. Vroeg donker, regen, veel wind, natte wegen, overal blaadjes op de weg, ergernissen over de bladblazers, de hele rataplan. We hebben er zin in. Het lijkt wel of iedereen zin heeft in dee lange boswandeling in herfstkleuren en een kop chocola toe.

 

Maar voor mij hoeft dat eigenlijk niet zo. Ik zit thuis nog gewoon in korte broek. Het is hier 22 graden en de verwarming staat uit. Ik heb volgens mij een A++ geisoleerd huis, het is hier niet koel te krijgen. Dat was deze zomer overigens wel een 'dingetje'. Ik ben gek op warmte maar 28 graden in huis en 30 op mijn slaapkamer vond ik toch ook te gortig. Maar gekoeld kreeg ik het niet en alle airco's waren uitverkocht. Daar moet ik binnenkort eens achteraan om volgende zomer niet weer hetzelfde euvel te hebben. En die wind van vandaag was best wel fors. En nu komt het stomme, ik vond het nog geinig ook. En ik ben helemaal niet van de wind. Ik hou veel meer van bergen, dat is een veel prettigere en vooral een eerlijke tegenstander. Een berg geeft je niet een onverwachte een klap in je smoel, een vlagerige rukwind wel. Nederland leek vandaag gewoon weer echt op Nederland. In de zomer leek het hier meer op de Zuid-Franse Provence met aleen maar dor en verwelkt gras. Het was vandaag net alsof ik weer thuis kwam na een lange reis. Dit is mijn land. Fris winderig, nat en overweldigende luchten. Zo voelt thuiskomen aan, al was het strikt genomen vandaag gewoon prut weer.

woensdag 17 oktober 2018

Kort kort

Global warming is goed. 

Het is vandaag 17 oktober en het is korte broeken weer. Lang leve global warning! Zonnig, 21°C en weinig wind, wat wil een mens nu nog meer? Vergeet even die neven effecten zoals zeespiegelstijging, grote droogtes, hevige orkanen, verdwijnend plankton en meer van dat soort wereld drama gedoe. Al die mooie broeikasgassen zorgen gewoon voor heerlijk najaarsweer. Wie kan daar nu iets tegen hebben? Ik zou zeggen,  stap nog even in de auto voor wat extra kilometers,  koop nog wat aandelen in die Chinese bruinkool centrales en mik die zonnepanelen van het dak af. Koop misschien toch maar die foute milieu diesel en boek nog eens een vliegreis. 

Kort kort in oktober. Jippie. Korte broek, korte mouwen. En gaan met die banaan. 117 km lang door ultra vlak Hollandsch landschap. Boerderij links, sloot rechts, tegemoet komende tractor.  Polder links,  rivier rechts, het zonnetje boven mijn hoofd. Kanaal rechts, boomgaard links en rood fietspad onder de wielen. Het is trouwens al bijna twee weken global warming weer, maar een akkefietje aan mijn rechterpols  weerhield me van fietsen. Niet dat ik zelfmoordneigingen heb, maar ik had wel mijn rechterpols doorgesneden. Eén snee van vijf cm en negen hechtingen waren het gevolg van een poging om een bord waar een barst in zat in tweeën te breken. Dat bord ging stuk, maar mijn pols raakte ook zwaar beschadigd door een snijwond aan een scherf.  

Maar gelukkig houdt dat global warming weer lekker lang aan. De genezing van de wond had namelijk nogal wat tijd nodig, de hechtingen zijn er pas vanochtend uit gegaan.  Het is inmiddels zo droog dat sommigen ponten niet meer varen. Nog zo'n onhandig bij-effect van dat klimaat gedoe. Boeren klagen steen en been, maar dat zal me even jeuken. Boeren klagen altijd. Als het regent, klagen ze, als het droog is ook. Als het warm is, zeuren ze, als het vriest ook. Ik klaag van vandaag niet. Ik denk alleen maar, YES, korte broeken weer in oktober. 

zaterdag 22 september 2018

Felle hoosbuien, hagel, onweer en rukwinden.


Een nagenoeg droge dag met wel kans op een bui maar op de meeste plaatsen droog. Dat was de weersvoorspelling van vandaag. Morgen zou een echte plens dag worden. Morgen dus, niet vandaag. En ik geloof die dingen, ik geef toe beetje dom van mij maar ik blijf gewoon een beetje naïef in die dingen. Misschien komt het door de betrouwbaarheid die de weermannen en vrouwen doorgaans maken. Net pak of deftige jurk, gearticuleerd taalgebruik, mooie computer simulaties en dat allemaal op een betrouwbare TV zender.  Misschien zou het weerbericht eens gepresenteerd moeten worden door een of ander onguur type, of een notoire leugenaar. De vieze man van Koot & de Bie of Donald Trump of zo die het weerbericht voorleest, dan weet je gewoon zeker dat het een leugen is. Bij Trump is het heel makkelijk te zien of iets een waarheid is of een leugen. Als hij praat is het een leugen en anders eigenlijk ook wel.

Ik was dus weer eens zo naïef omdat nagenoeg droge weerbericht te geloven en ook vol goesting voor een lang rondje fietsen. Het liep dus allemaal een beetje mis. De eerste 80 km is het nog goed te doen. Weliswaar een aantal behoorlijk natte wegen onderweg waar net een bui aan was gepasseerd, maar geen druppels. Toen had er eigenlijk bij mij al een belletje moeten gaan rinkelen. De buienradar was daar vanmorgen vrij stellig in. Alles droog. Die natte weg duidde duidelijk of het feit dat buienradar ook een vorm van fake news is. Ook de lucht liet duidelijk zien dat het echt niet droog zou blijven. Overal zie ik dreigende donkere wolken en grijze lange banen naar beneden trekken. K, denk ik bij mezelf. Hoe loopt mijn rondje nu precies naar huis en ga ik dat noodweer net missen? Een kilometer of 10 lijkt het daar ook op maar daarna gaat het langzaam mis. Eerst kom ik in wat spetter regen terecht. Daarna in wat harder gespetter, die weer overgaat in echte regen en daarna wordt het alleen maar erger. Ik word nat, zeiknat. Het water staat in mijn schoenen en dan heb ik ergste nog niet eens gehad. Na de regen komen felle hoosbuien, dan hagel, daarna onweer en stevige rukwinden. En als dat voorbij is blijft het fors door regenen en waaien. Dat waaien is trouwens wel goed. Het laatste uur staat mijn teller constant tussen 36 en 40 kmh. Ik fiets hard. Ten eerste om gewoon zo snel mogelijk thuis te zijn, ten tweede omdat de wind me de goede kant op duwt maar voornamelijk toch om het warm te krijgen. De temperatuur is inmiddels gezakt tot 11 graden, al mijn kleding is doornat en het gevoel in mijn vingers raakt langzaam kwijt. Als ik thuis ben, is de ergste regen gestopt. Nu wacht me nog maar een uitdaging. De sleutel van mijn huis uit mijn wielertrui vissen en deur opendoen. Na ruim een uur nat en koud geregend te zijn, lukt dat nog net.

Ik loop meteen door naar de douche. Met kleren en al stap eronder. Eerst warm worden, eerder dan dat krijg ik die natte zooi toch niet uitgetrokken. Dat is nu al de tweede keer dat ik zo onder de douche sta. Vier jaar geleden had ik een vergelijkbaar euvel. Toen kon ik deur niet eens open krijgen en heb ik help moeten vragen. Na 10 minuten douchen kom ik als wat meer mens weer de badkamer uit. Eerst maar eens wat eten, dat heb ik wel verdiend. En de rest van de dag blijft het regenen. Nagenoeg droge dag? Jaja,…. Tijd voor een boze brief of zo naar het KNMI.



en het begon zo mooi

maandag 13 augustus 2018

Een rondje Ardeche,.....ehm Alpen dus

Mijn groot rondje Ardeche is uiteindelijk ontaard in een slijtage slag in de Alpen met een klein uitstapje naar Italië. Ofwel mijn vage plan van een rondje Ardeche is jammerlijk mislukt. Zo heel veel van de Ardeche heb ik geeneens gezien. Twee etappes en toen was ik er al klaar mee. Daarna ben ik het Rhône dal overgestoken en heb koers gevat naar de Alpen.

Was er dan iets mis met de Ardeche? Eigenlijk niet. Heel mooi landschap, rustige wegen, mooie bergen. Genoeg te zien en te eten onderweg. Het was er wel erg warm, dat wel. Maar de hogere bergen van de Alpen lonkten. Het klimmen ging me domweg te gemakkelijk af. Dus, ik dacht, ik zoek hogere bergen op. En koeler, en meer klimmen, en meer afzien. Ik zag alleen maar voordelen.

Dat klimmen in de Alpen ging soms redelijk makkelijk, andere keren was het ronduit ploeteren. De Ornon was niet grappig, terwijl dit niet eens een loodzware klim was. De Gailbier is dat wel, maar die liep redelijk makkelijk. De volgende dag heb ik me weer foeilelijk vergist in de Iseran. Ik dacht, als de Gailbier me redelijk makkelijk afgaat, dan zal die Iseran er ook wel uit te persen zijn. Het werd een slopende bevalling waarin ik niet kon genieten van de schoonheid van het Alpen landschap. De Iseran bleek een kreng van de eerste orde, zich niet prijs willen geven en de percentages bleven maar komen. Er zijn daar ook nog foto's van me gemaakt door een profi fotograaf in de hoop dat ik die online ga bestellen. Als je me echt eens heel boos en vermoeid wil zien kijken, surf dan naar de site van fox foto's en zoek op 8 aug rond een uur. De dag daarna ben ik op mijn luchtbed blijven en heb liggen luisteren naar een regenbui die uren bleef duren.

De mooiste twee berglandschappen trof ik in de laatste twee fietsdagen in de Alpen. De col de petit st Bernard en het Cormet de Roselend. Ronduit schitterend, zo zijn Alpen landschappen bedoeld. Alles klopte eraan. Grillige grasvelden, een azuurblauw meer en een fel brandende zon met een paar witte flarden als stille getuigen van de ochtendmist. Aan iedereen die ooit maar een keer in zijn leven een Alpen col mag over fietsen, doe toch vooral het Cormet de Roselend. Ik vind dit een van de allermooiste Alpen cols. Al was het alleen om de naam. Het heet geen col of zo, maar Cormet, wat dat dan ook mogen betekenen. Het klinkt domweg mooier. Ik deed de klim vanaf Bourg st Maurice en ben daarna afgedaald naar het Lac de Roselend. En in die afdaling ben ik om de paar honderd meter gestopt om even een foto te maken. Dat doe ik eigenlijk nooit, alleen op de top maak ik doorgaans kiekjes. Maar dit is zo'n mooi stukje Alpen landschap waar gewoon geen worden voor zijn. Ook superlatieven helpen hier niet.

Het dal uit en terug naar de Ardeche zijn twee saaie etappes. Vlak, warm en geen mooie bergen meer. Wel betere wegen, en ook regen onderweg. Die betere wegen in het Rhône dal is wel een frappant 'dingetje' in vergelijking met de Alpen. De wegen in de Alpen waren vaak gewoon slecht. Zeg maar, Waalse Ardennen slecht. En zoiets heet een grove belediging. Het Ardense wegennet is iets waar je je als rechtgeaarde Belg alleen maar diep voor kan schamen. Zelfs in landen die een stuk armer zijn dan onze zuiderburen, liggen wel echte wegen. Nu snap ik best wel dat die wegen hoog boven in de bergen veel te lijden onder de weeromstandigheden in de winter, maar het Italiaanse stuk van de col de petit st Bernard had wel deugdelijk asfalt. Het kan dus wel. Zo is bijvoorbeeld de weg van Bourg st Maurice naar Val d'Isere schandalig slecht asfalt. Crimineel gewoon. Het is dat ik ooit geleerd heb altijd in de beugels te dalen en nooit met mijn handen boven op remgrepen. Zo kan namelijk het stuur niet zomaar uit je handen stuiteren bij een eventuele kuil in de weg. Als ik als een beginnende amateur hier gedaald en iets minder goed had opgelet, dan was dit een ziekenhuis blog geworden. En Val d'Isere is een groot skioord en dat verdient gewoon een fatsoenlijke weg ernaartoe. En er kan niet worden gesproken van de Franse slag, want het laatste stukje route door de Ardeche naar Lamastre toe, was subliem asfalt. Ze kunnen het echt wel.

Goed, dat was dus een rondje Ardeche met een 'klein' uitstapje naar de Alpen. En ook mijn allereerste ervaring met fietsen met bagage en kamperen in een mini tentje. Het bevalt best goed, maar twee weken is wel lang genoeg. Ik begin onderhand wel eens te verlangen naar een echt bed.

donderdag 9 augustus 2018

Het regent in Bourg st Maurice

Kennelijk is vandaag de dag aangebroken dat de waterdichtheid van mijn tentje aangetoond moet gaan worden. En waarschijnlijk ook mijn humeur dat getest moet worden. Het regent en het regent al een tijdje en als ik weersvoorspelling mag geloven, gaat mijn geduld nog wat langer op de proef gesteld worden. Mijn wereld bestaat nu uit een oppervlak van 120 cm bij 220 cm. Dat is nog geen twee en een halve vierkant meter. Mijn fiets staat buiten nat te worden en de was droogt voor geen meter. Ik lig op een luchtbed van 180 cm bij 50 cm en heb de luxe van een heus opblaaskussentje in mijn nek. Verder ligt zo'n beetje al mijn bagage wanordelijk om me heen. Een slaapzak ergens bij het voeteneind, een toilettas rechts van me, opladers plus batterij links, plus nog wat kleding het en der. Buiten staan schoenen nog net droog te staan. Een fietstas ligt half buiten de tent en is zodoende ook bezig met de waterdichtheidstest.

Als ik in hotels had verbleven in plaats het primitief gedoe op een camping, dan had ik me waarschijnlijk ook te pleuris verveeld. En dan had ik ook op bed gelegen, een beetje een boek lezen en het internet leeg surfen. Zoveel verschil is er nu ook weer niet. Alleen als ik nu moet plassen, moet ik eerst door de regen naar het toiletgebouw rennen. En ik zou en raam hebben gehad om de trieste buitenwereld te aanschouwen. Nu zie ik alleen maar groen tentdoek en aan de verkleuring daarvan probeer ik in te schatten of de zon nog wat wil gaan doorbreken.

Ik heb nu ook het plattegrondje van de camping bestudeerd. Dat geeft wel ongeveer het niveau van de verveeldheid weer. Ik sta op plek 76 en vanochtend vroegen drie franse wandelaars me op welke plek ik stond. Zesenzeventig dus, maar nu pas snap ik hun vraag plus verwarring. Volgens het plattegrond zijn er die kampeerplaatsen in dit mini straatje, maar het zijn er vier. 76, 77 en 78 volgens de houten bordjes die hier in het gras staan. En een plek heeft geen nummer gekregen. Er bestaat dus een kans dat ik echt op plek 76 sta, of dat ik op een soort niemandsland sta wat overigens wel heel erg op een echte kampeerplek lijkt.

Tsssss,..... Het wordt tijd dat het droog wordt.

woensdag 8 augustus 2018

De Iseran is een kreng

De Iseran is een kreng.

Zo, dat is eruit. Nu het waarom. Ik fiets de Iseran vanuit Saint Michel de Mauriene wat in het dal ligt en wellicht enige bekendheid geniet van het feit dat het dorp langs de aanloop route ligt van de Fréjus tunnel. Verder stelt het dorpje niet zo heel veel voor. Ik moest vanochtend even zoeken voordat ik een bakker had gevonden. De route vanuit het dorp naar de top van de Iseran is een slordige 72 kilometer. En dat is bijna allemaal klimmen. De eerst 59 kilometer bestaan uit vals plat klimmen. Soms maar een half procent, dan weer twee, even vier, weer terug naar twee. En zo verder. En heel af en toe een stukje afdalen. Het laatste stuk van de route vormt de echte klim, 13 kilometer aan 8%. Maar voordat ik aan die slopende kilometers begin, heb ik dus al 59 km in de benen waarvan zo'n 50 vals plat klimmen. Ik begin niet helemaal fris meer aan het laatste stuk.

En stuk ga ik. Echt stuk. Ik zit de laatste paar kilometer alleen maar te vloeken op mijn fiets. De schoonheid van het landschap ontgaat me enigzins, ik tuur voornamelijk naar de hoogtemeter op het display van Garmin. Hoe lang nog, hoe lang nog, hoe lang nog deze ellende? Nee, dit was niet leuk meer. Klimmen in de bergen is best mooi als het een beetje lekker gaat, maar mijn lichaam was op. De top van de berg zie je niet goed liggen en pas bij de laatste bocht, zie je het kerkje en het col bord. Dan is het nog 100 meter. Ik parkeer mijn fiets ergens lukraak tegenaan en ik ga staan uithijgen. Eerst iets eten en veel drinken. Die foto met het col bord komt zo wel.

In de afdaling word ik getrakteerd op felle plensbuien en het asfalt in de afdaling is een crime. Ik moet heel goed mijn stuur vasthouden of ik ben het kwijt. Ik heb de Iseran al heel lang een keer willen doen en ik kan hem nu van mijn lijstje afvinken. Maar ik hoef nu even geen tweede keer meer. Morgen eens een dagje niks doen of zo.



dinsdag 7 augustus 2018

Col du Galibier


Misschien was die halve liter Gewurzstramiener niet de beste voorbereiding op de klim van vandaag. Maar ik had gewoon zin in wijn. Het gevolg was onder andere dat ik om half vier mijn tent uit moest om te gaan plassen. En helemaal wakker was ik om half acht ook nog niet. Maar ik ben toch maar opgestaan en heb mijn tent afgebroken en mijn spullen op mijn fiets gepakt. Eerst maar eens naar het dorp voor een ontbijt. Dat hebben die Fransen hier goed geregeld. Elke bakker is al om zeven uur open en ze verkopen zoete en soms ook belegde broodjes. En soms ook mini quiches of een croque monsieur. Soms verkopen ze zelfs koffie, of anders is er wel een café du centre open waar je een café au laît kunt krijgen en waar ze niet moeilijk doen als je elders gekochte waren of hun terras nuttigt. Goed, eerst ontbijten dus en een beetje moed verzamelen.

De klim van vandaag luistert naar de naam col de Galibier, een slordige 47 kilometer klimmen. Eerst naar de Lautaret en daarna de Galibier op. 2642 meter hoog. Niet echt iets om me zorgen over te maken, maar het is voor mij wel de eerste keer dat ik dit soort fratsen met fiets en bagage uithaal. Normaal fiets ik dit soort dingen op een racefiets van 7,6 kilo en nu op een fiets van elf kilo met nog eens twaalf kilo aan bagage. Dat voelt toch anders. Maar uiteindelijk valt het mee. De klim naar de Lautaret is vooral lang en geleidelijk, op de eerste kilometers na dan. De flensjes met suiker op de top zijn goed naar binnen te werken en de Gailbier is slechts nog maar acht kilometer lang en met zo'n zeven procent goed te doen. Alleen de laatste kilometer is het harken met percentages van boven de 10 procent. Maar daarna mag ik foto's maken en foto's maken en foto's maken. En afdalen, alleen nog maar afdalen tot aan Valloire toe. Dan nog even vijf kilometer klimmen over de col du Telegraphe heen en verder afdalen. In Saint Michel de Mauriene, denk ik, OK het is nu wel tijd voor een camping.

S' avond doe ik nog maar eens een halve liter wijn. Morgen eens kijken of ik de Iseran ga doen.