zondag 28 juni 2009

Jeantex Transalp 2009; Das grosse Radrennen uber die Alpen

Vrijdag 26 juni

opstaan, ontbijten, huis nog even opruimen en de fiets en tas in de auto laden. Het is vrijdagmorgen en het is rustig op de weg. De radio staat vandaag in het teken van het overlijden van Michael Jackson. De king of pop is 50 jaar oud geworden en is gisteren overleden aan een hartstilstand. Het is tijd voor geruchten en veel van zijn oude nummers op de radio. Ook in Duitsland is weinig verkeer en afgezien van een paar Baustelles rijd het redelijk rustig door. Om 6 uur 's avonds arriveren bij Pension johanna. Daar wacht de eerste verassing; de boeking blijkt niet te zijn doorgekomen en alle kamers zitten vol. Met wat aandringen bij de gastheer (ik had namelijk wel degelijk gereserveerd) lukt het dat hij bij een ander pension alsnog kamers voor ons regelt. Ik bel direct Paul op nog wat hotels na te bellen waar ik ook plots een vaag gevoel bij heb of deze boekingen wel goed zijn doorgekomen. Paul belt al snel terug om te bevestigen dat alles daar wel goed is doorgekomen. We slapen nu niet in Pension Johanna maar in Gasthof Sonne. Hoe die aan hun naam zijn gekomen is mij een raadsel want het is ongelofelijk pestweer hier. Het is bewolkt, fris en het regent. 's Avonds in het hotel spreken we twee Israëliërs die ook de Transalp rijden. Zij maken zich grote zorgen over het weer. In Jeruzalem moet het begrip regen en kou nog geïntroduceerd worden.

Zaterdag, 27 juni

Vandaag mogen we de spullen van de Transalp gaan ophalen. We krijgen onze startnummers, bikechip, accreditatie, reclame goodies en een joekel van een tas. Deze tas met Transalp logo mogen we houden en de organisatie zeult deze van hotel naar hotel. Er past 144 liter bagage in en dat is veel meer ruimte dan dat ik aan spullen bij me heb. Als we weer buiten staan is het gaan regenen; en niet zo zunig ook niet. Met bakken tegelijkertijd wordt het malse regenwater naar beneden gestort. Dat belooft nog wat voor morgen. Bezoek aan het expo center midden in het dorp laten we maar even voor wat het is; dat komt vanmiddag nog wel. 's Middags is het droog geworden en rijden we opnieuw naar Sonthofen toe om het expo centrum te bekijken en aan te schuiven voor de Pasta party. Het expo centrum bestaat uit 4 tentjes van de sponsors en verder niets; dan nog maar even over lokale kermis heenlopen. Na de pasta party krijgen we de briefing van de organisatie. Er wordt gehamerd op veiligheid en de sponsoren mogen hun zegje doen. De weersvoorspelling van morgen is niet optimistisch; 85 % kans op regen.

Zondag 28 juni

De eerste dag van de Transalp gaat van start. Om 10 uur 's morgens worden we weggeschoten voor de eerste etappe. 120 km en 2447 hoogtemeters. Na 7 dagen zal 880 km en 18366 hoogtemeters overbrugd zijn. Het weer is vandaag veel beter dan vooraf gedacht. Het blijft godzijdank de hele dag droog en het is een graad of 20. De eerste berg van de dag is eigenlijk een makkie. De Obersberg stelt niet veel voor maar mijn Suunto schiet meteen de hoogte in. Zal wel iets met de wedstrijdspanning te maken hebben. Daarna volgen hele lange stukken die langzaam bergaf lopen. Er vormt zich een groep van een man of 50 die het tempo op de 40 kmh houdt. Na de tweede berg van dag (met stukken van 16% ) valt de groep uiteen en het duurt weer even voordat zich in de afdaling opnieuw een groep vormt. Als we eindelijk weer in een groep van 20 man rijden, begint de Hahntenjoch. Ik had geen hoogteprofiel van de berg kunnen vinden en ik schrik me nu te pletter van het stijgingspercentage. Er zitten stukken van 5-6 km in deze klim waar het met meer dan 12% gemiddeld stijgt. Ik rij echt alling langzaam (7-8 kmh) en kan me niet herinneren wanneer me dit eerder overkomen is. De Hahntenjoch komt met stip op 1 in mijn lijstje met klote-cols. Ik dacht de de Giau in de dolomieten gemeen was, maar de Giau pas hier nog gewoon twee keer in. Eenmaal boven volgt een lange en steile afdaling naar Imst waar de finish is. Ik haal 81 kmh in deze afzink en ik zie ook nog iemand een rotsmak maken in de afdaling. Hij remde te laat voor een bocht en stuurde daarna met te hoge snelheid de bocht in. Zijn voorwiel glijd weg en daarna maakt hij languit een schuiver over het asfalt. Ik zie dat zijn teamgenoot is gestopt en laat me verder naar beneden vallen. Achteraf hoor ik van Peter dat de renner direct weer opstond en stond te vloeken dat hij was gevallen. Eenmaal in Imst kijk ik naar de uitslag van vandaag. We zijn 98ste geworden in onze categorie en eigenlijk valt me dat tegen. Ik had ons hoger ingeschat. Nu douchen, rusten, eten en slapen. Morgen moeten we 150 km rijden over twee monster bergen. Omdat ons hotel nogal ver van start/finish ligt laten we ons met het pendelbusje naar het hotel brengen. 's Avonds nemen we de bus ook weer terug naar de pasta party. Dit bleek geen goede keus te zijn. We hadden in het hotel toch al gegeten en de pasta party kost voornamelijk heel veel tijd. Tijd die we beter hadden kunnen gebruiken om op bed te liggen en te rusten. We zien nu wel de huldiging van de etappe winnaars en de uitreiking van de truien. We krijgen ook de briefing voor morgen te horen. Er wordt weer gehamerd op veiligheid en de organisatie begint zich op deze manier voor schut te zetten. Zo wordt bijvoorbeeld voor morgen met veel poeha kenbaar gemaakt dat er wegwerkconstructies zijn en dat we zeer voorzichtig moeten zijn, de aanwijzingen van de lokale politie moeten opvolgen en dat er 2 km gravel in de route zit. Morgen zal blijken dat het eigenlijk niets voorstelt. De gravel strook duurt 200 meter en al het verkeer wordt tegengehouden zodat wij snel kunnen passeren. Bij de volgende “KIJK UIT” waarschuwing van de organisatie denk ik: ¨het zal wel loslopen¨.

Maandag 29 juni

De op een na langste etappe van de Transalp staat vandaag op het programma. 148 km en 2750 hoogtemeters. De route is simpel vandaag, eerst 55 km klimmen, dan 40 km dalen, dan 35 km klimmen en eindigen met 20 km dalen. Opvallend is het rijden van sommige deelnemers. Er zijn er velen die niet als team opereren. Ze rijden alleen en malen niet om hun team partner. Er wordt echt geen individueel klassement opgemaakt en de tijd van de traagste telt. Peter en ik rijden de gehele dag samen. In de klimmen valt er soms een gaatje maar in de afdalingen en de vlakke stukken blijven we bij elkaar. Er zijn meer teams die dit doen maar lang niet alle. Andere renners rijden ook vreemd in een groep mee. Ze laten gaatjes vallen op momenten dat dit niet nodig is en laten zo de groep in tweeën breken. Niet slim want samen rij je harder dan alleen en het blijft een wedstrijd. Op het eind van de dag pakken we nog een frisse regenbui mee. Het was vandaag mooi zonnig weer en het eindigt dus fris. We slapen vandaag in een luxe ski hotel in Ischl en laten vanavond de pasta party voor wat het is. We gaan wel uitgebreid dineren in het hotel restaurant. Het hotel blijkt echt typisch Oostenrijks. De serveersters dragen mooie jurken met decolleté, het eten wordt heel netjes opgemaakt en ze zijn zeer gastvrij. Ze bediening loopt zich uit de naad voor ons. We kunnen zelfs de fietsen een wasbeurt geven met zeepsop, watersproeier en poetsdoeken. Tijdens het eten krijg ik ruzie met mijn maag. Ik krijg de pasta niet weg en dat is meestal geen goed teken. Ik lig om 21:30 al in bed en slaap direct in. Om 5:40 wordt ik pas voor de eerste keer weer wakker.

Dinsdag 30 juni

Vandaag staat een etappe op het programma van 120 km en 2400 hoogtemeters. Op papier niet de zwaarste maar met het gegeven dat mijn maag zich roert, wordt dit toch een lastige dag. Daarnaast moeten we ook nog de Pillarhohe over en dat is de col waar ik me vooraf de meeste zorgen voor maakte. Het stijgingsprofiel zag er eng uit. 7 km klimmen en 800 meter omhoog. Achteraf gezien bleek de dag makkelijker dan verwacht. De Pillarhohe viel mee en ik kon goed eten onderweg. Alleen op het einde van de dag tijdens de lange vervelende klim naar Solden begonnen de darmen weer te zeuren. Halverwege de etappe schakelt Peter mis en hij trekt zijn achterderailleur krom. Zo is verder fietsen onmogelijk geworden, Na 10 min staat er een busje van Rose klaar om assistentie te geven. Peter krijgt een nieuwe fiets mee en zijn pedalen en bikechip worden overgezet. 's Middags kan hij zijn fiets weer laten reparen door de service van Rose. 54 euro voor een nieuwe achterderailleur + kabel, montage en ook nog eens stellen van balhoofd en wiellager is een koopje. Het akkefietje is niet goed voor onze eindtijd maar we rijden sowieso geen goed klassement, Uitrijden lijkt belangrijker te worden dan ons druk maken over een klassering. Het hotel blijk ik niet handig gekozen te hebben. Het ligt 200 meter hoger dan Solden en dat is nog een pittig klimmetje zo op het einde van de dag.

woensdag 1 juli

Vandaag staat de kortste etappe van de Transalp op het programma. 90 km lang en een bescheiden aantal hoogtemeters van 1800. De dag begint echter direct goed. De eerste en enige echte klim luistert naar de naam Timmelsjoch en is 2509 meter hoog. We beginnen dus gewoon met 24 km klimmen en daarna is het heel lang afdalen naar Italië toe. Boven op de Timmelsjoch is het fris. De laatste paar kilometers gaan langs heel veel sneeuwvelden en het uitzicht tijdens de klim is fenomenaal. In de afdaling breekt bij Peter zijn bidonhouder af. Goede tip: “koop nooit een “Wilier”. Die dingen gaan alleen maar kapot op onmogelijke momenten. In Italië is het warm, zeg maar gerust errug warm. We rijden daar het dal naar Naturs en worden af en toe van de grote weg afgestuurd om nog een kleine klimmetje te doen naar een van de dorpjes op de bergwand. De laatste 10 km gaan over een fietspad langs het water. We houden het tempo er lekker in hier; de teller schommelt tussen de 38 en 40 kmh. Wederom worden de gehele dag alle kruispunten voor ons vrij gehouden. We hoeven nergens te wachten en alle verkeer moet voor ons stoppen. Dat is best machtig. Het is net alsof we echt belangrijk zijn (we weten natuurlijk zelf wel beter). Na de finish fietsen we 4 km terug naar Plaus waar ons hotel zit.

donderdag 2 juli

Vandaag staat de eerste twee van zeer zware ritten op het programma. We rijden van Natruns naar Livigno; eerste over de Stelvio en daarna over de passo di Foscagno en de Passo Eira. In totaal goed voor 119 km en 3570 hoogtemeters. In 2007 zat dezelfde etappe in de Transalp en toen was het dé koninginne-etappe. Deze keer is het 'slechts' een aperitiefje voor de dag van morgen. Het is 's ochtend warm bij de start en het belooft mooi weer de te worden. We moeten de Stelvio over en daarboven (2753 m) kan het fris zijn. Ze verwachten in Livigno 's avonds wat lichten regen maar tegen die tijd zijn we al lang binnen. De eerste 30 km door het dal gaan geneutraliseerd van start. Vanaf de Stelvio begint de koers pas echt. De Stelvio is beroemd vanwege zijn 48 haarspeldbochten, Ze zijn een voor een genummerd en het is aftellen naar boven toe. Onderweg begint het licht te miezeren en er staat een fris windje. Boven op de berg is druk met mensen en auto's. Ik trek snel mijn windbreker aan en wacht even op Peter. Hij heeft betere benen vandaag dan de dagen hiervoor en zit vlak achter me. De afdaling is spectaculair; er zitten een paar onverlichte tunnels in met bochten. De organisatie doet er alles aan om ons tijdig te waarschuwen en om wat licht in de duistere tunnels te krijgen. De motoren staan in de tunnels met lichten aan en er zit zelfs iemand met een zaklamp te schijnen. Beneden in het dal is het weer warm en we beginnen aan de tweede pas van de dag. De passo di Foscagno is een beetje een saaie berg. Pas op het eind wordt de pas mooi. We zien zeer dreigende wolken hangen en als we gaan afdalen breekt de hel los. Het onweert en regent pijpenstelen. Na 4 km afdalen begint de korte klim naar de Passo Eira die gelukkig weer droog is. In de laatste 8 km afdalen naar Livigno toe begint het weer te hozen. Ik krijg het steenkoud en zit te vloeken op mijn fiets. DIT IS NIET LEUK! In Livigno aangekomen zijn we verkleumd tot op het bot. We krijgen een deken van de organisatie en warme thee. Het helpt allemaal niet echt. We fietsen naar het hotel om te gaan douchen en op te warmen. Ik heb gelukkig een luxe hotel geboekt voor vandaag en de douche is heerlijk.

vrijdag 3 juli

Vandaag staat de koninginne-etappe op het programma. Maar liefst 180 km moet worden afgelegd en 3750 hoogtemeters moeten worden overbrugd. Er zitten 5 passen in de route; passo Eira, passo di Foscagno, passo di Gavia, passo Tonale en de passo Mendola. De Gavia is de meest roemruche berg ui deze etappe. Als je aan de Gavia denkt, denk je meteen aan de legendarische etappe uit de Giro waarin Johan van der Velde als eerste boven kwam maar de etappe die dag niet won omdat hij in de afdaling kompleet verkleumd raakte door het slechte weer. Sneeuw, kou en wind teisterden die dag het ganse peloton; renners kwamen huilend boven. Ondanks het mooie weer deze week in Italië is het ook vandaag boven op de Gavia koud en in afdaling worden we getrakteerd op een hagelbui. Er zitten een paar hele listige stukken in de afdalling. De weg is smal, erg bochtig en het is slecht wegdek. Vooral de onverlichte lange tunnel met bocht was errug spannend. We zagen geen hand voor ogen en reden met dicht geknepen remmen voorzichtig naar beneden. Het enige voordeel dat we vandaag hebben is dat we veel mogen dalen. De finishplaats ligt 1400 lager dan de start. Ondanks dit kleine voordeeltje komen we afgepeigerd in Kaltern aan waar het snikheet is. Ik drink 7 glazen sportdrank achter elkaar weg en een man van de organisatie staat me lachend aan te kijken. Het hotel blijkt ik weer eens onhandig gekozen te hebben. Het ligt wat hoger dan het dorp zelf maar dat is niet het grootste probleem. Ze proberen er een soort culinaire status op na te houden. Het gevolg is dat we allemaal miniporties krijgen geserveerd op veel te grote borden. Gewoon een groot bord pasta zit er vanavond niet in. De hele show van het eten duurt ook nog eens meer dan twee uur. Op het eind heb ik eigenlijk nog honger. De volgende dag maak ik dit bij het ontbijt meer dan goed. Het is weer een ontbijtbuffet en ik zit een half uur te ontbijten. Yoghurt, cruesli, veel fruit, broodjes met ham, kaas en worst en nog een paar sneden brood met een dikke laag jam.

Zaterdag 4 juli

De laatste dag van de Jeantex tour Transalp. Vandaag een makkelijk etappe met een lange vlakke geneutraliseerde aanloop en vervolgens 2 klimmen. Het warme weer en 780 km in de benen zorgen er nu voor dat eigenlijk alle klimmen niet zo heel leuk meer zijn. Toch blijken we nog wat betere benen over te hebben dan onze naaste concurrenten. We maken vandaag toch nog tijd goed en stijgen nog 4 plaatsen in onze categorie. De afdalingen van de twee klimmen van vandaag waren dolle pret. In de dorpen waar we doorheen reden werden alle kruispunten door de politie vrijgehouden. We konden volle bak naar beneden knallen. Niets zo leuk om met 60 kmh door de bebouwde kom te sjeezen en alle bocht vol te nemen. Veel mensen aan de kant die ons aanmoedigen en dat maakt de sfeer alleen nog maar mooier. De afdaling van de laatste pas is schitterend met het uitzicht op het Lago di Garda. Een mooi slot ven aan geslaagde week wielrennen in de Alpen.

woensdag 27 mei 2009

Trainingskamp in de Vogezen


Als voorbereiding op de Transalp (28 juni t/m 4 juli) reis ik samen met mijn fietsmaat af naar de Vogezen voor een trainingskamp van 4 dagen. Het weer bij aankomst is onheilspellend. Het regent als we aankomen; ’s avonds vallen er enkelen forse hoosbuien en de lucht is asgrauw. De volgende morgen gaan we met een regenjack in de rugzak op weg voor de eerste rit. Op de eerste col van de dag gaat Peter er direct vandoor. De Suunto loopt op naar 180 en ik laat een gaatje vallen. Als we boven staan, vraag ik of het op de volgende cols iets minder mag. “Even uitproberen” grapt Peter terug. Op de grand Ballon doen we het wat rustiger aan. Het is boven op de route du crête erg bewolkt; er hangen dreigende onweerswolken en af en toe fietsen we door flarden mist. We fietsen zonder pauze te houden de route van 94 km uit. Het zal zo wel gaan regenen en we zijn liever nog voor de buien weer terug in het hotel. Onze vrees blijkt echter ongegrond. ’s Middags klaart het op; de zon gaat schijnen en het wordt lekker warm. De komende drie dagen hebben we prachtig weer. Zonnig, warm tot zeer warm, geen spat regen en af en toe een briesje. ’s Middags loop ik even naar het dorp. Er blijkt een suf sculpturen festival aan de gang te zijn en er finisht een kleine profkoers. De renners van Diquigiovanni blijken in ons hotel te zitten. De renners krijgen flink veel pasta met kaas voorgeschoteld en dat terwijl de begeleiders aan de andere tafel aan de wijn en frieten zitten. Verschil moet er zijn.

Rit twee gaat over de ballon de Servance en de ballon d’Alsace. Peter heeft er weer zin in vandaag en ik heb moeite om zijn wiel te houden. Pas op de laatste de col van de dag is hij degene die moet lossen. Het is nu ook als behoorlijk warm en met 120 km op de teller tellen de laatste meters van de col du Bramont zwaar. De volgende twee ritten (nr 3 en vier) gaan over heel veel cols. In dag 3 zitten 8 cols en in dag 4 maar liefst 10! Dat klinkt als veel maar in de Vogezen is het makkelijk colletjes scoren. Sommige collen krijgen je gewoon gratis mee. Vanaf de col de la Vierge is het 2 km afdalen naar de col du Bramont. Maar ja, voordat je op de Vierge staat moet je wel eerst 10 km klimmen. De temperaturen liegen er niet om de laatste 2 dagen. ’s Middags is het boven de dertig graden en dan heeft het lichaam het moeilijk. Ongeveer 80 tot 85 procent van geleverde energie wordt omgezet in warmte; de rest wordt gebruikt om snelheid te maken of te klimmen. Als je met 30+ graden een berg beklimt in de volle zon, moet het lichaam alle zeilen bijzetten om het koel te houden. Ik lijk wat beter tegen de hitte bestendig dan Peter. Vandaag ben ik degene die het tempo bergop bepaalt.

Na 4 dagen fietsen ben ik wel tevreden over de vorm. Het is nog niet goed genoeg voor de Transalp, maar 4 dagen zwaar fietsen hou ik makkelijk vol. Nog een maandje trainen en dan gaar het feest in de Alpen beginnen. Ik verheug me nu al de pijn!

zaterdag 9 mei 2009

Zuid Veluwe tour van Ede

Ik rij vandaag een toertocht vanuit Ede. De tocht luistert naar de naam Zuid Veluwe tour, is 130 km lang en telt niet minder dan 1250 hoogtemeters. Het idee is heel simpel; in het gebied Ede-Renkum-Wageningen-Oosterbeek-Arnhem worden allen wegen geïnventariseerd die omhoog lopen. Zet een tocht uit die al deze wegen aan doet en je hebt een klimtoertocht. 50 procent van alle wegen die bergop lopen in deze omgeving heb ik vandaag beklommen; de andere 50 procent heb ik naar beneden gereden. Ik wilde eigenlijk vandaag rustig klimmen maar dat liep faliekant mis. Er is veel volk op deze toch afgekomen en ik rij de hele dag mee in groepen die het woord HAAST met hoofdletters schrijven. Met een gemiddelde van 29,5 kmh sta ik na 4 uur en 20 minuten weer in Ede. Onderweg gebeurt eigenlijk niets dat de moeite van het vermelden waard is. Door in een groep van 20 wielrenners mee te rijden, krijg je overal voorrang waar je dat vaak niet hebt. Het is bijna op het asociale af. Op een van de vele hellinkjes wordt een renner van achteren aangereden door een Volvo die kennelijk niet zo goed zat op te letten. De renner maakt een buiteling en landt in de berm. De Volvo rijden stopt 100 meter verderop. De renner staat weer op en discussieert even met de Volvo rijder. Het blijkt een oudere man te zijn. Echt typische voorval dit. Vorig jaar werd ik aangereden door een oudere man in een Volvo op een rotonde. Andere oude man; andere Volvo. Maar toch. Wielrenners, weest gewaarschuwd voor oude mannen in Volvo's!

maandag 4 mei 2009

trainen in de Eifel

Koningendag valt gunstig dit jaar. 30 april valt om een donderdag; vrijdag erbij vrij pakken en ik heb 4 dagen vrij. Ik besluit om naar de Duitse Eifel te rijden om wat klimtraining te doen. Ik verblijf in hotel zum Goldenen Stern in Prüm. Het hotel ligt midden in het dorp aan het centrale plein. Het weer is prachtig dit weekend en de lokale ijssalon doet goede zaken. Ze maken dan ook lekker ijs. Ik probeer aan mijn conditie te werken maar mijn hartslag heeft kuren. ’s Morgens is deze gewoon veel te hoog, maar overdag voel ik me wel sterk tijdens het fietsen. Ik heb macht in de klimmetjes, maar voel me weer niet fit als ik in D3 probeer te rijden. Na afloop van het weekend staat de ochtendpols weer op 45. Ik snap er langzamerhand niets meer van.

Het is rustig rijden op de Duitse wegen. Ik zie nauwelijks andere fietsers en de wegen zijn vrij goed. De plaatselijke bevolking lijkt nog nooit eerder een wielrenner te hebben gezien. Ik wordt aangegaapt door de plaatselijke bevolking. Alsof ik een grote bloedvlek om mijn trui heb, met een gebroken frame rij of een dood kind aan mijn fiets heb hangen. Ik begrijp er niets van. Ik stap een paar keer af om te kijken of er niets mis. Maar behalve een goed functionerende wielren fiets, een fietshelm en schone kledij valt er toch niets bijzonders te zien. België en Luxemburg liggen vlakbij en een route gaat door beide landen heen. De wegen in België zijn zoals vanouds Belgisch. Er liggen wegen en je kan erover heen rijden, maar veel worden moet je er niet aan vuil maken. Op Duitse grondgebied zie ik een kerstboompje op een 30 meter hoge kale rechte boomstam staan. Waarschijnlijk een plaatselijk gebruik ter ere van 1 mei of zo, maar vreemd ziet het er wel uit. Het lijkt net alsof de lokale boer reclame maakt voor zijn kerstbomen verkoop. Van heinde en verre kan men zien waar ze te koop zijn. Als je zo’n boom koopt, stellen ook nog de vraag: ”met of zonder stam?”

zaterdag 28 februari 2009

Koers Sloten 28-2-2009

Een van de doelen van het vele sportschool bezoek in de winter is om tijdens de eerste koers van het jaar gewoon in het peloton mee te kunnen rijden. Ik wil er niet afgereden worden na 5 rondjes en ik wil niet constant in de beugels moeten hangen, Ik wil in het peloton mee kunnen rijden zonder overdreven inspanning te hoeven leveren, ook als het tempo tegen de 50 kmh ligt.

Vandaag was de eerste koers van het jaar en kon ik uittesten of het doel gehaald was en zo even bepalen hoe de vorm er voor stond. Op de laatste dag van de meteorologische winter is het zacht weer met 9 graden en een zacht bries uit het noordwesten. Er staan zo'n 50 man aan het vertrek en het parkoers ligt er vies bij. Een paar plassen water van de regenbuien van afgelopen nacht en veel zand maken er een beetje een strontkoers van. Mijn glimmend mooie witte fiets die al weken lang in de woonkamer mooi wit staat te wezen, zag er na afloop goed smerig uit. Dat wordt weer poetsen dus. De koers zelf blijkt een makkie te zijn. Ik rijd constant op de 50*17 en vertik om te schakelen; ik rij wel op souplesse mee. Zelfs met 47 kmh houd ik dit verzet aan wat neerkomt op een cadans van 125 omwentelingen per minuut. Dat spinnen in de sportschool blijkt toch zo weer zijn nut te hebben. Op het eind van de koers ga ik even op kop rijden om het gat met de 4 koplopers verder te dichten. Als we ze bijna hebben gegrepen, hou ik de pedalen stil en bol uit. Ik heb geen zin in het gewring van de spurtende meute en het geloof het verder wel. De missie is geslaagd; koersen gaat me redelijk gemakkelijk af en morgen wil nog een duurtraining van 100 km doen.

Ik fiets nog een rondje uit, lever mijn rugnummer er weer in en ga douchen. Deze blijken koud te zijn. Eigenlijk het enige minpuntje van vandaag. Verder ben ik wel tevreden over de vorm.

zaterdag 22 november 2008

Baanwielrennen op Sloten

Via het FIETS forum werd er een baanclinic georganiseerd op het Velodrome in Sloten. Iedereen op het forum die interesse had, kon zich opgeven. Ik wil alle takken van het wielrennen eens uitproberen en schrijf me in. We krijgen les van Carolien die ons de eerste beginselen bijbrengt. Ik weet nu wat "het beton" is, wat de "cote d'Azur" is en wat het begin de wielerbaan is. Het Beton is beton en ligt helemaal aan de binnenkant van de baan. De cote d'Azur is het begin van de baan. Deze is van hout en is blauw geverfd. Naast de cote d'Azur begint de baan echt. Het eerste gedeelte is ongelakt hout; het hogere gedeelte is gelakt hout. Je hebt het meest grip op het ongelakt lage gedeelte van de baan; daar kan hard worden gereden. De baan is alling steil; da's bijna op het enge af. In de bochten maakt de baan een hoek van 60 graden met de grond. Je kunt ook alleen maar hard rijden in de bochten; als je hier te langzaam rijdt, ga je onderuit.

Baanfietsen zijn ook een beetje apart dingen. Ze kennen slechts een verzet en hebben geen freewheel. Dit betekent dat je nooit je benen kunt stil houden. Als je dat toch probeert, wordt je gelanceerd van je fiets. Daarnaast heeft de fiets ook geen rem. Als je te dicht op je voorligger komt te rijden, kun je alleen ongelukken voorkomen door omhoog te sturen en dan moet daar dus even niemand anders rijden. Baanwielrennen betekent dus heel goed kijken en veel anticiperen.

Na 2 uur in de baan rijden, trek ik de conclusie dat dit niet echts iets voor mij is. Je kunt deze sport alleen maar competitief beoefenen; rijden voor de lol is er niet echt bij. Het woord "vallen" valt te vaak in de uitleg van Carolien. Doe niet dit want dan val je; haal niet links is, want dan we met z'n allen onderuit; rij niet langzaam in de bocht anders ga je onderuit; stuur langzaam het beton op; anders ga je op je plaat,... enzovoort,..., enzovoort,... Ik hou niet zo van vallen.

Tijdens de laatste oefening krijgen we de kans om een rondje volle bak over de piste heen te rijden. Ik leg het rondje van 200 meter af in 14,14 sec. Goed voor 51 kmh gemiddeld. Voor mijn gevoel wordt ik de bocht uit getorpedeerd. Ik heb de grootste moeite op de fiets netjes laag in de baan te houden. Niet echt een lekker veilig gevoel. Aan het baan record van Theo Bos (10,16 sec en dus 70,9) moet ik even niet denken.

woensdag 1 oktober 2008

Verslag van twee weekjes fietsen in de Apenijnen met Cycletours:


Wielrennen:

Italië is het wielerland bij uitstek. Het heeft een zeer rijk wieler verleden en heden ten dage komen de beste renners nog steeds uit Italië. Ook uit ander landen komen goede renners natuurlijk maar geen enkel land heeft zoveel goede renners. Tijdens het laatste WK wielrennen waren alle acht renners uit de Italiaanse ploeg kanshebber voor het goud. Voor elk ander land gold dat slechts een of twee renners als kanshebber golden voor het goud. Italië won het WK met Allesandro Ballan; nummer 2 Damino Cunego reed ook in het azurri blauw van de Italiaanse ploeg. Mij is van te wijsgemaakt door de organisatie van de reis dat deze wieler cultuur goed te merken is in het dagelijkse leven. Dit viel nogal tegen in de praktijk. We zijn een flut amateur koers tegengekomen en ik heb een fietsen winkel van binnen gezien. Nogal magertjes. De reis zelf was geclassificeerd als een 6 sterren reis wat neerkomt op dagafstanden van tussen de 85 en 140 km en hoogte verschillen van zo’n 1500-2500 meter per dag. Met mijn conditie is dit eigenlijk een makkie. Ik ben hier ook niet om iets te winnen of verliezen of in een poging ergens indruk op te maken. Ik ben hier om door een mooi landschap te fietsen. Dat laatste was in voldoende mate aanwezig. Zeker de ruige stukken door de desolate bergen in de Apennijnen zijn zeer mooi. Wat tegenvalt is de staat van de huizen, dorpen en pleinen in het zuiden van Italië. Er lijkt totaal geen geld in deze regio te zitten. Alle huizen, pleinen en gebouwen zijn te typeren als “oude ongeknapte meuk”. In het noorden van Italië zit wat meer geld en daar worden de oude meuk opgeknapt zodat het er weer toonbaar uitziet.

Lunch:

De bagage op de reis wordt vervoerd door reisleider Paul en de grote Mercedes bus. Tevens zorgt de reisleider halverwege de etappe voor een lunch stop. Er is soep, brood, kaas, worst, fruit, koffie, thee, frisdrank, tomaten, gedroogde abrikozen, chips, olijven, yoghurt, etc, etc. Op een dag heeft Paul zelfs pannenkoeken gebakken voor ons. Daar maak je vrienden mee. Helaas is het deze reis ook vaak koud en doet de warme soep ons goed smaken. Bij een lunch stop is het zelfs zo koud we met een deken omgeslagen warme soep naar binnen staan te werken.


Eten en drinken:

Een gemiddelde Italiaans hoofd maaltijd bestaat uit 3 gangen. Eerst is er pasta, dan komt een stuk vlees met wat groente erbij en tot slot een toetje. De pasta kent allerlei vormen en maten en wordt meestal geserveerd met een tomatensaus. Dat is echter niet mijn favoriet. Ik ben meer fan van de pastas met champignons, truffels, spinazie en kaas. De groente die bij hoofdgerecht wordt geserveerd komt vaak in een geringe hoeveelheid. Het toetje is vaak zoet gebak of een grote fruitschaal. Een hotel maakt het enorm bont met het eten. Ze hebben waarschijnlijk van te voren te horen gekregen dat wij fietsers zijn en veel honger hebben. Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen en een gigantische maaltijd geserveerd. Het begon met een groot stuk pizza, gevolgd door een groot bord zeer stevige maaltijdsoep. De soep bevatte witte bonen en een soort pasta-achtige meelbollen. Een bord soep was al een volledige maaltijd. Wij dachten dat de soep als vervanger gold voor de pasta, maar dit bleek een vergissing. Na de soep volgde nog een groot bord pasta met kaassaus. Toen kwam eindelijk het hoofdgerecht. Een grote lap vlees met groente. Om het geheel af te maken was er ook nog eens Tiramisu als toetje. Helaas, was een deel van de groep die dag een beetje ziek en verdween een groot gedeelte van het eten onaangeraakt weer de keuken in. Jammer voor de kok; hij had er zo zijn best op gedaan.


Terrasjes:

Voor koffie moet je dus echt in Italië zijn. In Frankrijk is die lekker; in Spanje nog een stukje beter, maar wat ze in Italië uit de koffiezet automaat halen is gewoon perfect. Capucino, espresso, cafe americano; alles is gewoon even lekker. Dit geld ook voor de ijsjes. Italië is bekend om zijn “gelati” en deze reputatie is niet op lucht gebaseerd. Ijs op het terras is spotgoedkoop en heel er lekker!

Hotels:

We slapen in goede hotels deze vakantie. Het zijn bijna allemaal 3 of 4 sterren hotels. Opvallend is dat elke badkamer is uitgerust met een bidet. Het maakt niet uit of er ruimte was of niet, maar er moest een bidet in. In de kleine badkamer in het hotel in Poppi is de WC half onder de douche geplaatst zodat er nog net ruimte was om een bidet te plaatsen tussen de WC en de wasbak. Ik ben niet gewend aan bidets en gebruik ze ook deze vakantie niet. In Perugia slapen we in zeer luxe appartementen. We hebben de beschikking over een luxe badkamer, keukentje, een zithoek, een mooi balkon en een zeer ruime slaapkamer. In Norcia overnachten we in een nonnenklooster die er een hotel erbij runnen om de kosten van het klooster te kunnen betalen. Ik heb een diep gewortelde totaal ongefundeerd hekel aan nonnen en van elk detail waaraan ik me ergerde geef ik alle nonnen de schuld. Het eten was er trouwens erg lekker. Daar viel weer geen kwaad woord over te zeggen. Maar de kamer was klein, ’s nachts heel erg koud en douchen gaf nogal een waterballet door de kapotte douchecabine.

Ziek zwak en misselijk:

Halverwege de reis wordt ik ziek om daarna weer als herboren terug te komen. In de vierde etappe over 140 km beginnen we ’s morgens meteen met een lange klim naar een hoogte van 1500 meter. Het is de eerste echt zonnige dag van de vakantie, maar deze dag begint wel heel erg fris. Op de klim staat constant een straffe gure wind tegen. Ik kom als eerste boven op de top en ik heb nergens last van. Boven blijkt het niet warmer dan 6 graden. Ik trek kniestukken aan en een windjack en begin aan de afdaling. Na ongeveer 40 km draait plots mijn maag zich 4 keer om en alle goede vorm is spoorslags verdwenen. Ik heb pap in de benen, voel me niet lekker, heb last van zadelpijn en mijn pols wil niet omhoog. Het is nu nog 100 km naar het hotel. In busje stappen is geen optie. Ten eerste wil ik dit perse niet en ten tweede zit het busje al vol. Ik doe meer dan 5 uur over de 100 km en ga vreselijk kapot. In een van de laatste klimmen van de dag hang ik 2 km aan een tractortje, maar deze slaat al snel rechtsaf een geitenpad op. De rest van de klimmen moet ik het alleen doen. Het is allemaal niet steil (3 tot 4%) maar harder van 12 kmh rijd ik niet. In goede vorm moet ik hier makkelijk 20 kmh kunnen rijden zonder echt te sterven. Het laatste deel van de klim is weer erg koud. We rijden nu op 1000 m hoogte, het is laat geworden en de zon is weg. Om 7 uur ben ik bij het hotel. Ik voel me totaal uitgewoond! Ik ga zonder eten naar bed en slaap van 8 uur ’s avonds tot 10 uur ’s ochtends aan een stuk door. Daarna doe ik even een poging om op deze rustdag naar het dorpje te lopen. Na 100 m keer ik om en loop terug naar het hotel. Ik was al moe van 200 m lopen en duik terug mijn bed in. ’s Middags haal ik centrum van het dorpje wel te voet en haal daar wat te eten bij de lokale supermarkt. ’s Avonds krijg ik nauwelijks eten door mijn mond. De volgende dag breng ik door in het busje. Vandaag passeert de moeder aller regenfronten Italië en de hele groep komt totaal verzopen en verkleumd in het hotel aan.

Uiteindelijk neemt mijn lichaam 5 dagen wraak. De inspanning die ik in de vierde etappe heb geleverd is reden geweest om een in soort “spaarstand” te schieten. Mijn lichaam voorkomt dat het dat nog eens moet meemaken en weigert energie te leveren. Ik spendeer in totaal 2 dagen in het busje en kort een etappe van 100 km in tot 40 km. Na de tweede rustdag is alle ellende even spontaan verdwenen als dat het gekomen is. Tijdens de achtste etappe ben ik weer helemaal de oude. Er zit macht in de benen, ik kan makkelijk op kop rijden, ik rijd alles en iedereen bergop eraf en de onfatsoenlijk grote eetlust is ook weer terug. Ik ben weer in vorm en er niets of niemand die me tegen kan houden. Wondere wereld!

Weer:

Dit was gewoon pech hebben. De wind stond verkeerd en er hingen constant depressies en lage druk gebieden boven ons hoofd. Het was vaak koud boven in de bergen en we hebben de nodige buien onderweg gehad. Ik wat weinig winterkleding meegenomen en dit bleek geen verstandige keuze. Ik had niet gedacht dat ik lange beenstukken, winterhandschoenen, overschoen en een muts nodig zou hebben.