woensdag 1 oktober 2008

Verslag van twee weekjes fietsen in de Apenijnen met Cycletours:


Wielrennen:

Italië is het wielerland bij uitstek. Het heeft een zeer rijk wieler verleden en heden ten dage komen de beste renners nog steeds uit Italië. Ook uit ander landen komen goede renners natuurlijk maar geen enkel land heeft zoveel goede renners. Tijdens het laatste WK wielrennen waren alle acht renners uit de Italiaanse ploeg kanshebber voor het goud. Voor elk ander land gold dat slechts een of twee renners als kanshebber golden voor het goud. Italië won het WK met Allesandro Ballan; nummer 2 Damino Cunego reed ook in het azurri blauw van de Italiaanse ploeg. Mij is van te wijsgemaakt door de organisatie van de reis dat deze wieler cultuur goed te merken is in het dagelijkse leven. Dit viel nogal tegen in de praktijk. We zijn een flut amateur koers tegengekomen en ik heb een fietsen winkel van binnen gezien. Nogal magertjes. De reis zelf was geclassificeerd als een 6 sterren reis wat neerkomt op dagafstanden van tussen de 85 en 140 km en hoogte verschillen van zo’n 1500-2500 meter per dag. Met mijn conditie is dit eigenlijk een makkie. Ik ben hier ook niet om iets te winnen of verliezen of in een poging ergens indruk op te maken. Ik ben hier om door een mooi landschap te fietsen. Dat laatste was in voldoende mate aanwezig. Zeker de ruige stukken door de desolate bergen in de Apennijnen zijn zeer mooi. Wat tegenvalt is de staat van de huizen, dorpen en pleinen in het zuiden van Italië. Er lijkt totaal geen geld in deze regio te zitten. Alle huizen, pleinen en gebouwen zijn te typeren als “oude ongeknapte meuk”. In het noorden van Italië zit wat meer geld en daar worden de oude meuk opgeknapt zodat het er weer toonbaar uitziet.

Lunch:

De bagage op de reis wordt vervoerd door reisleider Paul en de grote Mercedes bus. Tevens zorgt de reisleider halverwege de etappe voor een lunch stop. Er is soep, brood, kaas, worst, fruit, koffie, thee, frisdrank, tomaten, gedroogde abrikozen, chips, olijven, yoghurt, etc, etc. Op een dag heeft Paul zelfs pannenkoeken gebakken voor ons. Daar maak je vrienden mee. Helaas is het deze reis ook vaak koud en doet de warme soep ons goed smaken. Bij een lunch stop is het zelfs zo koud we met een deken omgeslagen warme soep naar binnen staan te werken.


Eten en drinken:

Een gemiddelde Italiaans hoofd maaltijd bestaat uit 3 gangen. Eerst is er pasta, dan komt een stuk vlees met wat groente erbij en tot slot een toetje. De pasta kent allerlei vormen en maten en wordt meestal geserveerd met een tomatensaus. Dat is echter niet mijn favoriet. Ik ben meer fan van de pastas met champignons, truffels, spinazie en kaas. De groente die bij hoofdgerecht wordt geserveerd komt vaak in een geringe hoeveelheid. Het toetje is vaak zoet gebak of een grote fruitschaal. Een hotel maakt het enorm bont met het eten. Ze hebben waarschijnlijk van te voren te horen gekregen dat wij fietsers zijn en veel honger hebben. Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen en een gigantische maaltijd geserveerd. Het begon met een groot stuk pizza, gevolgd door een groot bord zeer stevige maaltijdsoep. De soep bevatte witte bonen en een soort pasta-achtige meelbollen. Een bord soep was al een volledige maaltijd. Wij dachten dat de soep als vervanger gold voor de pasta, maar dit bleek een vergissing. Na de soep volgde nog een groot bord pasta met kaassaus. Toen kwam eindelijk het hoofdgerecht. Een grote lap vlees met groente. Om het geheel af te maken was er ook nog eens Tiramisu als toetje. Helaas, was een deel van de groep die dag een beetje ziek en verdween een groot gedeelte van het eten onaangeraakt weer de keuken in. Jammer voor de kok; hij had er zo zijn best op gedaan.


Terrasjes:

Voor koffie moet je dus echt in Italië zijn. In Frankrijk is die lekker; in Spanje nog een stukje beter, maar wat ze in Italië uit de koffiezet automaat halen is gewoon perfect. Capucino, espresso, cafe americano; alles is gewoon even lekker. Dit geld ook voor de ijsjes. Italië is bekend om zijn “gelati” en deze reputatie is niet op lucht gebaseerd. Ijs op het terras is spotgoedkoop en heel er lekker!

Hotels:

We slapen in goede hotels deze vakantie. Het zijn bijna allemaal 3 of 4 sterren hotels. Opvallend is dat elke badkamer is uitgerust met een bidet. Het maakt niet uit of er ruimte was of niet, maar er moest een bidet in. In de kleine badkamer in het hotel in Poppi is de WC half onder de douche geplaatst zodat er nog net ruimte was om een bidet te plaatsen tussen de WC en de wasbak. Ik ben niet gewend aan bidets en gebruik ze ook deze vakantie niet. In Perugia slapen we in zeer luxe appartementen. We hebben de beschikking over een luxe badkamer, keukentje, een zithoek, een mooi balkon en een zeer ruime slaapkamer. In Norcia overnachten we in een nonnenklooster die er een hotel erbij runnen om de kosten van het klooster te kunnen betalen. Ik heb een diep gewortelde totaal ongefundeerd hekel aan nonnen en van elk detail waaraan ik me ergerde geef ik alle nonnen de schuld. Het eten was er trouwens erg lekker. Daar viel weer geen kwaad woord over te zeggen. Maar de kamer was klein, ’s nachts heel erg koud en douchen gaf nogal een waterballet door de kapotte douchecabine.

Ziek zwak en misselijk:

Halverwege de reis wordt ik ziek om daarna weer als herboren terug te komen. In de vierde etappe over 140 km beginnen we ’s morgens meteen met een lange klim naar een hoogte van 1500 meter. Het is de eerste echt zonnige dag van de vakantie, maar deze dag begint wel heel erg fris. Op de klim staat constant een straffe gure wind tegen. Ik kom als eerste boven op de top en ik heb nergens last van. Boven blijkt het niet warmer dan 6 graden. Ik trek kniestukken aan en een windjack en begin aan de afdaling. Na ongeveer 40 km draait plots mijn maag zich 4 keer om en alle goede vorm is spoorslags verdwenen. Ik heb pap in de benen, voel me niet lekker, heb last van zadelpijn en mijn pols wil niet omhoog. Het is nu nog 100 km naar het hotel. In busje stappen is geen optie. Ten eerste wil ik dit perse niet en ten tweede zit het busje al vol. Ik doe meer dan 5 uur over de 100 km en ga vreselijk kapot. In een van de laatste klimmen van de dag hang ik 2 km aan een tractortje, maar deze slaat al snel rechtsaf een geitenpad op. De rest van de klimmen moet ik het alleen doen. Het is allemaal niet steil (3 tot 4%) maar harder van 12 kmh rijd ik niet. In goede vorm moet ik hier makkelijk 20 kmh kunnen rijden zonder echt te sterven. Het laatste deel van de klim is weer erg koud. We rijden nu op 1000 m hoogte, het is laat geworden en de zon is weg. Om 7 uur ben ik bij het hotel. Ik voel me totaal uitgewoond! Ik ga zonder eten naar bed en slaap van 8 uur ’s avonds tot 10 uur ’s ochtends aan een stuk door. Daarna doe ik even een poging om op deze rustdag naar het dorpje te lopen. Na 100 m keer ik om en loop terug naar het hotel. Ik was al moe van 200 m lopen en duik terug mijn bed in. ’s Middags haal ik centrum van het dorpje wel te voet en haal daar wat te eten bij de lokale supermarkt. ’s Avonds krijg ik nauwelijks eten door mijn mond. De volgende dag breng ik door in het busje. Vandaag passeert de moeder aller regenfronten Italië en de hele groep komt totaal verzopen en verkleumd in het hotel aan.

Uiteindelijk neemt mijn lichaam 5 dagen wraak. De inspanning die ik in de vierde etappe heb geleverd is reden geweest om een in soort “spaarstand” te schieten. Mijn lichaam voorkomt dat het dat nog eens moet meemaken en weigert energie te leveren. Ik spendeer in totaal 2 dagen in het busje en kort een etappe van 100 km in tot 40 km. Na de tweede rustdag is alle ellende even spontaan verdwenen als dat het gekomen is. Tijdens de achtste etappe ben ik weer helemaal de oude. Er zit macht in de benen, ik kan makkelijk op kop rijden, ik rijd alles en iedereen bergop eraf en de onfatsoenlijk grote eetlust is ook weer terug. Ik ben weer in vorm en er niets of niemand die me tegen kan houden. Wondere wereld!

Weer:

Dit was gewoon pech hebben. De wind stond verkeerd en er hingen constant depressies en lage druk gebieden boven ons hoofd. Het was vaak koud boven in de bergen en we hebben de nodige buien onderweg gehad. Ik wat weinig winterkleding meegenomen en dit bleek geen verstandige keuze. Ik had niet gedacht dat ik lange beenstukken, winterhandschoenen, overschoen en een muts nodig zou hebben.

maandag 8 september 2008

12de Henk Lubberding Classic.

12de Henk Lubberding Classic op zondag 7 september.

Voor de twaalfde maal wordt in de Achterhoek deze cyclosportieve tocht georganiseerd. Het deelnemers veld bestaat uit zo'n 500 man/vrouw; van westrijdrijders tot fanatieke toerders. Het is een ronde van 120 km waarvan de eerste 85 km geneutraliseerd achter een volgwagen wordt verreden. De laatste 35km is het koers. Er moeten dan de Elterberg worden bedwongen, twee maal over 't Peeske worden geknald en een maal wordt de Paasberg in Zeddam beklommen. Ik rijd deze tocht voor de tweede keer en ik kan me van vorig jaar herinneren dat het eerste gedeelte enorm nerveus is. Het grote peloton van 700 man vertoont een harmonica effect waar je vooral achter in de koers het meest last van hebt. Het is daar vaak hollen (40 kmh) en dan weer bijna stil staan. Ik besluit daarom dit jaar om verder vooraan te gaan rijden. Dat is een leuk besluit, maar er zijn tal van renners die op dit idee gekomen. Desalnietemin lukt dit de eerste 40 km redelijk. Daarna moet ik plassen. Een tempo van 28 kmh met een pols van 110 werkt enorm op mijn blaas. Ik probeer weinig te drinken maar ik moet vandaag toch twee keer aan de kant. En dat is verdomde onhandig als je vooraan wil rijden. Na 80 km staat de blaas weer op knappen. Ik moet nu wel stoppen. Over 5 km wordt de koers vrij gegeven en daarna krijg ik nooit meer fatsoenlijk de kans. In kilometer 80-85 probeer ik een peloton van 700 man in te halen. En dat lukt natuurlijk niet. Als de koers wordt vrijgegeven rij ik ergens halverwege. Op de dijk bij Lobith haal ik nog een pak volk in en dan is er een grote valpartij. Er wordt vandaag veel gevallen en sommigen komen lelijk terecht. Het natte weer van vandaag, de mindere stuurmanskunsten van vele renners en het grote peloton doet zijn werk. Ik zie in totaal 4 valpartijen vandaag en rij er elke keer netjes omheen. Achteraf hoor ik dat er een renner is met een gebroken pols en een met een gebroken sleutelbeen. Volgens mij is koersen een gegarandeerde manier om ooit iets gebroken te krijgen. De grote valpartij op de dijk zorgt ervoor dat er een grote groep weg is gereden en ik ben gedwongen om te achtervolgen. In groepen van 10-30 man rij ik de bulten in moordend tempo op en we rapen de hele tijd andere renners op. Mijn Polar staat in de klimmen tussen de 185 en de 190 en ook op de vlakken stukken staat deze op 170. Alsof de bergjes nog niet selectief genoeg zijn is er ook nog een straffe wind die ons teistert. Als de wind van opzij komt, heb ik moeite om de fiets recht te houden. Met nog 5 km te gaan na de tweede beklimming van het 't Peeske zit ik in een groep van 0ngeveer 30 renners. Ik rij attent vooraan zonder op kop te komen. Na de laatste bocht is het nog 500 meter vals plat omhoog beulen. Ik zet aan voor de laatste spint en niemand kan mijn wiel volgen. Ik rij een tiental meters weg en kan blijven door beuken. Ik rij solo over de finish en werp een blik op de Polar. 196!!! Ik heb hem nog nooit zo hoog zien staan. Als ik stop, krijg ik een compliment van een andere renner. Ik ben te apathisch om iets terug te kunnen zeggen.

Daags na de cyclo staat de uitslag pas op de site. Ik blijk P93 te hebben bereikt; dat is zo'n 10 plaatsen lager dan vorig jaar. Voor mijn gevoel valt dit tegen. Ik ben goed moe en had gedacht dat al mijn inspanningen tot een beter resultaat zouden lijden. Ik dacht dat er minder volk vooruit was en dat we meer hadden opgeraapt, maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Volgens jaar misschien beter, maar dan moet ik gewoon verder vooraan als we gaan koersen en dat laatste lijkt meer geluk dan kunde te zijn.

zaterdag 30 augustus 2008

Koers op Sloten

Het peloton is vandaag wat groter dan normaal. Ik zie nummer 94 rondrijden, terwijl normaal gesroken het wel ophoudt bij nummer 65 of 70. Het zal wel aan het mooie weer liggen. Het is 25 graden, droog, zonnig en een beetje wind uit het oosten. De vakanties voor de meeste zij afgelopen en men trekt massaal naar de koers. Het grote deelnemersveld en het gebrek aan wind levert maar een slappe koers op. Alleen in het begin wordt er fors doorgereden. Een groep van 10-15 renners probeert vanuit de start meteen een gat te slaan. Er is echter te weinig samenwerking en het peloton zit ook niet stil. Na 4 ronden is de rust al weer terug gekeerd. Daarna gebeurt er eigenlijk niets dat het vermelden waard is. Er zijn geen demarrages van betekenis en de gehele koers rijdt het en peloton "en bloque" zijn rondjes. De laatste rondes zijn tenenkrommend. Er zitten iets van 50 renners te wachten op de massasprint en dat kan natuurlijk niet. Als er 50 man willen gaan sprinten, dan zullen er hooguit 10 op het eind goed gaan zitten voor een poging om te winnen. De andere 40 hebben pech. Niemand demarreert. Met nog drie ronden te gaan besluit ik om aan te gaan vallen. Het duurt nog 2 ronden voordat ik me vooraan in het peloton heb weten te wurmen. Met nog 1,5 km te gaan zit ik ideaal voor een splijtende demarrage. Ik zet aan en sprint weg en sla een gaatje van 100 meter. Of ik het ga halen of niet, boeit me in de eerste plaats niet zo. Er moet eens wat leven in dit peloton komen. Ik blijf het tempo op 45 kmh houden; mijn benen lopen vol en rikketik meter geeft 191 aan. Op het bruggetje gaat het allemaal nog wat meer pijn doen, maar ik zit er nog steeds voor. Nog een keer aanzetten en nog een keer pijnlijden. Het peloton zit nu op mijn hielen. Met nog 300 meter te gaan wordt ik ingehaald door een ontsnapte renner. Ik blijf doorrijden, maar de vaart is er nu wel uit. 150 meter voor de finish dendert het ganse peloton over me heen. Ik eindig bijna als laatste. Jammer, maar helaas. Wie niet aanvalt, wie niet wint. En als je wel aanvalt, dan moet je ook nog eens goede benen hebben. Dat laatste ontbrak vandaag.

zondag 24 augustus 2008

Gran Fondo Thomas Dekker

Een ongelovelijk pruts evenement. Als ze ergens nog iets kunnnen leren over het organiseren van een fiets evenement dan is het wel hier. Ik schrijf me in voor de 140 km cyclo die zal bestaan uit 110 km geneutraliseerd rijden met 28 kmh en daarna nog 30 km koers. Daags voor de Gran Fondo krijg ik een mail van de organisatie waarin wordt uitgelegd dat het allemaal totaal anders er aan toe zal gaan. Door tegenwerking van de provincie kunnen geen 500 man maar slechts 150 man aan de cyclo deelnemen. En het zal van kilometer 1 direct koers zijn. Dit is nogal al een verandering! Het wordt zo een totaal ander evenement. Nu is het gewoon een waaier koers van 140 km. Er staat vandaag veel wind en ik ben eigenlijk niet zo'n fan van dit soorten koersen. Ik schrijf me niet voor niets nooit in voor klassiekers. En nu is het eigenlijk gewoon een klassieker geworden.

Bij het inschrijven krijg ik twee startnummers mee. Ik kan kiezen tussen nummer 133 en 582. Ook lekker duidelijk. Ik speld 133 op en knikker 582 in de prullenbak. Misschien jammer voor een andere deelnemers, maar ik heb geen zin om het andere nummer in te gaan leveren. Het is namelijk een enorme warboel bij de inschrijvingen. De rijen zijn lang en de dames achter de tafels lijken ook van toeten noch blazen te weten. Achteraf blijken mijn gegevens bekend te staan onder nummer 140.

De start van de cyclo is direct hectisch. We nemen als groep wielrenners geen voorrangspositie in en we moeten uitkijken voor fietsers, wandelaars en paaltjes op het fietspad. En dat allemaal met 150 man en met 45 kmh op de teller. Het tempo ligt van het begin af aan direct hoog. We rijden constant tussen de 40 en 45 kmh met uitschieters naar 50 kmh op de stukken met wind mee. De groep renners dunt langzaam maar zeker uit. Na 80 km koers zijn er nog ongeveer 50 renners over; de rest is eraf gewaaid. Ik bungel al een tijdje aan de staart van het peleton mee en ga het ook niet lang meer volhouden. Na wat draaien en keren, draaien we in Den Helder de dijk op en dan hebben 25 renners een gaatje geslagen met de rest. Met de forse wind op kop en met pap in de benen lukt het me niet meer op erbij te komen. De overige renners die er nu af zijn, blijken ook weinig steun te kunnen geven. Die zitten er ook een beetje doorheen. Ik heb het dus 85 km kunnen bijhouden en besluit om het hierna voor gezien te houden. Ik rijd relatief rustig terug naar Alkmaar in gezelschap van de overige toerder en wat andere cyclo rijders die op achterstand zijn gereden. Uiteindelijk resulaat: P26 op 16 minuten van de winnaar.

zaterdag 9 augustus 2008

Koers en training

Ik rij vandaag eerst op de fiets naar Amsterdam om aldaar op Sloten te koersen en daarna weer naar huis te fietsen. 40 kilometer heen; 55 kilometer koers en dan weer 40 kilometer terug. Dit lijkt mij een redelijke voorbereiding voor de Gran Fondo Thomas Dekker die over twee weken in Noord-Holland plaatsvind. De heenweg schiet niet erg op. Ik heb tegenwind, wil niet te hoog in mijn hartslag rijden en in Amsterdam wemelt het van het verkeer en rode stoplichten. Na het 37e rode stoplicht stop ik met een brave verkeersdeelnemer te spelen. Ik moet wel op tijd aan de start verschijnen. Dan maar wat verkeersregels negeren.
De Koers zelf verloopt redelijk. Ik houd me schuil in het peleton dat er vandaag een gemiddelde van 42.1 kmh op na houd. Ik kan makkelijk meerijden, maar op kop rijden gaat alleen met een pols van 180. Ik bemoei me niet de enige premiesprint vandaag. Ik moet tenslotte ook nog terug rijden. Na een uur koers rijden er negen man weg en die blijven weg. In de hectiek van een sprint voor P10 zijn enkelen te bloedfanatiek. Er wordt geduwd en gesmeten met een valpartij tot gevolg. EN het ging echt nergens (1 euro) meer om. De man die gevallen zit op de grond te jammeren. "wat een klootzakken" blijft hij mopperen. Waarom toch zo lomp koersen als er niet meer dan een euro op het spel staat. Ik zat net achter de valpartij en kan maar net op tijd remmen en de berm in sturen. Ik zat knel tussen twee renners en was blij dat ik overeind bleef.
Op de terugweg rij ik verkeerd (dank zij de klungelige bewegwijzering in Amsterdam) en rij zodoende langs de Amstel eerst naar Oudekerk en daarna via Zuid-Oost en Weesp terug naar huis. Er zit weinig weelde meer in de benen. Het voelt echt aan als pap in de benen.
In totaal goed voor 145 km.

zondag 27 juli 2008

koers sloten 26 juli 2008

Er zit weinig vaart in het peleton vandaag. Het warme (28C) en benauwde weer zorgen voor een gezapig tempo. Na een uur koers staat er pas 40,5 km op de teller. Er zijn geen premiespurts vandaag en dus ook dat demotiveert een beetje om onderweg het tempo erin te gooien. Na 30 km en 45 km doe ik pogingen om weg te rijden. De eerste poging (we zijn met 8 man weg) strandt omdat er geen samenwerking is in de kopgroep. De tweede poging strandt omdat we geen ruimte krijgen van het peleton. Dan maar hopen op de eindsprint. Ik zit te wringen om vooraan te rijden, maar raak telkens opgesloten. Ik wil gewoon langs het peleton naar voren rijden maar ik kom niet uit het pak ontsnapt. Met nog 300 meter te gaan rij ik ongeveer op P20 en spint vanaf hier nog naar P12; ik duw de 50*12 met gemak rond en haal 60 kmh. Zonde van de goede benen. 57,5 km met 41,7 kmh gemiddeld; 60 kmh max; gemiddelde pols 155.

Zondag rij ik nog een lange trainig door de polder. Route via Lelystad, Biddinghuizen, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo, Putten, Nijkerk, Almere. In totaal 136 km met 31 gemiddeld.

zaterdag 12 juli 2008

koers sloten 12 juli 2008

Er wordt hard gereden de eerste 20 km van de koers. Er rijdt volk weg en het peleton gaat in de achtervolging. Er vallen gaten in het peleton en er waait volk achter in het peleton eraf. Er onstaat echter geen kopgroep en na dit ziedende begin daalt het tempo in de koers. Bij de drie premiespurts die volgen, probeer ik mee te sprinten maar er zit geen venijn in de benen. Ik kan redelijk goed mee op kop tempo meedraaien maar een echte versnelling zit niet in de benen. Dit kan natuurlijk ook te maken hebben met het feit dat we telkens een behoorlijke bries tegen hebben staan bij de sprint. In de eindsprint zit ik weer goed van voren (net als bij de premiesprints) maar meer dan P9 zit er niet in. Jammer dat er vandaag maar 47 deelnemers zijn want nu rijden alleen de eerste 7 renners in de prijzen. Gemiddelde hartslag 158; gemiddelde snelheid 42,8 kmh.