dinsdag 22 december 2015

Fout, fouter, überfout, Pattaya fout

Fouter dan Pattaya fout kan niet. Alles aan deze badplaats ademt een onsmakelijke geur van goedkope aftershave en glijmiddel. Het is een walhalla voor op-sex-beluste mannen op leeftijd. Het is gewoon ranzig. Hebben sommige wijken in Bangkok een foute naam; Pattaya wint het dik op punten. Walking street vormt het hart van de foute beurt in Pattaya waar het wemelt van bars met dames van lichte zeden, gogo-bars, tatoe shops, foute 'massage' tenten en stripclubs. Ik wist dat het fout was maar in werkelijkheid aanschouwd, bleek mijn reisgids deze keer geen millimeter naast de waarheid te hebben gezeten.

En kleine vertaling van wat mijn lonely planet te melden had over deze badplaats:
"Pattaya is een snel ademende, testosteron opgefokte badplaats voor vakantie hedonisme. En het laat geen tekenen van zwakte zien. Waar er vroeger nog veel Thaise resorts waren, bezocht door lokale Thai is er nu een instroom van Oost-Europese en Russische toeristen. Tijd voor Pattayagrad. Het zijn de verenigde staten geweest die bijna een halve eeuw geleden de vissersplaats hebben omgevormd tot een bruisend toeristen mekka voor iedereen die op zoek is naar zon, zee en sex. Pattaya is dus een soort erfenis van de Vietnam oorlog waar uitgebluste Amerikaanse soldaten op zoek kwamen naar goedkoop vertier".

Een gevalletje snel doorheen fietsen, even op in me laten werken en dan snel door naar Jomtien waar ik een hotel had geboekt. Volgens diezelfde reisgids zou Jomtien namelijk een stukje rustiger zijn. Laten we het inderdaad houden op een 'stukje'. Gogo-bars heb ik er nog niet gezien, foute massage tenten vooralsnog ook niet. Maar echt een paradijs voor ouders met kinderen? Nee, dat allesbehalve. Daarvoor lopen er hier toch teveel foute oude dikke mannen rond met hele jonge Thaise meiden. Mannen die eigenlijk naar Benidorm zouden gaan maar inmiddels gescheiden zijn. En veel Russen, die lopen hier ook rond. Menu's zijn er nu in drie talen. Onbegrijpbaar Thais, onbegrijpbaar Russische en beter begrijpbaar Engels. De Russen pik je er overigens direct tussenuit. Het lijkt wel alsof ze volgens een bepaald stereotype zijn gebouwd. Russische mannen hebben kort haar, een bloemkolen kop en kijken doorgaans vrij bozig. Ze lopen alsof ze op weg zijn iemand in elkaar te slaan. Vuisten als handen en een tred met een missie. Russische vrouwen lijken rechtstreeks uit de jaren 80 te zijn ontsnapt. Geblondeerd, permanentje en een bloemetjesjurk uit een tweedehands kleding winkel.

Is Pattaya dus de moeite? Nee, absoluut niet. Jomtien dan? Eigenlijk ook niet. Alles is hier gebouwd voor toeristen en er zijn alleen maar buitenlandse toeristen en geen Thaise toeristen. Het is net Benidorm maar dan ergens anders. En net zoals Benidorm geen Spanje is, zijn Pattaya en Jomtien geen Thailand.




zondag 20 december 2015

Thais Engels

Kennis van het Engels van de lokale bevolking verbetert naarmate mijn reis voortduurt. In Vietnam was het vaak niet veel soeps en in Thailand spreken veel mensen een mondje Engels. Daarnaast spreek ik zelf ook een paar woorden Thais zodat er niet constant een spraakverwarring is. Maar er zijn bepaalde hele eenvoudige woorden waar ik maar niet aan kan wennen. Door heel Thailand spreken ze Engelse woorden menu en vegetables bijzonder curieus uit. En ze doen het echt fout; de goede uitspraak kennen ze niet en als ik die twee woorden op zijn Engels uitspreek, kijken ze me totaal verwonderd aan.

Wat kan nu er toch zo moeilijk zijn aan het woord menu? Twee lettergrepen en een klemtoon en ze snappen niets van de Engels uitgesproken versie. In het Nederlands ligt de klemtoon van menu op de u. In het Engels is dat net even anders en ligt de klemtoon op de e en dat is een harde e zoals in de eerste e van 'hetze' en de u spreek je uit als een soort oe. Vraag om 'the menu' en ze kijken je aan alsof ze water zien branden. Pas als ik het woord menu op zijn Nederlands uitspreek, begrijpen ze me. Maar het woord vegetables is veel koddiger. In het Engels ligt de klemtoon op de eerste e wat weer een harde e is net zoals in de e in het Engelse menu. Maar ze weten hier heel wonderlijk de klemtoon verkeerd te leggen. Deze leggen ze namelijk op de tweede e van vegetables. Het vergt redelijk wat oefening om dat zo uitgesproken te krijgen, vegétables. Maar inmiddels begrijp ik ze als ze proberen uit te leggen of er vegétables in mijn noedelsoep moeten. Yeah, antwoord ik dan. Please, some végetables.

vrijdag 18 december 2015

Thailand versus Cambodja versus Vietnam.

Ik heb inmiddels Cambodja verlaten en fiets nu weer in Thailand rond. En weer zijn er grote verschillen bij het passeren van de grens. Nieuw land en veel is er anders. Zodra je Thailand binnen fietst, valt er een soort van relaxed sfeertje over je heen. Van die kleine dingen die een land direct een georganiseerd en vertrouwd gevoel geven. Er staan direct pin automaten aan de grens om Thaise baht te kunnen opnemen, taxi chauffeurs die je een lift willen geven naar Bangkok. En het visum was ook eens gratis. Direct zijn er winkeltjes en restaurants. Bij de Vietnam Cambodja grens was dat er allemaal niet. Welkom in Cambodja en zoek het verder maar uit. De Thai rijden links en op het stukje niemandsland tussen de twee landen in is het even chaotische als het verkeer van baant kruist. Maar eenmaal in Thailand begrijp ik direct weer waarom dit prettiger fietsen is. Ik heb mijn eigen vluchtstrookje weer terug waar autoverkeer niet opkomt. Mijn eigen stukje weg, samen met de brommers. Niet meer van de weg af gedenderd worden door een grote bus die geen zin had om te remmen en geen plek had om uit te wijken. En ook eindelijk weer wegen waar niet elke 5 meter een hobbel in de weg zit maar gewoon egaal strak asfalt. Een genot voor een wielrenner.

En dan viel het verkeer in Cambodja nog alleszins mee vergeleken met de chaos in Vietnam. Om een beetje een idee te krijgen van het verkeer in Vietnam, bij deze nog een korte fictieve routebeschrijving:
"Op het verloren kinderen plein ga je de rotonde driekwart rond. Claxonneer in totaal 7 keer en rem pas als het echt niet anders kan. Bij de volgende stoplichten ga je rechtdoor. Zorg dat je daar vooraan staat als het licht op groen springt. Is er al teveel verkeer voor je en kom je niet meer tussen de auto's naar voren gedrongen, probeer het dan via de stoep. Negeer daarbij de opmerkingen van eventuele voetgangers. Na het monument voor overleden voetgangers ga je linksaf. Geef geen richting aan en wurm je tussen het tegemoet komende verkeer heen. Claxonneer veel. Daarna kom je op een rustigere weg. Er zijn geen stoplichten meer en je kunt gas geven. Rij zo hard als je kan en geef niemand voorrang. Als iemand toch dreigt voorrang te nemen, troef hem dan af door veel en luidruchtig geclaxonneer. Na de vrachtwagen waarvan het rechter achterwiel er af is gevallen (gisteren gebeurd dus die moet er nog staan) ga je rechtsaf (verboden rijrichting maar wel een stuk korter) en claxonneer het andere verkeer van de weg af. Steek de brug over en blijf nog even links rijden. Passeer langs de 19 ongelukken weg en ga linksaf bij de 16 doden weg. Parkeer op de invalide plek voor de deur van het bureau voor gratis rijbewijzen."

Behalve het verkeer valt er nog meer te melden. Ook de opdringerigheid is een stukje minder. Ik kan me makkelijk op straat bewegen en dingen bekijken zonder direct een hijgende verkoper in mijn nek te hebben. De Thaise keuken kan ik weer proeven en heel eerlijk gezegd prefereerde ik de Cambodjaanse keuken. Op de noedelsoep van van de Thai na dan, die blijft hemels. Maar ze hebben hier helaas ook veel gerechten die zo extreem gepeperd zijn dat het bijna niet te eten is. Gelukkig zijn er ook veel heerlijke Thaise gerechten. Ik kan bijvoorbeeld weer pad Thai eten. In alles valt ook op dat Thailand weer een stuk rijker is. Duurdere auto's, een veel beter wegennetwerk en ook meer dikke obese mensen. Rijkdom komt ook zo met gebreken.

maandag 14 december 2015

Cambodja als aangename verrassing

Cambodja is een soort van aangename verassing. Ik heb me wel ingelezen over het land maar heel gerust was ik er op voorhand niet op. De verhalen gingen van best goed tot krakkemikkig en armoedig. Daarnaast zijn er wat zaken die mij niet de indruk gaven dat alles goed onder controle is in dit land. Ten eerste kennen ze er bijvoorbeeld nog malaria. En dat is geen tropenziekte maar een derde wereldland ziekte. Ook in Nederland is malaria gewoon voorgekomen en ook nog in nog noordelijkere landen. Malaria kan ook gewoon op IJsland voorkomen maar wij hebben die ziekte inmiddels bestreden en in Cambodja zijn ze nog niet zo ver. De ziekte bestrijden kost namelijk gewoon geld. Thailand en grote delen van Vietnam zijn al wel malaria vrij. Hier dus niet. En ze kennen in Cambodja de dollar als geldige munteenheid. Je kan er overal mee betalen, tot in de kleinste gehuchten aan toe. Er is ook een Cambodjaanse Riel en ook daar kan mee worden betaald. 1 US dollar is gelijk aan 4000 Riel en als je $6,25 mag afrekenen en je geeft een. Brief je van 10 USD dan krijg je drie dollar en 3000 Riel terug. En anderhalve dollar kun je ook met 6000 Riel betalen. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat er een harde koppeling bestaat tussen de Riel en de USD en dat deze verhouding van 1:4000 een harde afspraak is tussen de twee landen. Het lijk me toch op een soort van handig meeliften van Cambodja op een munt met een stabiele koers ipv op je eigen munteenheid en economie vertrouwen.

De malaria en het betalen met dollars waren voor mij voortekenen van een niet zo'n stabiele economie en dus een arm land. Dat beeld wordt ook bevestigd door het feit dat ik niet altijd mobiel bereik heb en dat soms de stroom hier uitvalt en er standaard oplossing klaarliggen in de vorm van opgeladen led verlichting. Maar dan houdt het ook op. Vietnam had ik hoger ingeschat op de economische ladder maar dat land oogt toch in veel opzichten armer dan Cambodja. In Cambodja rijden meer en duurdere auto's rond. De wegen zijn er ietsie beter en ze hebben hier zelfs tankstations met een klein winkeltje waar je water en koekjes kunt kopen. Een soort mini supermarkt waarvan ik er in Vietnam geen een heb gezien. Cambodjanen spreken beter Engels. Zelf in mini gehuchten tref ik jongeren die goed Engels spreken en ook opa spreekt een paar woorden. Ik heb in Vietnam meerdere malen een niet begrijpende Vietnamees voor me gehad die met zijn hand bij zijn oor zat te zwaaien om aan te geven dat hij geen enkel Engels woord machtig was.

En Cambodja is boeddhistisch! Officieel is het geloof ik geen geloof maar een levensvisie en misschien is het ook daarom wel zo prettig. Gelovigen zijn ook nooit mijn beste vrienden geworden. In Vietnam werd ik nog bij een kerkdienst resoluut weggestuurd zondere verder uitleg waarom. En gelovigen vinden nog wel eens dat anderen het verkeerde geloof aanhangen en dat moet dan met oorlogen worden beslecht. Dat zul je een boeddhist niet zien doen. Ooit gehoord van een splinter beweging van zelfmoord boeddhisten die terroristische aanslagen plegen in Europese steden? Nee,.. Die bestaan niet. De boeddhist duwt zijn handpalmen tegen elkaar aan, maakt een kleine buiging en zegt je heel vriendelijk goedendag. Dat is de filosofie. Begroet iedereen zoals jezelf begroet zou willen worden. Een hele slimme wijsheid die heel veel vriendelijkheid in een cultuur legt.

vrijdag 11 december 2015

Op weg naar Phnom Penh

Een poging om in twee dagen 230 km te fietsen en te belanden in Phnom Penh is helaas mislukt. De route naar de hoofdstad van Cambodja kende een paar haken en ogen. Na 4 dagen en een boel kilometers meer dan gepland ben ik er nu wel. Het ging al mis op dag dat ik vertrok uit Can Tho. Ondanks dat ik in een prachtig luxe hotel verbleef had ik zeer slecht geslapen. En dat kwam allemaal door een anti-malaria pil. Malarone heb ik al eerder geprobeerd maar daar reageert mijn maag darm stelsel slecht op en deze vakantie slik ik Lariam maar dat heeft ook allerlei vervelende bijwerkingen. Ten eerste slaap ik er slecht op en ten tweede verdraag ik de hitte veel slechter. Ik hoef de Lariam pillen maar een keer per week te slikken, 8 stuks in totaal. Eerst drie weken voordat ik het malaria gebied (Cambodja) in ga om een spiegel op te bouwen, dan een pil in Cambodja zelf omdat ik daar ongeveer een week zal verblijven en daarna nog 4 weken naslikken om een eventueel groeiende bacterie de kop in te drukken. De pil die ik slikte was nummer drie en ik heb ook besloten dat die de laatste was. Het middel lijkt me erger dan de kwaal. Want mijn eerste fietsdag maar Chau Doc loopt volledig in de soep.

Ik had al weinig eetlust bij het ontbijt en dat is doorgaans een slecht teken. En onderweg ga ik me steeds slapper en slapper voelen. De route is 117 km en ik probeer direct om zo rustig aan mogelijk te fietsen in de hoop dat het nare gevoel langzaam kan wegtrekken. Maar helaas naarmate de kilometers optellen ga ik me alleen maar slapper voelen. Na 54 km zie ik een hotel en besluit de pijp aan Maarten te geven. Een wijs besluit want nadat ik ben ingecheckt en mijn bagage van de fiets haal, ga ik bijna van mijn stokje. Een nog wijzer besluit blijkt achteraf, was om 4 km verder te fietsen en een beter hotel te pakken want degene waar ik nu in ben beland, is er een in de categorie griebus. Behalve het griebus gehalte, blijkt er ook een karaoke in dit hotel te zitten en dat blijkt mijn grote ergernis als ik probeer te slapen 's avonds. Ik zou namelijk heel goed kunnen opknappen van een goede nachtrust. Maar mij rust wordt wreed verstoord door een karaoke 'feestje'. Om half 12 ben ik de herrie spuugzat en ik loop naar de hotel receptie om ze vragen een einde te maken aan het geluid. Met de basdreun die door de muren van het hotel heen galmt, is niet te slapen. Ondanks beloftes van de hotel receptie iets te doen is het om kwart voor twaalf nog steeds een herrie op mijn kamer. En toen werd ik boos.

Ik ben mijn kamer uit gegaan. De trap af naar beneden gerend zonder een poging dit zachtjes te doen. Langs de receptie afgelopen en direct weer omhoog naar de karaoke bar. Wat ik daar aantref, tart mijn verbazing. In een ruimte die kleiner is dan mijn woonkamer staat een middeljarige man met een driekwart broek karaoke te zingen. Zijn publiek bestaat uit een andere man waarvan ik vermoed dat hij zijn knechtje is want die durft zijn mond niet open te doen. En drie jonge dames in mini jurk, een soort van ingehuurd publiek. Het geluid staat op oorlogsterkte, genoeg om een concertzaal voor 200 man te vullen terwijl de ruimte dus hooguit 20 vierkante meter is. Het galmt aan alle kanten. Die ellendeling houdt me dus uit mijn slaap. Ik schreeuw heel hard over de muziek heen dat ze moeten kappen en dat ik wil slapen. Mijn kamer ligt hier zo ongeveer naast op een ander stukje van de tweede verdieping. Het gevolg is een knallende ruzie waarin zij mij proberen weg te krijgen en ik blijf schreeuwen dat ze moeten stoppen. Deze herrie 's nachts pik ik niet. Ze doen een poging om me de ruimte uit de duwen maar ik geeft nog even niet op. Ze zijn weliswaar met vijven maar ik laat me nog even van mijn kwaaie kant zien. Pas als de twee jongens van de hotel receptie ook naar boven gekomen zijn gekomen, blaas ik de aftocht. Ik maak ook hun nog een keer duidelijk dat ik de herrie beu ben en dat ik wil slapen. Daarna ga ik terug naar mijn kamer. En dan is het stil. En het blijft stil. Ik heb gewonnen. Eindelijk slapen.

De volgende dag doe ik de volgende 63 km en kom ik aan in Chau Doc. Ik heb toch nog redelijk geslapen ondanks het overhitte akkefietje en de vorm is iets beter maar nog niet echt geweldig. De dag daarna denk ik wel weer genoeg kracht te hebben om in een dag naar Phnom Penh te fietsen. Maar ook dat mislukt. Nu weer door heel andere redenen. De route telt 115 km en na 32 km sta ik bij de grens. De aanwezige douaniers kijken me wat bevreemd aan ik laat lachend mijn paspoort zien. Ze kijken ernaar en zeggen dan 'no'. What no? Ik leg uit dat ik de grens over wil. Going from Vietnam to Cambodja. Ze snappen mijn Engels wel maar zelf spreken ze het maar nauwelijks. Mijn behulp van een vertaal app op een telefoon leggen ze me uit dat dit geen internationale grensovergang is maar alleen voor lokale bevolking. Gevalletje een heleboel scheldwoorden. Ik heb twee kaarten en een reisgids geraadpleegd en alle drie wisten die me te vermelden dat het wel degelijk een internationale grensovergang zou zijn. Niet dus. Sta ik daar voor noppes. Ik kan weer eerst 32 km terug fietsen naar waar ik vandaan kom en dan naar een andere grensovergang fietsen. Ze wijzen me op kaart aan welke wel open zijn voor buitenlanders. Als ik terug ben in Chau Doc heb ik dus al 64 km gefietst en ik ben nog geen steek verder. De route naar Phnom Penh via de andere grensovergang is nog 160 km. Dat gaat hem niet worden vandaag. Ik zie wel hoever ik geraak. Ik voel inmiddels wel dat het anti-malaria spul is uitgewerkt en ik heb mijn vorm weer terug. Na 144 km in totaal kom ik aan in Takeo. Wel op mijn tandvlees maar ik ben toch blij dat ik weer mijn bere-conditie terug heb. Altijd handig, gewoon 40 km verder kunnen fietsen ook al heb ik er al 100 gedaan. Takeo is namelijk het eerste dorp onderweg waar accomodatie zit. Ik moest wel door.

De vierde en laatste dag fiets ik uiteindelijk dan toch Phnom Penh binnen. Zo,.. En morgen maar eens een rustdag doen.

maandag 7 december 2015

Voedselmarkt in Can Tho

Vietnam kent n tegenstelling tot Thailand een wat mindere voedselstalletjes cultuur. Er wordt hier meer in 'gewone' restaurants gegeten. En in luxere en meer toeristische plekken zijn er ook echte gewone restaurants. Het echte gewone restaurant heeft echte stoelen en een tafel met heus bestek. Het 'gewone' restaurant kenmerkt zich door plastic stoelen en tafeltjes in de maat kindermeubilair. Plus een prullenbak onder het tafeltje om etenswaren en servetten in te gooien. Bestek bestaat uit stokjes en een lepel, er is geen andere keuze. De prullenbak is niet altijd aanwezig, in dat geval worden alles simpelweg op de grond gemikt. Ik heb al een keer een tafel gezien waar zes mannen hadden zitten eten en bier zitten drinken. Allemaal een lange zwarte broek en een wit overhemd of polo. De tafel zag er uit alsof er een kinderfeestje was geweest. De grond lag vol met botjes, garnalenresten, eetstokjes en servetten. Het tafeltje stond vol lege bierflessen, halfvolle glazen met nog ijsklonten erin en een grote verzameling lege bakjes en schaaltjes. Direct nadat de mannen weggingen, werd alles opgeruimd. Lege schaaltjes en borden terug naar de keuken. Plastic tafel en mini stoeltjes aan de kant en met bezem en veger alles in de afvalzak vegen. Tafel en stoeltjes weer terug, natte doek erover heen en klaar voor de volgende eters.

Maar een nacht markt met voedselstalletjes is hier veel minder gangbaar. Toch tref ik er een in Can Tho en ik merk direct een paar verschillen met de Thaise voedselmarkten. Ze doen hier alles per brommer. Je hoeft je brommer niet af als je eten gaat halen op de markt. Hoe ziet zoiets er uit? Op een grote boulevard met brede middenberm staan de voedsel stalletjes. Waar normaal de parkeervakken zijn voor de auto's die met hun neus tegen de middenberm aan zouden parkeren, staan de stalletjes opgesteld. Aan beide zijde van de middenberm staan stalletjes en er is dus nog voldoende weg over om langs alle stalletjes af te rijden. Veel Vietnamezen rijden naar het stalletje toe, bestellen hun eten, betalen, wachten en rekenen af. Daarna moeten ze een beetje manoeuvreren om de brommer weer achteruit te krijgen en daarna rijden ze 30 meter verder naar het volgende stalletje waar hetzelfde ritueel zich weer afspeelt. Kennen wij in Nederland een eten breng brommertje fenomeen, hier is het feitelijk precies andersom.

De Thaise voedsel markt is overigens niet veel anders. Alleen daar manoeuvreren de brommers zich nooit langs de stalletjes. Daar is vaak een smalle straat met links en rechts voedselstalletjes. Iedereen is daar te voet en er is een iemand die overal zijn hoofd tegenaan stoot en dat ben ik. De lokale bevolking heeft daar geen last van. De brommers parkeren de Thai aan de rand van de markt en na bij drie stalletjes eten te hebben gehaald gaan ze weer op de brommer er vandoor.

zaterdag 5 december 2015

Beetje verdwaald

Mijn route door Vietnam verloopt soms volgens planning maar vandaag gingen er toch een paar dingetjes mis. Ik heb een paar kaarten van het gebied. Een echte papieren kaart, de open street maps die ik op mijn gps heb geladen, een Apple kaart en de maps.me kaarten. En dat is er ook nog de echte Vietnamese werkelijkheid die dan toch weer anders is dan een van die kaarten. De route van vandaag telt in totaal 130 km en dat is dus de eerste langere tocht deze vakantie. De eerste twee dagen heb ik me beperkt tot 92 en 72 km. Ik had wat moeite om te wennen aan de warmte. Want warm is het hier, overdag 33C en veel zon. Het is dat ik fiets en dus rijwind koeling heb maar het is hier eigenlijk te warm op gewoon in de zon te kunnen staan.

Ergens op km 85 moet ik in mijn route een brede rivier oversteken. Mijn berekende route geeft aan dat ik een kleine pietepeuterig weggetje op moet draaien om bij het het oversteek punt te komen. De doorgaande route buigt echter iets naar rechts af en alles wijst erop dat deze weg naar het oversteek punt zal leiden. Bij de rivier aangekomen zie ik een brug liggen, of eigenlijk meer iets dat misschien ooit als brug bedoeld was. Maar er staat alleen maar een hek. Ik sta even te kijken als een jongetje van een jaar of acht me lijkt te komen helpen. Ik vraag hem hoe ik aan de overkant kom. Hij wijst dat ik een klein weggetje linksaf moet. Ik gok er op dat zijn moeder hem gestuurd heeft en hij me dus de goede kant op wijst. Helaas is zijn zijn tip compleet waardeloos want na 5 km over hele smalle weggetjes tussen de rijstvelden door sta ik weer op mijn oorspronkelijke route, zo'n 2 km verwijderd van dat hek. Terug rijden is niet echt een optie dus ik ga maar eens proberen of mijn oorspronkelijke route toch klopte.

Na 3 km over een soort smalle dijk tussen de rijstvelden in kom ik aan bij een houten huisje en een soort van steigertje. Hier kan geen auto de boot op rijden. De steiger is van hout, mist soms een plank en is nauwelijks iets breder dan een meter. Er staan ook drie brommertjes te wachten maar een veerpont is nergens te bekennen op de rivier. In mijn beste Engels vraag ik aan de aanwezige Vietnamese hangjongeren of er een boot komt en zo ja ook vandaag nog. Maar wat ik ze ook vraag, ik krijg alleen maar Vietnamese antwoorden. Ze spreken nul Engels. Ik pak mijn iPad om de wat en hoe Vietnamese vertaling erbij te pakken. Direct staan er vijf jongens om me heen, mee te gluren naar het nieuwerwetse speelgoed voor verwende westerlingen. Ik kan het woord boot en hoe laat er mee opzoeken en ik krijg zowat ook nog een zinnig antwoord. Het bootje dat 5 minuten later komt is klein. Genoeg om 4 brommers plus een fiets en 8 mensen mee te nemen. Ik mag 5000 dong afrekenen, zo'n 22 cent.