vrijdag 3 juni 2011

the Big Bang Theory

Ik werd laatst door familie geattendeerd op de TV serie “the Big Bang Theory” die dagelijks door Veronica wordt geprogrammeerd. Volgens het familielid in kwestie zou ik sprekend op de hoofdrolspeler lijken. Ik had wel eens een flits van de serie gezien omdat Top Gear er op vrijdags direct na wordt uitgezonden. Ik kon me eigenlijk alleen herinneren dat de serie typisch Amerikaans was. Meer niet. Ik zou op Sheldon lijken omdat ik net zo mager was, kortgeknipt haar had en met dezelfde houding door het leven sjokte. Verder werd hij gekenmerkt door super slim te zijn. Adrem reageerde ik met “Dat heb ik dan weer net niet”. Verder blijkt Sheldon weinig emotie te tonen noch emoties van andere te bergrijpen. En of ik dat nu als compliment moest aanpakken. Toch maar eens kijken dan,..

The Big Bang Theory is alles wat je mag verwachten van een Amerikaanse sitcom. Alles is duidelijk en overzichtelijk. Een stuk of 6 acteurs met allemaal hun zeer uitgesproken karaktertrekken. Meer dan 6 wordt te onoverzichtelijk en meer diepgang in de karakters kost teveel tijd en geld. Deze formule werkt. Miljoenen Amerikanen kijken naar dit soort sitcoms en de industrie verdient er dik geld. Never change a winning concept. Zoiets dus. De cast bestaat uit een Indier die in alle vooroordelen die we van Indiers hebben sprekend op een Indier lijkt. De moeder van Sheldon heeft het beste met haar kind voor maar iedereen zou zich diep schamen voor haar gedrag. Er doet een bloedmooie meid mee waar elke man het een beetje testosteron spontaan verliefd op moet worden. En Sheldon is de hoofspersoon. Ik heb het nu een keer gezien. Slecht is het niet, flauw zeker, vermakelijk ook een beetje. Echt goed en deze serie blijf ik zeker volgen, dat dan weer zeker niet. Een keer is wel genoeg.

En lijk ik op Sheldon? Nee, nou ja, misschien een beetje. Sheldon is een soort over gedramatiseerde wizzkid die nul emotie begrijpt of toont. Zo erg is het bij mij nu ook weer niet. Wat Sheldon mee heeft is zijn zijn enthousiasme voor de wetenschap en zijn gave om met niemand ruzie te krijgen. Hij doet de dingen die hij belangrijk vind maakt zich weinig druk om zijn omgeving. Hij is vriendelijk tegen iedereen en is niet voor niets de hoofdpersoon uit de serie. Als je al jezelf met iemand uit de serie zou willen vereenzelvigen, dan moet het wel Sheldon zijn. Wie wil er nu niet mega briljant slim zijn, een paar grappige vrienden hebben en een bloedmooie aardige vrijgezelle buurvrouw? Misschien dat ook elke vrouw spontaan op Sheldon verliefd zou worden. Helaas voor hen, Sheldon zou ze niet begrijpen....

zaterdag 28 mei 2011

Trainingskamp in de Cevennen

Verslag van een weekje trainen in de Cevennen

zaterdag 21 mei
Heel lang autorijden. 's Morgens om 7h19 vertrokken; 's avonds om half 8 gearriveerd. Ik wil een gemiddelde van 100 kmh halen, inclusiefs pauzes. Een soort suffe top Gear achtige weddenschap. Ik moet vandaag 1180 km dwars door Frankrijk rijden en daar past dit soort onzin wel bij. Ik zit me suf te rekenen onderweg. Op de snelweg win ik tijd; met rusten en files in Parijs verlies ik tijd. Als ik de A75 afdraai heb ik nog 29 min tijd over die ik kan opsouperen op de 100 km op B-wegen die ik nog moet afleggen. Het regent dat het giet en ik moet goed opletten. Doorrijden gaat makkelijk, er is weinig verkeer, maar veel grip heb ik niet. Met nog 5 minuten aan tijd over arriveer ik in saint Frezal de Vantalon. Ik kan alleen de chambre d'Hôte niet vinden. Die tijd die ik daarmee verknal, tel ik maar even niet mee. Een bordje zou geholpen hebben. Om het gemiddelde te halen moet ik dus veel laten. Overal 130 rijden, 2 keer een pauze van 20 minuten en op de 100 km aan B-wegen niet trutten maar stevig doorgassen.



zondag 22 mei
Ik doe vandaag een makkelijk rondje volgens Erwin. Hij is de eigenaar van de chambre d’Hôte en tevens fietsgek. Hij blijkt een klimgeit die zijn ambitie als prof heeft misgelopen. Mijn Polar staat de hele dag in het rood en dat terwijl Erwin rustig naast me rijd en de oren van mijn kop lult. De lange autorit van gisteren zit me dan ook overduidelijk dwars. Dat is mijn excuus voor vandaag. De cijfers van dit rondje geven geen reden om trots te zijn op de vorm. 107 km met 24,9 kmh gemiddeld, 1700 hoogtemeters en een gemiddeld pols van 155.

maandag 23 mei
We gaan vooruit. Lang geslapen en goed wakker geworden. De pols geeft 52 aan wat absoluut niet laag is. Schrikbarend hoog echter ook niet. Ik voel mijn benen maar ze kunnen nog wel een dagje bikkelen aan. Ik kan Erwin nog wel volgen vandaag, gok ik zo. Ik volg zelfs makkelijker dan gisteren, blijkt halverwege het rondje. Mijn pols hoeft niet meer naar de 180 om een rustige peddelende en kletsende Erwin bij te houden. Erwin zit op de 160 en ik schommel tussen de 165 en de 168. Morgen rij ik hem eraf! Nou ja, dat is makkelijk praten. Hij moet morgen gewoon werken en ik ga verder met trainen.

Hoe leg ik dit uit aan een buitenstaander? Welke halve gek neemt een week vrij, gaat naar Zuid-Frankrijk om een weekje te trainen? Dan moet je toch half prof zijn op zijn minst. Zoiets verwacht je niet van een middelmatige cyclo rijder die gewoon een baan heeft en zelden prijs rijdt. Een week fietsen; elke dag minstens 100 km en een slordige 2000 hoogtemeters per dag. En dat dan vakantie willen noemen. En dat allemaal ook nog eens voor weddenschap voor een fles single malt. Niet eens de moeite eigenlijk. Ik denk dat ik het gewoon leuk vind om een doel te hebben. Moeilijk genoeg en wellicht ook haalbaar. 6 uur als eindtijd voor de Maratona. Wie verzint die onzin? Roland, dus. Wie trapt erin? Ik dus.



Dinsdag 24 mei 2011
Rondje mont Aigoual. In totaal 126 km en 1800 hoogtemeters. Heel erg warm vandaag. Bovenop de berg was het goed te doen. Maar het laatste stukje door de gorges de Tarn was pufheet. Ik drink me suf en een deel van de bidons gaat over mijn hoofd heen. Als ik niet oppas, houd ik er vandaag een zonnesteek aan over. De vorm groeit een beetje; het gaat makkelijker en zelfs de pols was laag deze ochtend. Het klimmen gaat redelijk, zelfs op de steile stukken gaat de pols nog makkelijk naar D3 en dat voelt niet idioot vervelend. Ik kom op het laatste stukje klim van de Aigoal twee Amerikanen tegen. Ze komen uit California en daar zijn natuurlijk geen bergen. Ze rijden op de Aigoual omdat ze het boek “de renner” van Tim Krabbé gelezen en daarom rijden ze nu hier. Ik blijf het wonderlijk vinden. Wanneer gaat mij zoiets lukken? Welke Amerikaan gaat mijn blog lezen en daarom in Europa cols bedwingen? Die status heb ik nog lang niet en ik vraag me af of dat ooit gaat komen.

Ik heb gisteren nog de details van saint Frezal de Ventalon te horen gekregen. Het mini mini dorpje telt 160 inwoners. Er is een burgemeester, twee raadsleden en een 8 man sterke gemeenteraad. Zoiets kan alleen in Frankrijk. Daar zou je in Nederland mee moeten komen aanzetten. We zouden schande spreken van zoveel management overhead. En direct de boel herindelen. Wij houden van orde. Fransen van sociaal contact.

Woensdag, 25 mei 2011
De rit van vandaag staat in het teken van de col d'Uglas. Deze col is bekend bij wielrenners als de trainingscol van Tim Krabbé. Geen tour etappe deed de col ooit aan. Geen enkele belangrijke wedstrijd eindigt op deze klim. Volgers van Sporza kennen de col niet. De Alpe d'Huez kent iedereen. Wielrenner of niet. De Alpe zit vaak in de tour en er winnen Nederlanders. Wie kent de col d'Uglas? Alleen renners, tenminste al ze de wielerverhalen van Tim Krabbé hebben gelezen. In de tijd dat Krabbé wedstrijden reed in Frankrijk gebruikte hij de col als trainingscol. Hoe harder hij omhoog reed, hoe beter was zijn vorm. Daar is de col ook ideaal voor voor. 5,5 kilometer klimmen met 6%. De col loopt gelijkmatig omhoog en is nergens echt steil. Het is een omhoog ram col; de hartslag naar de 180 en volhouden maar.

En nu ik hier toch ben, is er geen ontkomen aan. Ik moet mezelf testen op deze col. Hoe snel ben ik en stelt die tijd iets voor? De voorbereiding is knudde. Drie dagen hard trainen en geen rustdag nemen is verre van ideaal. Daarnaast is het weer pufheet vandaag. Typisch wielrenners gedrag is dit. Eerst de excuses opschrijven en dan pas een tijd gaan noemen. Mijn teller blijft staan na 17 min en 10 seconden. Ik kan me niets van de col herinneren. Het gebied hier is prachtig en de col d'Uglas vast ook. Ik heb er echter niets van gezien. Ik heb niet om me heen gekeken en alleen maar naar de weg gekeken. Ik had alleen oog voor mijn hartslag meter en de kilometer teller. Rammen, rammen, rammen en kilometers aftellen. De pols op de 180 houden en door bikkelen. Op de top heb ik een kwartier staan uithijgen.



Donderdag, 26 mei 2011
De ronde van de Graniet. De Graniet is een kleine franse cyclo die de renners over de mont Lozère voert en over de col du Pré de la Dame. De lange route van de Graniet doet zelfs 2 keer de Pré de la Dame aan. Ik heb vandaag weer gezelschap van Erwin. Hij is aan het trainen voor Alpe d'huZes; iedereen zo zijn afwijking cq fietsdoel. Hij heeft vandaag weer vrij gekregen van zijn vriendin en mag fietsen. We doen de Graniet in tegengestelde richting. Uit en thuis is het rondje 139 km en telt 2900 hoogtemeters. Geen kinderachtig tochtje dus. Het laatste stuk van de col de Finiels is prut wegdek. Er is teer gestrooid en steentjes maar het is nog niet vast gereden. Onze banden worden een grote troep. Het teer plakt overal aan en de steentjes kletteren als hagel steentje tegen de fiets. Mijn mooie witte fiets zit onder de troep en we vrezen allebei de aanstaande afdaling. Plakkende steentje op een stel dunne wielerbandje zijn vaak een garantie voor lek rijden. In de afdaling die we gewoon op volle snelheid rijden, gebeurt echter niets. Pas als ik beneden sta, herinner ik me weer dat de kans op lek rijden groter was dan normaal. Al dalende ben ik daar geen seconde bij blijven stilstaan. Als ik afdaal, denk ik nooit meer na over alle mogelijke gevaren. Misschien is dat maar goed ook. Angst is een slechte raadgever.



vrijdag, 27 mei 2011
Een rustpols van 47 deze ochtend! Waar gaat dit over? Normaal gesproken stijgt een rustpols gedurende een week intensief trainen. Nu gebeurt het tegenovergestelde. Aan mijn beenspieren voel ik echter erg goed dat ik de afgelopen dagen fors getraind heb. Ik hoef ze maar even aan te spannen om te voelen dat die nog lang niet uitgerust zijn.


Het regent deze ochtend en het is flink afgekoeld. Ik maak er maar een rustdag van. Niet dat ik ergens voor hoef te rusten; morgen ga ik toch naar huis. Maar ik heb gewoon geen zin om de benen weer pijn te doen. En dat met de kans om onderweg ook nog een nat pak te halen is genoeg reden om in de tuin een boek te gaan lezen. Als het 's middags opklaart, ga ik nog wel een stuk wandelen. Daar is deze omgeving namelijk ook voor gemaakt.

De zon laat zich 's middags ook weer van zijn aangenaam warme kant zien ik pluk een beschreven wandeling uit het boek van de chambre d'hôte. 3 en half uur wandelen lijkt me wel genoeg. Sommige stukken route beschrijvingen zijn mij niet in een oogopslag duidelijk maar ik loop nergens echt lang verkeerd. Met een kleine eetpauze ben ik na 4 uur weer terug bij de chambre d'hôte. Vanavond nog een lekker eten en dat zit de weekje trainen er weer op. Ik ben wel tevreden over de groeiende vorm.

zaterdag 7 mei 2011

Scheuren op het Circuit van Zandvoort

Er staat een hele rij Porsches te wachten om in gereden te worden. Plus nog een paar snelle Lamborghini’s. Niets voor mij natuurlijk. Ik houd het op een Duitse racer. Een met een volledig carbon frame plus carbon aandrijving. Een 20 speed met aerodynamische wielen, voortgedreven door menselijke oer power.

OK, geen echt gedoe op het circuit van Zandvoort met razendsnelle auto maar gewoon op de wielrenfiets dus. Waarom? Het is vandaag de classico Boretti en die hebben het voor elkaar gekregen om het circuit af te huren zodat wij erop konden fietsen. Voor de liefhebber kon je er ook een tijd neerzetten. Verder is de organisatie nogal knudde maar het circuit is toch een leuk extraatje. Al na een paar bochten, heb ik een briljant idee. Hier moeten gewoon wielren wedstrijden op georganiseerd gaan worden. Het heeft echt alles in zich om leuk op te kunnen koersen. Het is perfect strak asfalt, prachtige lopende bochten en een heerlijk glooiend parkoers. Hier kan verschil worden gemaakt in een koers. Het wielerparkoers op Sloten staat hier maar in schril contrast bij. Daar zit een bruggetje in het parkoers en die brengt nooit een schifting teweeg in het peloton. Zandvoort is gewoon klaar voor de volgende uitdaging. Geen ronkende motoren meer, geen nodeloze benzine verspilling, geen brandend rubber meer. Het is tijd voor koers!!

Nu nog hopen dat op iemand dit blog leest en zo gek is om dit geniale idee in werkelijk om te zetten.

maandag 25 april 2011

Luxemburg deel2

Waarom gaan we niet naar Luxemburg? Zo maar een vraag die de laatste twee dagen bij me rond zingt. Het is druk aan de kust met zonaanbidders en heel Vlaanderen stroomt vol met wielertoeristen. In Luxemburg rijden wat brave motards rond plus nog wat verdwaalde wielrenners. Er staan hier zoveel borden dat motorrijders zich regelmatig te pletter rijden, dat je begint af te vragen hoe dat kan. Er zijn maar heel weining motards die de gashendel open draaien. De meesten houden het bij rustig touren op grote BMW's. De echte snelle mannen zijn óf al dood, óf afgeschrikt geraakt door de vele waarschuwingen. Ik heb ook weining hinder van de moterrijders; ik heb wel hinder van enkele oude van dagen. Ze rijden met een sleurhut net zo als zonder sleurhut. Dat je een stuk breder bent met sleurhut lijkt er niet in te gaan. Liever een renner de berm in rijden dan een beetje uitwijken.

Een ander opvallende zaak is dat er geen mensen zijn. Dat klinkt gek en dat is het ook. In dorpjes kom ik zelden mensen tegen en op de kleine weggetjes zie ik ook zelden verkeer. In grotere plaatsen zoals Vianden is wat leven in de brouwerij maar ook daar zitten de terrassen niet afgeladen vol. Daarom weer die vraag. Waarom zijn hier zo weinig touristen? Er liggen prachtige wegen om op te fietsen of te motorrijden. Er schijnen prachtige wandelpaden te liggen waar ook naar hartelust ge-mountainbiked kan worden. De omgeving is zeker het aanzien waard en het was dit weekend ook nog eens prachtig weer.




Er moet toch een reden te vinden zijn. Een ding wat zeker onhandig is de taal. Ze spreken Frans maar elke plaatsnaam heeft een Duitse naam. Plus nog een totaal onleesbare extra naam. Putscheid, Hosingen, Wiltz, Eschweiler en Diekirch zijn de Franse namen. De Duitse vertalingen daarvan is vaak onuitspreekbaar. Ik weet ook niet welke taal te spreken. Zowel mijn Frans als mijn Duits is roestig en als ik het door elkaar moet spreken, wordt het helemaal een ramp. Zo blijf ik dus nogal contact gestoord. En de keuken is meer Duits dan Frans. Dat is ook geen voordeel. Maar ik zie veel meer voordelen dan nadelen. Aan het aantal touristen te tellen, ben ik echter een van de weinige. En ik wat dat graag zo houden.

Aan iedereen die wel eens een weekje of lang weekend naar Luxemburg wil gaan, NIET DOEN!!!! Dan houd ik dit mooie trainingsgebied lekker voor mezelf.

zaterdag 23 april 2011

Luxemburg

goede vrijdag

Opstaan, benen scheren, baard scheren, douchen, ontbijt maken, ontijt opeten, de afwas doen en de laatste spullen in de grote tas stoppen. Het is weer zover. Ik ga een lang weekend weg om de fiets uit te laten. Pasen valt laat dit jaar en de zomer valt vroeg. Gevolg is dat het schitterend weer is en ik 6 dagen vrij heb. Goede vrijdag is zo'n stiekum extra vrije dag voor bank gerelateerd personeel. Dinsdag even snipperen en woensdag roostervrij. Welk een luizenleventje heb ik toch. Ik heb besloten om eens in Luxemburg te gaan trainen. Redelijk dicht bij huis, goede wegen en veel langere klimmetjes te vinden.

Behalve dat ik vrij ben, zijn er ook tal van anderen vrij. Een opvallende groep zijn de motorrijders die het stof van hun tweewieler hebben geklopt en weer op pad zijn. Ze zijn er in 2 soorten. Een groep die motor rijdt en een groep die beter een cabrio had kunnen kopen. De eerste groep, die snap ik. Ze rijden motor en genieten van het vermogen van het apparaat en ze oefenen hun bochtentechniek. De tweede groep ontgaat mij geheel. Ze rijden langzaam en voor elke bocht wordt behoedzaam geremd. Ze kijken veel om zich heen en ze rijden uiterst voorzichtig. Niet onbeheersd of onbekwaam maar gewoon langzaam. Ze hadden eigenlijk beter in een cabrio kunnen gaan rijden. Het gaat ze om het kijken en niet om het rijden.

Na autorit van 335 km doe ik 's middags 'even' een rondje van 73 km. Fietsen hier is duidelijk wat anders dan in Nederland. In de 73 km maak ik 1200 hoogtemeters en schommelt de pols tussen de 115 (afdalen) en de 178 (9% klimmen). Vanavond tijd voor een groot bord pasta.



Paaszaterdag
Apfelstrudel eten in Prüm; je moet een doel hebben. Zomaar 5 uur gaan fietsen op een rollenbank, dat doet niemand. Zomaar 5 uur in de rondte rijden zonder ergens naar toe op weg te zijn kan wel. Maar het is leuker als er een doel aan vast zit. Op ongeveer 50 km rijden van Clervaux ligt Prüm, een stadje in de Duitse Eifel. Is de Duitse keuken ergens om bekend in deze wereld? Heel misschien wel maar ik vermoed dat Schweinebrei mit sauerkraut, gemüse suppe mit knudeln of Frankfurter wurst niet in de categorie culinaire hoogstandjes vallen. Maar ze hebben er wel Konditorei. Ofwel, goede banket bakkers met terras en ze willen er ook nog koffie bijschenken. Wat is nu lekkerder dan op een zonnig terras een stuk taart wegschransen onder het genot van een tas koffie? Zo, het doel is geboren. De heenweg en terugweg telt in totaal 125 km en 2200 hoogtemeters. Je er wel wat voor over hebben!

zaterdag 16 april 2011

Pijn is goed!

Ik heb vandaag de zwaarste training gedaan die ik in dit vlakke land kan doen. Ik kom geen bergen tegen en ik rij niet eens een tocht van boven de 200 km. Maar toch,.. Ik word er altijd goed moe van. Zo ook vandaag. En om een of andere reden gaat er tussendoor nog allerlei dingen mis, zodat het allemaal nog wat zwaarder wordt dan de bedoeling was.

Ik heb het over koersen op Sloten maar dan wel door eerst naar de koers toe te fietsen en ook weer op de fiets huiswaarts te keren. Goed voor zo’n 142 km en vooral de terugweg is pijnlijk. Met een koers in de benen loopt het eigenlijk zelden nog echt goed. Mijn rug gaat irriteren, mijn hartslag wil niet meer laag blijven en de snelheid is doorgaans ook geheel verdwenen. En toch doe ik het. Vorm komt je namelijk niet aanwaaien; daar moet af en toe voor worden pijn geleden.

De heenweg verloop eigenlijk heel vlotjes. Er staat een beetje wind tegen maar ik zit een kilometers lang in het wiel van een andere wielrenner. Sparen, sparen, sparen. Ik maak nog een praatje en hij blijkt net zo gek als ik. Hij fietst van Almere naar Weesp om daar een hardloopwedstrijd deel te nemen en fietst daarna weer naar huis. In Amsterdam gaat het echter mis. Ze hebben wat wegen afgezet en dat zijn nu net de wegen die waar ik over heen wilde. Ik ken die stad niet zo goed en als ze de weg af gaan zetten, heb ik een probleem. Ik heb mijn navigatie vriend Garmin wel bij maar die biedt in dit soort omstandigheden weinig soelaas en van de bewegwijzering moet je het hier ook niet hebben. Ik dreig de koers nog te gaan missen door dit geklooi maar gelukkig zie ik een renner die eruit ziet op weg te zijn naar Sloten. Even navragen en JA. Nu nog even 10 km in zijn wiel hangen. Hij doet zijn warming-up en racet met 34 kmh door Amsterdam heen. Mijn plan om rustig aan de koers te beginnen is nu dus al mislukt. Ik ben nog net op tijd om me in te schrijven en mijn rugnummer op te spelden. Daarna is het meteen starten.

De koers loopt eigenlijk redelijk gemakkelijk. De vaart zit er lekker in ik kan makkelijk volgen in de buik van peloton. Dat had ik vooraf niet gedacht. Ik had gedacht meer moeite te hebben om te kunnen volgen. Als de koers na 25 km ontploft, zit ik zelfs op kop om de vluchters bij te halen. De koers staat in totaal 10 km op ontploffen. Er zijn een paar goede renners weggereden en het peloton gaat er in volle vaart achteraan. Als ze zijn gegrepen is de rust terug en ik zit uit te puffen in de staart van het peloton. Ik vind het inmiddels wel welletjes. Ik begin moe te worden en denk alleen maar aan uitrijden. Met nog drie ronden te gaan zijn er weer 2 renners weg. Het peloton lijkt even geen zin te hebben in achtervolgen maar komt dan toch op gang. En weer zit ik voorin. Waarom? Ik had me toch voorgenomen om niets meer te doen. Als ik kop kom en gas geef, blijk ik een gaatje te trekken. Het peloton kan even niet volgen en nu hang ik tussen de kop en de grote groep in. Dat was dus al helemaal niet de bedoeling. Dan maar doorrijden dus. Mezelf laten terugvallen is ook zo raar. Na een halve ronde haal ik de koplopers bij. We hebben nog 2 ronden voor de boeg en we lijken het zelfs te gaan halen. Met nog een ronde te gaan sluit er nog een renner aan die de sprong heeft gemaakt. Vier man op kop die gaan rijden voor de zege.

Was het maar waar. Op 700 meter worden we alsnog gegrepen door het peloton dat in sneltreinvaart over ons heen dendert. Ik hou mijn pedalen stil en eindig ergens achterin de groep. Dit was dus de tweede fout van vandaag. De bedoeling was eigenlijk peloton vulling zijn. Geen fanatiek gedoe op kop ofzo. De terugweg viel in de categorie: “Pijn is goed; van pijn word je een betere renner”. Het viel duidelijk niet in de categorie: "Oh, wat is het toch heerlijk een stukje door de polder te fietsen".

zondag 3 april 2011

Onvoorstelbaar!

Eigenlijk is er maar een woord voor. En dat is onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar, dat in een regio die helemaal gek ik van de koers, dat er uitgerekend daar nergens fatsoenlijke wegen liggen. Ik kan het natuurlijk maar over een natie hebben en dat is België. Een land dat dacht het wereld record regering vormen leek te hebben en dat vandaag een no-fly –zone had ingesteld vanwege de nationale wielerronde. Ik heb gisteren de ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen gereden en ik ben deze keer voor de 140 km versie gegaan. Dan rij je dus de letterlijke finale van de echte ronde. Inclusief alle hellingen en kasseistroken.

Hellingen verteer ik met speels gemak. Ik heb sterke bovenbenen en een goede conditie. Gewoon omhoog rammen; lang duurt het hier toch nooit. Van kassei rijden kan ik echter helemaal niets. Ik weet niet hoe mijn stuur vast te houden en hoe vaart vast te houden. Ik kan niet sturen, remmen of schakelen. Ik ben gewoon als een neger op de schaats die nog nooit winter heeft meegemaakt. Iedereen weet natuurlijk wel wat kasseien zijn en dat die hobbelig kunnen aanvoelen maar als je er nooit daadwerkelijk op gereden hebt, dan kun je er niet over meepraten. Er is eigenlijk maar een manier om het duidelijk te maken. Je moet het een keer voelen. Het is vrij lastig om te omschrijven hoe hobbelig het precies is. Maar ik zal toch een poging doen. Stel jezelf een weg voor met straat klinkers. Netjes gelegde klinker die allemaal even hoog liggen en nauw aansluiten. We laten het patroon van de klinkers in tact maar gaan nu alle stenen 1 cm verhogen of 1 cm verlagen en we doen volledig willekeurig. Nu begint het er al beetje op te lijken. Daarna gaan er de bovenkant van de klinkers glad polijsten zodat de bovenkant een beetje een bolling krijgt. Daarna zorgen we er voor dat de klinkers net niet meer helemaal netjes in het ruit patroon liggen en er her en der gleuven van 2 tot 5 cm tussen de stenen ontstaan. De stenen liggen nog steen goed vast verankerd in de weg. En daar is dan een kasseien straat!!!

En als er geen kasseien liggen dan is er ander Vlaams wegdek. Kapot gereden beton platen, stuk gereden asfalt, rommelig gerepareerd wegdek en kruisingen met hobbel hobbel overgangen tussen verschillenden stukken wegdek. Het is echt drama troef. De route van 140 km bestaat uit zo’n 20 km kasseien en 110 matig wegdek en 10 km echt asfalt. Onvoorstelbaar dat in een land dat zo zot is van de koers, de weg onevenredig slechts is. Op de muur van Gerardsbergen staan honderden enthousiastelingen ons wielertoeristen aan te moedigen alsof het een echte koers was. Zoiets kan toch alleen in België. Ik stel daarom voor om al het geld in de Europese noodfondsen te gebruiken om heel België te voorzien van nieuw asfalt. Ze verdienen het gewoon. En van mij mogen die vermaledijde kassei wegen ook worden geasfalteerd. Dan krijg ik ook geen blaren meer op mijn handen. Dat laatste is geen grap. Vroeger kreeg blaren op mijn handen van het turnen. Dit is mijn eerste fiets blaar.