Eigenlijk is er maar een woord voor. En dat is onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar, dat in een regio die helemaal gek ik van de koers, dat er uitgerekend daar nergens fatsoenlijke wegen liggen. Ik kan het natuurlijk maar over een natie hebben en dat is België. Een land dat dacht het wereld record regering vormen leek te hebben en dat vandaag een no-fly –zone had ingesteld vanwege de nationale wielerronde. Ik heb gisteren de ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen gereden en ik ben deze keer voor de 140 km versie gegaan. Dan rij je dus de letterlijke finale van de echte ronde. Inclusief alle hellingen en kasseistroken.
Hellingen verteer ik met speels gemak. Ik heb sterke bovenbenen en een goede conditie. Gewoon omhoog rammen; lang duurt het hier toch nooit. Van kassei rijden kan ik echter helemaal niets. Ik weet niet hoe mijn stuur vast te houden en hoe vaart vast te houden. Ik kan niet sturen, remmen of schakelen. Ik ben gewoon als een neger op de schaats die nog nooit winter heeft meegemaakt. Iedereen weet natuurlijk wel wat kasseien zijn en dat die hobbelig kunnen aanvoelen maar als je er nooit daadwerkelijk op gereden hebt, dan kun je er niet over meepraten. Er is eigenlijk maar een manier om het duidelijk te maken. Je moet het een keer voelen. Het is vrij lastig om te omschrijven hoe hobbelig het precies is. Maar ik zal toch een poging doen. Stel jezelf een weg voor met straat klinkers. Netjes gelegde klinker die allemaal even hoog liggen en nauw aansluiten. We laten het patroon van de klinkers in tact maar gaan nu alle stenen 1 cm verhogen of 1 cm verlagen en we doen volledig willekeurig. Nu begint het er al beetje op te lijken. Daarna gaan er de bovenkant van de klinkers glad polijsten zodat de bovenkant een beetje een bolling krijgt. Daarna zorgen we er voor dat de klinkers net niet meer helemaal netjes in het ruit patroon liggen en er her en der gleuven van 2 tot 5 cm tussen de stenen ontstaan. De stenen liggen nog steen goed vast verankerd in de weg. En daar is dan een kasseien straat!!!
En als er geen kasseien liggen dan is er ander Vlaams wegdek. Kapot gereden beton platen, stuk gereden asfalt, rommelig gerepareerd wegdek en kruisingen met hobbel hobbel overgangen tussen verschillenden stukken wegdek. Het is echt drama troef. De route van 140 km bestaat uit zo’n 20 km kasseien en 110 matig wegdek en 10 km echt asfalt. Onvoorstelbaar dat in een land dat zo zot is van de koers, de weg onevenredig slechts is. Op de muur van Gerardsbergen staan honderden enthousiastelingen ons wielertoeristen aan te moedigen alsof het een echte koers was. Zoiets kan toch alleen in België. Ik stel daarom voor om al het geld in de Europese noodfondsen te gebruiken om heel België te voorzien van nieuw asfalt. Ze verdienen het gewoon. En van mij mogen die vermaledijde kassei wegen ook worden geasfalteerd. Dan krijg ik ook geen blaren meer op mijn handen. Dat laatste is geen grap. Vroeger kreeg blaren op mijn handen van het turnen. Dit is mijn eerste fiets blaar.
zondag 3 april 2011
zaterdag 19 maart 2011
Joop
Voorjaar! Echt voorjaar! Een heerlijk zonnetje, lammetjes in de wei, weinig wind en allerlei fluitende vogeltjes die vlinders in de buik lijken te hebben. En bij echt voorjaar hoort een ook een fietstocht. In Leiden wordt voor de vijfde keer de Joop Zoetemelk Classic gehouden. Bij mijn weten in het leven geroepen in het jaar dat voor de eerste keer de ronde van het Groene Hart georganiseerd werd. Die profronde is inmiddels weer een stille dood gestorven maar de Zoetemelk Classic is er nog steeds. Joop is heeft nog als junior bij Swift gekoerst en dat is blijkbaar genoeg reden om vanuit Leiden een classic voor de beste man te organiseren. Er is eigenlijk maar een ding mis met deze classic en dat is de afstand. 150 km is best ver zo vroeg in maart; de kortere versie is maar 75 en dat is ook weer net niks. Ik heb de eerste 4 edities ook niet gereden. Vanwege het feit dat het 150 km is en omdat het doorgaans pestweer was. Maar vandaag dus niet! 2000 man hebben vandaag de fietspaden in het Groene Hart weer onveilig gemaakt. Pelotonnetjes van 10-25 renners zoeven met 30 tot 35 kmh over de fietspaden heen en letten heel goed op het overige verkeer. Het overige verkeer zie ik soms schrikken. We weten echt wel waar we mee bezig zijn, zou ik ze willen meegeven. Gewoon rechts rijden en je stuur vasthouden, dan kan er niet mis gaan. Na 5 uur, 3 krentenbollen, een appelpunt, een flesje Aquarius, een banaan, 2 bidons sportdrank en twee pakjes sultana sta ik weer in Leiden. 30.1 kmh gemiddeld en morgen heb ik vrijaf.
Waar was Joop vandaag? Ik heb echt geen flauw idee!
Waar was Joop vandaag? Ik heb echt geen flauw idee!
maandag 7 maart 2011
alles-in-een-weekje
Ik heb deze week in een week in geheel mini seizoen meegemaakt. Wedstrijden, lange trainingen, sportschool bezoek, buitenlandse uitstapjes en ook nog een valpartij. Zo’n alles-in-een-weekje. Alles wat ik in een heel jaar wel eens meemaak, gebeurt nu allemaal in een week. Best leuk allemaal, al had die onzachte inspectie van het Belgisch wegdek achterwege mogen blijven. Het begon allemaal op woensdag met een lange training in de polder. Een slordige 130 km met een bult wind waar je U tegen zegt. Het weer was deze week ronduit mooi. Vooral mooi vanachter glas; uit de wind en in de zon. Buiten was het gewoon koud. ‘ s Nachts een paar graden vorst en overdag 5 graden. Een stevige noordoosten wind erbij en verder heel erg zonnig. Het zag er uitnodigend uit en ik stik van de vrije tijd, dus maar eens veel fietsen dus. Woensdag was een lange dag met veel afzien tegen de wind in, donderdagavond naar de sportschool voor een nieuw soort les waar ik vrijdag spierpijn van heb. Zaterdag koersen op Sloten en zondag naar de Vlaamsche Ardennen om een stukje met Roland te fietsen. Een paar bulten uit de ronde verkennen en Roland uit zijn winterslaap schudden. De koers verliep goed. Geen prijzengeld binnengesleept en ook geen paraplu maar wel alles makkelijk mee kunnen fietsen. Op kop kunnen rijden, proberen te ontsnappen, gaatjes dichtrijden en redelijk mee kunnen sprinten. Het Belgisch avontuurtje liep alleen wat mis. Roland had na 50 km al zijn beenspieren opnieuw ontdekt en haakt vroegtijdig af. Ik rij door om het rondje va 95 km af te maken. Ik ram de Patersberg met redelijk gemak omhoog (dankzij het gootje) en op de Koppenberg zit ik serieus pijn te lijden. Maar dat is dan ook de steilste bult uit de ronde. Een heuse kasseienbult (zonder uitwijk gootje) met stroken van boven de 20%.

In de afdaling van de Koppenberg gaat het mis. Met 45 aan het uur hobbel ik over een van de velen Belgische hobbels heen en deze bleek veel hoger dan ik vooraf had ingeschat. Mijn stuur schiet uit mijn handen en ik duikel languit over het asfalt heen. Opstaan, . opstaan, . opstaan, is het eerste wat ik denk. Als ik kan opstaan, heb ik zeker niets gebroken. Ik kan ook gewoon opstaan en ik mankeer relatief weinig. Beetje schaafwonden en her en her wat krassen. Een valpartij zonder erg noemen ze dat dan in de wielrennerij. Inderdaad, geen gebroken botten en ik kan gewoon doorfietsen op mijn eigen fiets. Maar toch, ik had schade genoeg. Een kapotte broek die de vuilnisbak in kan; een jack met extra gaten wat met een beetje fatsoen nog gedragen kan worden maar eigenlijk niet mooi meer is; een paar handschoenen naar de Filistijnen; een Polar horloge vol krassen wat nog wel afleesbaar is; een stuurlint wat vervangen moet worden; een beschadigde linker shifter die het nog wel doet maar ook op de nominatie staat om te worden vervangen. En natuurlijk ook nog een partij grote schaafwonden plus een grote bult op mijn linkerheup en een heleboel stramme spieren. Niet echt een mooie set aan souvenirs van een weekje wielrennen.

In de afdaling van de Koppenberg gaat het mis. Met 45 aan het uur hobbel ik over een van de velen Belgische hobbels heen en deze bleek veel hoger dan ik vooraf had ingeschat. Mijn stuur schiet uit mijn handen en ik duikel languit over het asfalt heen. Opstaan, . opstaan, . opstaan, is het eerste wat ik denk. Als ik kan opstaan, heb ik zeker niets gebroken. Ik kan ook gewoon opstaan en ik mankeer relatief weinig. Beetje schaafwonden en her en her wat krassen. Een valpartij zonder erg noemen ze dat dan in de wielrennerij. Inderdaad, geen gebroken botten en ik kan gewoon doorfietsen op mijn eigen fiets. Maar toch, ik had schade genoeg. Een kapotte broek die de vuilnisbak in kan; een jack met extra gaten wat met een beetje fatsoen nog gedragen kan worden maar eigenlijk niet mooi meer is; een paar handschoenen naar de Filistijnen; een Polar horloge vol krassen wat nog wel afleesbaar is; een stuurlint wat vervangen moet worden; een beschadigde linker shifter die het nog wel doet maar ook op de nominatie staat om te worden vervangen. En natuurlijk ook nog een partij grote schaafwonden plus een grote bult op mijn linkerheup en een heleboel stramme spieren. Niet echt een mooie set aan souvenirs van een weekje wielrennen.
zaterdag 19 februari 2011
Koers!!
Koers! Eindelijk is het weer koers. Er zijn 2 dingen waar ik al de hele winter op wacht. Een is het voorjaar; het andere is koersen. Van voorjaar heb ik nog weinig gezien dit jaar. Dit weekend start het seizoen van wedstrijden weer op het wielerparkoers in Sloten. De koers voor mannen die geen zin hebben om een licentie te kopen maar wel in het weekend een koers willen rijden. Dit is zo’n beetje de langzaamste categorie van wedstrijd rijden die er voor handen is. En daarmee heb ik direct een van grootste problemen in het amateur wielrennen aangestipt. Er zijn namelijk in Nederland pak en beet een kwart miljoen mensen die een wielrenfiets hebben en daar regelmatig op trainen. Slechts een heel klein deel daarvan rijdt ook daadwerkelijk wedstrijden. De meeste houden het op trainingsritten variërend van 50 tot 150 km en met gemiddeldes van rond de dertig. Allemaal hartstikke sportief en de gemiddelde niet-sporter beschouwt het al rap als hard en ver fietsen. In de trimmerskoers op Sloten ligt het gemiddelde doorgaans tussen de 40 en 42 kmh met pieken snelheden van 50+. Bij de gedachte dit te moeten volhouden haken de meeste wielrenners af. Een lager niveau bestaat echter niet. Wedstrijden waar 36 kmh gemiddeld wordt gereden op een afstand van 40 km bestaan domweg niet.
Het is vandaag aangenaam koud winterweer. Het is redelijk zonnig, het parkoers is mooi droog en er staat een frissen oostenbries te waaien. Er staan een zestigtal renners aan het vertrek wat een hoge opkomst is; zo druk is het meestal niet in het begin van het seizoen. De snelheid is ook niet echt laag te noemen. We halen een gemiddelde van 39,7 kmh. Dat klinkt wellicht niet rap maar in het begin van seizoen ligt de snelheid doorgaans wat lager en zijn we al blij met 38+. We mogen vandaag sprinten tijdens twee premiespurts en op de streep liggen weer geldprijzen te wachten. Om er in te komen rijden we niet de gebruikelijke 1 uur + 6 ronden maar houden we het bij een uur en 3 ronden. Rij ik vandaag in de prijzen? NEE, . . daar voor kom ik pure snelheid te kort. Dat is ook iets waar ik helemaal nog niet op getraind heb. Om iets te kunnen winnen moet ik eigenlijk een kilometer lang 55 of harder kunnen rijden. Het gevoel zit echter goed. Ik gebruik deze koersen om hard te kunnen trainen. Prijzen winnen is niet echt noodzaak (zo slecht betaalt Equens niet); wel leuk natuurlijk als het lukt. Ik rij makkelijk uit en de koers had nog langer mogen duren. Ik kan mee op kop rijden en de pols staat constant hoog. Genoeg dingen om tevreden over te zijn.
Het is vandaag aangenaam koud winterweer. Het is redelijk zonnig, het parkoers is mooi droog en er staat een frissen oostenbries te waaien. Er staan een zestigtal renners aan het vertrek wat een hoge opkomst is; zo druk is het meestal niet in het begin van het seizoen. De snelheid is ook niet echt laag te noemen. We halen een gemiddelde van 39,7 kmh. Dat klinkt wellicht niet rap maar in het begin van seizoen ligt de snelheid doorgaans wat lager en zijn we al blij met 38+. We mogen vandaag sprinten tijdens twee premiespurts en op de streep liggen weer geldprijzen te wachten. Om er in te komen rijden we niet de gebruikelijke 1 uur + 6 ronden maar houden we het bij een uur en 3 ronden. Rij ik vandaag in de prijzen? NEE, . . daar voor kom ik pure snelheid te kort. Dat is ook iets waar ik helemaal nog niet op getraind heb. Om iets te kunnen winnen moet ik eigenlijk een kilometer lang 55 of harder kunnen rijden. Het gevoel zit echter goed. Ik gebruik deze koersen om hard te kunnen trainen. Prijzen winnen is niet echt noodzaak (zo slecht betaalt Equens niet); wel leuk natuurlijk als het lukt. Ik rij makkelijk uit en de koers had nog langer mogen duren. Ik kan mee op kop rijden en de pols staat constant hoog. Genoeg dingen om tevreden over te zijn.
zondag 30 januari 2011
Nul graden
Het is dit weekend koud. Niet elfsteden tocht koud maar wel gewoon koud. 's Nachts -4 en overdag met moeite net boven het vriespunt. Ik hou niet van kou. Ten eerste omdat ik kou gewoon koud vind en en tweede omdat het vaak glad kan zijn. Na mijn gebroken heup van 6 jaar geleden heb ik nog steeds weinig zin om met winterweer te gaan fietsen. Toch zit ik dit weekend twee keer op de fiets. Zaterdag 48 km en zondag 80 km.
Waarom? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het is gewoon mooi rustig winterweer. Geen sneeuw, het zonnetje schijnt en er waait een koude noordooster bries. Ik besluit wel om 's middags te gaan fietsen en niet voor de smalle paadje door het bos te kiezen. Zo geef ik de rijp de kans om eerst weg te dooien. Het gevolg is dat ik soms over zeer eentonige wegen rij. Heeeeeele lange recht wegen door de polder. In dit soort wegen bemerk ik geen voortgang. Ik zie links een paar bomen op de achtergrond en rechts zie ik wat andere bomen en nog een boerderij. Verder bestaat het landschap uit een langgerekt fietspad langs de provinciale weg en veel windmolens. 10 kilometer verderop ziet het landschap er nog steeds zo uit. Alleen aan mijn fiets computer zie ik dat ik kilometers maak. Het heeft iets weg van fietsen op een rollenbank. Het enige verschil is dat je op een rollenbank kun afstappen en dan ben je direct thuis. Als ik mijn teller op 60 km zie staan, weet ik dat het er nog 20 km eentonige weg volgt. Even doorzetten dus,..
Ik rij vandaag in een soort mummie uitdossing. Fietsen rond het vriespunt vergt wat extra kleding. Bij mooi warm weer (30C) is een koersbroek en koerstui genoeg. Plus een paar sokken en schoenen; een zweethemd is is dan overbodig. Nu draag ik:
- een zweethemd met lange mouwen
- een koersbroek
- wielrentrui
- beenstukken
- extra lange broek
- warme wintersokken
- schoenen
- dikke overschoenen
- een dik winterjack
- binnenhandschoentjes en gewone warme handschoenen
- een buff om nek en wangen warm te houden
- een warme muts
- en een zonnebril
Als er ooit een burka verbod in Nederland komt, dan kan ik me zo niet meer vertonen.
Waarom? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en het is gewoon mooi rustig winterweer. Geen sneeuw, het zonnetje schijnt en er waait een koude noordooster bries. Ik besluit wel om 's middags te gaan fietsen en niet voor de smalle paadje door het bos te kiezen. Zo geef ik de rijp de kans om eerst weg te dooien. Het gevolg is dat ik soms over zeer eentonige wegen rij. Heeeeeele lange recht wegen door de polder. In dit soort wegen bemerk ik geen voortgang. Ik zie links een paar bomen op de achtergrond en rechts zie ik wat andere bomen en nog een boerderij. Verder bestaat het landschap uit een langgerekt fietspad langs de provinciale weg en veel windmolens. 10 kilometer verderop ziet het landschap er nog steeds zo uit. Alleen aan mijn fiets computer zie ik dat ik kilometers maak. Het heeft iets weg van fietsen op een rollenbank. Het enige verschil is dat je op een rollenbank kun afstappen en dan ben je direct thuis. Als ik mijn teller op 60 km zie staan, weet ik dat het er nog 20 km eentonige weg volgt. Even doorzetten dus,..
Ik rij vandaag in een soort mummie uitdossing. Fietsen rond het vriespunt vergt wat extra kleding. Bij mooi warm weer (30C) is een koersbroek en koerstui genoeg. Plus een paar sokken en schoenen; een zweethemd is is dan overbodig. Nu draag ik:
- een zweethemd met lange mouwen
- een koersbroek
- wielrentrui
- beenstukken
- extra lange broek
- warme wintersokken
- schoenen
- dikke overschoenen
- een dik winterjack
- binnenhandschoentjes en gewone warme handschoenen
- een buff om nek en wangen warm te houden
- een warme muts
- en een zonnebril
Als er ooit een burka verbod in Nederland komt, dan kan ik me zo niet meer vertonen.
woensdag 5 januari 2011
drugs
Toen wij uit Caracas vertrokken, vertrokken wij uit Caracas,….
We staan met acht man van onze groep in de rij om in de rij te gaan staan bij Iberia. Eerst moeten we nog langs een paar soldaten die paspoorten controleren en in bagage van passagiers willen kijken. Er heerst geen enkele schaamte. En plein public worden koffers geopend en de soldaten neuzen door de vuile was van vertrekkende passagiers. Iedereen kan meekijken. Ik vind het nogal koddig en sta er wat grappen over te maken. Als wij met acht man langs de soldaat willen, leggen we uit dat we bij elkaar horen. We vertellen wie we zijn, met welke organisatie we hebben gereisd en dat we een kist naar Madrid willen halen. We tonen onze paspoorten. De soldaat staat er een beetje schaapachtig bij. Dan worden Hans en ik meegenomen. De andere 6 mogen door naar de rij van Iberia. We moeten onze bagage meenemen en onze soldaat is weinig mededeelzaam wat er met ons gaat gebeuren. We schatten zelf in dat dit een drugs controle is.
We worden naar een achteraf kamertje geleid en daar wordt onze bagage uitgebreid onderzocht. Er worden geen vragen vooraf gesteld; er wordt geen uitleg gegeven. Ze beginnen gewoon. Mijn halve tas gaat open en ze zoeken maar rommelig. Als je het dan toch doet, doe het dan goed. Trek dan niet een halve tas open maar gewoon helemaal. Ik had in mijn slaapzak twee souvenirs verstopt. Een rieten schaal en een mok. De slaapzak diende als protectie. Hartstikke interessant natuurlijk voor zo´n soldaatje. Wat heeft deze potentiële drugs klant toch in deze stinkende slaapzak verstopt? Nadat zowel bij mij als bij Hans niets gevonden is, gaat men verder met het papierwerk. Onze paspoorten worden overgeschreven en er wordt uitgebreid verslag gedaan van onze koffers. Zelfs het merk van mijn rugzak word opgeschreven. Welke idioot heeft deze bureaucratische onzin bedacht? De tassen mogen we even achterlaten en daarna gaan we door de douane heen. Er moet nog een bodyscan gemaakt worden. Onze begeleidende soldaat legt dit uit in zijn beste Venezolaans. Als ik aangeef dat ik hem niet begrijp, legt hij het nog een keer uit. Weer met dezelfde woorden alleen dan sneller uitgesproken. Dat helpt dus niets. Wat hij probeerde te zeggen blijkt achteraf, is dat we niet gefouilleerd worden noch een intern onderzoek krijgen. Maar dat er een scan zal worden gemaakt.
Langzaam gaat de machine van links naar rechts. Ik word langzaam door een grote scanner getrokken en vanachter zijn bureau zit de soldaat te gluren of ik drugs in mijn lichaam heb verstopt. Het grappige is er nu wel vanaf. Tot nog toe was de controle alleen maar tijdrovend. Het wordt nu allemaal wel erg persoonlijk. Gluren in je bagage; metaal detectoren en nu ook nog een bodyscan. Hebben die gasten nog meer vernederende grappen in de aanbieding of blijft het hierbij. Natuurlijk kunnen ze niets vinden. Ik en drugs? Het idee alleen al. In mijn tas hebben ze niets gevonden, dat was eigenlijk het enige waar ik een beetje bang voor was. Er zal eens een idioot zijn die daar wat in zou hebben gestopt. Hoe ga ik dan hier in mijn beste Spaans uitleggen hoe de vork in de steel zit.
De controle duurt uiteindelijk een uur en daarna mogen we weer terug. De soldaat brengt ons niet terug naar de rij voor Iberia maar laat ons ergens halverwege op de luchthaven weer los. We hebben geen enkel bewijs dat we gescand zijn. Tenminste ik niet. Hans heeft nog een ergens een handtekening gezet en een vingerafdruk gemaakt. Hij heeft nog een blauwe duim. Ik niet. Als eerste vluchten we naar buiten. Hans wil roken; ik kan me dat levendig voorstellen. Daarna lopen we weer naar Iberia. We zien weer de soldaten zitten maar onze begeleidende soldaat zit er nu niet bij. Hoe gaan nu uitleggen dat we de drugscontrole al hebben gehad. Hans heeft nog een blauwe duim. Ik leg aan de soldaat dat er samen gecontroleerd zijn. “Ambos controlado; si senor, los dos; Equipaje controlado; yo controlado con maquina”. Ik maak een staande gebaar hoe ik in de bodyscan moest staan. Het maakt kennelijk indruk want na een blik op onze paspoorten laat hij ons door.
En dan denk je dat je het heb gehad. The torture never stops. Eerst bij Iberia een ticket halen; dan een luchthaven belasting betalen. Dan weer een formulier invullen met je paspoort gegevens en dat je vandaag naar huis gaat. Handbagage controle. Schoenen mogen voor de zoveelste keer uit. Ik weet nu waarvoor ik mijn veter-strik-diploma heb gehaald. Dat is handig op luchthavens. En dan nog een paspoort controle. Mijn vlucht gaat over een uur en ik heb twee uur verknoeid met vervelende controles. Ik had eigenlijk op mijn gemak eerst nog wat willen eten en mijn laatste bolivars op willen maken. Dat is nu allemaal gehaast. Na een broodje, twee flesjes water en wat chocolade repen heb ik nog 30 bolivar over. Dat is te weinig voor een Sudoko boekje van 36 bolivar. Dan maar de Playboy kopen; die kost maar 20 bolivar. Ik heb inmiddels ook schijt aan alles gekregen.
Als we de kist instappen, worden we weer gecontroleerd. Ieders handbagage wordt opnieuw onderzocht en iedereen wordt gefouilleerd. Venezuela laat zich vandaag niet van zijn meest vriendelijk kant zien.
We staan met acht man van onze groep in de rij om in de rij te gaan staan bij Iberia. Eerst moeten we nog langs een paar soldaten die paspoorten controleren en in bagage van passagiers willen kijken. Er heerst geen enkele schaamte. En plein public worden koffers geopend en de soldaten neuzen door de vuile was van vertrekkende passagiers. Iedereen kan meekijken. Ik vind het nogal koddig en sta er wat grappen over te maken. Als wij met acht man langs de soldaat willen, leggen we uit dat we bij elkaar horen. We vertellen wie we zijn, met welke organisatie we hebben gereisd en dat we een kist naar Madrid willen halen. We tonen onze paspoorten. De soldaat staat er een beetje schaapachtig bij. Dan worden Hans en ik meegenomen. De andere 6 mogen door naar de rij van Iberia. We moeten onze bagage meenemen en onze soldaat is weinig mededeelzaam wat er met ons gaat gebeuren. We schatten zelf in dat dit een drugs controle is.
We worden naar een achteraf kamertje geleid en daar wordt onze bagage uitgebreid onderzocht. Er worden geen vragen vooraf gesteld; er wordt geen uitleg gegeven. Ze beginnen gewoon. Mijn halve tas gaat open en ze zoeken maar rommelig. Als je het dan toch doet, doe het dan goed. Trek dan niet een halve tas open maar gewoon helemaal. Ik had in mijn slaapzak twee souvenirs verstopt. Een rieten schaal en een mok. De slaapzak diende als protectie. Hartstikke interessant natuurlijk voor zo´n soldaatje. Wat heeft deze potentiële drugs klant toch in deze stinkende slaapzak verstopt? Nadat zowel bij mij als bij Hans niets gevonden is, gaat men verder met het papierwerk. Onze paspoorten worden overgeschreven en er wordt uitgebreid verslag gedaan van onze koffers. Zelfs het merk van mijn rugzak word opgeschreven. Welke idioot heeft deze bureaucratische onzin bedacht? De tassen mogen we even achterlaten en daarna gaan we door de douane heen. Er moet nog een bodyscan gemaakt worden. Onze begeleidende soldaat legt dit uit in zijn beste Venezolaans. Als ik aangeef dat ik hem niet begrijp, legt hij het nog een keer uit. Weer met dezelfde woorden alleen dan sneller uitgesproken. Dat helpt dus niets. Wat hij probeerde te zeggen blijkt achteraf, is dat we niet gefouilleerd worden noch een intern onderzoek krijgen. Maar dat er een scan zal worden gemaakt.
Langzaam gaat de machine van links naar rechts. Ik word langzaam door een grote scanner getrokken en vanachter zijn bureau zit de soldaat te gluren of ik drugs in mijn lichaam heb verstopt. Het grappige is er nu wel vanaf. Tot nog toe was de controle alleen maar tijdrovend. Het wordt nu allemaal wel erg persoonlijk. Gluren in je bagage; metaal detectoren en nu ook nog een bodyscan. Hebben die gasten nog meer vernederende grappen in de aanbieding of blijft het hierbij. Natuurlijk kunnen ze niets vinden. Ik en drugs? Het idee alleen al. In mijn tas hebben ze niets gevonden, dat was eigenlijk het enige waar ik een beetje bang voor was. Er zal eens een idioot zijn die daar wat in zou hebben gestopt. Hoe ga ik dan hier in mijn beste Spaans uitleggen hoe de vork in de steel zit.
De controle duurt uiteindelijk een uur en daarna mogen we weer terug. De soldaat brengt ons niet terug naar de rij voor Iberia maar laat ons ergens halverwege op de luchthaven weer los. We hebben geen enkel bewijs dat we gescand zijn. Tenminste ik niet. Hans heeft nog een ergens een handtekening gezet en een vingerafdruk gemaakt. Hij heeft nog een blauwe duim. Ik niet. Als eerste vluchten we naar buiten. Hans wil roken; ik kan me dat levendig voorstellen. Daarna lopen we weer naar Iberia. We zien weer de soldaten zitten maar onze begeleidende soldaat zit er nu niet bij. Hoe gaan nu uitleggen dat we de drugscontrole al hebben gehad. Hans heeft nog een blauwe duim. Ik leg aan de soldaat dat er samen gecontroleerd zijn. “Ambos controlado; si senor, los dos; Equipaje controlado; yo controlado con maquina”. Ik maak een staande gebaar hoe ik in de bodyscan moest staan. Het maakt kennelijk indruk want na een blik op onze paspoorten laat hij ons door.
En dan denk je dat je het heb gehad. The torture never stops. Eerst bij Iberia een ticket halen; dan een luchthaven belasting betalen. Dan weer een formulier invullen met je paspoort gegevens en dat je vandaag naar huis gaat. Handbagage controle. Schoenen mogen voor de zoveelste keer uit. Ik weet nu waarvoor ik mijn veter-strik-diploma heb gehaald. Dat is handig op luchthavens. En dan nog een paspoort controle. Mijn vlucht gaat over een uur en ik heb twee uur verknoeid met vervelende controles. Ik had eigenlijk op mijn gemak eerst nog wat willen eten en mijn laatste bolivars op willen maken. Dat is nu allemaal gehaast. Na een broodje, twee flesjes water en wat chocolade repen heb ik nog 30 bolivar over. Dat is te weinig voor een Sudoko boekje van 36 bolivar. Dan maar de Playboy kopen; die kost maar 20 bolivar. Ik heb inmiddels ook schijt aan alles gekregen.
Als we de kist instappen, worden we weer gecontroleerd. Ieders handbagage wordt opnieuw onderzocht en iedereen wordt gefouilleerd. Venezuela laat zich vandaag niet van zijn meest vriendelijk kant zien.
donderdag 30 december 2010
Mangrove bossen
Muggen, muggen, muggen, muggen, water, water, modder, modder en weer muggen. We doen een stukje Mangrove bos. Met uitleg van een lokale Warao indiaan uit welke tak zoet drinkwater te halen is en welke noten je kunt eten. Overleven hier is vooral heel veel gedoe. Je hebt er een dagtaak aan om genoeg te drinken te vinden. Een tweede dagtaak om je eten te vinden. En dan heb je nog geen overnachtingsplek gevonden. De Waroa indianen leven in paalwoningen (palafitos) langs de rivieren. Denk niet dat ze boven op een paal wonen maar het zijn geheel houten huisjes die net boven het niveau van de rivier liggen. Ze leven van visvangst en eten insecten. Ze wassen en baden zich in de rivier die ook dient als drinkwater. De huisjes die dicht bij de bewoonde wereld liggen hebben nog electriciteit en kunnen dus wat meer luxe hebben. Naarmate je verder de delta ingaat, hebben ze steeds minder. Ze leven van de natuur en verder niets.
Weer terug naar het Mangrove bos. Er zit een legioen aan muggen die nog nooit hebben gehoord wat Deet betekent. Het is de bedoeling dat je met Deet ingesmeerd niet gestoken word. Het zal deze muggen een zorg zijn. Het zijn lokale muggen en ze hebben schijt aan westerse moderne beschermingsmiddelen. Ik ben in het bos vooral bezig om door de modder te banjeren, muggen van me af te slaan en me staande te houden door te hangen aan de lianen. Ondertussen krijg ik water te drinken uit een liaan. Dolle pret! Ik lig in een deuk van het lachen. Ik ben een echte westerling die zich absoluut geen raad weet in het tropisch regenwoud. Volgens mij heeft de gids evenveel pret.
Abonneren op:
Posts (Atom)