zaterdag 28 februari 2009
Koers Sloten 28-2-2009
Vandaag was de eerste koers van het jaar en kon ik uittesten of het doel gehaald was en zo even bepalen hoe de vorm er voor stond. Op de laatste dag van de meteorologische winter is het zacht weer met 9 graden en een zacht bries uit het noordwesten. Er staan zo'n 50 man aan het vertrek en het parkoers ligt er vies bij. Een paar plassen water van de regenbuien van afgelopen nacht en veel zand maken er een beetje een strontkoers van. Mijn glimmend mooie witte fiets die al weken lang in de woonkamer mooi wit staat te wezen, zag er na afloop goed smerig uit. Dat wordt weer poetsen dus. De koers zelf blijkt een makkie te zijn. Ik rijd constant op de 50*17 en vertik om te schakelen; ik rij wel op souplesse mee. Zelfs met 47 kmh houd ik dit verzet aan wat neerkomt op een cadans van 125 omwentelingen per minuut. Dat spinnen in de sportschool blijkt toch zo weer zijn nut te hebben. Op het eind van de koers ga ik even op kop rijden om het gat met de 4 koplopers verder te dichten. Als we ze bijna hebben gegrepen, hou ik de pedalen stil en bol uit. Ik heb geen zin in het gewring van de spurtende meute en het geloof het verder wel. De missie is geslaagd; koersen gaat me redelijk gemakkelijk af en morgen wil nog een duurtraining van 100 km doen.
Ik fiets nog een rondje uit, lever mijn rugnummer er weer in en ga douchen. Deze blijken koud te zijn. Eigenlijk het enige minpuntje van vandaag. Verder ben ik wel tevreden over de vorm.
zaterdag 22 november 2008
Baanwielrennen op Sloten
Baanfietsen zijn ook een beetje apart dingen. Ze kennen slechts een verzet en hebben geen freewheel. Dit betekent dat je nooit je benen kunt stil houden. Als je dat toch probeert, wordt je gelanceerd van je fiets. Daarnaast heeft de fiets ook geen rem. Als je te dicht op je voorligger komt te rijden, kun je alleen ongelukken voorkomen door omhoog te sturen en dan moet daar dus even niemand anders rijden. Baanwielrennen betekent dus heel goed kijken en veel anticiperen.
Na 2 uur in de baan rijden, trek ik de conclusie dat dit niet echts iets voor mij is. Je kunt deze sport alleen maar competitief beoefenen; rijden voor de lol is er niet echt bij. Het woord "vallen" valt te vaak in de uitleg van Carolien. Doe niet dit want dan val je; haal niet links is, want dan we met z'n allen onderuit; rij niet langzaam in de bocht anders ga je onderuit; stuur langzaam het beton op; anders ga je op je plaat,... enzovoort,..., enzovoort,... Ik hou niet zo van vallen.
Tijdens de laatste oefening krijgen we de kans om een rondje volle bak over de piste heen te rijden. Ik leg het rondje van 200 meter af in 14,14 sec. Goed voor 51 kmh gemiddeld. Voor mijn gevoel wordt ik de bocht uit getorpedeerd. Ik heb de grootste moeite op de fiets netjes laag in de baan te houden. Niet echt een lekker veilig gevoel. Aan het baan record van Theo Bos (10,16 sec en dus 70,9) moet ik even niet denken.
woensdag 1 oktober 2008
Wielrennen:
Italië is het wielerland bij
uitstek. Het heeft een zeer rijk wieler verleden en heden ten dage komen de beste renners nog steeds uit Italië. Ook uit ander landen komen goede renners natuurlijk maar geen enkel land heeft zoveel goede renners. Tijdens het laatste WK wielrennen waren alle acht renners uit de Italiaanse ploeg kanshebber voor het goud. Voor elk ander land gold dat slechts een of twee renners als kanshebber golden voor het goud. Italië won het WK met Allesandro Ballan; nummer 2 Damino Cunego reed ook in het azurri blauw van de Italiaanse ploeg. Mij is van te wijsgemaakt door de organisatie van de reis dat deze wieler cultuur goed te merken is in het dagelijkse leven. Dit viel nogal tegen in de praktijk. We zijn een flut amateur koers tegengekomen en ik heb een fietsen winkel van binnen gezien. Nogal magertjes. De reis zelf was geclassificeerd als een 6 sterren reis wat neerkomt op dagafstanden van tussen de 85 en
m door een mooi landschap te fietsen. Dat laatste was in voldoende mate aanwezig. Zeker de ruige stukken door de desolate bergen in de Apennijnen zijn zeer mooi. Wat tegenvalt is de staat van de huizen, dorpen en pleinen in het zuiden van Italië. Er lijkt totaal geen geld in deze regio te zitten. Alle huizen, pleinen en gebouwen zijn te typeren als “oude ongeknapte meuk”. In het noorden van Italië zit wat meer geld en daar worden de oude meuk opgeknapt zodat het er weer toonbaar uitziet.
Lunch:
De bagage op de reis wordt vervoerd door reisleider Paul en de grote Mercedes bus. Tevens zorgt de reisleider halverwege de etappe voor een lunch stop. Er is soep, brood, kaas, worst, fruit, koffie, thee, frisdrank, tomaten, gedroogde abrikozen, chips, olijven, yoghurt, etc, etc. Op een dag heeft Paul zelfs pannenkoeken gebakken voor ons. Daar maak je vrienden mee. Helaas is het deze reis ook vaak koud en doet de warme soep ons goed smaken. Bij een lunch stop is het zelfs zo koud we met een deken omgeslagen warme soep naar binnen staan te werken.
Eten en drinken:
Een gemiddelde Italiaans hoofd maaltijd bestaat uit 3 gangen. Eerst is er pasta, dan komt een stuk vlees met wat groente erbij en tot slot een toetje. De pasta kent allerlei vormen en maten en wordt meestal geserveerd met een tomatensaus. Dat is echter niet mijn favoriet. Ik ben meer fan van de pastas met champignons, truffels, spinazie en kaas. De groente die bij hoofdgerecht wordt geserveerd komt vaak in een geringe hoeveelheid. Het toetje is vaak zoet gebak of een grote fruitschaal. Een hotel maakt het enorm bont met het eten. Ze hebben waarschijnlijk van te voren te horen gekregen dat wij fietsers zijn en veel honger hebben. Ze hebben het zekere voor het onzekere genomen en een gigantische maaltijd geserveerd. Het begon met een groot stuk pizza, gevolgd door een groot bord zeer stevige maaltijdsoep. De soep bevatte witte bonen en een soort pasta-achtige meelbollen. Een bord soep was al een volledige maaltijd. Wij dachten dat de soep als vervanger gold voor de pasta, maar dit bleek een vergissing. Na de soep volgde nog een groot bord pasta met kaassaus. Toen kwam eindelijk het hoofdgerecht. Een grote lap vlees met groente. Om het geheel af te maken was er ook nog eens Tiramisu als toetje. Helaas, was een deel van de groep die dag een beetje ziek en verdween een groot gedeelte van het eten onaangeraakt weer de keuken in. Jammer voor de kok; hij had er zo zijn best op gedaan.
Voor koffie moet je dus echt in Italië zijn. In Frankrijk is die lekker; in Spanje nog een stukje beter, maar wat ze in Italië uit de koffiezet automaat halen is gewoon perfect. Capucino, espresso, cafe americano; alles is gewoon even lekker. Dit geld ook voor de ijsjes. Italië is bekend om zijn “gelati” en deze reputatie is niet op lucht gebaseerd. Ijs op het terras is spotgoedkoop en heel er lekker!
Hotels:
We slapen in goede hotels deze vakantie. Het zijn bijna allemaal 3 of 4 sterren hotels. Opvallend is dat elke badkamer is uitgerust met een bidet. Het maakt niet uit of er ruimte was of niet, maar er moest een bidet in. In de kleine badka
mer in het hotel in Poppi is de WC half onder de douche geplaatst zodat er nog net ruimte was om een bidet te plaatsen tussen de WC en de wasbak. Ik ben niet gewend aan bidets en gebruik ze ook deze vakantie niet. In Perugia slapen we in zeer luxe appartementen. We hebben de beschikking over een luxe badkamer, keukentje, een zithoek, een mooi balkon en een zeer ruime slaapkamer. In Norcia overnachten we in een nonnenklooster die er een hotel erbij runnen om de kosten van het klooster te kunnen betalen. Ik heb een diep gewortelde totaal ongefundeerd hekel aan nonnen en van elk detail waaraan ik me ergerde geef ik alle nonnen de schuld. Het eten was er trouwens erg lekker. Daar viel weer geen kwaad woord over te zeggen. Maar de kamer was klein, ’s nachts heel erg koud en douchen gaf nogal een waterballet door de kapotte douchecabine.
Ziek zwak en misselijk:
Halverwege de reis wordt ik ziek om daarna weer als herboren terug te komen. In de vierde etappe over
Uiteindelijk neemt mijn lichaam 5 dagen wraak. De inspanning die ik in de vierde etappe heb geleverd is reden geweest om een in soort “spaarstand” te schieten. Mijn lichaam voorkomt dat het dat nog eens moet meemaken en weigert energie te leveren. Ik spendeer in totaal 2 dagen in het busje en kort een etappe van
Weer:
Dit was gewoon pech hebben. De wind stond verkeerd en er hingen constant depressies en lage druk gebieden boven ons hoofd. Het was vaak koud boven in de bergen en we hebben de nodige buien onderweg gehad. Ik wat weinig winterkleding meegenomen en dit bleek geen verstandige keuze. Ik had niet gedacht dat ik lange beenstukken, winterhandschoenen, overschoen en een muts nodig zou hebben.
maandag 8 september 2008
12de Henk Lubberding Classic.
Voor de twaalfde maal wordt in de Achterhoek deze cyclosportieve tocht georganiseerd. Het deelnemers veld bestaat uit zo'n 500 man/vrouw; van westrijdrijders tot fanatieke toerders. Het is een ronde van 120 km waarvan de eerste 85 km geneutraliseerd achter een volgwagen wordt verreden. De laatste 35km is het koers. Er moeten dan de Elterberg worden bedwongen, twee maal over 't Peeske worden geknald en een maal wordt de Paasberg in Zeddam beklommen. Ik rijd deze tocht voor de tweede keer en ik kan me van vorig jaar herinneren dat het eerste gedeelte enorm nerveus is. Het grote peloton van 700 man vertoont een harmonica effect waar je vooral achter in de koers het meest last van hebt. Het is daar vaak hollen (40 kmh) en dan weer bijna stil staan. Ik besluit daarom dit jaar om verder vooraan te gaan rijden. Dat is een leuk besluit, maar er zijn tal van renners die op dit idee gekomen. Desalnietemin lukt dit de eerste 40 km redelijk. Daarna moet ik plassen. Een tempo van 28 kmh met een pols van 110 werkt enorm op mijn blaas. Ik probeer weinig te drinken maar ik moet vandaag toch twee keer aan de kant. En dat is verdomde onhandig als je vooraan wil rijden. Na 80 km staat de blaas weer op knappen. Ik moet nu wel stoppen. Over 5 km wordt de koers vrij gegeven en daarna krijg ik nooit meer fatsoenlijk de kans. In kilometer 80-85 probeer ik een peloton van 700 man in te halen. En dat lukt natuurlijk niet. Als de koers wordt vrijgegeven rij ik ergens halverwege. Op de dijk bij Lobith haal ik nog een pak volk in en dan is er een grote valpartij. Er wordt vandaag veel gevallen en sommigen komen lelijk terecht. Het natte weer van vandaag, de mindere stuurmanskunsten van vele renners en het grote peloton doet zijn werk. Ik zie in totaal 4 valpartijen vandaag en rij er elke keer netjes omheen. Achteraf hoor ik dat er een renner is met een gebroken pols en een met een gebroken sleutelbeen. Volgens mij is koersen een gegarandeerde manier om ooit iets gebroken te krijgen. De grote valpartij op de dijk zorgt ervoor dat er een grote groep weg is gereden en ik ben gedwongen om te achtervolgen. In groepen van 10-30 man rij ik de bulten in moordend tempo op en we rapen de hele tijd andere renners op. Mijn Polar staat in de klimmen tussen de 185 en de 190 en ook op de vlakken stukken staat deze op 170. Alsof de bergjes nog niet selectief genoeg zijn is er ook nog een straffe wind die ons teistert. Als de wind van opzij komt, heb ik moeite om de fiets recht te houden. Met nog 5 km te gaan na de tweede beklimming van het 't Peeske zit ik in een groep van 0ngeveer 30 renners. Ik rij attent vooraan zonder op kop te komen. Na de laatste bocht is het nog 500 meter vals plat omhoog beulen. Ik zet aan voor de laatste spint en niemand kan mijn wiel volgen. Ik rij een tiental meters weg en kan blijven door beuken. Ik rij solo over de finish en werp een blik op de Polar. 196!!! Ik heb hem nog nooit zo hoog zien staan. Als ik stop, krijg ik een compliment van een andere renner. Ik ben te apathisch om iets terug te kunnen zeggen.
Daags na de cyclo staat de uitslag pas op de site. Ik blijk P93 te hebben bereikt; dat is zo'n 10 plaatsen lager dan vorig jaar. Voor mijn gevoel valt dit tegen. Ik ben goed moe en had gedacht dat al mijn inspanningen tot een beter resultaat zouden lijden. Ik dacht dat er minder volk vooruit was en dat we meer hadden opgeraapt, maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Volgens jaar misschien beter, maar dan moet ik gewoon verder vooraan als we gaan koersen en dat laatste lijkt meer geluk dan kunde te zijn.
zaterdag 30 augustus 2008
Koers op Sloten
zondag 24 augustus 2008
Gran Fondo Thomas Dekker
Bij het inschrijven krijg ik twee startnummers mee. Ik kan kiezen tussen nummer 133 en 582. Ook lekker duidelijk. Ik speld 133 op en knikker 582 in de prullenbak. Misschien jammer voor een andere deelnemers, maar ik heb geen zin om het andere nummer in te gaan leveren. Het is namelijk een enorme warboel bij de inschrijvingen. De rijen zijn lang en de dames achter de tafels lijken ook van toeten noch blazen te weten. Achteraf blijken mijn gegevens bekend te staan onder nummer 140.
De start van de cyclo is direct hectisch. We nemen als groep wielrenners geen voorrangspositie in en we moeten uitkijken voor fietsers, wandelaars en paaltjes op het fietspad. En dat allemaal met 150 man en met 45 kmh op de teller. Het tempo ligt van het begin af aan direct hoog. We rijden constant tussen de 40 en 45 kmh met uitschieters naar 50 kmh op de stukken met wind mee. De groep renners dunt langzaam maar zeker uit. Na 80 km koers zijn er nog ongeveer 50 renners over; de rest is eraf gewaaid. Ik bungel al een tijdje aan de staart van het peleton mee en ga het ook niet lang meer volhouden. Na wat draaien en keren, draaien we in Den Helder de dijk op en dan hebben 25 renners een gaatje geslagen met de rest. Met de forse wind op kop en met pap in de benen lukt het me niet meer op erbij te komen. De overige renners die er nu af zijn, blijken ook weinig steun te kunnen geven. Die zitten er ook een beetje doorheen. Ik heb het dus 85 km kunnen bijhouden en besluit om het hierna voor gezien te houden. Ik rijd relatief rustig terug naar Alkmaar in gezelschap van de overige toerder en wat andere cyclo rijders die op achterstand zijn gereden. Uiteindelijk resulaat: P26 op 16 minuten van de winnaar.
zaterdag 9 augustus 2008
Koers en training
De Koers zelf verloopt redelijk. Ik houd me schuil in het peleton dat er vandaag een gemiddelde van 42.1 kmh op na houd. Ik kan makkelijk meerijden, maar op kop rijden gaat alleen met een pols van 180. Ik bemoei me niet de enige premiesprint vandaag. Ik moet tenslotte ook nog terug rijden. Na een uur koers rijden er negen man weg en die blijven weg. In de hectiek van een sprint voor P10 zijn enkelen te bloedfanatiek. Er wordt geduwd en gesmeten met een valpartij tot gevolg. EN het ging echt nergens (1 euro) meer om. De man die gevallen zit op de grond te jammeren. "wat een klootzakken" blijft hij mopperen. Waarom toch zo lomp koersen als er niet meer dan een euro op het spel staat. Ik zat net achter de valpartij en kan maar net op tijd remmen en de berm in sturen. Ik zat knel tussen twee renners en was blij dat ik overeind bleef.
Op de terugweg rij ik verkeerd (dank zij de klungelige bewegwijzering in Amsterdam) en rij zodoende langs de Amstel eerst naar Oudekerk en daarna via Zuid-Oost en Weesp terug naar huis. Er zit weinig weelde meer in de benen. Het voelt echt aan als pap in de benen.
In totaal goed voor 145 km.