woensdag 25 maart 2026

Overal Vietnamese vlaggetjes

 Minimaal duizend en een Vietnamese vlaggen heb ik al gezien. En die duizend en een gebruik ik alleen omdat makkelijk schrijft. Het werkelijke aantal is een veelvoud daarvan. Maar acht duizend en acht bekt niet zo lekker. In elk dorp, elk gehucht, elk ook maar enigszins bebouwd gebied is vol gehangen met vlaggen. Elke lantaarnpaal een vlag, veel huizen hebben nog extra vlaggen en winkelstraten zijn overdekt met linten met mini vlaggetjes. Die omgekeerde Nederlandse vlaggen van boze BBB boeren is een lachertje vergeleken met de hoeveelheid hier. En hier hangen ze goed, het is ook onmogelijk deze vlag verkeerdom te hangen.


Wat ik met afvroeg, is wat hier nu de gedachte achter is. Dit is niet iets Vietnamees, ook Thailand hangt vol met vlaggen, hun eigen vlag uiteraard. Cambodja hangt helemaal vol met vlaggen over Siem Raep, dat overwoekerde tempel complex. Wat is dit voor soort nationaal gevoel dat moet worden uitgedrukt? Zo van, wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! Wij zijn Vietnam! En dat om de twintig meter. Zou dat een idee zijn van de lokale bevolking? Mocht dat zo zijn, dan zit het diep verankerd in de volksaard van Vietnam, want geen dorp is onversierd. Of zou het van hogerhand opgelegd zijn? Het zou me niks verbazen in een communistisch land.

Een ander opvallend ding is, dat er geen 7/11 winkeltjes zijn. Ook de andere ketens ontbreken. Ik moet beter mijn best doen om winkeltjes te spotten om frisdrank en koekjes te vinden. Vaak is het een soort van schuur aan huis waar wat winkelvoorraad staat uitgestald. Een grote kastenwand met gekoelde drankjes ontbreekt. Vaak is er maar een koelkast met de lokale verzameling zoete drankjes, water en bier. Ook eten onderweg is complexer dan in Thailand. Hier stop ik ergens bij iets wat op een eetgelegenheid lijkt, ik wijs lukraak een gerecht op de kaart aan en wacht af wat ik krijg. Vooralsnog stelt de keuken me niet teleur.

En het verkeer valt mee. Mijn laatste ervaring was Java en Bali. Goede raad, ga daar nooit fietsen, echt nooit. Van alle wezens op aarde, zij het automobilisten, vrachtwagen chauffeurs, wandelaars, brommer rijders, kleine kinderen, kippen en bacteriën. Compleet onderaan de lijst van levende wezens staan wielrenners. Ze reden me nog liever om ver dan uit te wijken of te remmen. Niet dat Vietnam nu hele hoge ogen scoort wat betreft fiets veiligheid of verkeersveiligheid in het algemeen. Ik ben niet bang om hier ongelukken te krijgen. 



1 opmerking:

Saskia zei

Veel fietsplezier nog. Is het vinden van een hotel ook anders of zijn die er genoeg?