maandag 25 april 2011

Luxemburg deel2

Waarom gaan we niet naar Luxemburg? Zo maar een vraag die de laatste twee dagen bij me rond zingt. Het is druk aan de kust met zonaanbidders en heel Vlaanderen stroomt vol met wielertoeristen. In Luxemburg rijden wat brave motards rond plus nog wat verdwaalde wielrenners. Er staan hier zoveel borden dat motorrijders zich regelmatig te pletter rijden, dat je begint af te vragen hoe dat kan. Er zijn maar heel weining motards die de gashendel open draaien. De meesten houden het bij rustig touren op grote BMW's. De echte snelle mannen zijn óf al dood, óf afgeschrikt geraakt door de vele waarschuwingen. Ik heb ook weining hinder van de moterrijders; ik heb wel hinder van enkele oude van dagen. Ze rijden met een sleurhut net zo als zonder sleurhut. Dat je een stuk breder bent met sleurhut lijkt er niet in te gaan. Liever een renner de berm in rijden dan een beetje uitwijken.

Een ander opvallende zaak is dat er geen mensen zijn. Dat klinkt gek en dat is het ook. In dorpjes kom ik zelden mensen tegen en op de kleine weggetjes zie ik ook zelden verkeer. In grotere plaatsen zoals Vianden is wat leven in de brouwerij maar ook daar zitten de terrassen niet afgeladen vol. Daarom weer die vraag. Waarom zijn hier zo weinig touristen? Er liggen prachtige wegen om op te fietsen of te motorrijden. Er schijnen prachtige wandelpaden te liggen waar ook naar hartelust ge-mountainbiked kan worden. De omgeving is zeker het aanzien waard en het was dit weekend ook nog eens prachtig weer.




Er moet toch een reden te vinden zijn. Een ding wat zeker onhandig is de taal. Ze spreken Frans maar elke plaatsnaam heeft een Duitse naam. Plus nog een totaal onleesbare extra naam. Putscheid, Hosingen, Wiltz, Eschweiler en Diekirch zijn de Franse namen. De Duitse vertalingen daarvan is vaak onuitspreekbaar. Ik weet ook niet welke taal te spreken. Zowel mijn Frans als mijn Duits is roestig en als ik het door elkaar moet spreken, wordt het helemaal een ramp. Zo blijf ik dus nogal contact gestoord. En de keuken is meer Duits dan Frans. Dat is ook geen voordeel. Maar ik zie veel meer voordelen dan nadelen. Aan het aantal touristen te tellen, ben ik echter een van de weinige. En ik wat dat graag zo houden.

Aan iedereen die wel eens een weekje of lang weekend naar Luxemburg wil gaan, NIET DOEN!!!! Dan houd ik dit mooie trainingsgebied lekker voor mezelf.

zaterdag 23 april 2011

Luxemburg

goede vrijdag

Opstaan, benen scheren, baard scheren, douchen, ontbijt maken, ontijt opeten, de afwas doen en de laatste spullen in de grote tas stoppen. Het is weer zover. Ik ga een lang weekend weg om de fiets uit te laten. Pasen valt laat dit jaar en de zomer valt vroeg. Gevolg is dat het schitterend weer is en ik 6 dagen vrij heb. Goede vrijdag is zo'n stiekum extra vrije dag voor bank gerelateerd personeel. Dinsdag even snipperen en woensdag roostervrij. Welk een luizenleventje heb ik toch. Ik heb besloten om eens in Luxemburg te gaan trainen. Redelijk dicht bij huis, goede wegen en veel langere klimmetjes te vinden.

Behalve dat ik vrij ben, zijn er ook tal van anderen vrij. Een opvallende groep zijn de motorrijders die het stof van hun tweewieler hebben geklopt en weer op pad zijn. Ze zijn er in 2 soorten. Een groep die motor rijdt en een groep die beter een cabrio had kunnen kopen. De eerste groep, die snap ik. Ze rijden motor en genieten van het vermogen van het apparaat en ze oefenen hun bochtentechniek. De tweede groep ontgaat mij geheel. Ze rijden langzaam en voor elke bocht wordt behoedzaam geremd. Ze kijken veel om zich heen en ze rijden uiterst voorzichtig. Niet onbeheersd of onbekwaam maar gewoon langzaam. Ze hadden eigenlijk beter in een cabrio kunnen gaan rijden. Het gaat ze om het kijken en niet om het rijden.

Na autorit van 335 km doe ik 's middags 'even' een rondje van 73 km. Fietsen hier is duidelijk wat anders dan in Nederland. In de 73 km maak ik 1200 hoogtemeters en schommelt de pols tussen de 115 (afdalen) en de 178 (9% klimmen). Vanavond tijd voor een groot bord pasta.



Paaszaterdag
Apfelstrudel eten in Prüm; je moet een doel hebben. Zomaar 5 uur gaan fietsen op een rollenbank, dat doet niemand. Zomaar 5 uur in de rondte rijden zonder ergens naar toe op weg te zijn kan wel. Maar het is leuker als er een doel aan vast zit. Op ongeveer 50 km rijden van Clervaux ligt Prüm, een stadje in de Duitse Eifel. Is de Duitse keuken ergens om bekend in deze wereld? Heel misschien wel maar ik vermoed dat Schweinebrei mit sauerkraut, gemüse suppe mit knudeln of Frankfurter wurst niet in de categorie culinaire hoogstandjes vallen. Maar ze hebben er wel Konditorei. Ofwel, goede banket bakkers met terras en ze willen er ook nog koffie bijschenken. Wat is nu lekkerder dan op een zonnig terras een stuk taart wegschransen onder het genot van een tas koffie? Zo, het doel is geboren. De heenweg en terugweg telt in totaal 125 km en 2200 hoogtemeters. Je er wel wat voor over hebben!

zaterdag 16 april 2011

Pijn is goed!

Ik heb vandaag de zwaarste training gedaan die ik in dit vlakke land kan doen. Ik kom geen bergen tegen en ik rij niet eens een tocht van boven de 200 km. Maar toch,.. Ik word er altijd goed moe van. Zo ook vandaag. En om een of andere reden gaat er tussendoor nog allerlei dingen mis, zodat het allemaal nog wat zwaarder wordt dan de bedoeling was.

Ik heb het over koersen op Sloten maar dan wel door eerst naar de koers toe te fietsen en ook weer op de fiets huiswaarts te keren. Goed voor zo’n 142 km en vooral de terugweg is pijnlijk. Met een koers in de benen loopt het eigenlijk zelden nog echt goed. Mijn rug gaat irriteren, mijn hartslag wil niet meer laag blijven en de snelheid is doorgaans ook geheel verdwenen. En toch doe ik het. Vorm komt je namelijk niet aanwaaien; daar moet af en toe voor worden pijn geleden.

De heenweg verloop eigenlijk heel vlotjes. Er staat een beetje wind tegen maar ik zit een kilometers lang in het wiel van een andere wielrenner. Sparen, sparen, sparen. Ik maak nog een praatje en hij blijkt net zo gek als ik. Hij fietst van Almere naar Weesp om daar een hardloopwedstrijd deel te nemen en fietst daarna weer naar huis. In Amsterdam gaat het echter mis. Ze hebben wat wegen afgezet en dat zijn nu net de wegen die waar ik over heen wilde. Ik ken die stad niet zo goed en als ze de weg af gaan zetten, heb ik een probleem. Ik heb mijn navigatie vriend Garmin wel bij maar die biedt in dit soort omstandigheden weinig soelaas en van de bewegwijzering moet je het hier ook niet hebben. Ik dreig de koers nog te gaan missen door dit geklooi maar gelukkig zie ik een renner die eruit ziet op weg te zijn naar Sloten. Even navragen en JA. Nu nog even 10 km in zijn wiel hangen. Hij doet zijn warming-up en racet met 34 kmh door Amsterdam heen. Mijn plan om rustig aan de koers te beginnen is nu dus al mislukt. Ik ben nog net op tijd om me in te schrijven en mijn rugnummer op te spelden. Daarna is het meteen starten.

De koers loopt eigenlijk redelijk gemakkelijk. De vaart zit er lekker in ik kan makkelijk volgen in de buik van peloton. Dat had ik vooraf niet gedacht. Ik had gedacht meer moeite te hebben om te kunnen volgen. Als de koers na 25 km ontploft, zit ik zelfs op kop om de vluchters bij te halen. De koers staat in totaal 10 km op ontploffen. Er zijn een paar goede renners weggereden en het peloton gaat er in volle vaart achteraan. Als ze zijn gegrepen is de rust terug en ik zit uit te puffen in de staart van het peloton. Ik vind het inmiddels wel welletjes. Ik begin moe te worden en denk alleen maar aan uitrijden. Met nog drie ronden te gaan zijn er weer 2 renners weg. Het peloton lijkt even geen zin te hebben in achtervolgen maar komt dan toch op gang. En weer zit ik voorin. Waarom? Ik had me toch voorgenomen om niets meer te doen. Als ik kop kom en gas geef, blijk ik een gaatje te trekken. Het peloton kan even niet volgen en nu hang ik tussen de kop en de grote groep in. Dat was dus al helemaal niet de bedoeling. Dan maar doorrijden dus. Mezelf laten terugvallen is ook zo raar. Na een halve ronde haal ik de koplopers bij. We hebben nog 2 ronden voor de boeg en we lijken het zelfs te gaan halen. Met nog een ronde te gaan sluit er nog een renner aan die de sprong heeft gemaakt. Vier man op kop die gaan rijden voor de zege.

Was het maar waar. Op 700 meter worden we alsnog gegrepen door het peloton dat in sneltreinvaart over ons heen dendert. Ik hou mijn pedalen stil en eindig ergens achterin de groep. Dit was dus de tweede fout van vandaag. De bedoeling was eigenlijk peloton vulling zijn. Geen fanatiek gedoe op kop ofzo. De terugweg viel in de categorie: “Pijn is goed; van pijn word je een betere renner”. Het viel duidelijk niet in de categorie: "Oh, wat is het toch heerlijk een stukje door de polder te fietsen".

zondag 3 april 2011

Onvoorstelbaar!

Eigenlijk is er maar een woord voor. En dat is onvoorstelbaar. Onvoorstelbaar, dat in een regio die helemaal gek ik van de koers, dat er uitgerekend daar nergens fatsoenlijke wegen liggen. Ik kan het natuurlijk maar over een natie hebben en dat is België. Een land dat dacht het wereld record regering vormen leek te hebben en dat vandaag een no-fly –zone had ingesteld vanwege de nationale wielerronde. Ik heb gisteren de ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen gereden en ik ben deze keer voor de 140 km versie gegaan. Dan rij je dus de letterlijke finale van de echte ronde. Inclusief alle hellingen en kasseistroken.

Hellingen verteer ik met speels gemak. Ik heb sterke bovenbenen en een goede conditie. Gewoon omhoog rammen; lang duurt het hier toch nooit. Van kassei rijden kan ik echter helemaal niets. Ik weet niet hoe mijn stuur vast te houden en hoe vaart vast te houden. Ik kan niet sturen, remmen of schakelen. Ik ben gewoon als een neger op de schaats die nog nooit winter heeft meegemaakt. Iedereen weet natuurlijk wel wat kasseien zijn en dat die hobbelig kunnen aanvoelen maar als je er nooit daadwerkelijk op gereden hebt, dan kun je er niet over meepraten. Er is eigenlijk maar een manier om het duidelijk te maken. Je moet het een keer voelen. Het is vrij lastig om te omschrijven hoe hobbelig het precies is. Maar ik zal toch een poging doen. Stel jezelf een weg voor met straat klinkers. Netjes gelegde klinker die allemaal even hoog liggen en nauw aansluiten. We laten het patroon van de klinkers in tact maar gaan nu alle stenen 1 cm verhogen of 1 cm verlagen en we doen volledig willekeurig. Nu begint het er al beetje op te lijken. Daarna gaan er de bovenkant van de klinkers glad polijsten zodat de bovenkant een beetje een bolling krijgt. Daarna zorgen we er voor dat de klinkers net niet meer helemaal netjes in het ruit patroon liggen en er her en der gleuven van 2 tot 5 cm tussen de stenen ontstaan. De stenen liggen nog steen goed vast verankerd in de weg. En daar is dan een kasseien straat!!!

En als er geen kasseien liggen dan is er ander Vlaams wegdek. Kapot gereden beton platen, stuk gereden asfalt, rommelig gerepareerd wegdek en kruisingen met hobbel hobbel overgangen tussen verschillenden stukken wegdek. Het is echt drama troef. De route van 140 km bestaat uit zo’n 20 km kasseien en 110 matig wegdek en 10 km echt asfalt. Onvoorstelbaar dat in een land dat zo zot is van de koers, de weg onevenredig slechts is. Op de muur van Gerardsbergen staan honderden enthousiastelingen ons wielertoeristen aan te moedigen alsof het een echte koers was. Zoiets kan toch alleen in België. Ik stel daarom voor om al het geld in de Europese noodfondsen te gebruiken om heel België te voorzien van nieuw asfalt. Ze verdienen het gewoon. En van mij mogen die vermaledijde kassei wegen ook worden geasfalteerd. Dan krijg ik ook geen blaren meer op mijn handen. Dat laatste is geen grap. Vroeger kreeg blaren op mijn handen van het turnen. Dit is mijn eerste fiets blaar.

zaterdag 19 maart 2011

Joop

Voorjaar! Echt voorjaar! Een heerlijk zonnetje, lammetjes in de wei, weinig wind en allerlei fluitende vogeltjes die vlinders in de buik lijken te hebben. En bij echt voorjaar hoort een ook een fietstocht. In Leiden wordt voor de vijfde keer de Joop Zoetemelk Classic gehouden. Bij mijn weten in het leven geroepen in het jaar dat voor de eerste keer de ronde van het Groene Hart georganiseerd werd. Die profronde is inmiddels weer een stille dood gestorven maar de Zoetemelk Classic is er nog steeds. Joop is heeft nog als junior bij Swift gekoerst en dat is blijkbaar genoeg reden om vanuit Leiden een classic voor de beste man te organiseren. Er is eigenlijk maar een ding mis met deze classic en dat is de afstand. 150 km is best ver zo vroeg in maart; de kortere versie is maar 75 en dat is ook weer net niks. Ik heb de eerste 4 edities ook niet gereden. Vanwege het feit dat het 150 km is en omdat het doorgaans pestweer was. Maar vandaag dus niet! 2000 man hebben vandaag de fietspaden in het Groene Hart weer onveilig gemaakt. Pelotonnetjes van 10-25 renners zoeven met 30 tot 35 kmh over de fietspaden heen en letten heel goed op het overige verkeer. Het overige verkeer zie ik soms schrikken. We weten echt wel waar we mee bezig zijn, zou ik ze willen meegeven. Gewoon rechts rijden en je stuur vasthouden, dan kan er niet mis gaan. Na 5 uur, 3 krentenbollen, een appelpunt, een flesje Aquarius, een banaan, 2 bidons sportdrank en twee pakjes sultana sta ik weer in Leiden. 30.1 kmh gemiddeld en morgen heb ik vrijaf.

Waar was Joop vandaag? Ik heb echt geen flauw idee!

maandag 7 maart 2011

alles-in-een-weekje

Ik heb deze week in een week in geheel mini seizoen meegemaakt. Wedstrijden, lange trainingen, sportschool bezoek, buitenlandse uitstapjes en ook nog een valpartij. Zo’n alles-in-een-weekje. Alles wat ik in een heel jaar wel eens meemaak, gebeurt nu allemaal in een week. Best leuk allemaal, al had die onzachte inspectie van het Belgisch wegdek achterwege mogen blijven. Het begon allemaal op woensdag met een lange training in de polder. Een slordige 130 km met een bult wind waar je U tegen zegt. Het weer was deze week ronduit mooi. Vooral mooi vanachter glas; uit de wind en in de zon. Buiten was het gewoon koud. ‘ s Nachts een paar graden vorst en overdag 5 graden. Een stevige noordoosten wind erbij en verder heel erg zonnig. Het zag er uitnodigend uit en ik stik van de vrije tijd, dus maar eens veel fietsen dus. Woensdag was een lange dag met veel afzien tegen de wind in, donderdagavond naar de sportschool voor een nieuw soort les waar ik vrijdag spierpijn van heb. Zaterdag koersen op Sloten en zondag naar de Vlaamsche Ardennen om een stukje met Roland te fietsen. Een paar bulten uit de ronde verkennen en Roland uit zijn winterslaap schudden. De koers verliep goed. Geen prijzengeld binnengesleept en ook geen paraplu maar wel alles makkelijk mee kunnen fietsen. Op kop kunnen rijden, proberen te ontsnappen, gaatjes dichtrijden en redelijk mee kunnen sprinten. Het Belgisch avontuurtje liep alleen wat mis. Roland had na 50 km al zijn beenspieren opnieuw ontdekt en haakt vroegtijdig af. Ik rij door om het rondje va 95 km af te maken. Ik ram de Patersberg met redelijk gemak omhoog (dankzij het gootje) en op de Koppenberg zit ik serieus pijn te lijden. Maar dat is dan ook de steilste bult uit de ronde. Een heuse kasseienbult (zonder uitwijk gootje) met stroken van boven de 20%.

In de afdaling van de Koppenberg gaat het mis. Met 45 aan het uur hobbel ik over een van de velen Belgische hobbels heen en deze bleek veel hoger dan ik vooraf had ingeschat. Mijn stuur schiet uit mijn handen en ik duikel languit over het asfalt heen. Opstaan, . opstaan, . opstaan, is het eerste wat ik denk. Als ik kan opstaan, heb ik zeker niets gebroken. Ik kan ook gewoon opstaan en ik mankeer relatief weinig. Beetje schaafwonden en her en her wat krassen. Een valpartij zonder erg noemen ze dat dan in de wielrennerij. Inderdaad, geen gebroken botten en ik kan gewoon doorfietsen op mijn eigen fiets. Maar toch, ik had schade genoeg. Een kapotte broek die de vuilnisbak in kan; een jack met extra gaten wat met een beetje fatsoen nog gedragen kan worden maar eigenlijk niet mooi meer is; een paar handschoenen naar de Filistijnen; een Polar horloge vol krassen wat nog wel afleesbaar is; een stuurlint wat vervangen moet worden; een beschadigde linker shifter die het nog wel doet maar ook op de nominatie staat om te worden vervangen. En natuurlijk ook nog een partij grote schaafwonden plus een grote bult op mijn linkerheup en een heleboel stramme spieren. Niet echt een mooie set aan souvenirs van een weekje wielrennen.

zaterdag 19 februari 2011

Koers!!

Koers! Eindelijk is het weer koers. Er zijn 2 dingen waar ik al de hele winter op wacht. Een is het voorjaar; het andere is koersen. Van voorjaar heb ik nog weinig gezien dit jaar. Dit weekend start het seizoen van wedstrijden weer op het wielerparkoers in Sloten. De koers voor mannen die geen zin hebben om een licentie te kopen maar wel in het weekend een koers willen rijden. Dit is zo’n beetje de langzaamste categorie van wedstrijd rijden die er voor handen is. En daarmee heb ik direct een van grootste problemen in het amateur wielrennen aangestipt. Er zijn namelijk in Nederland pak en beet een kwart miljoen mensen die een wielrenfiets hebben en daar regelmatig op trainen. Slechts een heel klein deel daarvan rijdt ook daadwerkelijk wedstrijden. De meeste houden het op trainingsritten variërend van 50 tot 150 km en met gemiddeldes van rond de dertig. Allemaal hartstikke sportief en de gemiddelde niet-sporter beschouwt het al rap als hard en ver fietsen. In de trimmerskoers op Sloten ligt het gemiddelde doorgaans tussen de 40 en 42 kmh met pieken snelheden van 50+. Bij de gedachte dit te moeten volhouden haken de meeste wielrenners af. Een lager niveau bestaat echter niet. Wedstrijden waar 36 kmh gemiddeld wordt gereden op een afstand van 40 km bestaan domweg niet.

Het is vandaag aangenaam koud winterweer. Het is redelijk zonnig, het parkoers is mooi droog en er staat een frissen oostenbries te waaien. Er staan een zestigtal renners aan het vertrek wat een hoge opkomst is; zo druk is het meestal niet in het begin van het seizoen. De snelheid is ook niet echt laag te noemen. We halen een gemiddelde van 39,7 kmh. Dat klinkt wellicht niet rap maar in het begin van seizoen ligt de snelheid doorgaans wat lager en zijn we al blij met 38+. We mogen vandaag sprinten tijdens twee premiespurts en op de streep liggen weer geldprijzen te wachten. Om er in te komen rijden we niet de gebruikelijke 1 uur + 6 ronden maar houden we het bij een uur en 3 ronden. Rij ik vandaag in de prijzen? NEE, . . daar voor kom ik pure snelheid te kort. Dat is ook iets waar ik helemaal nog niet op getraind heb. Om iets te kunnen winnen moet ik eigenlijk een kilometer lang 55 of harder kunnen rijden. Het gevoel zit echter goed. Ik gebruik deze koersen om hard te kunnen trainen. Prijzen winnen is niet echt noodzaak (zo slecht betaalt Equens niet); wel leuk natuurlijk als het lukt. Ik rij makkelijk uit en de koers had nog langer mogen duren. Ik kan mee op kop rijden en de pols staat constant hoog. Genoeg dingen om tevreden over te zijn.