donderdag 30 december 2010

Venezuela in een notendop

Ja tuurlijk,... Venezuela in een notendop, dat is net alsof je de tachtig jarige oorlog in drie zinnen moet samenvatten. Dat is gewoon onmogelijk. Ik waarschuw alvast; dit wordt een lang verhaal.

Venezuela is een ontwikkelingsland. Ik heb niet gekeken op de schaal van Unesco waar ze ergens staan maar ze zullen zeker geen hoge ogen gooien. Het land is rijk! Ik bedoel echt rijk. Ze hebben goud als mineraal maar niet in grote hoeveelheden en ze hebben olie; vierkante kilometers tonnen aan olie. Daarnaast is het een tropisch land en dus zouden ze een florende landbouw cultuur kunnen hebben. De praktijk is natuurlijk heel anders. Om een of andere vage reden gaat het mis. Er is een baasje (momenteel Hugo Chávez) aan de macht en die klooit maar wat raak. Dat duurt gemiddeld een jaar of 15 en dan volgt er een staatsgreep of iest vergelijkbaars en het volgende baasje komt aan de macht. Venezuela is goed in het produceren van olie en politieke crisissen. Als je al Venezuela in een notendop zou willen omschrijven, dan wil ik het op de voorlaatste zin houden. Voor de gein, zomaar wat curiositeiten:
- Benzine in niet gratis maar wel bijna. Een tank diesel voor een middelgrote bus kost 6 bolivar; dat is ongeveer 0,70 euro.
- Een fles mineraal water kost 15 bolivar voor 1,5 liter.
- JA!!! de peut is dus gewoon idioot veel goedkoper van schoon drinkwater.
- Een pilsje kost je 7 bolivar.
- Als je pint, krijg je 5,3 bolivar voor een euro. Op de zwarte markt 9 bolivar. OK, het is een ontwikkelingsland en dan nemen we dat voor lief maar als je dit in Nederland zou meemaken gaan we toch raar opkijken. Stel je voor dat je illegaal aan Japanse yennen zou moeten geraken om meer euro voor de yen te krijgen dat uit de pin automaat.
- Verkeersregels? Ach ja, die zullen er vast wel zijn. En verder is het gewoon veel duwen, claxoneren en de kuilen ontwijken.
- 80% van het land is in het handen van 2 % van de bevolking
- Het land telt 26 miljoen inwoners en is 2 keer zo groot als Frankrijk.
- 80 % van het land is jonger dan 20. Dat noemen Venezolanen investeren in hun pensioen. Je hebt geen geld om je kinderen naar school te sturen noch voor de goede gezondsheidzorg. En toch maar weer een keer zwanger raken. 4 is tenslotte meer dan 3.
- Omdat de peut toch niets kost en het dus ook niet uitmaakt in wat voor diesel verslinde grote bak je rijdt, hebben veel mensen een grote auto. Type Jeep Cherokee of een oude Amerikaanse Chevy. Gevolg, een verkeersinfart in elke straat.

later meer!

dinsdag 9 november 2010

Domino-day spelen met collega’s.

Eens in de zoveel tijd is het raak. Dan mag je op kosten van de baas interactieve dingen doen met collega’s waar je doorgaans nooit mee samenwerkt. Deze keer was het een busrit naar Duitsland; een dagje presentaties en meedenken met de organisatie structuur. Vervolgens een Middeleeuws diner met een schandalige hoeveelheid drank en daarna een hotel induiken. De volgende dag is er een om niet vergeten. Samen met je Duitse collega’s een domino stenen baan aanleggen. Echt waar!!! Volwassen mensen die in de baas zijn tijd een ochtend gaan spelen met domino stenen. Als je dit aan een kind van 10 moet uitleggen, kom je er gewoon niet uit.
“Wat doe jij voor werk?”
“Ik werk met computers en bouw nieuwe computer programma’s”
“maar wat doe je nu dan?”
“ik maak een domino stenen baan. Vind je het mooi worden?”
“…eh… ja…..maar waarom doe je dat?”
“Tsja jongen, de wereld is een beetje gek geworden”

Het gaat natuurlijk ook niet echt om de domino stenen, maar het is een communicatie training. Hoe werken mensen samen en hoe verdelen ze taken. Ik heb al minsterns 10 keer zo’n training gedaan en 10 keer is het hetzelfde liedje. Het duurt een paar uur en het leert je niets nieuws. Je baas denkt dat dit soort dingen goed is voor het bedrijf en ook nog dat medewerkers dit leuk vinden. Ik weet inmiddels wel beter. Achteraf krijgt het management nog een rapportage waarin een aantal open deur conclusies staan. Hebben die trainers oook weer aan plicht voldaan. Morgen doen ze het Audi management, dan een paar EU commissarisen en dan nog een weekje de ING. En ieder bedrijf krijgt dezelfde rapportage. Alleen even het briefhoofd aanpassen.

Zo’n communicatie oefening omvat altijd het zelfde principe. Je geeft een groep mensen een relatieve vage opdracht. Net niet duidelijk genoeg om direct mee aan de slag te kunnen maar de kaders zijn redelijk omlijnd en het doel is eenvoudig. Er moet worden samengewerkt om tot een resultaat te komen en er moeten werkzaamheden gecoördineerd worden. Maar er bestaat nog geen hiërarchie binnen de groep. Gevolg is chaos; altijd en overal een even grote vorm van chaos. Zet 15 man bij elkaar en vertel ze dat ze een opdracht moeten uitvoeren. En direct gaan mensen praten. Liefst door elkaar heen en zelden luisteren. Iedereen heeft goede ideeën en die moeten gehoord worden. Samenwerking komt doorgaans pas na een half uur op gang. Degene die er geen zin in hebben, houden zich lekker afzijdig. Ze geloven het wel. Het duurt maar een paar uur en dan ben je er weer vanaf. Degene die wel meewerken, doen alsof hun baan er vanaf hangt. Proberen een goede indruk te maken op je leidinggevende of gewoon dolblij dat ze met dominostenen mogen spelen. Grote mensen zijn soms net kleine kinderen. Nadat men heeft ontdekt dat luisteren handiger is en taken verdelen ook erg handig is, gaan ze aan de slag. Het doel wordt makkelijk gehaald en iedereen is tevreden. Hiep hiep hoera, wat hebben we vandaag toch veel geleerd. Samenwerken is goed. Een plan hebben nog beter en communicatie is de smeerolie van het proces. Een verzameling open deuren waar we zonder die training natuurlijk nooit waren opgekomen. Het is de grootste onzin die westerse bedrijven hun medewerkers aandoen. Je leert iets wat je al lang wist en er gaan een hoop productieve uren verloren.

Probeer je eens voor te stellen hoe dit in niet-Westerse landen er aan toe gaat. Zou zoiets ook in China kunnen? Zouden arme Afrikaanse cacao boeren ook eens in de zoveel tijd zo’n geinige training doen? Ik dacht het niet. Die proberen het hoofd boven water te houden en genoeg cacao te produceren opdat ze volgende week weer kunnen eten. Chinezen doen gewoon wat hun baas zegt. Als de baas zegt dat ze met domino stenen moeten spelen, doen ze het gedwee. Ik weiger dit soort ongein.

zaterdag 16 oktober 2010

E150

E150?? Nee, dit gaat niet over een Europees E-nummer voor een conserveermiddel en ook niet over het nieuwste middel op doping gebied. Wat is de E150 dan wel?

E is een grootheid om zowel kwaliteit en kwantiteit van een prestatie te meten in één cijfer. Dat klinkt een beetje wollig. Maar ik zal een poging doen het uit te leggen. In elke tak van sport/wetenschap/kunst zou een E getal kunnen definiëren wat iets zegt over een lange termijn prestatie. Hoe hoger het E getal, hoe vaker en hoe beter de prestatie heeft voorgedaan.

Zo blijft het wollig. Dan maar een voorbeeld. Het E getal voor een wielertoerist is het E aantal tochten van minimaal E kilometer lang. Stel je voor dat ik 10 tochten heb gefietst van 1, 2, 3, 4 ,5, 6, 7, 8, 9 en 10 kilometer lang. Nu is mijn E getal dus 5. Ik heb namelijk 5 tochten gefietst die 5 of meer kilometer lang zijn. Als ik mijn E getal wil verhogen naar 6, dan moet ik er een tocht van minimaal 6 km bij fietsen. Dan heb ik namelijk de reeks: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 6, 7, 8, 9 en 10. Als ik mijn E getal wil verhogen naar 10, dan heb ik niets meer aan alle tochten die korter waren dan 10 km. Ik kan dus zo’n beetje van vooraf aan beginnen. Op het einde van een fiets carrière, kun je dus naar je E getal kijken en dat vergelijken met anderen. Mits die zo gek zijn geweest om al hun tochten bij te houden en net zo’n rare afwijking als ik blijken te hebben.

Behalve voor wielrennen kan ook voor andere sporten een E getal worden bedacht en berekend. Stel bijvoorbeeld het E getal van een voetbalkeeper vast. Een keeper moet de nul houden; dat is zijn prestatie. Zo lang en zo vaak mogelijk de nul houden. Het E getal zou dan kunnen zijn: Het E aantal keer dat een E aantal minuten achter elkaar de nul werd gehouden. Wedstrijdminuten van een vorige pot lopen in dit geval mee met de minuten van een volgende wedstrijden. Een goal in wedstrijd1 in de 70ste minuut en een goal in wedstrijd2 in de 60ste minuut, telt dan als een periode van 80 minuten.

Mijn E getal staat nu op 103. Ik hou een trainingsdagboek bij sinds 2004. Ik zat me laatst af te vragen wat een mooi streefdoel is. Welke E getal is leuk om te halen? Beetje suf natuurlijk maar dat is het hele idee achter sport. Suffe doelen bedenken, lang trainen en dan wel of niet slagen. Het tijdverdrijf van de Westerse mens die Alles al heeft en niet weet wat die met zijn verworven vrijheden aan moet. Ik vind E150 een mooi streven. Maar dan moet er nog heel veel gebeuren. Ik heb nu namelijk pas 19 tochten van boven de 150 staan. Ik moet er dus nog 131! Alle huidige geregistreerde tochten van onder 150 km zijn voor dit doel namelijk waardeloos. Maar als ik de komende 10 jaar elk jaar een tiental 150 km tochten doe, dan haal ik het makkelijk. En dat is niet onrealistisch. Daarnaast schuilt in dit streven een handig extra trainingsdoel. Als ik ga trainen voor de Maratona van volgend jaar, kan ik net zo goed een paar extra 150 km er tegenaan gooien. Zo vang ik 2 vliegen in een klap. Ik kom dichter het E150 doel en als training voor de Maratona is het ook goed.

Groeten van een fiets junkie! Verder gaat het wel goed met me.

zaterdag 25 september 2010

Fotoverslag rondje Markermeer

Het Beginbos

Door het Kromsloterpark

Over de Diemerzeedijk

Ijburg weer uit

Durgerdam

Markermeer

linksaf

Dijk en lucht

Klassiek boerderij

Over de Enkhuizerdijk weer terug

zaterdag 18 september 2010

1 euro

Geen cyclo, niet klooien met een Garmin maar gewoon koers op Sloten

Er zitten maar liefst 4 premiespurts in de koers vandaag. Ik vind premies leuk. Sprinten voor de eindoverwinning, daar ben ik niet echt sterk in maar een paar premies meepikken lukt me vaak wel. In de eerste sprint zit ik veel te vroeg op kop en word ik makkelijk eruit gereden door 6 andere renners. Jammer, straks nog eens proberen. Ten minste als ik dan nog leef want na deze sprint is het bal. Net als ik zit uit te puffen van het sprintje gaat de snelheid fors de hoogte in. Er wordt nu gewoon tussen de 45 en 50m kmh gereden en het hele peloton valt in stukken uiteen. Groepjes van 3 tot 6 renners doen allemaal hun uiterste best om bij te blijven. Er wordt volle bak gekoerst en ik heb de grootste moeite om bij te blijven. Het is ieder voor zich en god voor ons allen en maar hopen dat ze vooraan ook een keer moe worden. Tot die tijd is het gewoon pijnlijden. Groepen renners smelten niet samen maar vallen eerder uiteen. Een groep van 10 renners rijdt voluit om bij de groep voor hen te komen. Op een bepaald punt ken renner 5 het tempo niet volgen en laat een gaatje vallen. Renners 6 tot en met 10 hopen allemaal dat de renner in kwestie het gaatje dicht rijdt. Maar dat lukt hem niet en gaatje wordt alleen maar groter. Gevolg weer een breuk en nog kleinere groepjes. Na ongeveer 10 km is het peloton weer compleet. Pfffffff,…………. hehe eindelijk even rust. Er zijn in deze hectiek de nodige renners afgewaaid maar dat besef ik pas 5 rondes later als ik geloste renners met een ronde achterstand weer zie aansluiten. De tweede premiesprint brengt een einde aan het harde koersen. De rest van de koers wordt niet meer zo idioot hard gereden. Er zijn ook geen serieuze uitloop pogingen meer. In de derde premiespurt zie ik eindelijk bij de prijzen. Ik word derde omdat ik op de meet in extremis door 2 renners word geklopt. De vierde premiespurt laat ik lopen en tijdens de eindsprint zit ik weer niet goed van voren. Sprinten is een ding. Zorgen dat je in de laatste kilometer goed vooraan zit is een andere kunst. Ik beheers dat voor geen meter.

De prijs vandaag is één euro; echt waar, een luizige euro. Het kan gewoon niet kleiner. Ik heb ook wel eens 3 euro gewonnen door derde te worden. Het is dat ik kan zeggen dat ik prijs heb gereden. Maar eigenlijk zou ik me schamen als ik dat zou zeggen. Over de vorm van vandaag was ik niet helemaal tevreden. Ik rij makkelijk uit, kan meesprinten in premiesprints en ik kan gaten dicht rijden. Dat klinkt allemaal goed. Toch had ik er de grootste moeite mee. Het is al weer een tijdje terug dat ik mijn pols zo hoog moest opjagen. Ik was, denk ik, even vergeten hoe onprettig dat voelt.

zaterdag 11 september 2010

De Garmin, het vervolg.

Ik rij 45 aan het uur om de hond van me af te schudden en tussendoor moet ik ook nog op het display kijken om de route te bepalen. Ik pleit voor een nekschot voor deze hond.

De Garmin, het vervolg.

Dit weekend wederom een poging om de Garmin iets nuttigs te laten doen. Ik heb de fietskaart van Garmin aan de kant geschoven en heb nu een topografische kaart geladen. Die eerste kaart, speciaal voor fietsers, bleek gewoon een draak van een ding. Maar een kwart van de fietspaden in Nederland stonden er op en dan ook nog een de verkeerde. Vooral veel klinkerwegen en onverharde wegen. Precies waar je als racefietser niet wil komen. Ik heb inmiddels ontdekt dat Garmin een specifiek ding, namelijk navigeren, heel erg slecht kan. Beetje jammer. Net als een bakker die zijn financiele administratie goed op orde heeft, aardig is tegen zijn personeel en een mooie ingerichte winkel heeft. Alleen jammer dat zijn brood zo rottig smaakt. Garmin kan wel navigeren maar niet naar meer dan 2 plaatsen tegelijk. Dat klinkt logisch maar dat is niet. Garmin is een van de weinige speeltjes waarmee je niet alleen van A naar B kan navigeren maar ook van A naar B, C, D, E en weer terug naar A kan navigeren. Tenminste, dat is wat de verkopers zeggen. De praktijk is natuurlijk heel anders.

Les 1: Geloof nooit verkoop praatjes, ook al klinken ze aanlokkelijk.

Ik plan vooraf een route via Eemnes, Soest, Utrecht en via de Vecht en Abcoude weer naar huis. Ik laad de route als route en als track in de Garmin. Hier zit namelijk een verschil in. Een route bestaat uit de punten A, B, C, D en E. Tijdens het rijden navigeert het speeltje je langs deze punten. Een track is een berekende route op kaart die onveranderd blijft. Als je van een route afwijkt, word je terug gestuurd naar de route en wordt als het ware de route opnieuw berekend. Een track is een vast lijn van punten die je moet volgen. Als je er van afwijkt, word je niet er naar toe terug geleid. Tot zover de theorie. De aandachtige lezer zal intussen hebben begrepen dat het allemaal anders werkt in de praktijk.

Les 2: gebruik altijd een track en nooit een route.

Als je ergens op een route verkeerd rijdt, gaat Garmin opnieuw voor je rekenen. En dat is nou net hetgene wat dat ding niet kan. Weer die bakker en zijn brood verhaal. Ik schakel halverwege het rondje over van route naar track. Nadat ik alle wegen in Soest had gezien, was mijn vertouwen in de rekenkunsten van het speeltje verdwenen. Iets buiten Utrecht passeer ik een vrouw die 4 honden uitlaat. Allemaal niet aangelijnd en allemaal grote jongens. Een sint Bernard, 2 Lassie honden en een Herder. Twee honden blijven netjes rechts lopen op het smalle fietspad. Een Lassie hond besluit om over te steken. Dan maar even remmen. De Herder is de meest irritant hond. Hij begint als een gek te grommen en te blaffen. Ik scheld terug. Als ik de vrouw passeer, werp ik haar nog toe ¨Hou die beesten eens bij je ofzo¨. Ik fiets door en hoor nu op de achtergrond ¨Niet doen!¨. Ik kijk achterom en ik zie dat de Herder een spint heeft ingezet om bij te halen. Ik zet aan ga harder rijden; mij houdt die toch niet bij. Ik rij 45 aan het uur om de hond van me af te schudden en tussendoor moet ik ook nog op het display kijken om de route te bepalen. Ik pleit voor een nekschot voor deze hond. Bij een T splitsing moet ik inhouden om de bocht te nemen. Fikkie loopt hierdoor weer op me in. Hij kan door het gras. Na de bocht geeft die zich echter gewonnen.

zondag 5 september 2010

Lang leve Luxemburg!

Planning en maandenlange training vooraf is er dit weekend niet bij. Het wordt mooi weer dit weekend en ik heb niet zo’n zin om weer te gaan fietsen. Er is genoeg te doen te doen, echter. Er is de Lubberding Classic, de Charly Gaul cyclo en de Würth classic. Of gewoon koersen op Sloten en trainen in de polder. Dit weekend doe ik wat anders. Ik heb zin in motorrijden en dit zin-in-hebben borrelt donderdagavond op. Ik besluit om een tas met spullen in te pakken en vrijdags na mijn werk naar zusje te rijden. Dan zaterdag door naar België en zondag weer naar huis. Ik heb toiletspullen, schone kleding en een paspoort ingepakt. Meer voorbereiding lijkt me niet nodig. Motor voltanken en richting Zuiden scheuren. Het is allemaal zo simpel. Ergens na Luik de snelweg af draaien en leuke weggetjes uitzoeken. Ik heb opnieuw de Garmin meegenomen. Hij heeft zijn geld nog steeds niet waargemaakt. Maar ik ben de beroerdste niet en hij mag het nu eens als motor navigator gaan proberen. Ik heb er tenslotte 240 euro voor betaald en dan blijf ik natuurlijk net zolang zoeken totdat ik er nut voor gevonden heb.

België bleek een hele slechte keuze. Alles is er mis. Fietsend had ik al ontdekt dat de wegen niet geweldig zijn maar als motorrijder wil je hier gewoon NIET zijn. Echt alles aan het Belgische wegennet deugt niet. Ten eerste staan er gewoon teveel huizen en rijden er teveel andere mensen rond. Er steken om de haverklap voetgangers over of je struikelt er over de fietsers. Geen enkele weg is netjes geasfalteerd. Er zitten heel veel kuilen en bulten in de weg. Grote gaten in het asfalt; veel grind op de weg; mislukte halve reparaties. En nog veel meer dat niet deugt. Om nog maar te zwijgen over de kasseien.

Ik stuur al heel snel richting Luxemburg. Alles wat België niet heeft, heeft Luxemburg wel. Overal en bedoel ik ook echt overal ligt NIEUW ZWART STRAK EGAAL ASFALT!!!! Er zijn geen huizen, geen mensen op de weg, geen voetgangers en geen fietsers. Het is een achtbaan van bochten waar je nagenoeg helemaal alleen doorheen rijdt. In de nabij gelegen Duitse Eifel geldt eenzelfde verhaal. Ik ga nooit meer naar België om te koersen of te motorrijden. Dit is een soort openbaring van geluk. De Charly Gaul cyclo wordt dit weekend in Luxemburg georganiseerd. Als ik volgend jaar een najaarscyclo ga rijden, dan is het deze. De Velomediane kan me even gestolen worden.

Ik slaap in Hotel International in Klier. De kamer is klein en het sanitair schoon. Niets spannend om over te melden. Het ontbijt echter wel. Dit zijn de ontbijt buffetten waarvoor je nog een keer terug gaat naar een hotel. Overdaad is het enige goede woord dat de lading dekt. Er zijn gebakken eieren op bestelling te krijgen, evenals pannenkoeken. Er zijn ook nog gekookte eieren en roerbak eieren. Een zeer grote hoeveelheid brood. Zoete broodjes, croissantjes, taart. Alles soorten vlees en kaas. Zelfgemaakte jam; vers fruit; yoghurt, kwark en cruesli. En dan vergeet ik vast nog iets. Als klap op de vuurpijl is er ook nog champagne voor de liefhebber. Want zeg nou zelf, “een ontbijtje zonder champagne, dat kan toch gewoon niet!”. Ik heb de rest van de dag nauwelijks nog iets gegeten. Ik ging met een beetje een vol gevoel uit de ontbijtzaal weg.

Volgend week weer gewoon fietsen.